woensdag, 9 juni 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Mythe 4 – De dollarkoers is overgewaardeerd, waardoor de importprijzen kunstmatig laag zijn


FEIT: De dollarkoers kan niet overgewaardeerd worden

Als de dollarkoers hoger is ten opzichte van andere buitenlandse betaalmiddelen zullen de prijzen van importgoederen lager zijn, dan wanneer de koers minder hoog is. Dit is het enige greintje waarheid in deze mythe. Voordat de prijs van wat dan ook, met inbegrip van de dollar, te hoog of te laag genoemd kan worden, zal men eerst de ‘juiste’ prijs moeten kennen. De ‘juiste’ prijs ergens voor is de prijs, die wordt bepaald door vraag en aanbod.

Dit is nu precies wat er met de dollar gebeurt als er geen vaste koersafspraken bestaan. De prijs van de dollar uitgedrukt in andere valuta kan op en neer gaan en veranderingen op de markt zijn de voornaamste invloeden, die de waarde van de dollar beïnvloeden. Uitspraken over wat de waarde van de dollar ‘zou moeten zijn’ slaan nergens op; de dollar is precies dat waard als de hoeveelheid goederen die er op de markt voor gekocht kunnen worden.

Men voert soms wel eens aan dat de waarde van de dollar bepaald zou moeten worden aan de hand van een bepaalde historische standaardwaarde. De waarde van de hedendaagse dollar wordt vaak vergeleken met die in 1890, maar er wordt nooit uitgelegd waarom historische ruilwaarden de standaard moeten bepalen. Zoiets wordt namelijk nooit gedaan met prijzen van andere artikelen. Zo zal er bijvoorbeeld niemand durven beweren dat de prijs van een liter benzine ondergewaardeerd is vergeleken bij 1980 of dat een pond gehakt te hoog overgewaardeerd is omdat het heden ten dage meer kost dan in 1965. Dit zijn namelijk zinloze vergelijkingen. Ze berusten op het idee dat prijzen van goederen gekoppeld moeten zijn aan de waarden in een willekeurig gekozen jaar.

Door de huidige koers van de dollar te vergelijken met die in een of ander jaar en daaruit te concluderen dat de koers overgewaardeerd is, wordt de geschetste onlogische gedachteontwikkeling alleen maar verergerd. Zolang de koers van de dollar vrij is om zich aan vraag en aanbod aan te passen, is de huidige waarde precies de juiste voor de huidige omstandigheden, zoals die het ook was voor voorbije gelegenheden. Afgezien van welke redenering dan ook zijn deze vergelijkingen zeer misleidend. Heel vaak worden vergelijkingen gemaakt met de dollarkoers in 1980. Er wordt slechts zelden op gewezen dat vanwege de hoge inflatie in de Verenigde Staten de koers van de dollar in 1980 op een absoluut dieptepunt was beland na in de zeventiger jaren gestaag gedaald te zijn (zie fig. 4). In de zeventiger jaren was de koers van de dollar ten opzichte van de Japanse Yen in feite hoger, dan nu. Zou die datum als standaard gebruikt worden, dan zou de dollar (alweer t.o.v. de Yen) in 1985 in niet geringe mate ondergewaardeerd zijn.

Zo goed als de dollar niet overgewaardeerd kan zijn, net zo min kunnen de prijzen van de binnen- en buitenlandse goederen op een kunstmatige manier hoog of laag zijn. De prijzen van deze goederen – indien er GEEN reguleringen in het geding zijn – zijn een afspiegeling van de markt van vraag en aanbod. Eén van de voorwaarden daarvoor is de ruilwaarde van de dollar.

Vergelijkingen tussen de waarde van de dollar in 1980 en de huidige waarde zijn misleidend daar de waarde van de dollar in 1980 naar het laagste punt van de afgelopen 15 jaar zakte.

Veranderingen in het handelsverkeer tengevolge van veranderingen van het ruilwaarden zijn zaken, die de overheid niet moet trachten tegen te houden or te ‘corrigeren’. De mogelijkheid van zulke veranderingen is één van de bekende onzekerheden van de im-en exporthandel. Protectionistische maatregelen met het oogmerk om ‘alleen maar’ de koersschommelingen op te vangen zullen echter alleen maar de internationale geldmarkten verstoren.

Dit is een duidelijk voorbeeld hoe de markt voor zichzelf kan zorgen. Zou de dollar tot een niet te dragen hoogte stijgen, dan zullen vanuit het buitenland meer goederen in Amerika worden afgezet en zullen er meer dollars beschikbaar zijn op de valutamarkten. Hierdoor zakt de koers van de dollar en daardoor zijn geïmporteerde goederen niet goedkoop meer. Hoe hoog een acceptabele stijging is kan uitsluitend worden bepaald door de vrije markt haar werk te laten doen. Het systeem van de schommelende koerscorrecties zal – hoewel verre van perfect – de markt veel minder ontwrichten dan een ingrijpen in de koersbepaling.

Ironisch genoeg zullen handelsbeperkingen de waarde van de dollar doen TOENEMEN. Als men van mening is dat de koers van de dollar op de wereldmarkt te hoog is, dan moet men geen maatregelen aanbevelen die de hoeveelheid dollars op deze markt verminderen. Dat zou de dollarkoers juist omhoog stuwen, doordat deze op de buitenlandse valutamarkten steeds schaarser worden.

Importbeperkingen zouden nu juist dat effect te weeg brengen. Amerikanen zouden met een slinkend dollaraanbod minder importgoederen kopen, wat weer zou leiden tot een slinkend dollaraanbod op de internationale markten en dat zou weer leiden tot een hogere koers als afspiegeling van die schaarste.

Zelfs al zouden zorgen om de dollarkoers op juiste uitgangspunten berusten, dan nog zou importbeperking NIET productiebevorderend zijn.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Onbekend, topic: Onbekend, Economie, Vrijbrief 121 (maart 1988)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.