woensdag, 9 juni 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

De vrije markt in een onvrije economie


Schulden en perikelen

Allereerst het allerlaatste op privatiseringsgebied: en nog wel gecombineerd met de schulden-problematiek. Chili privatiseert de sociale verzekeringsbanken plus de staatspensioenfondsen. De schuldeiser van Chili, b.v. de grote Amerikaanse banken, mogen voor het bedrag van de Chileense schuld aan hen, op vriendelijke voorwaarden intekenen op de aandelen in die te privatiseren bedrijven.

Kortom: de schulden worden omgezet in waarde. Op zich is dat natuurlijk een hele logische en juiste ontwikkeling. Bijkomend voordeel is dat de verhandelbaarheid van wat aandelen in een pensioenfonds duidelijk hoger ligt dan van een lening van x miljoen $.

Andere ontwikkelingen daarbij zijn:

De Japanse overheid heeft samen met de grote Japanse banken een offshore company opgezet (hoe zouden ze toch aan dat idee komen?) en die company koopt schulden van ontwikkelingslanden voor een bepaalde prijs van de Japanse banken. Dan kan die lening van de balans geschrapt worden bij die Japanse banken, er wordt wat verlies genomen, en eventueel komt dat verlies ooit terug in een winstje dat in de offshore company gemaakt wordt. Gaat het allemaal fout, dan gaat de offshore company op de fles en was iedereen ook van het probleem af. Nou ja, boekhoudkundig dan.

Niet bepaald boekhoudkundig maar puur reëel was de actie die een paar Amerikaanse banken namen. Namelijk om een aantal schulden die ontwikkelingslanden aan hen hadden voor de echte waarde in de boeken te gaan zetten.

Simpel gesteld: als iemand een schuld van f 100,- aan u heeft, dan is die schuld f 100,– waard. Echter als die figuur op het punt staat failliet te gaan, is die schuld minder dan f 100,– waard. Voor dat minder waard zijn, zou u, als u echt wilt weten wat uw totale waarde is, “een voorziening moeten treffen”.

Dat betekent dat die figuur nog steeds f 100,– aan u schuldig is, maar dat u in uw eigen balans opneemt: figuur is mij f 70,– schuldig (u heeft dus een voorziening van f 30,– genomen die overigens meestal fiscaal aftrekbaar is).

Afgezien dat het gedeeltelijk boekhoudkundig is, is de acceptatie van: „Mensen, er stond f 100,– schuld, maar die is maar f 70,–waard, een hele verbetering in eerlijkheid en openheid.” Want tot nu toe gebeurde dat niet. Aals we dan de Chileense of Japanse oplossingen erbij nemen komen we misschien tot een oplossing. Ik schrijf ‘misschien’, omdat ik nog steeds meer vertrouwen in goud dan in dat geld heb. Steeds sterker worden volgens mij de signalen om meer in goud, edelmetalen en de daarbij behorende mijnaandelen te doen.

Grondstoffen gaan in de lift. Koper geeft het al aan.

Aandelen? Of obligaties?

Verderop beleggingsgebied:

pappen en nathouden: Nederlandse en Duitse aandelen of warrants voor een grote hefboomeffect. Nederland en Duitsland zijn volgens mij nog steeds ondergewaardeerd, maar houdt u bij kwaliteit. Belgische aandelen begin ik griezelig te vinden, maar er zijn nog wat kansen.

Concreet: Philips, Deutsche Bank, toch Siemens want ze gaan de goede richting uit. AKZO (maar liever via opties en warrants om de verlieskans te verkleinen), Hoogovens (als AKZO) alsmede AMRO, zijn zo de namen.

Verder koop ik geen obligaties, integendeel; hoogstens in Australië en Nieuw-Zeeland.

Voor de speculanten onder u: kleine goudmijntjes, warrants Meneba B.

Veel succes en een goede vakantie.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Jongen, Louk, topic: Jongen, Louk, Beleggen, Vrijbrief 113/114 (juli/augustus 1987)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.