woensdag, 9 juni 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Mythe 5: Tekorten op de betalingsbalans zijn slecht voor de economie


FEIT: Handelsstatistieken zijn misleidend

Het idee, dat handelsverkeer schadelijk is voor de mensen is volslagen verkeerd, omdat vrijwillige ruil(-handel) beide partijen ten goede komt. Het zou alleen waarheid zijn als mensen beter uit zouden zijn met dollars in plaats van met tastbare bruikbare bezittingen. Het gebruik van handelsstatistieken berust op de gevolgtrekking dat geheel onafhankelijke transacties “bij elkaar opgeteld” kunnen worden om daarmee overschotten of tekorten te kunnen ontdekken. Deze werkwijze is echter onjuist.

Stel dat in dezelfde maand Mijnheer Jansen voor $ 3,000.- een Japanse computer koopt en een Mijnheer Pieterse voor $ 2,000.- mestvarkens aan de Japanners verkoopt. Beiden hebben ze voordeel van de transactie, maar samengeteld wordt er geconcludeerd, dat Jansen en Pieterse een tekort op de betalingsbalans van die maand hebben geboekt van $ 1,000.-. De vraag is dan waar precies bevindt zich dit tekort en wie hebben het dan?

Het is voornamelijk een boekhoudkundige gedachtenschim, die ons op zichzelf heel weinig vertelt over de economische toestand.

Het nationale boekhoudkundige systeem kan gedeeltelijk de schuld gegeven worden voor de onjuiste ongerustheid met betrekking tot de betalingsbalans.

Daarbij wordt voor de bepaling van het Bruto Nationaal Product (B.N.P.) – een statistisch gegeven, dat door sommige economen wordt gebruikt voor het bepalen van de economische situatie van het land ‘export’ (het binnenkrijgen van dollars) als een positieve post geboekt en ‘import’ (het overdragen van dollars naar het buitenland) als een negatieve.

Op die manier zal het B.N.P. toenemen als er meer geëxporteerd wordt dan geïmporteerd.

Het BNP is echter een zeer slechte aanwijziging van het al of niet gezond zijn van de nationale economische toestand. Het is niet meer dan een maatstaf voor de waarde van de dollar voor goederen en diensten in het eigen land, voor een bepaald tijdsbestek.

Om een inzicht te krijgen waarom het gebruik van het BNP als een maatstaf voor de gezondheid van de nationale handel-en-wandel op problemen stuit moet men zich een situatie voorstellen waarbij alle goederen en diensten die wij verbruiken, gratis door een of andere vreemde natie worden afgestaan, terwijl daarentegen in het eigen land daar geen productie tegenover gesteld wordt.

Het BNP zou helemaal tot O teruglopen, maar wij zouden er heel wel wat beter op geworden zijn. Wij zouden dezelfde levensstandaard houden zonder ons de inspanning ervoor te getroosten, die er vroeger voor nodig was.

De schrijver Stuart Chase gaf blijk een juiste kijk te hebben op deze materie toen hij in 1945 schreef: „De spullen, die wij als natie voortbrengen, plus de spullen, die wij importeren, minus de spullen, die wij exporteren, zijn een maatstaf voor de levensstandaard”. Er is helemaal geen reden aan te voeren waarom de handel tussen twee naties in “evenwicht” zou moeten zijn. De bevolking van de Verenigde Staten is twee keer zo groot als die van Japan. Zelfs als de Japanners naar verhouding net zoveel Amerikaanse goederen zouden kopen als nu door de Amerikanen Japanse producten worden gekocht dan nog zou de V.S. een tekort op de betalingsbalans met Japan hebben. Er is helemaal niets bijzonders of schadelijks als een grotere natie meer producten koopt van een kleiner land. Er blijkt tenslotte ook in de geschiedenis nergens een bewijs te vinden dat de mening staven kan dat tekorten op de betalingsbalans vaak samen gegaan blijken te zijn met periodes van snelle economische groei en een uitbreiding van de werkgelegenheid. De huidige economische opleving is geen uitzondering. In fig. 5 wordt aangetoond, dat de huidige opbloei niet zwakker is naar standaardmaten gemeten dan voorgaande oplevingen in de V.S. toen er geen tekort op de betalingsbalans was – zelfs in die perioden waarin de V.S. geen “betalingsproblemen” had! Sinds 1980 werden in de Amerikaanse economie meer dan 9 miljoen nieuwe arbeidsplaatsen gecreëerd, terwijl er elk jaar een tekort op de betalingsbalans ontstond.

Figuur 5: Het huidige economische herstel is niet zwakker, bij gelijke beoordelingsmaatstaven, dan de vorige herstelperioden, perioden waarin de V.S. niet aan “handelsperikelen” leden.

In de grafiek:

Vier herstelperioden febr. 60 tpt okt. 63 nov. 70 tot juli 73 mrt. 75 nov.77 nov.82 tot juli85
B.N.P. +13.8% +15.1% +15.1% +13.0%
Groei werkgelegenheid +4.0% +7.9% +9.8% +7.7%
Handelsbalans (in miljarden) +$7.3 +$11.4 -$0.4 -$93.4

Bron: Center for International Business Cycle Research.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Onbekend, topic: Onbekend, Economie, Vrijbrief 122 (mei 1988)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.