woensdag, 19 november 2003
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

De libertarian party en de Amerikaanse verkiezingen


Wie dinsdagochtend 4 november ‘s ochtends naar de radio luisterde kon een wat verbaasde verslaggever beluisteren, die mededeelde dat er in het plaatsje Dixville Notch, waar men de gewoonte heeft klokslag middernacht te stemmen, behalve op Reagan (17), Carter (3) en Anderson (2) ook nog een stem uitgebracht was op…. eh…. Clark. Clark was, zoals de lezer misschien weet, maar de verslaggever kennelijk niet, de presidentskandidaat van de Libertarian Party. De Libertarian Party is opgericht in 1972 en nam direct dat jaar, zij het in slechts vier staten, aan de presidentsverkiezingen deel. Presidentskandidaat was toen John Hospers, een filosofieprofessor van Nederlandse afkomst wiens boek “Introduction to Philosophical Analysis” ook op Nederlandse universiteiten wel gebruikt wordt. Als kandidaat voor vice-president werd hij gesecondeerd door Tonie Nathan, een van de medeoprichtsters van de Libertarian Party. Tijdens de officiële verkiezing door de kiesmannen bracht de Republikeinse kiesman Roger MacBride uit Virginia zijn stem niet uit op Nixon en Agnew, maar op de Libertarische kandidaten, waarbij Tonie Nathan en passant de eerste vrouw in de Amerikaanse geschiedenis werd die een stem van een kiesman kreeg. In totaal verkreeg de Libertarian Party in vier staten ongeveer 5000 stemmen. In 1976 was deze MacBride, inmiddels libertariër geworden, de Libertarische presidentskandidaat met David Bergland als vice-president naast zich. MacBride is in Nederland bekend als coproducent van de televisie serie “Little house on the Prairie”, naar de boeken van zijn grootmoeder, Laura Ingalls Wilder. In dat jaar wist de Libertarian Party in ongeveer dertig staten de vaak hoge hindernis te nemen om tot de kandidaatstelling toegelaten te worden en het totale stemmenaantal was ongeveer 180.000.

Ook tijdens de tussenverkiezingen van 1978 liet de Libertarian Party zich niet onbetuigd en stelde kandidaten voor vele functies, van gouverneursposten tot de spreekwoordelijke hondemeppers. In Alaska wist daarbij een Libertarische kandidaat, Dick Randolph zelfs gekozen te worden in het “State House”, het plaatselijke parlement van Alaska. Ook de Californische gouverneurskandidaat, Ed Clark, deed van zich spreken door maar liefst 350.000 stemmen op zich te verenigen. Daarbij speelde mede een rol dat de Libertarian Party zich als enige partij vierkant achter “Proposition 13″ gesteld had, het bekende belastingverminderingreferendum van Howard Jarvis. Ook een aantal kleinere kranten in Californië stelden zich toen redactioneel achter de Libertarian Party op.

Toen in september 1979 in Los Angeles het congres van de Libertarian Party werd gehouden lag het dan ook voor de hand, dat Ed Clark de presidentskandidaat zou worden. Clark is een rechtskundig adviseur, afkomstig van de beroemde Harvard Law School. Die achtergrond maakte hem enerzijds tot een serieus te nemen kandidaat, waar men moeilijk het etiket “lunatic fringe” op kan plakken, anderzijds moet gezegd worden, dat Clark een wat kleurloze figuur is waar weinig van het tegenwoordig zozeer geschatte charisma van uitgaat.

In het jaar dat volgde is door de Libertarian Party een enorme hoeveelheid werk verzet. De eerste doelstelling was om in alle staten op de kieslijst te komen, een gigantische opgave, omdat in sommige staten daarvoor handtekeningenlijsten met 60.000 en zelfs 100.000 handtekeningen vereist zijn. Toch kon rond mei de vlag in top; Clark zou in alle staten verkiesbaar zijn.

Inmiddels was er echter iets onverwachts gebeurd. Anderson was als derde man op het toneel verschenen. Dit betekende, dat de zorgvuldig uitgestippelde tactiek om de Libertarian Party als “‘derde weg” tussen Republikeinen en Democraten te presenteren een gevoelige knauw kreeg, Omdat Anderson een reeds gevestigd politicus was, zoog hij veel publiciteit weg, die anders ongetwijfeld Clark ten goede zou zijn gekomen. Toch hebben een niet gering aantal bekende en minder bekende bladen aandacht aan Clark besteed. Opmerkelijk daarbij was, dat veel aan de naakte waarheid gewijde bladen, zoals Playgirl, Hustler en Penthouse flinke artikelen over Clark hebben geplaatst.

Uiteindelijk heeft Clark op de Grote Dag ongeveer 870.000 stemmen verzameld, iets meer dan 1%. Niet het resultaat dat men gehoopt had, maar toch een resultaat dat bevredigend genoemd mag worden. In de staat Alaska haalde Clark zelfs bijna 12%, maar Alaska is dan ook een van de libertarische bolwerken. Zeer teleurstellend was echter het resultaat in het andere libertarische bolwerk, Californië. Haalde Clark daar in 1978 nog 350.000 stemmen, dit jaar moest hij het met 145.000 doen. Merkwaardig was, dat de voorzitter van de Libertarian Party, David Bergland, die zich in Californië kandidaat had gesteld voor de Senaat, 200.000 stemmen kreeg, veel meer dan Clark.

Het stemmenpercentage van Clark liep overigens in de verschillende staten nogal uiteen. Laag (± 0,6%) waren o.a. Pennsylvania, Rhode Island en het District of Columbia maar dat is dan ook het tehuis van de Washingtonse ambtenaren, niet direct het geschikte achtertuintje voor het planten van de libertarische boodschap. Hoge resultaten kwamen, naast Alaska, uit o.a. Arizona (2,2%), Idaho (2%), en Wyoming (2,6%).

Voor de verkiezingen van de Senaat (zeg maar Eerste Kamer) zijn in ten minste twaalf staten libertarische kandidaten gesteld. Ook hier kwam het percentage in de meerderheid der staten boven de 1%, wat bewijst, dat niet alleen een alternatieve presidentskandidaat, maar het libertarisme als zodanig tot deze kiezers blijkt te spreken. Hoogste resultaat (Alaska deed niet mee) was hier weggelegd voor Tonie Nathan uit Oregon, die haar zeer energiek gevoerde campagne beloond zag met 4%. De reeds genoemde David Bergland in Californië kwam boven de 2% en ook Hacker in Nevada kwam met ruim 3% goed uit de bus.

Uitslagen van het Huis van Afgevaardigden en van de vele functies op lager niveau waar libertariërs zich kandidaat gesteld hadden, zijn op het moment dat wij dit schrijven nog niet beschikbaar.

Alles bijeen kunnen de resultaten van de Libertarian Party zeker bemoedigend worden genoemd, ook al zijn de wensen van sommige libertariërs, die 4% van de stemmen getipt hadden, wishful thinking gebleken. Echter, ook 1% van de stemmen geeft reeds hoop voor de toekomst. 1% lijkt erg weinig, maar het betekent wel, dat in Amerika nu in elk huizenblok en in elk flatgebouw wel een libertariër woont en naar Nederlandse verhoudingen berekend, betekent 1% dat men met vlag en wimpel voor een zetel in de Tweede Kamer in aanmerking zou komen…..

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Vogel, Richard, topic: Vogel, Richard, Commentaar, Vrijbrief 34 (december 1980)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.