vrijdag, 17 juni 2005
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Kanttekeningen bij het frontartikel “Zondebokken” van Karel Beckman in Vrijbrief 146


Mijn reactie op het artikel van Karel is mede gestimuleerd doordat het frontartikel veelal als het “editorial” wordt gezien en daardoor als gezichtsbepalend overkomt. In dit geval dus het libertarische gezicht. Om maar meteen midden in het artikel te duiken: Karel Beckman vraagt zich af hoe het de mensheid zou zijn vergaan zonder overheden. Wat probeert Karel Beckman hiermee te zeggen? Impliceert deze zin dat we zonder een overheid helemaal nergens zouden zijn, (velen zullen er deze betekenis uithalen), of dat zonder overheid er óók wel misdaden zouden plaatsvinden? Om hieraan vastgekoppeld een andere vraag van Karel Beckman te beantwoorden: nee, alle onrechtvaardigheid in de wereld is natuurlijk niet alleen de schuld van “de staat”. Los van wat voor staatsvorm dan ook kan de ene mens behoorlijk onrechtvaardig zijn ten opzichte van de andere. Onze primitieve broeders en zusters wisten inderdaad al raad met uitbuiting, verkrachting, enz. enz.

Wat ik echter in Karel’s verhaal mis, is dat mensen in dienst van en met behulp van een overheidsapparaat oneindig veel méér kwaad kunnen doen en op veel grotere schaal dan als privé-personen. Bovendien zouden de meesten van deze overheidsdienaren, als ze niet in de anonimiteit van het amorfe staatsapparaat verscholen zaten, niet openlijk kunnen of durven stelen, moorden, enz. Iets waar overigens het gros van de bevolking d.m.v. zijn stemgedrag zijn goedkeuring aan hecht. Als logisch gevolg zal bijvoorbeeld “belasting” door de meesten beslist niet als “diefstal” wordt gezien.

Voorts schrijft Karel dat hij het wel eens is met de overtuiging van Ayn Rand dat het libertarisme geen filosofische fundamenten heeft. Wat is een filosofisch fundament?

Ik geef onmiddellijk toe dat libertarisme geen “totale” filosofie is en alleen slaat op “politiek” in de zin van: hoe gaan de mensen met elkaar om. Is dit geen “maatschappijfilosofie”? Dat de meeste libertariërs die zich richten op het verdiepen en uitbreiden van het libertarisch gedachtegoed zich vooralsnog in het buitenland bevinden, (Karel bedoelt kennelijk auteurs), mag dan waar wezen, maar er zijn dan ook veel en veel meer libertariërs buiten Nederland en België. Alleen al in de Verenigde Staten zijn er vele duizenden. Het ligt dan ook voor de hand dat daaronder zich meer schrijvers/economen/filosofen bevinden. Om slechts een naam te noemen in het verspreidingsgebied van de Vrijbrief: Frank van Dun. (Het Fundamenteel Rechtsbeginsel).

Overigens zal er in Nederland nog heel hard aan de weg getimmerd moeten worden, wil het libertarisme in Nederland en België weerklank vinden. Ik ben het helemaal met Karel eens dat met het alleen maar tegen “de staat” aanschoppen, dit beslist niet verwezenlijkt zal worden. Ikzelf ervaar ook wel eens dat de toon waarin stukjes worden geschreven, of waarop soms met niet-libertariërs wordt gediscussieerd, als agressief overkomt. Wat dan ook weer agressie oproept en beslist geen goede voedingsbodem creëert voor het libertarisch ideaal. In ieder geval denk ik dat Karel bedoeld of onbedoeld een knuppel in het hoenderhok heeft gegooid. Als dat tot resultaat heeft dat er libertariërs zullen zijn die, zoals ik, de dingen voor zichzelf nog eens op een rijtje gaan zetten, dan kan ik het artikel uiteindelijk alleen maar als positief ervaren.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Jongen, Riet, topic: Jongen, Riet, Commentaar, Vrijbrief 147/148 (juni 1990)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.