donderdag, 10 juni 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Reaktie op Libertarische Verdedigingspolitiek van Stefan Blankertz


Met het hele stuk kan ik het redelijk eens zijn, behalve met punt 2. Op grond van het libertarische principe dat eenieder absolute verantwoordelijkheid voor eigen daden oplegt, moet het gebruik van wapens die iedereen in een bepaald gebied doden, verboden worden. Bij gebruik van zulke wapens worden er immers ook onschuldigen gedood.

Dit is ethisch gezien een mooi standpunt, maar in de praktijk natuurlijk contraproductief. Over het hoofd wordt gezien, dat oorlogvoeren in de praktijk altijd degenereert: dat kan ook moeilijk anders, omdat er veel op het spel staat: nl. de vrijheid. Het is een zaak van winnen of verliezen: verliezen we, dan verliezen we ook onze vrijheid. Dat risico mag niet gelopen worden. In de praktijk blijkt dat oorlogen nimmer gewonnen worden door partijen die er fraaie ethische standpunten op na houden, maar alleen en uitsluitend door die partijen die 1e de vaste wil hebben om te winnen en 2e de bereidheid hebben om alle soorten wapens in te zetten.

WO II is gewonnen door o.a. de USA omdat bij het voeren van de oorlog geen politieke/ethische beperkingen waren opgelegd en omdat men bereid was ALLES te doen om de oorlog te bekorten. Ook het gooien van 2 kernbommen. Diezelfde USA verloren de oorlog in Vietnam omdat 1e niet de echte wil aanwezig was bij de politieke leiding om die oorlog te winnen (te winnen in de kortste tijd met de minste kosten en de minste verliezen aan eigen kant) en 2e de militairen zodanig werden beperkt in hun manier van strijden, dat ze alléén maar konden verliezen. De generaals kregen een verbod om N-Vietnam zelf te bezetten; ze kregen een verbod om kernwapens te gebruiken; ze kregen zelfs een verbod om de 200 belangrijke militaire doelen in N-Vietnam te bombarderen met conventionele bommen. Dit laatste is pas na de oorlog bekend geworden!

De Amerikaanse bommenwerpers mochten wel buitenwijken van Hanoi bombarderen, maar niet de Vietnamese commandocentra, militaire opslagplaatsen, militaire reparatiewerkplaatsen, opleidingcentra, etc. Men mocht enorme hoeveelheden munitie en explosieven verbruiken, maar een fractie van die hoeveelheid in de vorm van een enkele kernbom, dat mocht niet. Gezien de middelen die de USA ter beschikking hadden, was het militair uitschakelen van N-Vietnam in een paar weken mogelijk, ALS de generaals op een redelijke manier de vrije hand hadden gekregen. Maar die kregen ze niet – ze mochten alleen doorgaan met een zinloze strijd, zinloos omdat op deze manier de nederlaag – ofwel het VERLIES VAN VRIJHEID – al bij voorbaat vaststond.

De oorlog in Afghanistan laat het tegendeel zien: hoewel de uitgangspunten van de Sovjets 300% anti-libertarisch zijn, het land veel groter is en het aantal sovjetmilitairen globaal slechts 25% van de Amerikaanse macht destijds in Vietnam, kunnen de Russen in Afghanistan niet verslagen worden, integendeel: langzaam maar zeker wordt het verzet verslagen, o.a. omdat de Russen alle methoden gebruiken die zij nodig achten: bv. uithongering van de burgerbevolking, gevolgd door massale ontvolking van hele streken, waardoor elke basis voor het verzet onmogelijk wordt. Als het Afghaanse verzet zou beschikken over kernwapens (daar is Stefan Blankertz tegen) dan zouden de grote Sovjetluchtmachtbases die nu voor het verzet onaantastbaar zijn, snel zijn uit te schakelen. Er zou een periode komen van vele maanden waarin de Sovjets geen luchtoverwicht meer zouden hebben, met als resultaat de mogelijkheid voor het verzet om grote operaties uit te voeren zonder nog bang te hoeven zijn voor Sovjetstraaljagers, bommenwerpers en helikopters. De hele situatie zou voor de Sovjets drastisch veranderen.

De meeste libertariërs verschillen van anderen doordat zij logisch denken en verder doordenken dan anderen; logisch denken betekent ook uitgaan van de lessen uit de praktijk, zowel uit het heden als uit het verleden; oorlog voeren is een kwestie van macht en niet van principes. Helaas.

Wat betreft een eventueel uittreden uit de NAVO, van een land als Nederland of W-Duitsland: dat zou wel kunnen, maar alléén als men bereid is om een conventionele verdediging op te bouwen naar het voorbeeld van Zwitserland en Zweden: dus met zeer grote civiele verdediging. De bodem van een land als Nederland is daar niet erg geschikt voor, nog afgezien van het feit dat Nederland veel te klein is. In combinatie (verdrag!) met West-Duitsland en evt. Zwitserland en Zweden zou zoiets misschien wel kunnen.

Het knelpunt is echter het geld: Nederland is niet eens bereid tot een efficiënte opzet van zijn conventionele strijdkrachten; aan defensie wordt al minder besteed dan aan de rente op de staatsschuld; van het beschikbare geld is bovendien een groot deel nog weggegooid (Walrus etc.) Nee, laten we voorlopig maar gewoon lid blijven van de NAVO. Dat is voorlopig de beste garantie voor het beetje vrijheid dat we nog hebben.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Schenkels, Martin, topic: Schenkels, Martin, Libertarische theorie, Vrijbrief 86/87 (april/mei 1985)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.