donderdag, 10 juni 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Een Hond – bijt – Mens


1. Jan, op bezoek bij een kennis, wordt bij het betreden van de woonkamer “begroet” door diens hond. Plots, wanneer Jan zich bukt, zet het dier zijn tanden in Jans kaak. Resultaat: een lelijk litteken en een blijvend spierletsel dat een duidelijke invloed heeft wanneer Jan normaal tracht te spreken.

Vraagstelling: Wie is verantwoordelijk en wie dient er schadevergoeding te ontvangen?

De hond is geen mens en kan dus niet verantwoordelijk gesteld worden. De hond wordt beschouwd als het bezit van Jans vriend. Jans vriend heeft hem gekocht en hem toegevoegd aan zijn levensdomein. Door deze actie heeft Jans vriend de verantwoordelijkheid op zich genomen voor al wat de hond doet. Hij weet dat een hond nooit perfect te dresseren is en er dus risico’s aan verbonden zijn de hond te houden. Wanneer de hond dus een ander bijt, is Jans vriend daarvoor verantwoordelijk. Jans vriend zal dus moeten opdraaien voor de gevolgen van het gedrag van zijn hond. Hopelijk heeft hij zich verzekerd, zodat uiteindelijk de verzekeringsmaatschappij het vereiste bedrag op tafel zal moeten leggen.

Tussenvraag: Is Jans vriend ook verantwoordelijk wanneer Jan een of andere beweging gemaakt zou hebben welke de hond tot de aanval deed overgaan (omdat hij zich hierdoor bedreigd voelde)? Maakt het verschil uit of Jan iets afweet over de omgang met honden? En of Jans vriend dit al dan niet wist? Het antwoord is neen wat betreft de verantwoordelijkheid. Het enige verschil zit hem in de omstandigheden waarin en waarom de hond gebeten heeft.

2. Tweede vraag: Hoeveel bedraagt het bedrag van de veroorzaakte schade? In feite is de schade niet herstelbaar. Tenzij de moleculair biologie er zeer binnenkort in zou slagen de kaak van Jan volmaakt te laten regenereren. Stel dat we als norm nemen het inkomen dat Jan zal moeten derven op de arbeidsmarkt, omdat zijn gehavend gezicht hem minder kansen geeft. Als beide partijen een zekere berekeningswijze overeenkomen, dan zal hieruit een “meetbaar” schadebedrag voortvloeien. Maar stel dat Jan meer belang hecht aan de niet-meetbare schade, m.a.w. de schade welke niet herstelbaar is. B.v. het feit dat zijn gezicht niet meer als “mooi” ervaren wordt en hij moeilijk verstaanbaar geworden is. Heeft de rechter dan het recht een schadebedrag “op te leggen”? Ik meen van wel. Is dit dan geen “dwang”?

Neen, want beide partijen hebben zich akkoord verklaard zich tot de rechter te wenden. Hierbij komt ook het gewoonterecht kijken. Jan weet dat dergelijke risico’s een realiteit zijn, als men op een min of meer “normale” manier met andere mensen wil omgaan. Schept de uitspraak van de rechter hem geen voldoening, dan kan hij ook in beroep gaan en ad ultimum, alle banden met zijn vriend verbreken. Maar recht is geschied.

3. Derde vraag: Geeft het feit dat de werkelijke schade in feite niet meetbaar is, niet het recht preventief op te treden? Een overheid (wie of wat dat ook is) zou b.v. kunnen verplichten dat alle honden permanent een muilkorf moeten dragen. Ad ultimum zou het alle mensen verboden kunnen worden om honden te houden. Het is duidelijk dat dit tot “absurde” situaties leidt. Vooreerst kan het potentiële probleem zoals hierboven aangetoond, zonder preventieve maatregelen ook opgelost worden. Verder blijft er de vraag wie die maatregelen kan opleggen? De eigenaar kan zijn verantwoordelijkheid opnemen en zelf maatregelen treffen. Of de gespecialiseerde verzekeringsmaatschappij, maar dit wordt dan een kwestie van vrijwillige overeenkomst tussen verzekeraar en de verzekerde.

4. Wat kunnen we uit deze kleine denkoefening afleiden? Deze probleemstelling kan op basis van het principe van vrijwilligheid en dus volgens het Libertarisch principe opgelost worden. Betekent dit echter ook dat dit veralgemeenbaar is en elke probleemstelling tussen mensen op deze wijze opgelost kan worden? Dit zou zeer wenselijk zijn en vermoedelijk is dit ook zo. Het probleem zit hem echter hierin dat een oplossing volgens het Libertarisch principe niet altijd evident is. Of dat er verschillende mogelijke oplossingen zijn. Dwangmaatregelen uitwerken, de actueel blijkbaar meest verspreide methode, schept echter nog meer problemen om de doodeenvoudige reden dat het steeds de betrokkenen zelf zijn welke het best kunnen uitmaken wat de noodzakelijke actie is. Op basis van vrijwilligheid uiteraard!

5. Beschouw nu even de volgende, minder duidelijke probleemstelling: Chemico een fabrikant, ontwikkelt een klein chemisch virus waarmee bijna alle koolwaterstoffen in voedzame proteïnen omgezet kunnen worden met een zeer hoog rendement en bijna zonder energieverbruik. Het wereldvoedselprobleem is in de kortste tijd de wereld uit. Het virus van Chemico is als de uitvinding van het vuur voor de mens miljoenen jaren geleden. Enkele exemplaren van het virus zijn echter ontsnapt uit het labo. Pas na enkele jaren wordt dit merkbaar. Overal ontstaan er zich snel uitbreidende plekken die alle groene planten transformeren in een grijze massa proteïnen. Wat nog erger is, enkele virussen hebben zich getransformeerd en hebben zich gespecialiseerd in het omzetten van dierlijke vetstoffen. Geen enkele remedie blijkt er tegen deze kwalen te vinden te zijn. Na enige tijd is alle leven op aarde bedreigd. Het virus zal de laatste overlevende blijken te zijn. De lezer weze gerustgesteld, voor zover mij bekend, is bovenstaand verhaal zuivere fictie.

Vraagstelling: Wie is hiervoor verantwoordelijk, en hoeveel bedraagt het schadebedrag? Eerlijk gezegd, het antwoord is mij onbekend. Het enige waarmee ik op de proppen kan komen, is dat hier in feite de ganse mensheid verantwoordelijk is en dat praten over een schadebedrag zinloos is aangezien er toch geen overlevenden zijn.

6. Bovenstaand voorbeeld heb ik opzettelijk zo scherp gesteld om de problematiek duidelijk te maken. Het kon nog scherper door b.v. te stellen dat het pas na duizend jaar was dat men de gevolgen van het ontsnappen van het virus kon merken. Dit verhaal is heel wat sterker en ongeloofwaardiger dan het verhaal dat we vandaag wel ten dele kennen, nl. dat van de gevolgen van de verbranding van koolwaterstoffen. Dat proces is gestart toen de mens het vuur is gaan uitvinden. De laatste 100 jaar (+/-) is dit proces zo versneld dat de gevolgen ervan meetbaar geworden zijn. De kooldioxide zorgt voor een serre-effect waardoor de aarde langzaam verwarmt. De zwavel- en stikstofoxides veroorzaken zure regen en niet-totaal verbrande deeltjes (minuscuul roet) zijn kankerverwekkend (zoals bij het roken van sigaretten). De mensheid is weliswaar niet direct bedreigd maar zijn ecologisch milieu ondergaat een schoktherapie. Sommige planten en dieren sterven uit.

Vraagstelling: Wie is hier verantwoordelijk en hoeveel bedraagt het schadebedrag? Wie is de begunstigde? Is dit wel een hond-bijt-mens probleem? Mag men stellen, dat dit hier een probleem is waarbij de mensheid zowel de schade veroorzaakt als ondergaat, de mensheid hier het recht heeft preventief op te treden? Dit zou dus consistent zijn met het Libertarisch beginsel. Is dit proces in feite al niet gaande? De welwillende lezer wordt verzocht zijn antwoord via de redactie van de Vrijbrief over te maken. Vooraleer hierover zijn hersens te pijnigen, vraag ik hem de tekst van Seattle te lezen. Uitgesproken in 1855. Met of zonder godsbegrip Libertarisme avant-la-lettre.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Verhulst, Eric, topic: Verhulst, Eric, Libertarische theorie, Vrijbrief 83/84 (januari/februari 1985)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.