woensdag, 9 juni 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Definities


Onder de titel DEFINITIES zullen we een serie artikelen publiceren waarin Koos Swart zijn visie geeft over deze materie. Ook zal er een lijst van definities worden gemaakt, waarin in iedere VB een aantal woorden zal worden opgenomen. De redactie hoopt op vele reacties van lezers over deze reeks artikelen waarvan het eerste artikel in het vorige nummer is verschenen.

In het onderstaande artikel gaat Koos Swart tevens in op het artikel van Jan Smid (maart 1988) over “Jason Alexander en de Vijfde revolutie”.

Inmiddels heeft Koos Swart een boek uitgegeven over Definities. Het boek kost f 30,-.

In het vorige artikel over definities werd gesteld dat definities ervoor zorgen dat kennis gestructureerd in onze hersenen aangebracht wordt. Dit maakt onze hersenen effectief, en dus ons bekwaam om op een goede manier om te gaan met de werkelijkheid.

Definities bevatten onze kennis. Als wij met een bepaald aspect van de werkelijkheid te maken hebben waarvan wij geen geldige kennis hebben, zijn wij machteloos. Hebben wij geen kennis van een principe dat ons kan leiden bij het bepalen of een bepaald antwoord op een vraag een juiste is, dan kunnen wij het risico lopen ons aan foute antwoorden vast te klampen. Een fout antwoord is kennelijk draaglijker dan geen antwoord. Het vervelende is hierbij alleen dat wij dan niet meer open staan voor juiste antwoorden totdat er ernstige rampen gebeuren.

Wij kunnen ook voor het onbekende aspect van de werkelijkheid op de vlucht gaan. Wij kunnen bijvoorbeeld onze geest met één of ander middel verdoven zodat wij dit aspect van de werkelijkheid niet meer zien. Wij kunnen ook proberen te ontsnappen door één of andere ‘God-mens’, Wijze, Verlosser, Politicus, Psycholoog, Goeroe of Zen-meester te gaan aanhangen die ons dan door onze onwetenheid gaat uitbuiten. Dit heeft vrijwel altijd desastreuze gevolgen. Om er maar eens een paar te noemen, als je gelooft dat er inderdaad mensen bestaan die superieure, bovenmenselijke vermogens hebben, dan zorgt dit geloof ervoor dat je op deze mensen gaat vertrouwen in plaats van op je eigen kunnen te vertrouwen. Je activeert je eigen menselijke vermogens hierdoor niet. Als een hele beschaving dit doet dan stagneert deze hele beschaving hierdoor. We hebben al een aantal malen getuige kunnen zijn van hele culturen die hierdoor instortten. Het geloof in God-mensen zoals Krishna, Shiva, Boeddha e.d. heeft duizenden jaren stagnatie veroorzaakt. Het geloof in Verlossers, zoals Jezus of Mohammed, heeft de duistere middeleeuwen veroorzaakt. Het geloof in Politici of politieke theoretici zoals Plato, Hegel, Marx, Stalin, Hitler, Mao heeft o.a. twee wereldoorlogen, de grote depressie van de 30-er jaren van deze eeuw en wereldwijde stagnatie veroorzaakt. Bovendien, als niet snel ingezien wordt dat politiek geen problemen kan oplossen dan zal er een instorting plaatsvinden in het internationale geldwezen waar de grote depressie van de 30-er jaren nog niets bij vergeleken zal zijn.

De ineenstorting van een cultuur is altijd het gevolg geweest van het aanhangen van een of andere zogenaamde Superieure Persoon of Charismatische Leider. De wederopbouw vond altijd plaats na de ontdekking van een tot dan toe nog onbekend principe, en een daarmee corresponderend vermogen.

Interessant in dit opzicht is het feit dat de stagnatie altijd opgeheven werd door één of andere fundamentele ontdekking die de dominante oplichters ontmaskerden. De God-mensen en de Wijzen, die claimden superieure kennis te hebben werden ontmaskerd door de Grieken, zoals Ëuclides en Aristoteles, die de logica en de wetten van het denken ontdekten, en dus de aard van de kennis ontdekten. De z.g.n. ‘superieure’ kennis van deze lieden bleek, na nadere beschouwing in het licht van deze ontdekking absoluut niet aan de logische wetten te voldoen, en daarom pure onzin te zijn.

Uit de ontdekking van de logica (en het vermogen tot rationeel denken) ontstond het fenomeen wetenschap. De ‘verlossers’ werden ontmaskerd in de renaissance, toen men ontdekte, dat de Mens niet alleen het vermogen bezat om kennis te vergaren, maar deze ook kon gebruiken om aan de omgeving zijn wil op te leggen. Men ontdekte het vermogen tot het maken van uitvindingen. Hieruit ontstond de technologie en de industriële revolutie. Christenen en Mohammedanen zijn n.l. mensen die denken dat de Mens speelbal is van de omstandigheden, en zijn zich van dit vermogen tot uitvinden, en dus van de menselijke mogelijkheid om aan de omgeving de wil te kunnen opleggen, niet bewust. De politici zijn nog maar pas ontmaskerd, alhoewel deze ontmaskering op dit moment nog niet bij een breed publiek bekend is. (Alhoewel velen de indruk hebben dat het politieke bedrijf stinkt.) Het libertarisme is o.a. één van de stromingen, die deze ontmaskering bij brede lagen van de bevolking probeert bekend te maken.

Kennelijk bestaan er een aantal fundamentele probleemgebieden, waar elk men mee te maken krijgt, en waarin hij in ieder geval een leidend principe nodig heeft waarmee hij kan bepalen of een antwoord op een probleem in dit probleemgebied inderdaad een echt antwoord is, en niet iets wat uiteindelijk nog meer problemen veroorzaakt. Zo’n leidend principe moet dan algemeen en voor iedereen geldig zijn, en iedereen in staat stellen te beoordelen of zijn specifieke antwoorden juist zijn. (Dit komt omdat het correspondeert met de aanwezigheid van een bepaald aangeboren menselijk vermogen). Als zo’n algemeen principe bij iemand onbekend is, dan is het gevolg dat er een fundamenteel menselijk gebied is waarbij hij in het duister tast. Ontbreekt bij vrijwel iedereen bekendheid met dit principe, dan is het gevolg dat de hele cultuur in elkaar stort, zoals nu al 3 maal gebeurd is.

De zeven fundamentele problemen, waar elk mens onvermijdelijk in zijn leven mee te maken zal krijgen. (zie ook tabel P6)

Nu is de vraag, ‘hoeveel van dit soort fundamentele probleemgebieden zijn er’? Ik beweer dat er 7 zijn, n.l. 1: Het probleem van het bestaan van het bestaan. 2: Het probleem van de kennis. 3: Het probleem van de keuze. 4: Het probleem van de samenleving. 5: Het probleem van het geluk. 6: Het probleem van de zin van het leven. 7: Het probleem van de dood.

Pas als een mens realistisch, rationeel, inventief, beschaafd, creatief, zelfbewust en onverschrokken is, heeft hij pas de mogelijkheid een gelukkig mens te worden.

Het eerste is het probleem van het bestaan van het bestaan. Bestaat het bestaan nu onafhankelijk van ons, of is het bestaan niet reëel, dus een illusie? De God-mensen beweerden, dat het bestaan Maya, illusie is. Deze mensen zou je subjectivisten kunnen noemen. Zodra een mens echter beseft, dat het bestaan onafhankelijk van hem bestaat, is hij een realist. Heeft hij dit besef niet dan is hij zó ver heen dat hij vermoedelijk paranoide is.

Het tweede probleem is dat van de kennis. Wanneer is een bewering waar? Wanneer is de inhoud van een bewering kennis? Is kennis iets reëels, of is kennis een betekenisloos woord? En wat is betekenis nu precies? Een mens, die beseft dat er in kennis in ieder geval geen tegenspraken mogen zitten, is een rationeel mens en kent de aard van zijn denkvermogen. Kent hij deze aard niet dan is hij verward en snapt niet veel van de werking van kennis. Zo iemand kan dan uitgebuit worden door iemand die pretendeert een superieur inzicht te hebben, dus een ‘wijze’.

Het derde probleem is dat van het beheersen van de omgeving, dus erachter te komen welke handelingen een mens moet verrichten, wil hij zijn omgeving zo naar zijn hand kunnen zetten, dat hij zijn behoeften en verlangens kan bevredigen. Dit is het probleem van de keuze. (Hoe te handelen om behoeftes en verlangens te bevredigen.) Een mens die dit probleem heeft opgelost is een inventief mens. Een mens die zich van dit vermogen niet bewust is denkt speelbal te zijn van de omstandigheden, en kan slachtoffer worden van de z.g.n. ‘verlossers’ (van de verschrikkingen van het bestaan) zoals de Christelijke en de Mohammedaanse priesters. (Om U ervan te overtuigen dat Christenen juist op dit punt de mensen uitbuiten, kijkt U maar eens naar een film van Billy Graham, waarin juist dit het thema is wat gebruikt wordt om mensen tot het geloof te bekeren.)

Het vierde probleem is dat van de samenleving. Hoe moet een samenleving georganiseerd zijn wil deze voor elk mens de mogelijkheid verschaffen een menswaardig bestaan op te bouwen? Welk principe moeten wij nemen als uitgangspunt, wil hieruit een goede samenleving kunnen ontstaan? Een mens die duidelijk inziet dat een samenleving pas goed kan functioneren als deze gebouwd is op het principe dat elk mens er in de eerste plaats voor zichzelf is, is een beschaafd mens. Overigens reikt dit probleem verder dan het louter kiezen van een politiek stelsel, of een andere samenlevingsvorm. Een zeer belangrijk onderdeel van het samenlevingsprobleem waarmee wij allemaal te maken hebben is o.a. hoe om te gaan met onze medemens. Denk hierbij maar aan de kreet ‘ik-tijdperk’. Het vermogen dat hier bij hoort, is het vermogen om met elkaar te kunnen communiceren, dus de taal. De Libertariërs zijn bezig (vaak zonder dat zij dit volledig beseffen) de oplossing van het samenlevingsprobleem, dus de beschaving te verspreiden. Een mens, die niet weet hoe een samenleving draait en draaiende gehouden kan worden, kan uitgebuit worden door politici, iets wat tegenwoordig wereldwijd gebeurt. De specifieke ontwrichting die als gevolg hiervan het meest in het oog springt is die van de oorlog.

Het vijfde probleem is dat van het geluk. Wat is de essentie van geluksgevoelens? Is er iets te vinden, dat in alle gevallen verklaart waardoor een mens gelukkig is? En als er zo’n factor is, wat is deze dan? Er is inderdaad zo’n factor, en dat is de creativiteit. Een mens die dit probleem heeft opgelost, is een creatief mens. Een mens die niet weet dat geluk altijd en uitsluitend verbonden is met creativiteit, kan slachtoffer worden van psychologen, want dát zijn momentee1 de mensen die pretenderen te weten hoe mensen gelukkig kunnen worden alhoewel ze van het creativiteitsprincipe niet op de hoogte zijn. Het creatieve vermogen is het vermogen tot geluk.

Het zesde probleem is het probleem van de zin van het leven. Wanneer kunnen wij zeggen dat wij een zinvol leven leiden? Dit is een ander probleem dan de zin van het bestaan, waar ik in het vorige artikel over sprak.

Ik heb het nu over de zin van het menselijk bestaan. En inderdaad bestaat er een principe dat ons kan vertellen wanneer wij een zinvol leven leiden. Een mens die weet waarvoor hij leeft, is een zelfbewust mens. Als een mens het principe niet kent dat hem vertelt hoe zijn leven zinvol geleefd kan worden, dan kan hij slachtoffer worden van iemand die pretendeert te weten hoe hij dit gevoel van zinloosheid van ons kan opheffen. Hij kan dan gemakkelijk het slachtoffer worden van een Goeroe. Het vermogen dat hier bijhoort, is het vermogen de totale hersenactiviteit te integreren zodat geen van de delen elkaar gaan tegenwerken.

Het zevende en laatste probleem is dat van de dood en onze sterfelijkheid. Wij mensen zijn als levende wezens gedoemd eens te sterven. Bestaat er een principe dat voor dit probleem aanwijst welke oplossing als juist aangemerkt kan worden? Want er zijn er velen geweest die een oplossing voor dit probleem hebben aangedragen, maar niemand heeft zijn oplossing kunnen bewijzen. Toch bestaat er een principe en een daarmee corresponderend vermogen in de mens (die nog weinigen hebben ontdekt) dat dit probleem oplost. Een mens die dit vermogen ontdekt heeft en vervolgens in zijn leven gebruikt, heet onverschrokken. Als een mens geen weet heeft van dit vermogen, dan kan hij slachtoffer worden van één of andere Zen-meester, wat dat zijn de mensen die in het bijzonder gespecialiseerd zijn in het uitbuiten van mensen op de angst voor de dood. Het vermogen dat hier bij hoort heeft o.a. te maken met het feit, dat wij allen twee hersenhelften hebben. Als deze twee volledig in harmonie het lichaam kunnen sturen dan treedt dit zevende vermogen in werking.

Soms vind je een individu die op al deze laatste 3 punten tegelijk, n.l. het geluk, de zin van het leven, en de dood, begint uit te buiten. Je krijgt dan zo iemand als Bhagwan. Kenmerkend voor de z.g.n.’grote leiders’ is, dat ze de mensen op meer dan één punt uitbuiten.

Bij elk probleem in het bestaan waarmee een mens geconfronteerd kan worden, bestaat een vermogen dat de oplossing van dit probleem mogelijk maakt. Wij hebben het vermogen de wereld constant waar te nemen waardoor wij kunnen beseffen dat het bestaan bestaat, onafhankelijk van onszelf. Wij hebben een abstractievermogen, zodat wij kennis kunnen verkrijgen over de wereld. Wij hebben een vermogen tot het kunnen uitvoeren van elke handeling die wij ons voorstellen, waarmee wij door ons uitgedachte objecten, in de werkelijkheid kunnen brengen. En zo leggen wij aan de omgeving onze wil op. Wij hebben een vermogen tot communicatie, zodat wij tot samenwerking kunnen komen met anderen op door ons aan de ander duidelijk gemaakte voorwaarden. (Samenwerking waarbij ieder er wel bij vaart en niemand erop achteruit gaat is dus mogelijk, en is het enige soort samenwerking, dat beschaafd genoemd kan worden). Wij hebben het vermogen om gelukkig te worden door onze creativiteit te activeren.

En zo hebben wij ook allen het vermogen om zin te kunnen geven aan ons eigen bestaan. De zin van ons bestaan is n.l. niet iets wat vast ligt, maar waar wij zelf een invulling aan kunnen geven.

Opmerkelijk is, dat er voor het probleem van de dood een apart vermogen bestaat dat louter en alleen gericht is op de oplossing van dit onvermijdelijke probleem waarmee wij alleen geconfronteerd zullen worden. Als iemand voor al deze problemen het algemene principe heeft ontdekt, en dus ook het specifieke vermogen dat bij dit principe hoort, dan bestaat de mogelijkheid een volledig gelukkig mens te kunnen worden. Een volledig gelukkig mens is dus realistisch, rationeel, inventief, beschaafd, creatief, zelfbewust en overschrokken.

Er zijn 7 probleemgebieden, en daarom ook 7 types definities die te maken hebben met elk gebied. De definitielijst zal dan ook gerangschikt zijn in 7 types definities, die te maken hebben met elk van deze gebieden. Zo’n gebied zal, in navolging van Jason Alexander, een dimensie genoemd worden, Er zijn 7 van deze dimensies, en we beginnen in het volgende nummer met de eerste dimensie.

Dit artikel zal misschien vele vragen oproepen. Het is de bedoeling, dat al deze vragen in de definitielijst aan de orde komen. En verder zal ik regelmatig in dit blad artikelen wijden aan al deze probleemgebieden. U kunt ook zelf vragen stellen, en kunt mij bereiken m.b.v. het onderstaande adres. Ik zal dan ofwel rechtstreeks antwoorden, of anders via een artikel als een eventueel antwoord voor veel anderen ook interessant genoeg blijkt te zijn.

De dimensies van het menselijke bestaan

DIM VRAAG PROBLEEM NAAM MENSTYPE OPLICHTERS CREATIVITEIT
WAT HET BESTAAN BESTAAT DE KENNIS REALISTISCH WIJZEN RECREATIE
WAAROM A is a KEUZE RATIONEEL VERLOSSERS ONTKEKKEN
HOE KEUZE KIEST SAMENLEVING INVENTIEF POLITICI UITVINDEN
WIE IK BEN IK GELUK BESCHAAFD PSYCHOLOGEN ORGANISEREN
WANNEER CREATIVITEIT CREATIEF BESTAANSZIN CREATIEF GOEROE’S CREATIE CREEREN
WAARVOOR CREATIE GECREEERD DE DOOD ZELFBEWUST ZEN MEESTERS
WAAR BEWUSTZIJN BEWUST ONVERSCHROKKEN

Een gezond mens is realistisch, is rationeel, is inventief, is beschaafd, is creatief, is zelfbewust en is onverschrokken, want hij is de heerser over al zijn emoties.

Het essentiële kenmerk dat de MENS onderscheidt van alle levende wezens is het feit, dat hij vragen stelt. Er zijn zeven soorten vragen die hij zich kan stellen, die corresponderen met zeven vermogens die hij heeft meegekregen van de natuur. Door het proces waarmee hij de antwoorden vindt op zijn vragen, activeert hij deze vermogens. Daarom is het zo, dat hij die zich geen vragen meer stelt, opgehouden is met het gebruiken van zijn vermogens, en zichzelf tot een dier gereduceerd heeft.

Pas op voor mensen die alles weten want zij behoren niet meer tot DE MENSHEID.

Door vragen te stellen geeft de MENS zichzelf gestalte.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Swart, Konrad, topic: Swart, Konrad, Allerlei, Vrijbrief 125/126 (juli 1988)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.