woensdag, 9 juni 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Utopie 1 – de utopie van het echtpaar Myrdal: sociale-rassenhygiëne


Bewerking: W. van Hulten

In 1987 overleed de Nobelprijswinnaar Economie, Gunnar Myrdal, nadat enkele jaren daarvoor zijn vrouw Alva Myrdal al was overleden. Ook in de Nederlandse pers werd in tal van artikelen zijn lof bezongen als grondlegger van de Zweedse welvaartsstaat. Minder positieve aspecten kwamen daarbij ook nu, niet of nauwelijks aan bod, zoals zijn pleidooi – in de jaren dertig – voor rassenhygiëne. Daarover verscheen van de hand van Mattias Bengtsson in ‘Ideer om Frihet’ in 1985 een artikel, waarvan hier een samenvatting wordt gegeven.

Rassenhygiëne vindt niet zoals momenteel vrij algemeen wordt aangenomen, zijn oorsprong in Nazi-Duitsland. Dat twee Zweedse Nobelprijswinnaars in de dertiger jaren ook pleitten voor rassenhygiënische maatregelen is minder bekend. Het boek ‘Kris i befolkningsfraagan’ (‘Crisis in het bevolkingsvraagstuk’) is uitgegeven in 1934 en werd geschreven door Gunnar en Alva Myrdal. Het boek ‘Kris i befolkningsfraagan’ bestaat uit acht hoofdstukken met samen ca. 300 pagina’s tekst. In het eerste hoofdstuk vinden we een historisch overzicht betreffende de wetenschappelijke en ideologische discussie over het bevolkingsvraagstuk. Het tweede hoofdstuk gaat over’algemene bevolkingstheorieën’. Myrdal gaat hier in op diverse theorieën zoals de samenhang tussen bepaalde geboortecijfers, bevolkingsgrootte en dergelijke fenomenen. Ook bekritiseert hij diverse ideeën over de puur-kwalitatieve kant van het bevolkingsprobleem getypeerd door intelligentie en sociale klasse, of erfelijkheid en milieu.

Het derde hoofdstuk geeft enige actuele tendensen van de Zweedse bevolkingsontwikkeling in de dertiger jaren. De daling van het geboortecijfers wordt vanuit verscheidene aspecten geanalyseerd. In het vierde hoofdstuk tracht hij de problemen betreffende de toekomstige bevolkingsvraagstukken aan te geven. In het vijfde hoofdstuk geeft hij een overzicht van de levensstandaard als een belangrijkste oorzaak van het dalen van het geboorteoverschot. In het zesde, zevende en achtste hoofdstuk zet hij de politieke maatregelen uiteen die vereist zijn om te verhinderen dat de bevolking zal uitsterven. Het zesde hoofdstuk bevat het voorstel tot het instellen van een ‘economisch verzorgingsplan’ dat werk en inkomsten moet garanderen.

Bevolkingskwaliteit

In het zevende hoofdstuk behandelt hij de vragen betreffende ‘de sociale politiek en de kwaliteit van de bevolking’. Myrdal stelt dat de ontwikkeling grotere eisen zal stellen aan het ‘bevolkingsmateriaal’ en dat daarom het ‘kwaliteitsvraagstuk’ steeds belangrijker wordt. Het citaat waarmee dit artikel wordt ingeleid, is te vinden in de rubriek: steriliseringsvraagstuk. Een tweede bijdrage tot verhoging van de kwaliteit is, volgens Myrdal, een verbeterde voedingstoestand, een oplossing van het probleem van de woninghygiëne, socialisering van de gezondheidszorg, veranderingen in het onderwijs zowel als rationalisering van de beroepskeuze. Het slothoofdstuk behandelt vooral de veranderingen die in het familieleven moeten plaatsvinden zodat het bevolkingsvraagstuk kan worden opgelost. De geschiedenis van het familieleven en de collectieve kinderopvoeding zijn hieruit voorbeelden.

Een letterlijk citaat uit Myrdal’s boek:

‘In dit hoofdstuk is het onze taak om vooral in de vorm van bepaalde voorbeelden een meer concreet voorbeeld te geven van de politieke maatregelen die in eerste instantie genomen kunnen worden ten dienste van een kwaliteitsverhoging van het menselijk materiaal. Op het volgende niveau ligt vanzelfsprekend de radicale wegzuivering van ernstig-gehandicapten, wat bereikt kan worden door sterilisering. Er zijn twee vraagstukken, die elkaar kruisen wat betreft de sterilisering, een rassenhygiënisch en een sociaal-pedagogisch. Het rassenhygiënisch vraagstuk is moeilijk:

Welke individuen moeten als zo onbetwijfelbaar slechte dragers van erfelijke eigenschappen beschouwd worden dat zij zich niet mogen voortplanten? Bij voorkeur zou men op deze manier alle soort lichamelijke en geestelijke minderwaardigheid in de bevolking willen uitroeien, zowel zwakzinnigheid als psychische ziekten, zowel lichamelijke ziekten als slechte karaktereigenschappen… Men komt intussen veel verder als men de tweede reden voor sterilisering mede in beschouwing neemt, de sociaal-pedagogische. Deze sociaal-pedagogische reden voor sterilisering brengt vanzelfsprekend een uitbreiding van het toepasbare gebied met zich mee en ook een gering erfelijkheidsrisico zal als grondslag voor sterilisering geaccepteerd worden….

Wat vooral de verwijdering van de ongeschikte kinderopvoeders door beperking van de voortplantingsvrijheid betreft, zal dat zeker niet zo volledig gelukken als men zou wensen. De maatschappij zal er in de toekomst toe komen er genoegen mee te nemen dat in een groter aantal gevallen de kinderen van ongeschikte ouders en daardoor van schadelijke milieu-invloeden gescheiden worden.

Zelfs na invoering van de kennis van het steriliseren en ook na een toekomstig doorgevoerde uitbreiding van deze kennis, samen met de aanvulling die in dit opzicht aangegeven is, zullen we wel rekening moeten houden met een wel bijna constante hoeveelheid imbecielen, moreel-gestoorden of in een ander opzicht erfelijk zwaar belaste individuen in de bevolking’.

Bengtsson schrijft dan zelf:

‘Voor mij is het boek ‘Crisis in het bevolkingsvraagstuk’ reeds sedert mijn schooltijd een begrip geweest. Het is zeker een van de meest bekende politieke publïkaties van naam in Zweden. Het herlezen van dit boek werd een van mijn schokkende ervaringen, zoniet de ergste. De combinatie van mijn vroegere indruk van het boek, de bekendheid van de schrijver, zowel internationaal als in Zweden, mijn kennis van de politieke stromingen van de jaren dertig in Duitsland, de werkelijke inhoud van het boek, tezamen met vooral de gebeurtenissen in het huidige Zweden, bezorgt mij steeds sterkere koude rillingen’.

Een belangrijk boek?

Ja, vooral omdat het een soort beschrijving van de toekomst geeft. Gunnar en Alva Myrdal waren invloedrijke intellectuelen, die in hoge mate de sociaal-democratische reform-politiek beïnvloeden. Een groot deel van die ideeën en praktische voorstellen die Myrdal ook een reeks ideeën over het opnemen van vluchtelingen uit andere landen: slechts de hoogbegaafden zouden toegelaten mogen worden. Voorts moest de maatschappij niet alleen het inkomen controleren maar ook de uitgaven, de wijze van wonen en ook het voldoende woonruimte hebben. Een van hun argumenten is dat homosexueel gedrag veroorzaakt wordt door een tekort aan woonruimte. Voor de opvoeding van kinderen moet men getraind personeel hebben. Als een vrouw een aangeboren aanleg voor het opvoeden van kinderen heeft, dan moet ze daarin verder getraind worden en de zorg voor 8 tot 10 kinderen krijgen. In het artikel van Mattias Bengtsson, waarvan dit een samenvatting is, trekt Mattias parallellen tussen de situatie in het huidige Zweden en de theorieën van het echtpaar Myrdal. De overeenkomsten zijn soms angstaanjagend. Wel wordt de boodschap van de welvaartsstaat in een andere verpakking gebracht.

‘Zij die tegenwoordig de collectivistische oplossingen verdedigen, gebruiken als regel het individualistische argument: ‘Wij moeten weten wat u doet, zodat we u kunnen helpen als u in moeilijkheden komt!’

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Onbekend, topic: Onbekend, Allerlei, Vrijbrief 128/129 (oktober/november 1988)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.