woensdag, 9 juni 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Leef libertarisch


Een kenmerk van alle politieke stromingen is dat ze hun invloed willen uitbreiden. Ook het libertarisme zoekt meer belangstelling en invloed, en ventileert via pers, voordrachten en andere methoden haar gedachten.

Als vanouds is het thema hierbij: “Minder overheid”, en dat in alle vormen en toonaarden. De overheid wordt in de libertarische visies als de grote boosdoener afgeschilderd, waarschijnlijk terecht. Wanneer we echter de vraag stellen of je met dit te constateren voldoende argument hebt om de massa’s te overtuigen, blijkt het antwoord: “Nee”.

De belangrijkste reden hiervoor is dat de man-in-de-straat nauwelijks iets van die overheid merkt waar de libertariërs zo enthouasiast tegen aan schoppen. Verder is de gewone man gewend aan regelgeving, hij wil niet eens zonder, behalve dan dat ene kleine uitzonderingetje waar hij op het moment last van heeft. “Regels moeten er zijn, zeker in een tijd met zo’n enorme bevolking. Het wordt toch een puinhoop wanneer iedereen maar raak kan doen.”

Rand heeft gelijk wanneer zij stelt dat heersers machteloos zijn wanneer de slachtoffers hun medewerking weigeren. Probleem is alleen dat de meerderheid dit niet doet. En de reden hiervoor is weer dat de heersers de geboden hebben versluierd en alleen de verboden ervaren worden, meest zinvolle als verkeersregels of maatregelen om de rivieren en de lucht schoon te houden. Wat hij verder van de overheid merkt, is voornamelijk het ontbreken ervan als ze nodig is, als hij ontslagen wordt, wanneer er weer iemand wordt gekidnapt of wanneer hij een huis wil huren. Taken die hij bij de heerser legt. Bijna iedereen wil dan ook meer, of minstens een beter werkende overheid.

Daar ligt het probleem, de meeste mensen leggen taken bij de regenten, klagen als ze deze niet naar wens uitvoeren, en vergeten dat je als belanghebbende veel beter zelf actief kunt worden. Je creëert zelf werk (behoefte aan hulp = werk, is er voldoende), je bouwt zelf een huis. Net zoals je probeert te ontsnappen als je wordt gekidnapt. Is dat niet inconsequent, dat je dan niet wacht tot de verantwoordelijke regenten te hulp komen?

Mier ligt een aanknopingspunt. Er zijn nog steeds zaken die iedereen zelf ter hand neemt, zonder op God of wetgever te wachten. Het is interessant eens te onderzoeken onder wat voor omstandigheden dit het geval is en eens te kijken of langs deze weg de eigen verantwoording van de Westerling verder is op te krikken. Die eigen verantwoording blijft namelijk het zwakke punt in de hele verbreiding van het libertarisme. Enerzijds willen de meeste mensen die verantwoording niet nemen – je maakt ongetwijfeld fouten en kunt op het matje worden geroepen en tegelijk ontbreekt het vertrouwen in de ander en gelooft men niet dat die ander ook probeert het zo goed mogelijk te doen. Zo maakt b.v. iedereen zich druk over opvang van invaliden en zwakzinnigen. Dit betekent toch dat vrijwel iedereen het erover eens is dat ook hij hiervoor verantwoordelijk is. De zorg dat dit zonder overheid niet functioneert is dus onterecht.

Zoals de samenleving nu functioneert is deze angst echter gegrond. Je moet om rechten bedelen (ook die zwakzinnigen: hun familie dus) en als je niet hard genoeg bedelt gaat een ander met de schaarse rechten strijken. Bij een regentenmaatschappij zijn rechten schaars, de voorhanden rechten worden verdeeld. Wanneer je echter zelf rechten creëert, zoals in een libertarische samenleving, is daaraan geen tekort. Zelfwerkzaamheid, niet afwachten of een ander je in je wensen tegemoet komt, maar zelf de hand aan de ploeg slaan, creëert rechten die anderen niet schaden. Waarom ook libertariërs die betere samenleving via de politiek willen scheppen is mij dan ook onduidelijk. Je hebt alleen je directe leefomgeving nodig om libertarisch te leven. Of moeten we die anderen tegen hun wil en inzicht redden?

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Stekenburg, Louis van, topic: Stekenburg, Louis van, Persoonlijke vrijheid, Vrijbrief 119/120 (januari/februari 1988)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.