woensdag, 19 november 2003
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Werkgelegenheid


“Waar hebben we het in hemelsnaam over?” vraag ik voortdurend als allerlei zorgelijk uitgeroepen modernismen op me af komen. Wat is werkgelegenheid? Hoe is het mogelijk dat deze bij een groeiende wereldbevolking afneemt? Is de mens in het arbeidsproces overbodig geworden? En, is dit overigens niet ons streven; minder werk met behoud van de verworvenheden.

Perspectief

De geschiedenisboeken melden weinig over de arbeidsproblematiek bij de Batavieren en er kan worden aangenomen dat het probleem zich destijds nog niet voordeed. Integendeel, men verzette zich tegen de Romeinse oproep tot dienstverlening. We stuiten hier onmiddellijk al op een merkwaardige tegenstelling. De oudste bewoners van de lage landen hadden bezwaar tegen het aangeboden werk en probeerden zich er aan te onttrekken.

Ook in de daarop volgende eeuwen maakt het geschiedenisboekje van de lagere school herhaalde malen melding van protesten tegen het verlenen van diensten voor anderen. We hoeven hierbij bijvoorbeeld het Spanje van Philips II maar even aan te tippen. Ook in de binnenlandse verhoudingen deed hetzelfde protest zich horen, de Hoekse en Kabeljauwse twisten waren een duidelijk protest tegen werken voor de stadse opdrachtgevers.

Blijkbaar is er in de laatste eeuwen wat dat betreft wel het een en ander veranderd. Niet langer worden er bezwaren gehoord tegen werken. Als ik de radio goed beluister wordt er alom geroepen om het scheppen van banen. Alsof werken een genoegen zou zijn. Den Uyl komt met een banenplan als lekkertje bij de verkiezingen en minister van der Louw wil voor de werkloze jeugd de herendiensten weer invoeren met de staat als “heer”; een merkwaardige contradictie.

Keerpunt

Er moet een duidelijk verschil van inzicht bestaan tussen de mens van vroeger en zijn moderne nazaten die sinds 100 jaar spelen met ideeën als “recht op werk”, waarbij de Ateliers Sociaux van Louis Blanc (l) als beginpunt van dit moderne denken kunnen worden aangemerkt. De opkomst van de industrie moet hier als oorzaak worden aangewezen. Waar vroeger kleine organisaties zorgden dat de vrije mensen hun brood konden verdienen, namen deze in de 19e eeuw enorm in omvang toe en werden tot een behoefte voor de armere delen van de bevolking. De Batavieren leefden van de jacht en de landbouw op een inbeslaggenomen stukje grond en hadden weinig problemen bij het vinden van werk. Zij bepaalden nog zelf wat er gedaan moest worden. In de loop der eeuwen is dit langzaam veranderd. In de middeleeuwen ontwikkelden zich de gilden en de kloosters die georganiseerde arbeid verrichtten en in de 19e eeuw nam deze vorm van werk een zodanig hoge vlucht dat het denken zich nauwelijks meer op andere niveaus kon bewegen.

De erfenis hiervan is dat we vandaag de dag nog steeds een moderne vorm van slavenarbeid als norm nemen voor het verdienen van de kost. Een baantje. Het hele denken, en in het bijzonder het socialistische denken, is doortrokken van deze idee.

Alternatief

Toch zijn er voldoende andere mogelijkheden. Werk is en blijft er voldoende. Misschien dat banen schaars zijn, maar dit is te wijten aan allerlei voorschriften van de overheid die de principes van de vrije markt verstoren. De mens als productiemiddel is uit de markt geprijsd door belastingen, sociale verzekeringspremies, en een vastgelegd minimumloon dat weliswaar iedereen een zekere welstand garandeert, maar roofbouw pleegt op de bron van deze welstand. Royaal voorhanden arbeid moet worden betaald alsof het een zeldzaam goed betreft.

Waar in de politiek en in het denken van de massa volledig aan voorbij wordt gegaan is dat er werk genoeg is. Als we afzien van de kunstmatige hoge beloning en alle sociale zekerheden, zou iedereen voldoende werk kunnen vinden. Hiervoor de toevlucht nemen tot het verzinnen van doelloze bezigheden is beslist niet nodig. Er is en blijft een schreeuwend gebrek aan bijvoorbeeld loodgieters en timmerlieden. Huisvesting en tal van andere zaken bieden voldoende werk voor iedereen die de handen uit de mouwen wil steken. Voor een groot deel worden deze taken verricht binnen het zwarte circuit. Dit betekent, dat als de markt wat vrijer zou zijn en de lasten die de overheid de gemeenschap oplegt zouden worden verlicht, een groot deel van dit werk ineens respectabel zou kunnen worden en zou bijdragen tot de zo gezochte werkgelegenheid. We zouden ons dan gaan bewegen op dezelfde manier als onze verre voorvaderen. Het initiatief tot werken en het zorgen voor de kost wordt niet langer bij de staat gelegd, maar bij ons zelf. Iedereen mag zelf bepalen wat voor werk en waar en wanneer hij dit verricht. En in plaats van dat een instituut als het arbeidsbureau ons een baantje komt aandragen dat zij met moeite heeft kunnen ontdekken, beschikt de gemeenschap ineens over een miljoen paar ogen en oren die zoeken naar een zinvolle bezigheid.

Enterprise zones

In een aantal landen, waaronder de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en België, hebben politici gekozen voor het plaatselijk uitproberen van deze theorie. In projecten die luisteren naar de naam Enterprise Zones in de Angelsaksische landen en die in België Tewerkstellingszones heten, worden de voorschriften van de overheid tot een uiterst minimum beperkt om zo ruimte te krijgen voor het scheppen van nieuwe werkgelegenheid (2). Hierbij wordt in eerste instantie gedacht aan ondernemers die een nieuw bedrijfje beginnen. Kleine nieuwe bedrijven zijn, zoals blijkt uit onderzoeken van ondermeer David Birch(3), de voornaamste bron van nieuwe banen. Het probleem van het beginnen van een nieuwe onderneming is echter dat er van de zijde van de overheid allerlei beperkende maatregelen bestaan, variërend van vestigingsvergunningen tot het verschaffen van statistische en boekhoudkundige informatie of het voldoen aan allerlei voorschriften betreffende overlast – zelfs als deze niet of nauwelijks van toepassing zijn gezien de schaal van het bedrijfje. Zo is het bijvoorbeeld onmogelijk om in de kom van een dorp een zagerijtje te beginnen of een bedrijfje dat polyester verwerkt. Beide zijn mogelijkheden voor iemand die een schuurtje ter beschikking heeft.

De genoemde Enterprise Zones komen de ondernemer in spe in deze problemen tegemoet door ruimte te scheppen in de voorschriften. Ook op het gebied van kapitaalverschaffing voor deze bedrijven zou er ruimte moeten komen door de financiers van deze (riskante) beleggingen het recht te geven verliezen in mindering te brengen op hun inkomstenbelasting.

Voor jezelf beginnen

De belangrijkste handicap is echter het denken in “banen” Bij tegenslag weet elke omstander een kleine zelfstandige mee te delen dat deze hartstikke gek is om zo te ploeteren, risico te lopen en (vaak) armoe te lijden. Ook de overheid draagt haar steentje bij tot deze houding: zelfstandigen vallen goeddeels buiten de sociale verzekeringen. Ze betalen er wel aan mee, maar het recht er ook de vruchten van te plukken is alleen weggelegd voor werknemers en het schijnt dat een simpel baantje van een paar uur in de week voldoende is om van alle voorzieningen te kunnen profiteren.

Het is de verstarring, het denken in kunstmatige veiligheden en het ontbreken van eigen verantwoordelijkheid en initiatief waartegen de libertariër zich krachtig dient te verzetten. Dit geldt niet alleen de voorzieningen, maar in nog sterkere mate voor het collectieve denken dat er aan ten grondslag ligt; het niet zelf verantwoordelijk zijn voor de eigen welstand.

Van andere zijden zijn er enige initiatieven mensen te stimuleren zelf een bedrijfje te beginnen. De Nederlandse Middenstandsbank geeft een brochure uit (4), waarin naast het wijzen van de weg in het bureaucratische doolhof een werkboek wordt aangeboden voor het opstellen van een begroting en een planning voor de eerste periode. In Duitsland is er een uitgever die kant-en-klaar plannen voor zelfstandige ondernemers heeft klaarliggen. Een soort handleiding met suggesties voor marketing, de te investeren middelen en de eisen die de overheid stelt.

Mogelijk zou een dergelijk initiatief van de zijde van het Libertarisch Centrum niet alleen een positieve ontwikkeling voor de werkgelegenheid betekenen, maar tevens bijdragen tot een breder draagvlak voor de verspreiding van de libertarische idee.

  1. Louis Blanc, L’organisation du Travail (1848)
  2. Stuart Butler, Enterprise Zones (1981) (Ned. vertaling “Maak Plaats voor Werk”, verschijnt in de loop van dit jaar)
  3. David Birch, The Job Generation (1979)
  4. NMB, Voor Jezelf Beginnen? (I98l)
 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Stekelenburg, Louis van, topic: Stekelenburg, Louis van, Economie, Vrijbrief 51 (mei 1982)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.