vrijdag, 17 juni 2005
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

De 2 van Breda … de 85 van de Tweede Kamer … en de 10 van de regering


Drs. J. Smid, Rotterdam, 27 januari 1989

Op 27 januari 1989 zijn twee oorlogsmisdadigers, die jarenlang door de Nederlandse overheid zijn vastgehouden, vrijgelaten en teruggezonden naar Duitsland.

Tezamen met de kwestie of en eventueel wie van de regering op de begrafenis van Hirohito acte de présence zal geven, heeft het opnieuw voorstellen “de Twee van Breda” vrij te laten veel wonden opengereten en veel herinneringen en leed bij grote delen van de bevolking op doen wellen. Vermoedelijk dacht het kabinet: de Hirohito-kwestie heeft veel beroering teweeg gebracht; de vrijlating van de twee kan er wel bij.

Het voorstel tot vrijlating werd in de Tweede Kamer door 85 leden gesteund en door 55 leden, tevergeefs, bestreden. Enkele argumenten die gehoord zijn om de twee vrij te laten:

- voorkomen dat iedere keer opnieuw de vraag “of ze vrij gelaten moeten worden” wordt gesteld;

- schop ze uit Nederland, dan zijn wij ze kwijt;

- laten we niet langer belasting betalen voor onderhoud, verzorging en gevangenhouding van deze twee.

De dagen voor de Tweede Kamer’s besluit, de dag zelf en sindsdien hebben velen opnieuw de pijn, ellende, woede en verdriet gevoeld die samenhingen met de Tweede Wereldoorlog en wat mensen is aangedaan door de Nazi’s.

Op Radio Rijnmond waren meerdere luisteraars te horen die zeiden ziedend te zijn op de regering en voorgoed alle vertrouwen in de overheid te hebben verloren.

Dit is voor een Libertariër geen verrassende gedachte. Integendeel. De geschiedenis staat bol van de wapenfeiten en historische data betreffende geweld tegen mensen, veelal door/dankzij/ondanks overheden begaan.

Het was een overheid die de ellende van de Tweede Wereldoorlog initieerde. Het was een Britse overheid die een Britse stad liet bombarderen om daarmee te voorkomen dat Duitsland zou weten dat haar geheime code gebroken was. Het was een Amerikaanse overheid die de Oost-Europese landen aan de Sovjet Unie verkocht. Genoeg over over(bodig)heden.

In het volle besef voorbij te gaan aan de hevige gevoelens van verdriet en woede, samenhangend met de kwestie van de twee van Breda, wil ik in dit artikel de principes duidelijk maken.

Hoe zou je vanuit de Libertarische filosofie de kwestie van de Twee van Breda analyseren?

Allereerst: een ieder die geweld initieert verspeelt daarmee het recht op zijn eigen leven. Dit vloeit voort uit het Libertarisch axioma: respect voor ieder individu, voor zijn leven, vrijheid, en eigendom. Het axioma houdt logischerwijs het Libertarische gebod in: geen geweldsinitiëring (noch dreigen daarmee): Thou shalt not aggress.

(De mate van straf is een andere kwestie, evenals welk belang aan bijkomende factoren, zoals milieu, psychische gesteldheid e.d. gesteld wordt).

Oorlogsmisdadigers is een vreemd begrip. Geïmpliceerd wordt dat je gewone oorlogsvoering hebt en misdadige oorlogsvoering. Er zijn meestal grote verschillen in de mate van ellende die veroorzaakt wordt, maar het feit blijft: ieder oorlog heeft geweldsinitiëring betekent. De twee van Breda hebben zich in ieder geval schuldig gemaakt aan zeer grote geweldsinitiëring, buiten het oorlogsgebeuren alleen al. Hun recht op leven hadden ze daarmee verspeeld. Ze hadden rechtsgeldig gedood kunnen worden (en moeten worden). Dat is toen niet gebeurd; gratie werd verleend. Vervolgens zijn ze tientallen jaren in bewaring gehouden, waarbij voor voedsel, (medische) verzorging, warmte, bescherming, enz. is gezorgd.

De Libertarische rechtsfilosofie stelt verder dat iemand die geweld heeft geïnitieerd zijn slachtoffer moet vergoeden (voorzover mogelijk) voor schade ondergaan (materieel, lijfelijk, en psychisch). Dit laatste is zeker niet gebeurd • zelfs geen armoedige poging tot welke vorm van “goedmaking” of “vergoeding” is van die twee geëist. Het is verder belachelijk wanneer een gedetineerde niet werkt voor zijn onderhoud (ook tijdens zijn gevangenschap). Voorzover bekend hebben deze twee een “renteniersleven” geleid.

De Libertarische principes toegepast op de kwestie. Duidelijk maken hoe ze overtreden zijn door de Twee van Breda, als de 85 van de Tweede Kamer, als de 10 van het kabinet.

Het zou volgens Libertarische rechtsfilosofie haast ondenkbaar zijn dat de Twee van Breda in leven waren gelaten. Het zou volgens de Libertarische rechtsfilosofie onmogelijk zijn dat deze twee ooit vrijgelaten waren. Het was tevens ondenkbaar geweest dat anderen bestolen zouden worden (via belastingen) om deze twee zo lang en goed in leven en bewaring te houden.

Nu ze weer vrij zijn staat het een ieder vrij te doen wat hij wil met deze twee. De reacties van velen peilend waren de twee zekerder van hun leven toen ze nog opgesloten waren. Degenen die eventueel één van deze twee zou doden loopt uiteraard het risico zelf gestraft te worden met gevangenneming.

Genoeg over die twee.

Nu nog de 85 van de Tweede Kamer.

(Mijn opvattingen over politiek en overheid kan men elders vernemen). Door te kiezen voor het in vrijheid stellen van de twee zeggen de 85 een zeer grove mate van geweldsinitiëring niet (alsnog) te willen straffen. Integendeel. Impliciet betekent dit dat een (meervoudige) moordenaar grote kans loopt straf te ontgaan (laat staan dat er sprake van vergoeding zou zijn). Het principe van rechtvaardigheid, rechtsgelijkheid en rechtszekerheid werd hiermee wederom geschonden. Hiermee plegen de 85 van Den Haag nogmaals geweldsinitiëring.

En nu nog de Tien van het Kabinet.

Deze hebben voorgesteld (of hebben zich akkoord verklaard met het voorstel) de Twee van Breda vrij te laten. Hiermee hebben ze de 85 de gelegenheid gegeven en aangespoord tot goedkeuring van geweldsinitiëring.

PS Soms lijkt het alsof tegenstanders van het Libertarisme meer doen om de ongeloofwaardigheid van het collectivisme (en één van haar uitingsvormen: overheid) aan te tonen dan waar alle Libertarische acties en activiteiten bij elkaar toe in staat zijn.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Smid, Jan, topic: Smid, Jan, Commentaar, Vrijbrief 133 (maart 1989)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.