woensdag, 9 juni 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Libertarische denkers: Ayn Rand (3 – slot)


Maatschappijvisie

Aan de basis van Ayn Rand’s maatschappijvisie ligt een theorie van rechten, meer bepaald een axioma: geen mens heeft het recht als eerste geweld te gebruiken tegen een ander mens. Vooraleer daar iets meer over te zeggen (en een eventuele grondige bespreking moeten we helaas ook hier voor een andere gelegenheid houden) wil ik alvast benadrukken dat ik sympathiseer met deze uitspraak (zoniet zou ik geen libertariër zijn). De vraag is of ik het er ook, zoals ze geformuleerd is, mee eens kan zijn. En hier moet ik dan de “methodische domheid” toepassen en verklaren dat ik niet begrijp wat “rechten” betekenen. In elk geval is het praktisch een weinig bruikbaar begrip. Het zal op een overvaller weinig indruk maken. Op je opmerking dat hij geen recht heeft je te beroven zal hij wellicht – als hij wat zin voor humor heeft – beleefd antwoorden dat hij het er volledig mee eens is, maar dat hij helaas haast heeft en of je hem dus maar vlug je geld wilt overhandigen. De vraag of er andere dan rechtsfunderingen zijn voor een vrije maatschappij en wat de sterkte ervan is moeten we voorlopig openlaten.

Indien de manier waarop Ayn Rand de vrije maatschappij fundeert mij dus niet bevredigend lijkt, zijn haar beschrijving van die maatschappij en haar conclusies inzake bepaalde problemen als onderwijs (geen rol voor de staat), belastingen (afwezigheid ervan), dienstplicht (idem) enz… dat des te meer. Veel van wat ze daarover schrijft is sedertdien vanzelfsprekend geworden voor libertariërs en klinkt dus niet meer zo verrassend, maar men mag niet vergeten dat dit grotendeels dank zij haar komt. Zij was een van de eersten om het allemaal te zeggen. Ook vind ik haar neiging om eerder gelijk te willen hebben dan te krijgen verfrissend, m.a.w. ze zegt het allemaal zeer ongezouten en zwakt haar stellingen niet af in de hoop daardoor wat goedkope populariteit te verwerven. Ik kan dit vooral appreciëren in het licht van sommige recente tendensen (o.a. de Clark-campagne voor het presidentschap) om nogal veel water in de wijn te doen.

In dit verband kan ik niet nalaten even een probleem aan te raken dat me sterk boeit, hoewel het misschien slechte zijdelings met ons onderwerp verband houdt: het probleem van “populisme” contra “elitarisme” binnen de libertarische beweging, anders gezegd de vraag of wij, bij onze strijd om het veroveren van de vrijheid, kunnen betrouwen op de “libertarische instincten van de massa’s” die onderdrukt worden door autoritaire leiders, dan wel of precies de massificatie een van de grootste gevaren voor de vrijheid vormt. De Radical Caucus van de Libertarian Party (met Murray Rothbard als vooraanstaande figuur) speelt openlijk de populistische kaart, terwijl Ayn Rand duidelijk aan de elitaire kant staat. Men vindt dit probleem uiteraard ook buiten de libertarische beweging terug, met name bij de conservatieven, waar Newsweek-columnist George Will een hevige elitarist is terwijl de New Right figuren van het type Moral Majority populisten zijn. Uiteraard betreft het hier een complex probleem, maar ik zou geneigd zijn me eerder aan de kant van Rand dan van Rothbard te scharen.

Jammer genoeg moet ook hier ons loflied op Ayn Rand tamelijk vlug onderbroken worden wanneer we een van de problemen aanstippen waarover de libertarische beweging vanaf het begin verdeeld is geweest: de vraag of de staat alleen maar beperkt moet worden dan wel totaal afgeschaft. Ayn Rand is voorstander van de beperkte staat. Dit is niet mijn mening maar wat dan nog. De helft van de beweging deelt mijn mening niet. Waar het om gaat is dat de meeste libertariërs met dit meningsverschil hebben leren leven. Het brengt alvast de zekerheid dat men op libertarische bijeenkomsten nooit gespreksstof tekort zal komen En voor het overige belet het hen niet samen te ijveren in wat ze voor 95% als dezelfde richting beschouwen. Niet zo uiteraard bij Ayn Rand. Met wat ik helaas typisch objectivistisch fanatisme moet noemen wordt de zaak niet alleen afgedaan met vrij povere argumenten, maar krijgen bovendien de tegenstanders van haar stelling enkele beledigingen naar het hoofd geslingerd als premie.

Positiever kan ik dan weer staan tegenover haar ideeën over buitenlandse politiek. In tegenstelling tot wat jammer genoeg het meerderheidsstandpunt onder de libertariërs geworden is, schat zij de communistische dreiging op haar werkelijke waarde en is zij voorstander van aangepaste maatregelen ertegenover. Merkwaardig is tenslotte wel het volgende: voor iemand die het non-agressiebeginsel zo duidelijk als basis van de maatschappij neemt, houdt zij er verbazend weinig rekening mee bij het bepalen van haar standpunt inzake zeer concrete problemen. In een essay over de studentenrevolte in de jaren ’60 wordt nergens gesuggereerd dat het feit of een bepaalde universiteit al dan niet staatseigendom is enig verschil zou kunnen maken voor de houding die men ertegenover moet aannemen. En in een commentaar op de toestand in het nabije oosten verklaarde zij dat wij Israël moesten steunen tegen de Arabieren, omdat Israël beschaafd was en de Arabieren primitief. En mochten die beschaafden nu eens agressief zijn en die primitieven niet? (Ik beweer niet dat het zo is, alleen dat de vraag gesteld moet worden.) Wie heeft verantwoorde eigendomstitels in het gebied en wie heeft ze geschonden? Van wie is grosso modo de agressie uitgegaan en wie kan beschouwd worden zich in een toestand van zelfverdediging te bevinden? Dergelijke vragen zijn elementair voor een libertariër en dienen te worden gesteld bij het bepalen van zijn standpunt over om het even welk actueel probleem.

Kunnen we zeggen dat we rond zijn? Zelfs al werd gepoogd iets vollediger te zijn dan tot nu toe bij andere denkers het geval was, toch blijft het geheel fragmentarisch. Mensen die het met het grotendeels kritische beeld dat hier getekend werd niet eens zijn zullen uiteraard geneigd zijn te beweren dat opzettelijk belangrijke zaken weggelaten of vervormd weergegeven werden. Zij worden uitgenodigd aan te tonen hoe en waar dit is gebeurd.

Een conclusie? Zij vloeit bijna automatisch voort uit wat voorafging. Indien het libertarisme enkele aanhangers rijker kan worden via de lectuur van Ayn Rand’s romans “Atlas Shrugged” of “The Fountainhead” vind ik dat prima (en in de V.S. is dat duidelijk vaak het geval). Op bepaalde detailpunten kan ik haar visie zelfs appreciëren. Toch moet ik tegenover het geheel van haar filosofie afwijzend staan. Ook de steeds halfuitgesproken conclusie dat al wie het met die filosofie niet eens is, ofwel aartsdom ófwel moreel slecht moet zijn acht ik verwerpelijk.

Mijn conclusie zal die van Roy Childs zijn (die ooit eens van “The Objectivist” het bericht ontving dat zijn abonnement was opgezegd omwille van een artikel dat hij in een ander tijdschrift had gepubliceerd!): Indien vrijheid ongetwijfeld het eerste beginsel van het libertarisme is en moet blijven moet tolerantie het tweede zijn.

Commentaar redactie

Wij hebben veel lof ontvangen over deze uitstekende beschouwingen over Ayn Rand, en we geven deze gaarne door aan de schrijver. Uiteraard zijn niet alle lezers het met alle, opmerkingen van de heer Guy de Maertelaere eens. Wij willen proberen deze lezers zo snel mogelijk aan het woord te laten. Wilt u daarom uw (eventuele) commentaar zo snel mogelijk aan ons opsturen, zodat wij het in een van de volgende Vrijbrieven kunnen publiceren.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Maertelaere, Guy de, topic: Maertelaere, Guy de, Personen, Vrijbrief 47 (januari 1982)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.