woensdag, 28 januari 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

De vrije markt in een onvrije economie


Een van de meest moeilijk te voorspellen beleggingsfactoren is het renteniveau. Op zich zou dat niet zo’n ramp zijn als er niet zo veel zaken aan de rente gekoppeld zouden zijn. Allereerst is het renteniveau natuurlijk nauw verbonden met de hypotheekrente. Hierop kom ik straks terug. Voor beleggers kan het renteniveau een aanduiding zijn voor hun beleggingskeuze. Krijgt een belegger nl. 20% op zijn geld door het op de bank (min of meer risicovrij) te zetten, dan zal hij hier eerder voor kiezen dan voor een riskant aandeel waar hij maar 6% dividend op krijgt met de kans dat het aandeel in waarde daalt. De kans op waardedaling van een aandeel (= een stukje van een bedrijf) is nog groot ook bij hoge renteniveaus, want voor bedrijven wordt het dan duur om geld te lenen met als gevolgen:

  • ze produceren liever niet op voorraad, want dat legt beslag op het dure geld;
  • ze verkopen minder omdat ze hun prijs moeten verhogen om de rentelasten door te berekenen én
  • ze verkopen minder omdat ze hun prijs moeten verhogen omdat afnemers ook liever een lage voorraad hebben;
  • investeringen in nieuwe ontwikkelingen of verbeteringen zijn te duur om met geleend geld te doen.

Kortom, het gevolg van een hoog renteniveau is in het algemeen dat bedrijven slechter gaan draaien en “de economie” minder wordt.

Een kanttekening is echter wel dat als de inflatie hoog is, mensen wel bereid zijn om toch een hoge rente te betalen. Als bijvoorbeeld in een Zuidamerikaans land de inflatie 120% per jaar is, maar men kan er geld lenen tegen 70%, dan zal de geldnemer waarschijnlijk wel lenen omdat hij dan 50% beter af is. Dat brengt ons op het volgende aspect dat met rente te maken heeft: overheidsingrijpen.

Er werd en wordt door de overheid meer geld uitgegeven dan er binnenkomt. Zelfs daar daagt het dat dat de inflatie verhoogt en dat dat niet goed is. Om nu als overheid minder inflatie te veroorzaken (bankbiljetten te drukken), zien we dat allerlei regeringen enorme hoeveelheden geld lenen. Door die leningen van overheden is er minder geld beschikbaar voor bedrijven en particulieren en gaat de prijs van geld omhoog. De prijs van geld is het bedrag dat er betaald moet worden aan rente.

Een bijkomstig effekt is dan dat bij hoge rente beleggers uit het buitenland hun geld op rente willen zetten in dat land waar ze de hoogste rente verwachten. Er komt dus een vraag naar die valuta en zoals meestal: bij grotere vraag zal die valuta stijgen in waarde ten opzichte van andere valuta. De wet van vraag en aanbod geldt ook hier. Dat is thans bijvoorbeeld het geval met de Amerikaanse dollar. Hier is de rente hoog en wordt hoog gehouden door de Amerikaanse overheid. We zien dan ook een hoge dollarkoers.

Prompt gaan andere landen hun rente ook verhogen, want anders daalt daar de valuta te veel in waarde. We zagen het al in België en nu is in Nederland de rente ook relatief hoog aan het worden. Met verwijzing naar de eerste regel van dit artikel zou ik willen stellen dat in Nederland de rente beslist nog geen top bereikt heeft. Dat is dus erg vervelend voor degenen die hypotheken afsluiten of verlengen.

Laat u in dit verband erg goed voorrekenen wat het u zou kosten om geld in Zwitserland te gaan lenen tegen lage percentages. In het algemeen bent u in Zwitserland zeker niet goedkoper uit. Zeker moet u heel goed het koersrisico onder ogen zien. (Zie deze kolom in Vrijbrief nr. 28.)

In een volgend artikel komen we op het rentegebeuren terug, maar dan wat betreft beleggingen.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Jongen, Louk, topic: Jongen, Louk, Beleggen, Vrijbrief 39 (mei 1981)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.