woensdag, 9 juni 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

De vrije markt in een onvrije economie


Vorige keer besprak ik in deze rubriek “de marktprijs”. Ik stelde dat de prijs het bedrag is, waarbij de koper en de verkoper, op een bepaald moment, tot overeenstemming komen. Wanneer nu de overheid “de prijs” van iets bepaalt, zal die prijs zelden op hetzelfde niveau als een marktprijs liggen.

De verklaring die ik u nog schuldig was met betrekking tot boterbergen, melkmeren en wijnplassen is als volgt.

Wanneer een boer een bepaalde garantieprijs krijgt die hoger is dat zijn laatprijs, zal die boer eindeloos doorgaan met produceren. Hij zal grond bijkopen, productietechnieken toepassen waar hij vroeger niet van droomde en dat allemaal omdat hij nu al weet wat hij volgend jaar voor zijn melk gaat krijgen. Er is voor deze boer en zijn collega’s geen enkele rem om minder te produceren, zolang hun kosten onder de garantieprijs blijven. Dat er zodoende flatgebouwen met koeien overwogen worden zal niemand verbazen. Ondertussen wordt wel de basis gelegd voor een situatie waar iedereen de dupe van wordt:

a. de consument die van het begin af aan al teveel betaalde en blijft betalen.

b. de belastingbetaler die via de overheid meebetaalt aan het instandhouden van het instituut dat voor heel die “leuke” landbouwpolitiek zorgt.

c. de kleine boer die zijn capaciteit niet uitbreidde en die nu gemangeld wordt doordat er lapmiddelen op lapmiddelen gedaan worden, hetgeen o.a. betekent dat hij vanwege de melkquota nu ineens geen rendabele productie heeft én ook geen buffer heeft om op terug te vallen.

d. de grote boer, die weliswaar door grote uitbreidingen ook bij de melkquota nog net door kan gaan, maar omdat er veel gefinancierd is (op basis van een garantieprijs kon hij de bank voorrekenen wat zijn winst zou zijn) kan hij geen enkele extra maatregel meer hebben.

Pikant detail in deze is dat de overheid ook nog eens belasting heft over de extra mogelijke opbrengst van sommige landbouwgronden, vanwege die quota. Kortom de marktprijs was/werd verstoord en de signalen waardoor productie-uitbreiding of inkrimping ontstaan, komen niet meer door. Dan gaat het zonder “invisible hand” fout. Daar kun je op wachten.

Privatisering

Hoe dit bij beleggen te gebruiken?

Tot nu toe ging beleggen in te privatiseren bedrijven erg goed. Althans in de meeste gevallen in Engeland en Frankrijk. Daar had men de wijsheid om, zoals het Adam Smith Institute in Londen adviseerde, bij elke privatisering na te gaan wie de belangengroepen zijn.

Bij British Gas waren dat o.a. de gasgebruikers, de werknemers, de aandelenkopers en de regering van Thatcher. Door nu voor een lage introductieprijs van de aandelen te zorgen kreeg men een succes op vele fronten:

- de gasgebruikers konden van hun extra rechten om wat aandeeltjes te verwerven, een winstje behalen. Dat maakte hen al weer wat minder ongerust over de toekomst. Zeker nu het gasbedrijf beter “gestroomlijnd” gaat worden, waardoor de gasprijs omlaag kan. Door hun aandelen hebben ze trouwens ook stemrecht op het beleid.

- De werknemers, die ook aandelen toegewezen kregen. Dat was hun eerste winst, daarna de betere commerciële opzet zal ongetwijfeld leiden tot meer kansen voor iedereen. Ook de directie weet nu veel beter waar ze aan toe is en kan voor het eerst een beleid bepalen waar de politiek niet bij elke verkiezing een verandering in brengt.

- De kopers van aandelen British Gas hebben hun eerste winst al binnen doordat de aandelen laag geïntroduceerd werden. Daarbij is door een lage introductieprijs de spreiding van de aandelen over miljoenen mensen verzekerd. Die miljoenen mensen zullen de volgende keer eerder geneigd zijn om voor Thatcher te stemmen; en zeker niet blij zijn met renationalisering.

- De regering krijgt extra stemmen, is van een probleem af (althans ze behoeven/kunnen er minder aandacht aan te geven), ze krijgen extra geld binnen uit de verkoop en behoeven minder geld uit te geven aan steun.

Kortom een win-win situatie.

Wat kunnen we daar nu specifiek mee doen?

Allereerst zorgen goed geïnformeerd te zijn over de volgende privatiseringen in Engeland (Rolls Royce komt als eerstvolgende) en Frankrijk, waar Paribas vermoedelijk de eerste wordt. Schrijf gerust voor wat meer aandelen in dan u eigenlijk zou willen hebben. De kans is erg groot dat u minder dan 10 % krijgt toegewezen. Uw bank of ik kunnen u daarin adviseren. Ook al krijgt u niets, troost u bij de gedachte dat u zelfs dan nog een beetje wint. Veel overheidsdiensten zullen na privatisering goedkoper en beter worden. Dat is goed voor u en de economie. We beginnen dat nu al bij de PTT te zien. Men begint daar al veel servicegevoeliger te zijn. En de zogenaamde “illegale toestellen” (niet door de PTT geleverd) worden al in grote advertenties aangekondigd. Daaruit blijkt: meer mogelijkheden voor veel minder geld. In Nederland zal er voorlopig niet veel beursspektakel losbarsten ten gevolge van privatisering. Zijn er al wat staatsdeelnemingen verkocht, met DSM weet nog niemand waar hij aan toe is. Op beursgebied zullen we de winstjes bij onze buren moeten trachten te halen.

Beleggingsadvies

De adviezen uit de vorige Vrijbrief kunnen grotendeels gehandhaafd worden. Ik zou gedeeltelijk winst nemen op de Kon.Olie opties. AMRO en Philips calls nog even aanhouden. De Hoogovens converteerbare obligatie heeft nog steeds zin op 100,-.

Voor diegenen onder u met aandelen Kon Olie én die ook een hoog belastbaar inkomen hebben, zodat het dividend van de Koninklijke niet echt belangrijk is: overweeg om de langlopende calls Kon Olie 210 okt. 1991 te kopen. U betaalt daarvoor nauwelijks premie (ze kosten ca 52,-) en u doet dus even hard mee aan alle dalingen en stijgingen van Kon. Olie. Het voordeel zit ‘m er echter in dat u maar met 20% van het bedrag dat u in Kon Olie heeft zitten hoeft te beleggen.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Jongen, Louk, topic: Jongen, Louk, Beleggen, Vrijbrief 110 (april 1987)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.