<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>
<channel>
	<title>Libertarian.nl</title>
	<atom:link href="http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief</link>
	<description>Vrijbrief Archief</description>
	<lastBuildDate>Tue, 08 Jan 2013 15:41:04 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Wie profiteert van het Clinton programma?</title>
		<link>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/wie-profiteert-van-het-clinton-programma/</link>
		<comments>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/wie-profiteert-van-het-clinton-programma/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 18 Jun 2005 04:22:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ronnie</dc:creator>
				<category><![CDATA[auteur; Browne, Harry]]></category>
		<category><![CDATA[topic; Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[vrijbrief; 316 Vrijbrief 1994/2]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.libertarian.nl/vrijbrief-archief/?p=992</guid>
		<description><![CDATA[Harry Browne is een van de kopstukken van de Amerikaanse libertarische beweging. Hij is&#8230;
Harry Browne is een van de kopstukken van de Amerikaanse libertarische beweging. Hij is auteur van &#8216;How I found Freedom in an unfree world&#8217; en is tevens bekend van zijn boeken over persoonlijk financieel management.&#8230;]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[Harry Browne is een van de kopstukken van de Amerikaanse libertarische beweging. Hij is&#8230;
Harry Browne is een van de kopstukken van de Amerikaanse libertarische beweging. Hij is auteur van &#8216;How I found Freedom in an unfree world&#8217; en is tevens bekend van zijn boeken over persoonlijk financieel management.
Onderstaand artikel is overgenomen uit het Amerikaanse tijdschrift Liberty van juni 1993 en vertaald door Henry Sturman.
Als een politicus betrapt wordt met z&#8217;n hand in de koekjestrommel, waarom denken Amerikanen dan dat hij er iets in wilde doen?
Het is onwaarschijnlijk dat veel mensen die begrijpen hoe een economie functioneert geloven dat Bill Clinton&#8217;s economische programma haar gestelde doelen zal bereiken. Het volgende staat vast:
Het programma zal het financieringstekort niet terugdringen; het financieringstekort zal toenemen.
Het zal de rentestand niet omlaag brengen; waarschijnlijk zal die door het programma juist torenhoog worden.
Het zal niet beter werken door lage inflatie; het zal eerder de katalysator zijn die ons terug brengt naar de inflatoire periode van de jaren 70.
Het zal niet voor hogere belastingopbrengsten van de rijken zorgen; het zal eenvoudigweg hogere inkomensgroepen stimuleren in de richting van aftrekposten, obligaties, belastingontduiking en pensionering.
Het programma zal de economie niet stimuleren; het zal de economie schaden.
U vraagt zich misschien af waarom meneer Clinton een programma voorstaat dat waarschijnlijk gedoemd is te falen. Is hij gewoon dom? Hebben zijn economische adviseurs hersenletsel?
Zijn plannen zijn slechts zinnig als we ze bezien vanuit de bredere context van politiek en overheid. Als we begrijpen waarom overheidsprogramma&#8217;s bijna altijd resultaten brengen die het tegenovergestelde zijn van hun gestelde doelen, dan kunnen we begrijpen waarom Bill Clinton een programma voorstelt dat geen enkele kans op succes heeft.
<b>Slecht economisch inzicht?</b>
De gebruikelijke verklaring is dat politici geen begrip van economie hebben &#8211; dat ze gewoon niet inzien dat maximum prijzen leiden tot tekorten, dat het verhogen van het minimumloon leidt tot werkeloosheid, dat het verhogen van belastingpercentages niet noodzakelijkerwijs voor hogere belastingopbrengsten zorgt en zo voort.
Het is waar dat ze verkeerde economische redenaties hanteren. Maar ik betwijfel of politici meer geloof hechten aan deze redenaties dan wijzelf. En dus zijn ze ook niet meer dan wij verbaasd over de resultaten.
De programma&#8217;s bereiken hun doelen niet, omdat de politici dit nooit van plan waren. Zij hebben geen interesse in het voeden van de armen, het redden van de middenklasse, het stimuleren van de economie of het verlagen van het financieringstekort. Zij hebben andere motieven voor het creë²¥n van wetten en onmogelijke regels.
<b>Cui bono?</b>
Een eeuwen oude vraag op het gebied van wetgeving is Cui bono? &#8211; ten voordele van wie? Wie profiteert van een gegeven beleid?
We kunnen de motieven van de politici alleen begrijpen als we elk wetsvoorstel en elk programma in het licht van deze vraag houden, want de individuen die profiteren zijn nooit degenen voor wie het programma zogenaamd bedoeld is.
Bijvoorbeeld, het verhogen van het minimumloon verhoogt niet de lonen van laagbetaalde arbeiders; in werkelijkheid maakt het velen van hun werkeloos. Maar politici zijn hier niet meer over verbaasd dan wij. Ze zorgen niet voor zulke wetten om laag betaalde arbeiders te helpen, maar om te voorkomen dat zulke arbeiders concurreren met vakbonden &#8211; de werkelijke begunstigden van minimumloonwetten.
Milieuwetten en -reguleringen worden niet ingesteld om vervuiling te stoppen. Ze worden ontworpen om sommige bedrijven te bevoordelen ten koste van anderen. Het feit dat zulke wetten de meeste consumenten schaden is, voor een politicus, slechts een incidenteel, irrelevant deel van het leven.
&#8220;Burgerrechten&#8221; en &#8220;arbeidsongevallenwetten&#8221; helpen niet de onfortuinlijken. Maar ze zorgen wel voor vele winstmogelijkheden voor advocaten, helpen grote bedrijven om concurrentie van startende ondernemers te voorkomen, en vormen een excuus om de controlerende bureaucratie uit te breiden.
&#8220;Stadsvernieuwing&#8221; heeft niet gezorgd voor betere huisvesting voor de armen; het heeft gezorgd voor betere orders en banen voor de bouwsector. Het doel van wetten om politieke campagnes te &#8220;hervormen&#8221; is niet om campagnes eerlijker en goedkoper te maken &#8211; maar om het leven voor zittende politici gemakkelijker te maken door het belemmeren van andere mededingers. Zelfs defensiebesluiten worden gemaakt voor de defensie-industrie, niet voor de defensie van de natie.
Wij denken dat we superieur zijn wanneer we onze beste economische inzichten gebruiken om te bepalen wie wordt geholpen en wie geschaad door een gegeven wet. Maar de politici zijn ons é©® stap voor. Zij wisten dat allemaal al voordat ze de wet instelden. Dat is de reden dat ze hem instelden.
<b>Leugens en statistiek</b>
De romanschrijfster Mary McCarthy zei eens dat elk woord uitgebracht door de schrijfster Lillian Hellman een leugen is &#8211; zelfs &#8220;en&#8221;, &#8220;een&#8221; en &#8220;de&#8221;. We kunnen de politiek alleen begrijpen door op dezelfde manier over politici te denken. Geen politicus vertelt de waarheid; hij zegt wat goed is voor zijn carriè²¥. Indien, af en toe, hij toevallig de waarheid spreekt, het zij zo &#8211; maar waarheid is niet de standaard die hem leidt.
Ik ben er zeker van dat sommige mensen de politiek ingaan in een oprechte poging om de wereld te verbeteren &#8211; of het nu is om de samenleving te hervormen of om de schade gedaan door eerdere hervormers te repareren. Maar zo&#8217;n persoon zal er snel achter komen dat zijn collega&#8217;s niet geven om feiten of theorieë® &#8211; behalve als ze in overeenstemming zijn met hun politieke doelen. Het wordt dan noodzakelijk om deals te sluiten om ook maar het kleinste deel van je eigen politieke agenda te bereiken.
Ongeacht welke politieke agenda, het zal samenvallen met de belangen van sommige mensen &#8211; daarbij een aantal natuurlijke, willende bondgenoten creë²¥nde voor datgene waar de politicus voor naar Washington ging om te bereiken. De defensie-industrie zal hem bijvoorbeeld steunen als hij vecht voor een sterke defensie. Maar uiteindelijk realiseert hij zich dat er niet voldoende steun is &#8211; om de wet aangenomen te krijgen of om herkozen te worden &#8211; als hij geen compromis wil sluiten over het wetsvoorstel, om de voorstanders tevreden te stellen en om nog meer voorstanders te kopen.
Het is niet een grote stap van hier naar het punt waar zijn principië¬¥ agenda ondergeschikt is aan de deals die hij kan maken en de voordelen die hij kan geven aan degenen die hem zijn functie helpen behouden. Hij zal wellicht soms wensen dat hij de vrijheid had om aan de doelen te werken die hem eens motiveerden, maar hij doet er net zo veel aan als de rest van ons doen aan dat boek dat we allemaal van plan zijn ooit te schrijven.
Het is zodoende geen verrassing dat een conservatieve held als Orrin Hatch op een dag federale kinderopvangwetgeving mede-ondersteunt. Of dat de super-vredesaanhanger en anti-militarist Ron Dellums moord en brand schreeuwt wanneer defensiebezuinigingen leiden tot het sluiten van militaire bases in Californië® Of dat vrije-markt aanhanger Jesse Helms een grote drijfveer is achter de tabaksubsidies.
Bij het zien van zulke dingen zouden we kunnen concluderen dat politici helaas een blinde plek hebben. Waarom ziet hij niet in waar hij mee bezig is? Maar de waarheid is dat hij het wel ziet. Als we zijn woorden en ideeë® blindelings geloven, dan zijn wij het die blind zijn &#8211; blind voor het doel van de politici.
<b>Wij, de machtelozen</b>
Een politicus denkt alleen aan zijn belangrijkste medestanders. Maar die medestanders zijn niet de kiezers in zijn district.  Het zijn de bedrijven en organisaties die het geld en de mankracht leveren voor zijn campagnes. Zij zijn de profiteurs van de stemmen die hij uitbrengt in het Congres of de programma&#8217;s waarmee hij als president voor de dag komt.
Om de overheid en de politiek te begrijpen moet je je realiseren dat geen enkel congreslid het electoraat vreest. &#8220;Wij, het volk&#8221; hebben geen macht over hem. Er is bijna niets dat hij kan doen dat zo erg is dat het hem zijn baan kost.
Ondanks alle brief-schrijf campagnes en alle schandalen, ben ik me niet bewust van enig voorbeeld waar een congreslid of senator niet herkozen werd vanwege een wet waar hij voor stemde, een belasting die hij steunde of é©® of andere populaire beweging waar hij niet aan mee deed.
Er was een geweldig tumult in 1989 over een voorgestelde salarisverhoging voor het Congres. Het was in heel Amerika onderwerp nummer 1 in radio programma&#8217;s waar luisteraars mogen opbellen om hun mening te geven. Het Huis van Afgevaardigden gaf tijdelijk aan de druk toe, maar een jaar later werd de salarisverhoging toch aangenomen &#8211; en ik ken geen enkel congreslid dat bij de verkiezingen boette omdat hij vó³² stemde.
Naar aanleiding van alle opwinding over het bankschandaal in het Huis van Afgevaardigden, vorig jaar, ben ik me niet bewust van zelfs maar é©® grote cheque-misbruiker die in november verslagen werd. Het is waar, sommigen van hen kozen ervoor af te zien van een poging om herkozen te worden. Maar daar valt een ander verhaal over te vertellen &#8211; een heel ander verhaal dan er doorgaans over verteld wordt.
<b>Grijp het geld en maak je niet uit de voeten</b>
Gedurende decennia hadden congresleden en senatoren de mogelijkheid om, na afloop van een campagne, onopgemaakte campagnefondsen te bewaren. Ze spaarden het geld voor de volgende verkiezingen &#8211; hetgeen ze een voorsprong gaf bij het fondsenwerven (terwijl hun tegenstanders bij elke verkiezing opnieuw moeten beginnen). Sommige zittende leden hebben zo weinig oppositie, dat ze vrijwel niets besteden aan hun campagne &#8211; en een steeds grotere hoeveelheid geld in hun oorlogsschatkist verzamelen.
En als een zittend congreslid uiteindelijk op pensioen gaat, mag hij ongebruikte campagnegelden met zich meenemen. Sommige congresleden zijn op pensioen gegaan, letterlijk miljoenen dollars aan campagnegeld met zich meenemend.
In het begin van de jaren 80 nam het congres eindelijk een wet aan die een pensionerend congreslid verplichtte om overgebleven campagnefondsen over te dragen aan de federale schatkist. Maar de nieuwe regel zou niet intreden totdat &#8211; raad eens wanneer. Inderdaad: niet tot 1993.
Dus vorig jaar besloot een ongebruikelijk hoog aantal congresleden op pensioen te gaan. Vanwege hun rood staan bij de bank van het Huis van Afgevaardigden? Vanwege publieke afkeer van het Congres? Omdat deze idealistische overheidsdienaren ontmoedigd waren geraakt bij pogingen het financieringstekort terug te dringen?
Nu even reë¥¬. Ze vertrokken omdat dit de laatste kans was om het geld te grijpen en zich uit de voeten te maken (of niet uit de voeten te maken). Jaren geleden &#8211; lang voor alle recente schandalen &#8211; werd het voorbestemd dat vele zittende congresleden in 1992 op pensioen zouden gaan.
Ongeacht hoe slecht de dingen dit jaar en volgend jaar gaan lopen, ongeacht hoeveel publiek protest er zal zijn over belastingverhogingen, ongeacht hoeveel schandalen zich zullen aandienen, het is onwaarschijnlijk dat het aantal congresleden dat in 1994 op pensioen zal gaan zelfs maar een vierde is van het aantal in 1992.
<b>De publieke opinie doet er niet toe</b>
Feit is dat een congreslid immuun is voor de publieke opinie. Een president wordt verantwoordelijk geacht voor de toestand van het land en een gouverneur voor de conditie van zijn staat, maar geen enkel congreslid betaalt bij de verkiezingen voor de stemmen die hij heeft uitgebracht.
De meeste kiezers hebben er geen idee van waar hij voor gestemd heeft. Het enige dat ze weten is dat ze van hem gehoord hebben en niet van zijn tegenstander.
Omdat zittende leden zo&#8217;n sterke naamsbekendheid bezitten, hebben ze voordeel bij een grote opkomst van kiezers zonder sterke politieke meningen. Vandaar de huidige roep om een &#8220;motor voter&#8221; wet &#8211; waardoor mensen automatisch als kiezer geregistreerd worden bij het aanvragen van een rijbewijs of een uitkering (maar niet bij het betalen van belastingen). Het nieuwe voorstel staat ook toe dat mensen zich op verkiezingsdag registreren op de plaats van opkomst &#8211; hetgeen georganiseerde pressiegroepen helpt om &#8220;vroeg en vaak&#8221; te stemmen.
Zittende leden hebben ook voordeel bij &#8220;campagne hervormingswetten&#8221; die bestedingen limiteren en voorkomen dat mededingers de naamsbekendheid verkrijgen die het zittende lid reeds heeft.
De herverkiezing van een politicus hangt niet af van de publieke opinie of zijn staat van dienst, maar van de steun van ondernemingen, rijke sponsors en georganiseerde groepen, die het geld en de mankracht ter beschikking stellen om stemmen voor hem te winnen.
En als hij een stem in het congres afweegt, is het enige dat telt of deze supporters voordeel zullen hebben van de wet &#8211; of dat hij zijn stem kan ruilen voor steun voor een andere wet die zijn weldoeners zal dienen.
Wie profiteert? Niet de kiezers of de belastingbetalers.
<b>De pressiegroepen</b>
Klaarblijkelijk hebben de supporters van een politicus hun eigen motieven.
Het is niet moeilijk om de motieven te identificeren van de bedrijfsleiders die subsidie willen of die zich inzetten voor regulering om concurrentie tegen te gaan &#8211; buitenlands of binnenlands. Ook is het niet moeilijk om in te zien hoe vakbonden profiteren van minimumloonwetten, wetten die overheidsleveranciers verplichten om &#8220;gebruikelijke lonen&#8221; (ook wel bekend als &#8220;vakbondslonen&#8221;) te betalen en zo voort.
En het is gemakkelijk om te zien waarom de NEA (National Education Association) strijd tegen keuzemogelijkheden voor ouders en waarom ambtenarenbonden tegen privatisering zijn.
De motivatie van ideologische groepen &#8211; &#8220;burgerrechten&#8221;-organisaties, conservatieve pressiegroepen, milieu groeperingen en zo voort &#8211; ligt iets ingewikkelder. Ongetwijfeld geloven de meeste leden van zulke organisaties sterk in hun zaak. Maar hun leiders zijn minder toegewijd.
De leiders lijken erg op politici &#8211; geï®´eresseerd in het behouden van hun eigen macht. Ze zijn misschien niet met die instelling begonnen &#8211; maar, net als bij politici, is het onvermijdelijk dat ze na verloop van tijd standpunten en politieke gevechten gaan afwegen in termen van persoonlijke macht, geld, aanzien, fondsenwerving en privileges.
Zo&#8217;n leider verlaat nooit zijn originele ideologie, aangezien zijn steun daar vandaan komt &#8211; en omdat dat een deel van zijn stijl is, net zoals een entertainer een stijl heeft die hij gedurende zijn hele carriè²¥ behoudt. Maar we mogen niet verwachten dat het ideologische doel belangrijker voor de leider is dan zijn carriè²¥.
De leiders gaan deals aan om financiering te verkrijgen van bedrijven die voordeel kunnen halen uit het politieke programma van de groep, en ze passen dit programma aan om die bedrijven tevreden te houden. De leiders moeten ook hun leden tevreden houden, maar dat betekent niet dat ze datgene moeten doen dat de doelen van hun leden bevordert.
Opnieuw, als we ons realiseren dat deze leiders niet noodzakelijkerwijs gemotiveerd worden door de doelen die ze prediken, kunnen we inzien dat schijnbare onwetendheid en hypocrisie in werkelijkheid listigheid en consistentie zijn. Deze leiders verknoeien hun tijd niet met het promoten van ingewikkelde gematigde lange-termijnprogramma&#8217;s, die uiteindelijk misschien de gestelde doelen zullen bereiken; het is nuttiger om iets te doen &#8211; zelfs iets volkomen ineffectiefs &#8211; dat de schijn heeft om de doelen te bevorderen op een opvallende manier. Het is belangrijk om een dramatische en wellicht winnende campagne te voeren &#8211; ongeacht of het in werkelijkheid de zaak zal dienen.
Aldus zagen we &#8220;burgerrechten&#8221;-leiders sancties tegen Zuid-Afrika promoten &#8211; sancties die duizenden Zuid-Afrikaanse zwarten werkeloos maakten en honderden bedrijven van zwarten aldaar vernietigden. We zien academici, die zeggen te geloven in vrije wetenschap, op meedogenloze wijze onderzoek en discussie tegengaan die zouden kunnen leiden tot productievere wegen naar de doelen die ze zelf prediken.
We zien feministen anti-discriminatie- en zwangerschapsverlofwetgeving pushen dat werkgevers minder bereid zal maken om vrouwen in dienst te nemen. En we zien pleitbezorgers van de armen sloppenwijksloopprojecten promoten die de armen op de straat terecht doen komen.
Je kunt deze leiders er niet van overtuigen dat ze de verkeerde weg naar hun doel inslaan, want hun doel is niet wat jij denkt dat het is.
Voor hun is het alleen maar van belang dat een voorstel goed lijkt en zodanig is dat het lijkt alsof iedereen die ertegen is koud en harteloos is. Het gaat erom te doen alsof je bezorgd en geï®´eresseerd bent, iets te doen dat overtuigend is en vol compassie lijkt, te doen voorkomen alsof je moreel hoogstaand bent.
Het enige dat noodzakelijk is, is om, wat James S. Coleman genoemd heeft, opzichtige goedaardigheid te tonen &#8211; een pronkerig vertoon van zorg [1].
Op deze wijze voeren de leiders van organisaties een mooie show op voor hun leden, ook al gebeurt er niets van betekenis.
De leiders werken samen met politici, om wetten door te voeren die de leiders in een goed daglicht doen staan, en in ruil daarvoor helpen de leiders de politici in het zadel te blijven door het oproepen van steun bij hun leden. Het proces verschilt weinig van het samenwerken van politici met bedrijven, vakbonden en andere groepen met directe financië¬¥ motieven.
Deze belangengroepen zijn alles waar de typische politicus zich druk om maakt. Hij maakt deals met ze, stemt ten gunste van ze, en heeft weinig interesse in gebeurtenissen die zich buiten zijn wereld van collega&#8217;s, lobbyisten en Washington afspelen.
En zo worden schijnbaar idiote overheidsprogramma&#8217;s (zoals ontwikkelingshulp, honingbijen onderzoek en anti-consumentwetgeving) opeens logisch, indien we ons realiseren wie er in feite van profiteert.
En we kunnen ook inzien dat je het stemgedrag van een politicus niet kunt veranderen door het vinden van bijstand bij het publiek, door een beroep te doen op zijn goede geaardheid of door het aanspreken van zijn gezond verstand. Een politicus zal zijn gedrag slechts veranderen als dat nuttig lijkt voor het verhogen van zijn eigen macht en baanzekerheid &#8211; met andere woorden, als je er in slaagt zijn weldoeners te vervangen door nog machtigere begunstigers.
<b>Het Clinton programma</b>
Bill Clinton&#8217;s programma wordt logisch als we het bekijken door de ogen van een politicus.
Het is niet een verdwaasde incoherente mengelmoes van conflicterende belangen, slechte economie en linkse ideologie. Het is een zorgvuldig uitgedokterde poging om een serie subprogramma&#8217;s samen te voegen dat een immense coalitie zal creë²¥n van politici, bureaucraten, vakbonden en belangengroepen. Terugdringing van het financieringstekort en economische stimulering zijn het vernis van het programma, niet haar doel.
Bill Clinton is met zekerheid é©® van de meest opzettelijke leugenaars die ooit het Witte Huis hebben bewoond. Het is duidelijk dat zijn verkiezingsbeloftes van belastingverlaging voor de middenklasse, enkele-regel-vetorecht, vrije schoolkeuze, overheidshervorming en het creë²¥n van werk, niet zijn intentie zijn. Toen hij zijn baan in Washington begon werd hij niet blootgesteld aan de koude hardheid der realiteit; hij wist de hele tijd al waar hij mee bezig was.
Maar het verschil tussen Slick Willie en andere politici is slechts een kwestie van mate &#8211; niet een verschil in soort. En denken over meneer Clinton als een uitzondering is jezelf kwetsbaar maken om door de eerstvolgende politicus voor de gek gehouden te worden.
Laten we het Clinton programma benaderen door eerst naar zijn warm-up voorstellen te kijken.
De eerste twee kogels uit het Clinton geweer waren de zwangerschapsverlofregeling en de &#8220;homosexuelen in het leger&#8221; campagne. Dit zijn show kwesties &#8211; uitstekende voorbeelden van opzichtige goedaardigheid. Ze bereiken niets van waarde voor de mensen die er zogenaamd door geholpen worden. Het doel is om de leiders van belangengroepen in staat te stellen te pronken tegenover hun volgelingen &#8211; daarbij hun leden- en fondsenwerving bevorderend.
Niemand in Washington (behalve Larry King) zal werkelijk geloven dat werknemers of werkgevers zullen profiteren van de zwangerschapsverlofregeling. Het zal een paar marginale bedrijven failliet doen gaan, en het zal de financië¬¥ middelen van werkgevers onttrekken van directe voordelen (hogere lonen, langere vakanties of kortere werktijden) die veel werknemers zouden prefereren.
Het doel was om de leiders van feministische organisaties, die meneer Clinton en vele congresleden sterk hadden gesteund, af te betalen. De regeling zorgt ervoor dat feministen kunnen tonen dat ze invloed hebben bij de overheid &#8211; de macht hebben om een regeling door te voeren die de notie bekrachtigt van een vrouw met zowel een carriè²¥ als een gezin, zonder iets voor dat privilege te hoeven opofferen.
De zwangerschapsverlofregeling is ook een zegen voor rijke advocaten (die veel geld besteden aan het kopen van politici). Het ligt voor de hand dat werkgevers het zullen vermijden om iemand in dienst te nemen met een gezin, iemand die jong genoeg is om ouder te worden en in het bijzonder iemand die vrouwelijk is. Dit opent weer een nieuwe markt voor rechtszaken [2].
Bovendien helpt de regeling grote ondernemingen door de relatief grotere kosten voor middelmatig grote ondernemingen die een gevaar voor ze vormen. En het betekent meer macht voor de anti-discriminatie politie in Washington.
Als enig congreslid werkelijk zou geloven in het nut ervan, dan had hij er niet voor gestemd dat de regeling niet voor het Congres zelf geldt. De congresleden schenen niet bang te worden door het protest van vorig jaar over het &#8220;keizerlijke Congres&#8221; en over politici die het &#8220;contact met de kiezer&#8221; verloren zijn. Deze regeling bevestigt dat ze te belangrijk zijn om zich te moeten houden aan de wetten die ze de rest van ons opleggen.
De &#8220;homosexuelen in het leger&#8221; farce is soortgelijk. Ik betwijfel of de homosexuele leiders veel belangstelling hebben om in het leger te infiltreren. Ze willen alleen maar hun spierballen laten zien aan hun volgelingen &#8211; laten zien hoe machtig ze zijn en dat ze steun verdienen. En misschien zat er ook wel enige genoegdoening in het uitsteken van hun tong naar het Amerikaanse volk: &#8220;Vergeet dit niet, wij zijn miet, en wij gaan jullie het leven zuur maken.&#8221;
Het was vorig jaar een cliché ¯nder conservatieven dat radicale linkse groepen hadden afgesproken om zich koest te houden gedurende de presidentië¬¥ campagne &#8211; om te zorgen dat meneer Clinton zijn &#8220;gematigde&#8221; image zou behouden. Ik geloof dat niet. De leiders van de radicale groepen moesten hun leden oproepen tot steun aan meneer Clinton, en iedere journalist wist ervan en had erover kunnen rapporteren.
Het waren de journalisten die zich stil hielden, niet de radicalen. Waarom de journalisten dat zouden doen is een ander verhaal &#8211; een verhaal voor een andere keer. Het zij voldoende te zeggen dat ze een sterk verlangen hadden om meneer Clinton verkozen te zien worden &#8211; en ze lieten zich niet belemmeren door hun geweten bij het bevorderen van zijn campagne.
<b>De profiteurs</b>
Maar de feministen en de homosexuelen zijn niet de enige groepen die afbetaald moeten worden. Meneer Clinton heeft reeds vakbondsleiders afbetaald met een aantal niet-gepubliceerde uitvoerende besluiten die wetten terzijde schoven die vakbondsleiders lastig vonden.
Hij zal pushen voor milieuwetten om de eco-freaks tevreden te stemmen &#8211; maar, belangrijker nog, om enorme nieuwe winsten te creë²¥n voor bedrijven die zich bezig houden met recycling, het opruimen van chemisch afval, alternatieve brandstoffen en zo voort. Hij is bezig een nieuwe  &#8220;super-milieubureaucratie&#8221; op te zetten binnen de uitvoerende macht &#8211; met de macht om de acties van andere bureaucratieë®¬ die interfereren met zijn supporters, te vetoë®®
Maar natuurlijk is het grootste deel van zijn politieke plan het economische pakket dat hij heeft voorgesteld. Niemand kent alle details van het pakket, omdat het nog in ontwikkeling is; de details zullen worden ingevuld wanneer het duidelijk wordt welke groepen welke voordelen nodig hebben.
Eé® groep bestaat uit bedrijfsleiders die hoge winsten van zijn &#8220;high tech&#8221; beleid verwachten. Dit beleid zal netto niet é©® nieuwe baan creë²¥n; het zal simpelweg banen en winsten verschuiven van sommige industrieë® en bedrijven naar andere en naar de overheid. Gedurende de verkiezingscampagne maakte Clinton deals met die leiders om hun publieke steun te verkrijgen en om zijn image als &#8220;gematigd&#8221;, staand aan de kant van het particuliere bedrijfsleven staat, te bevorderen.
Men meent dat deze bedrijven ook geholpen zullen worden door Mickey Kantor, de nieuwe handelsvertegenwoordiger van de Verenigde Staten, die zijn zwaard zwaait naar Japan en Europa &#8211; klaar om de hoofden van Amerikaanse consumenten en exportindustrieë® af te hakken, om de bedrijven te belonen die bang zijn voor buitenlandse concurrentie.
En de minister van handel, Ron Brown, zal toezien op de verdeling van export vergunningen, uitzonderingen en subsidies aan de &#8220;Wall Street financiers, entertainmentmagnaten, tabaksondernemingen en oliebedrijven&#8221; die 30 miljoen dollar aan de Clinton campagne doneerden [3].
Er is een lange lijst van bedrijven, industrieë®¬ organisaties en groepen, die de aanname van het economische programma gretig afwachten. Lastige concurrenten zullen worden verlamd, prestige zal worden verhoogd, en het aantal zoethoudertjes zal sterk toenemen. En federale geldstromen naar de steden zullen de macht van de burgemeesters van grote steden vergroten, waardoor zij op hun beurt de kiezers in 1996 zullen oproepen op meneer Clinton te stemmen.
Meneer Clinton&#8217;s grootse economische plan biedt geen hoop op terugdringing van het financieringstekort of economische stimulering. Maar het is ook niet gericht op é©® van deze doelen. Haar doel is om de coalitie ten dienste te zijn die hem in het Witte Huis bracht en waarvan hij hoopt dat het hem daar acht jaar houdt.
<b>De kern: belastingen</b>
De meeste congresleden staan helemaal achter Clinton, omdat de kern van Clinton&#8217;s programma gevormd wordt door een hele reeks nieuwe belastingen.
We weten dat dit de meeste kiezers zal schaden door middel van een lager netto loon en een krimpende economie. De congresleden die er als de kippen bij zijn om deze nieuwe belastingen te applaudisseren weten dit ook.
Belastingverhoging heeft in het verleden het financieringstekort niet teruggebracht en deze keer zal het zeker niet gebeuren. En geen enkel congreslid zal geschokt zijn wanneer het financieringstekort over vier jaar groter is dan nu. Ondertussen zullen de meesten slechter af zijn &#8211; terwijl ze &#8220;bijgedragen&#8221; hebben aan een rampspoedig programma zonder kans op succes.
Waarom zou dan een politicus zo&#8217;n programma steunen? Waarom zou hij zijn kiezers tegen zich in het harnas jagen door op een trein te springen die richting ravijn gaat? Wie profiteert van belastingen?
De politici zelf. De verhoogde overheidsinkomsten zullen nieuwe bestedingsprogramma&#8217;s financieren met welke de politici hun supporters kunnen afbetalen en nieuwe vrienden kunnen kopen.
Sommige van de nieuwe verhogingen &#8211; zoals hogere belastingen voor de rijken &#8211; zijn zelfvernietigend, en congresleden weten dit. Opbrengsten van hogere belastingschijven zouden zelfs kunnen dalen &#8211; terwijl inkomen wordt verschoven naar niet-belastbare posten. Maar de politici weten dat &#8220;pak de rijken&#8221; slechts een retorisch rookgordijn is. Het echte geld komt van de mensen in hun geliefde &#8220;middenklasse&#8221; &#8211; waarvan vele leden de pijn draaglijker zullen vinden als ze denken dat de rijken nog meer pijn lijden.
Congresleden zijn hongerig naar de nieuwe fondsen die belastingverhoging zal brengen. En hun supporters zijn hongerig naar de nieuwe bestedingsprogramma&#8217;s die door die fondsen gefinancierd zullen worden.
<b>&#8220;Publieke steun&#8221;</b>
Politici adoreren Bill Clinton, omdat hij de super-verkoper van Amerika is. Reizend door het land vertelt hij het verhaal dat hogere belastingen de enige oplossing zijn voor de ergste economische crisis sinds de jaren 30.
Hoeveel mensen zijn verhaal slikken is echter moeilijk te zeggen. Wat we horen is niet de stem van het volk, maar een gigantische perscampagne, om ons te doen geloven dat het publiek 100% achter Clinton staat &#8211; een campagne om je te laten denken dat je de enige in Amerika bent die niet bereid is zijn aandeel te betalen voor het te lijf gaan van het financieringstekortmonster.
Interviewers ontwerpen vragen om antwoorden te verkrijgen in de trant van &#8220;Ja, ik zou graag meer willen betalen om het financieringstekort terug te dringen of om de economie te stimuleren&#8221; &#8211; ook al heeft de gemiddelde persoon geen idee hoeveel de Clinton belastingen hem zullen kosten en heeft hij er geen idee van (en het wordt hem ook nooit gevraagd) of het programma het financieringstekort zal terugdringen of de economie zal stimuleren.
Elke dag brengen pers en TV ondersteunende aanhalingen van mensen op straat tot bedrijfsleiders tot economen tot Barbra Streisand &#8211; om je te laten weten dat je een onpatriottische misantroop bent indien je niet enthousiast bent over meneer Clinton&#8217;s oplossing.
U staat echter niet alleen. Als u dat wel denkt, bekijk dan é©® van C-Span&#8217;s bel-in programma&#8217;s of stem af op een radio talk-show. De meeste mensen zijn boos.
Maar de vraag van publieke steun (of afwezigheid daarvan) is slechts een afleiding. Publieke steun is irrelevant, omdat de politici weten dat het steunen van meneer Clinton hun hun baan niet kost. Dus concentreren ze zich op de dollar tekens &#8211; de nieuwe fondsen om mee te spelen. En ze zijn meer dan bereidwillig om Bill Clinton te helpen met het afbetalen van zijn politieke schulden aan homosexuelen, feministen, vakbonden en &#8220;burgerrechten&#8221;-leiders &#8211; in ruil voor al dat verse geld dat hij op het punt staat voor hun te gaan confisceren.
<b>Uitzonderingen</b>
En het geld van de nieuwe belastingen is slechts de helft van de aantrekkingskracht voor congresleden.
De andere helft is de vernietigende c.q. reddende macht die het hen geeft om uitzonderingen te verlenen op de belastingen aan degenen die het meeste daarvoor terugbieden. De nieuwe belastingwetten zullen vol uitzonderingen zijn &#8211; ieder van welke ontworpen is om politieke steun te arrangeren van een bepaalde groep.
De &#8220;algemene&#8221; energiebelasting heeft reeds veel van zijn algemeenheid verloren &#8211; met uitzonderingen voor brandstoffen zoals methanol, ethanol en zo voort.
Maar dit is natuurlijk niets nieuws. Zelfs de &#8220;belastinghervorming&#8221; van 1986 bevatte een veelheid aan uitzonderingen voor allerlei groepen (evenals de NAFTA &#8220;vrije handels&#8221; overeenkomst, elke milieuwet en elke andere wet die de economie op enige wijze beï®¶loedt).
Belasting- en reguleringswetten geven congresleden leven-en-dood macht over specifieke industrieë® en individuele bedrijven. De macht is verslavend. Een congreslid dat het Huis van Afgevaardigden binnenwandelt moet wel tegen zich zelf zeggen: &#8220;Ah, dit is waar het allemaal om draait.&#8221;
<b>Cynisch?</b>
Als u denkt dat mijn visie op politici cynisch is, vraag u dan af hoe de politiek ooit anders had kunnen zijn.
Zoals P.J. O&#8217;Rourke geobserveerd heeft: &#8220;Wanneer kopen en verkopen gereguleerd worden door wetgeving, dan zijn de eersten die gekocht en verkocht gaan worden de wetgevers.&#8221;
Verwacht u dat mensen, die geld kunnen confisceren van degenen die het verdienen en het kunnen geven aan andere mensen, engelen zullen zijn? Het verwachten dat politici eerlijk, gewetensgetrouw, patriottisch of goedaardig zijn is net zoiets als verwachten dat de maffia wordt bestuurd door Dominicaanse nonnen.
De politici vormen een bende van afpersers &#8211; onbeperkt door politie, wetten, gewoonten of constitutie. Ik heb vaak mensen horen zeggen dat de Amerikaanse grondwet een perfect instrument zou zijn &#8211; als de politici hem maar zouden gehoorzamen. Maar van welke waarde is een grondwet waaraan politici ongehoorzaam kunnen zijn?
Het probleem is niet de specifieke politici; ze doen slechts wat je van mensen in hun positie zou verwachten. De kern van het probleem is het instituut overheid zelf &#8211; die &#8220;grote fictieve entiteit waarmee iedereen probeert ten koste van anderen te leven&#8221;, zoals Fré¤©ric Bastiat het noemde.
Zolang wetgevers het leven gemakkelijker kunnen maken voor sommigen ten koste van anderen, kunnen wetgevers worden ge- en verkocht &#8211; en is ideologie betekenisloos. Een overheid die ontworpen is om &#8220;te doen voor het volk wat het niet voor zichzelf kan doen&#8221;, zal onvermijdelijk leiden tot é©® die voor degenen met politieke connecties doet datgene waar ze bereid zijn voor te betalen.
<b>Het goede leven in de jaren 90</b>
Omdat de begunstigden van het Clinton programma geen interesse hebben in het terugdringen van het financieringstekort of economische stimulering, moeten we geen ogenblik geloven dat het plan daar ooit voor bedoeld was.
De president en het Congres willen meer belastinggeld om uit te kunnen geven aan collaborateurs die subsidie willen. Ieder dubbeltje door belastingverhoging opgebracht zal worden uitgegeven. En, net zoals een dronkaard niet kan stoppen bij een van te voren vastgestelde limiet aan drankjes, zullen de politici meer geld uitgeven dan de nieuwe belastingen zullen opbrengen. Dus mogen we over vier jaar een groter financieringstekort dan nu verwachten.
De hogere belastingen en grotere overheid zullen waarschijnlijk de economie tot stilstand brengen. De reactie van de Centrale Bank daarop zal van kritiek belang zijn. Als de Centrale Bank alleen maar toekijkt, kunnen we in een lange recessie terechtkomen. Als de Centrale Bank probeert om de fiscale problemen door middel van monetaire financiering te compenseren, zullen we opnieuw inflatie zien &#8211; en misschien een hele hoge.
Het is erg waarschijnlijk dat we een combinatie van die twee situaties zullen zien: een langzame economie en hogere inflatie &#8211; soortgelijk aan de stagflatie van de jaren 70.
Al met al suggereert het Clinton programma dat de jaren 90 een moeilijke tijd zal zijn voor de meeste mensen die proberen rond te komen, maar een prachtige tijd voor belasting- en andere advocaten. Het belooft ook een goede tijd te worden voor beleggingsadviseurs &#8211; vooral voor degenen die profiteren van harde tijden, hoewel ik me niemand kan voorstellen die zo harteloos is om winst uit een monetaire crisis te proberen te slaan.
<b>Quo vadis, Willie?</b>
Of meneer Clinton in 1996 herkozen wordt hangt af van omstandigheden zoals hoe goed hij erin slaagt zijn coalitie tevreden te stellen, hoe groot hij die coalitie kan maken zonder de overheid in elkaar te laten storten, hoe goed de pers hem beschermt tegenover de gematigde kiezer, hoe vastbesloten de Republikeinen zijn in hun oppositie en goed ze hun oppositie kunnen beargumenteren, en of ze een kandidaat kunnen vinden die aantrekkelijker en krachtiger is dan degenen die ze op het moment hebben klaarstaan.
Al deze factoren zullen vele keren veranderen voor 1996, dus is het vruchteloos om nu al de uitkomst te voorspellen. Het enige dat we zeker weten is dat de volgende vier jaren lang niet zo saai zullen zijn als de vorige.
<b>noten:</b>
[1] National Review, 18 maart 1991, blz.34.
[2] Misschien werd de regeling doorgevoerd om de NAASP (National Association for the Advancement of Single People) een plezier te doen.
[3] San Fransico Examiner, 4 maart 1993, blz. A-9.
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/wie-profiteert-van-het-clinton-programma/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Verdraagzaamheid: Publieke en private aspecten</title>
		<link>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/verdraagzaamheid-publieke-en-private-aspecten/</link>
		<comments>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/verdraagzaamheid-publieke-en-private-aspecten/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 18 Jun 2005 04:17:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ronnie</dc:creator>
				<category><![CDATA[auteur; Dun, Frank van]]></category>
		<category><![CDATA[topic; Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[vrijbrief; 316 Vrijbrief 1994/2]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.libertarian.nl/vrijbrief-archief/?p=991</guid>
		<description><![CDATA[Dr. Frank van Dun is hoofddocent rechtsfilosofie aan de Rijksuniversiteit Limburg te&#8230;
Dr. Frank van Dun is hoofddocent rechtsfilosofie aan de Rijksuniversiteit Limburg te Maastricht (Vakgroep Metajuridica). Binnen de Nederlandse en Vlaamse libertarische beweging is hij een gewaardeerd spreker en bekend door zijn boek &#8220;Het Fundamenteel Rechtsbeginsel&#8221;.&#8230;]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[Dr. Frank van Dun is hoofddocent rechtsfilosofie aan de Rijksuniversiteit Limburg te&#8230;
Dr. Frank van Dun is hoofddocent rechtsfilosofie aan de Rijksuniversiteit Limburg te Maastricht (Vakgroep Metajuridica). Binnen de Nederlandse en Vlaamse libertarische beweging is hij een gewaardeerd spreker en bekend door zijn boek &#8220;Het Fundamenteel Rechtsbeginsel&#8221;.
<b>INLEIDING</b>
Wat is verdraagzaamheid? Dat is de vraag die de ethicus Prof. Dr. Paul van Tongeren in zijn tekst &#8220;Problematische verdraagzaamheid&#8221; (1) aan ons voorlegt. Zijn antwoord levert een opmerkelijk en provocerend betoog op, dat een fundamentele kritiek bevat van wat Van Tongeren &#8220;de moderne verdraagzaamheid&#8221; noemt. De kern van Van Tongerens kritiek is, dat moderne verdraagzaamheid nauwelijks nog enige positieve ethische waarde voorstelt. Zij is, in zijn visie, niet veel meer dan een uiting van onverschilligheid die alleen vanuit een uitgesproken cynisme enige intellectuele samenhang krijgt. Van Tongeren pleit voor een andere, premoderne opvatting van verdraagzaamheid: verdraagzaamheid als draagkracht, het vermogen een last te dragen. Ik kan een heel eind meegaan met de argumentatie van Van Tongeren, maar het lijkt mij toch nuttig te wijzen op haar eenzijdigheid. Wat ik in zijn betoog het meest mis is de erkenning van wat velen toch als de kern van het moderne (2) politieke denken zien, het onderscheid tussen politiek en ethiek. Zijn idee van verdraagzaamheid als draagkracht ligt geheel op het ethische vlak, maar biedt geen duidelijke richtlijnen voor het politieke handelen. En het lijkt mij onbetwistbaar, dat de hedendaagse problematiek rond verdraagzaamheid zich vooral in het politieke domein situeert.
Ik zal mij beperken tot een commentaar op twee aspecten van Van Tongerens tekst. Ten eerste wil ik iets zeggen over de door hem voorgestelde definitie van verdraagzaamheid. Ten tweede wil ik aandacht vragen voor Van Tongerens kritiek op wat hij de moderne verdraagzaamheid noemt. Ik wil de verdediging op mij nemen van een duidelijk moderne en liberale opvatting van verdraagzaamheid. Betekent dit, dat de moderne verdraagzaamheid, het voorwerp van Van Tongerens kritiek, niets anders is dan de liberale verdraagzaamheid die ik geacht word te verdedigen? Geenszins: wat ik wil verdedigen is de klassiek-liberale opvatting over verdraagzaamheid. Ik wil laten zien dat deze een andere, maar mijns inziens meer pertinente basis voor een kritiek van hedendaagse opvattingen over verdraagzaamheid levert dan Van Tongerens premoderne opvatting van tolerantie als &#8216;draagkracht&#8217;.
<b>HEDENDAAGSE VERSUS MODERNE VERDRAAGZAAMHEID</b>
Mijn taak wordt bemoeilijkt door het feit dat die zowel door mij als door Van Tongeren bekritiseerde hedendaagse opvattingen over verdraagzaamheid, vaak ook onder de noemer &#8216;liberaal&#8217; opgeld maken. Maar het gaat dan om een aan het Amerikaanse taalgebruik ontleende betekenis van &#8216;liberaal&#8217; die weinig gemeen heeft met het klassieke liberalisme dat in de zeventiende en de achttiende eeuw hier in Europa ontstaan is. (3) Om geen onnodige verwarring te scheppen, zal ik in het vervolg van mijn uiteenzetting het woord &#8216;liberaal&#8217; uitsluitend in de zin van &#8216;klassiek-liberaal&#8217; gebruiken. Verdraagzaamheid is een belangrijk politiek aspect van het klassieke liberalisme: een liberale constitutie moet de politieke waarborg geven voor het vreedzaam samenleven en samenwerken van mensen met mogelijk heel verschillende overtuigingen en levensstijlen. Het klassieke liberalisme veronderstelt een plurale samenleving, waarin met name vele godsdienstige, levensbeschouwelijke, in de ruime zin van het woord morele opvattingen voorkomen. Die overtuigingen en levensstijlen kunnen zelf min of meer intolerant zijn, maar dat is geen bezwaar zolang die intolerantie binnen de constitutionele perken blijft &#8211; dat wil zeggen, zolang zij uiting krijgt binnen de perken van ieders gelijk recht als lid van de samenleving. Vandaar de nadruk die het klassieke liberalisme legt op het onderscheid tussen de publieke sfeer en de private sfeer, tussen de aan de constitutie gebonden beoefening van de politiek, en de aan persoonlijke overtuiging gebonden beleving van moraal. De kern van het klassieke liberalisme wordt dan ook soms uitgedrukt als de scheiding van politiek en moraal. Daarmee wordt dan uitdrukkelijk niet bedoeld, dat het politieke gedrag amoreel of zelfs immoreel kan of moet zijn. Wel wordt bedoeld, dat niemand het recht heeft noch niet private dwangmiddelen, noch met de publieke dwangmiddelen van de wet zelf zijn moraal aan anderen op te dringen.
Voor het klassieke liberalisme is ieder mens een eindig of begrensd wezen. Door zijn lichamelijkheid is de ene mens te onderscheiden van de anderen: mijn lichaam is het uwe niet, mijn handelingen zijn de uwe niet. Dit maakt het mogelijk in concreto na te gaan of iemand in zijn handelen andermans grenzen respecteert, en of een &#8216;grensoverschrijdende&#8217; handeling met of zonder toestemming van de ander geschiedt. De erkenning van deze &#8216;natuurlijke&#8217; grenzen is de essentie van de klassiek liberale opvatting van recht. Zij krijgt concrete gestalte in de juridische instituten van eigendom, contract en persoonlijke aansprakelijkheid. Wat mensen met eigen middelen in onderlinge overeenstemming doen behoort tot de private sfeer. Tot de publieke sfeer behoort alle grensoverschrijdend handelen dat niet op onderlinge toestemming berust. Voor het klassieke liberalisme is rechtmatig handelen in de publieke sfeer in beginsel (crisis- en noodsituaties terzijde gelaten) betrokken op de handhaving en bescherming van recht, d.w.z. van de grenzen die de weerspiegeling zijn van de fysieke en de morele integriteit van ieder mens.
Het vermogen om publiek en privaat te scheiden, dat wil zeggen: het vermogen om de ander als ander te respecteren, is echter niet zo sterk in het bewustzijn verankerd als men wel zou wensen. Dat verklaart ook waarom het klassieke liberalisme zo vaak onbegrepen blijft. Velen zien het, niet als een politieke theorie, een doordachte poging om de vrede onder andersdenkenden en andersgeaarde mensen te institutionaliseren, maar als een ideologie die haar eigen moraal aan anderen wil opdringen. Wie het liberalisme identificeert met de houding van de Amerikaanse liberals kan dat zelfs met goede redenen doen. Dat Amerikaanse liberalism is inderdaad een heel opdringerige, om niet te zeggen imperialistische ideologie die de wereld een gedetailleerd stelsel voorhoudt van regels met betrekking tot wat mag en wat niet mag. Het heeft ook in de Europese samenleving een grote invloed, met zijn doctrines van political correctness, gender-politics, health activism, environmental ethics, en andere leerstellingen die voor de klassieke liberaal weliswaar geldige morele opvattingen kunnen zijn met mogelijk waardevolle richtlijnen voor het persoonlijke leven, maar die geen rekening houden met de onvermijdelijke pluraliteit en diversiteit van de menselijke factoren in de samenleving. Dit modieuze liberalism vaart graag onder de vlag van de verdraagzaamheid, maar &#8211; en dat is wat ik hier wil aantonen &#8211; het is een gestolen vlag. De lading die zij dekt is er een van onverdraagzaamheid. In feite vertrekt men, niet van een beredeneerd politiek begrip van verdraagzaamheid, maar van een profiel van &#8220;de verdraagzame mens&#8221;, wiens meningen over alles en nog wat men dan voorstelt als publiek afdwingbare normen: voor andersdenkende en andersgeaarde mensen is er in de samenleving geen plaats, aangezien deze per definitie onverdraagzaam zijn.
<b>VERDRAAGZAAMHEID: &#8216;DULDEN&#8217; EN &#8216;VERDRAGEN&#8217;</b>
Paul van Tongeren definieert verdraagzaamheid als het uithouden van een probleem, concreter: als het vasthouden aan de eigen overtuiging of levensstijl en het tegelijkertijd toelaten van andere overtuigingen of levensstijlen die daarmee in strijd zijn. Ik heb een formeel probleem met deze definitie. Als we verdraagzaamheid definiëren als A en B, dan is onverdraagzaamheid óf niet-A óf niet-B. Onverdraagzaamheid kan dus, volgens Van Tongeren, twee gedaanten hebben: iemand is onverdraagzaam als hij niet toelaat of duldt dat er andere overtuigingen of manieren van leven zijn dan de zijne, maar ook als hij niet vasthoudt aan zijn eigen overtuiging. Ik zie echter geen enkele reden om gemakkelijk te beïnvloeden mensen, of mensen die geen sterke overtuigingen hebben op bepaalde gebieden met betrekking tot die kwesties onverdraagzaam te noemen. Onverdraagzaamheid is voor mij het niet dulden, en verdraagzaamheid het wel dulden, dat andere mensen andere overtuigingen; inzichten; preferenties, ambities, andere gewoonten hebben. Waarom geeft Van Tongeren zijn definitie van verdraagzaamheid die complexe structuur: A en B, vasthouden aan de eigen overtuiging en andere overtuigingen toelaten? Het is waar dat &#8216;tolerantie&#8217; en &#8216;tolereren&#8217; meerzinnige woorden zijn. We kunnen &#8216;tolerantie&#8217; uitleggen als &#8216;verdraagzaamheid&#8217;, in de gebruikelijke betekenis: dulden dat andere mensen andere overtuigingen en levensstijlen hebben. Maar we kunnen, met Van Tongeren, &#8216;tolerantie&#8217; ook uitleggen als draagkracht, als het vermogen een last te dragen. Van Tongeren stelt de twee betekenissen voor, niet als alternatieve betekenissen, maar als deelbetekenissen die tezamen zijn begrip van tolerantie vormen. Volgens zijn betoog ligt het problematische van wat hij de moderne tolerantie noemt (d.w.z. verdraagzaamheid) in het feit dat we het aspect &#8220;draagkracht&#8221; uit het oog zouden verloren hebben. Dat aspect van tolerantie stond volgens hem centraal in wat hij dan de premoderne tolerantie noemt: de tolerantie van een heilige als Sint Franciscus, die moedig en dapper en met grote betrokkenheid het leed en de ellende van de wereld wist te dragen. Van Tongeren &#8211; wie niet? &#8211; heeft grote bewondering voor mensen die op een dergelijke manier &#8220;draagkrachtig&#8221; zijn, die ondanks tegenkanting, onbegrip en moeilijkheden aan hun overtuiging, hun manier van leven vasthouden. Ik kan begrijpen dat hij verdraagzaamheid pas echt bewonderenswaardig vindt bij mensen die niet uit zwakheid, onverschilligheid, cynisme of huichelachtigheid verdraagzaam zijn, maar bereid zijn uit liefde en respect de last te dragen van het omgaan met anderen met andere en strijdige opvattingen en gewoonten. Maar verdraagzaamheid is verdraagzaamheid, ook als ze niet bewonderenswaardig is, ook als ze niet gepaard gaat met een grote draagkracht. Voor mij zijn verdraagzaamheid en draagkracht dan ook twee verschillende dingen. Ik wens iedereen sterkte (d.w.z. draagkracht) toe, en ik hoop op aller verdraagzaamheid. Maar ik heb niet de illusie dat sterke, draagkrachtige mensen daardoor alleen al ook verdraagzame mensen zijn, noch de illusie dat verdraagzame mensen daardoor alleen al ook sterke mensen zijn. Het feit dat &#8220;draagkracht&#8221; en &#8220;verdraagzaamheid&#8221; beide betekenissen zijn van tolerantie is géén voldoende reden om te zeggen, dat tolerantie eigenlijk &#8220;verdraagzame draagkracht&#8221; of &#8220;draagkrachtige verdraagzaamheid&#8221; betekent. Het feit dat &#8220;dulden&#8221; en &#8220;verdragen&#8221; beide betekenissen zijn van tolereren is geen voldoende reden om te zeggen dat &#8216;dulden&#8217; en &#8216;verdragen&#8217; synoniemen zijn. Geen alcohol verdragen is niet hetzelfde als geen alcohol dulden; geen tegenspraak verdragen is niet hetzelfde als geen tegenspraak dulden. &#8216;Dulden&#8217; en &#8216;verdragen&#8217; behoren in zekere zin zelfs tot verschillende talen. &#8216;Dulden&#8217; behoort tot de taal van de meester, de superieur, de autoriteit; &#8216;verdragen&#8217; tot de taal van de dienaar, de ondergeschikte, de onderhorige. De vader vertelt zijn zoon dat hij niet langer zal dulden dat de jongen zijn ouders zo oneerbiedig behandelt. De zoon vindt het gezeur van zijn vader onverdraaglijk. Een vader stelt zich heel zwak op als hij tot zijn zoon zegt: &#8220;Ik kan jouw gedrag niet langer verdragen&#8221;. Een kind voelt zich erg sterk als het zijn ouders waarschuwt: &#8220;Ik duld jullie gezeur niet langer&#8221;.
Niet dulden is gezag laten gelden, de teugels aanhalen, verbieden, erop toezien dat iets niet gebeurt. Niet verdragen, daarentegen, is bezwijken, kapot gaan, ziek of radeloos worden. Iemand die veel verdraagt is een sterk of krachtig iemand, die niet bezwijkt. Iemand die veel duldt is ook een sterk iemand maar dan in een andere zin: iemand die duldt wat hij of zij bij machte is te verbieden of uit te roeien. Zo iemand is verdraagzaam. Verdraagzaamheid verwijst naar een manier van machts- en gezagsuitoefening.
In de Middeleeuwse opvatting was verdraagzaamheid een deugd van de meester, de heerser. Van hem werd verwacht dat hij geduldig zou zijn, dat hij van zijn ondergeschikten, in alle opzichten zijn minderen, zou dulden wat hij zichzelf nooit zou [mogen] toestaan. Van de knechten, de onderdanen, werd verwacht dat zij hun lot, hun machteloosheid, met ere zouden dragen. Daarin, in hun draagkracht, lag hun deugd van tolerantie. Lijden &#8211; dat wil zeggen: geleid worden &#8211; was hun deel, en hun enige waardigheid lag in de manier waarop zij leiding aanvaardden.
De heilige Thomas van Aquino noemde verdraagzaamheid een praktische deugd van de menselijke wetgeving. Op theoretische gronden, schreef hij in zijn grote Samenvatting van de theologie, moet men wel toegeven dat in beginsel de wetgever bevoegd is om alle deugden voor te schrijven en dus alle aspecten van het gedrag te regelen. Maar, zo voegde hij er onmiddellijk aan toe, de wetgeving dient een praktisch doel, en moet dan ook door praktische overwegingen geleid worden. Hij onderstreepte in het bijzonder, dat de wetgever rekening moet houden met de mensen zoals zij zijn, met hun gewoonten, hun zwakheden, hun onzekerheden, hun twijfels, hun feilbaarheid. De wetgever moet dus niet proberen alle deugden verplicht te stellen, maar alleen die &#8220;waarvan men in redelijkheid kan verwachten dat zij binnen het bereik van de grote meerderheid liggen&#8221;. De wetgever moet niet proberen alle ondeugden uit te bannen, maar alleen die &#8220;welke de samenleving zelf bedreigen: zoals moord en diefstal&#8221;.
<b>APORIE VAN DE VERDRAAGZAAMHEID?</b>
De binding van het begrip &#8220;verdraagzaamheid&#8221; met &#8220;dulden&#8221;, aan de ene kant, en &#8220;macht&#8221; en &#8220;gezag&#8221; aan de andere kant, is de grond waarop Van Tongeren zijn stelling bouwt, dat liberale verdraagzaamheid goed beschouwd ondenkbaar is, een aporie. Verdraagzaamheid, in de liberale zin van het woord, zou een wankel, om niet te zeggen logisch tegenstrijdig begrip zijn, een paradox, waarmee we alleen kunnen leven als we haar bedekken met de mantels van de huichelachtigheid, de onverschilligheid en het cynisme.
Waarin ligt nu het problematische, de aporie van de verdraagzaamheid? Zoals hierboven aangegeven is tolereren, in de premoderne zin van &#8220;dulden&#8221;, een deugd van de meester, de superieur. Maar hoe kan er dan sprake, zijn van verdraagzaamheid wanneer men de samenleving niet langer ziet als een samenleving van meesters en knechten, heersers en onderhorigen, maar als een samenleving van mensen met fundamenteel gelijke rechten? Van Tongeren drukt het als volgt uit: &#8220;Wie gelijke rechten heeft kan ik niet tolereren, en wie ik tolereer kan daarop geen recht doen gelden.&#8221; En inderdaad: als men zegt te tolereren, dan zegt men te dulden &#8211; dan verkondigt men de eigen superioriteit. Degene die ik tolereer heeft geen recht op mijn tolerantie; zij is een gunst die ik hem verleen, maar die ik ook kan intrekken. Zo gesteld lijkt tolerantie onverenigbaar met de idee van gelijke rechten. En daarmee lijkt ook de liberale opvatting, die zich tegelijkertijd op gelijke rechten en op tolerantie beroept, een huichelachtige, in wezen tegenstrijdige opvatting te zijn. De aporie bestaat niet wanneer we terugkeren naar de premoderne opvatting van verdraagzaamheid, zoals we die bij Thomas van Aquino hebben kunnen zien. Het pleidooi van Thomas was duidelijk niet liberaal in de moderne zin. Het veronderstelde de superieur-inferieur verhouding, zoals die bestaat tussen heerser en onderdaan. De onderdanen hebben uiteraard geen recht op hun &#8220;ondeugden&#8221;, maar dat betekent niet dat de wijze heerser of wetgever geen enkele ondeugd zal dulden. De wijze wetgever zal zich ervoor hoeden in de plaats van de Kerk, het gezin en andere maatschappelijke associaties te treden om met de dwangmiddelen van de wet alle ondeugden te bestrijden. Maar er is geen schending van recht, wanneer hij dat wel zou doen. In het Middeleeuwse wereldbeeld leverde verdraagzaamheid geen conceptueel probleem op, omdat er daarin geen sprake was van gelijke rechten.
<b>VERDRAAGZAAMHEID IN HET KLASSIEKE LIBERALISME</b>
De vaststelling van de aporie lijkt de liberaal dus voor een onaangename keuze te stellen: als hij enig belang hecht aan de logische samenhang van zijn ideeën, dan moet hij ofwel zijn appel tot verdraagzaamheid laten vallen, ofwel moet hij zijn overtuiging van gelijke rechten opgeven. In beide gevallen wordt de liberale opvatting onherkenbaar verminkt.
Vooraleer we iemand vragen tot intellectuele zelfverminking over te gaan, past het na te gaan of de argumentatie waarop onze vraag steunt wel deugdelijk is. En dan blijkt snel dat die zogenaamde aporie van de liberale verdraagzaamheid op een drogreden berust. Uit de stelling dat mensen als dusdanig gelijke rechten hebben, volgt immers geenszins dat zij overal in alle omstandigheden en voor alle zaken gelijke rechten hebben. Er is geen inbreuk op het gelijke recht van een ander als de overtuigde katholiek zegt, dat hij in zijn huis geen misprijzende opmerkingen over de Kerk zal dulden, of geen rituele slachtingen van schapen. Hij bevestigt zijn macht en gezag, en in die zin zijn superieur recht op die plaats en in die kwesties; maar men kan niet beweren dat hij daarmee miskent dat ongelovigen; of moslims als mensen gelijke rechten hebben. Ons oordeel zou anders zijn als zou blijken dat hij het recht opeist het gedrag te bepalen van ongelovigen of moslims ook buiten zijn huis, in het extreme geval bij hen thuis.
De zogenaamde aporie van de verdraagzaamheid verdwijnt wanneer we rekening houden met het liberale rechtsbeginsel van de persoonlijke integriteit en verantwoordelijkheid. Er is geen onverenigbaarheid tussen gelijke rechten en verdraagzaamheid; omdat de bedoelde gelijke rechten betrekking hebben op de status van de persoon als lid van de menselijke samenleving, terwijl verdraagzaamheid betrekking heeft op het concrete omgaan met mensen in situaties waarin, om het in sporttermen te zeggen, soms de ene, soms de andere het thuisvoordeel van het recht heeft. &#8220;Gelijk recht&#8221; betekent: bij mij thuis ben ik de baas, bij u thuis bent u de baas. Er is geen enkele aporie of contradictie wanneer ik bij mij thuis dingen tolereer van iemand die als mens mijn gelijke is, maar als gast gehouden is de regels van het huis te respecteren &#8211; in casu: mijn regels. Vanuit het liberale perspectief dringt zich dus een onderscheid op dat in het betoog van Van Tongeren nauwelijks enige aandacht krijgt. Ik bedoel het onderscheid tussen rechtmatige en onrechtmatige uitingen van intolerantie of onverdraagzaamheid. Het lijkt mij, dat juist dit onderscheid een verhelderend licht werpt op de verwarring die het denken over verdraagzaamheid in deze tijd kenmerkt. Vanuit een liberaal perspectief is intolerantie niet altijd af te keuren, en niet altijd onrechtmatig. Neem het geval van meneer Preuts: meneer Preuts is intolerant voor het geweld dat in sommige pornografische prenten wordt verheerlijkt, en verbiedt daarom het vertonen of bekijken van dergelijke prenten in zijn huis. Oordelend vanuit een liberaal standpunt kunnen we het erover eens zijn, dat hij op rechtmatige wijze uiting geeft aan zijn intolerantie. En wie zal zeggen dat hij dergelijk geweld niet zou mogen afkeuren? Neem nu meneer Ekolo. Ekolo heeft een hekel aan moderne wetenschap en technologie. Hij duldt in zijn huis niets wat enig positief licht werpt op wetenschap en technologie. Ook hier zullen we zeggen, dat dat zijn goed recht is. Maar allicht zal niet iedereen het met hem eens zijn, dat wetenschap en technologie afkeurenswaardig zijn. In beide gevallen hebben we te maken met rechtmatige uitingen van intolerantie, zij het dat men in het ene geval van [ethisch] gerechtvaardigde en in het andere geval van ongerechtvaardigde intolerantie kan spreken. Maar wat zullen we zeggen als een van de genoemde heren, Preuts of Ekolo, zijn intolerantie zou willen uiten buiten zijn huis? Het liberale standpunt in deze kwestie is, dat zij dat weliswaar mogen, maar dan alleen op een wijze die de rechten van anderen respecteert. Zo mag Preuts zijn intolerantie voor pornografisch geweld uiten in woord en daad, maar bijvoorbeeld niet door een ander te verbieden pornografische films te bekijken in huizen waar Preuts geen jurisdictie heeft. Verbieden kan hij immers slechts door gewelddadig in te grijpen, of door te dreigen met een dergelijke gewelddadige ingreep. En anderen dwingen zich naar hem te schikken is precies wat hem onder de liberale idee van gelijke rechten niet is toegestaan. Hij heeft niet het recht buitenshuis te verbieden wat hij thuis zonder meer met recht kan verbieden. Zijn recht in de private sfeer is niet zijn recht in de publieke sfeer.
In de publieke sfeer geldt de bescherming van ieders gelijk recht als enige, in elk geval als hoogste norm. In de publieke sfeer heeft tolerantie geen andere betekenis dan erkenning van de anderen als gelijken. Het is naast de kwestie te zeggen, met betrekking tot de publieke sfeer, dat men anderen duldt, alsof men het recht zou hebben hen niet te dulden. In de private sfeer ligt dat anders, zoals hierboven werd aangetoond. Als men dan toch met betrekking tot de publieke sfeer van tolerantie wil spreken, dan zal men moeten zeggen dat niemand het recht heeft intolerant te zijn, ook niet ten overstaan van hen die op rechtmatige wijze intolerant gedrag vertonen, dat wil zeggen: die zonder andermans recht te schenden intolerant zijn. Men zou deze consequentie kort, maar misleidend, zo kunnen uitdrukken: het liberale standpunt is dat men tolerant behoort te zijn, ook tegenover hen die zelf intolerant zijn. Het is een misleidende uitdrukking, juist omdat zij geen gewag maakt van het onderscheid tussen privaat en publiek dat haar voor inconsistentie behoedt.
<b>ONGERIJMDE VERDRAAGZAAMHEID</b>
Miskenning van het onderscheid tussen privaat en publiek leidt tot in logisch en politiek opzicht onaanvaardbare consequenties, en met name tot het institutionaliseren van de onverdraagzaamheid in naam van de verdraagzaamheid. Onlangs werd op televisie aandacht besteed aan een rechtsgeding dat door de vader van een jongetje werd aangespannen tegen de Boy Scouts of America. Deze organisatie eist van kandidaat- leden dat ze een eed afleggen waarin ze o.m. zweren God te dienen. De vader in kwestie stapte naar de rechter om te bekomen dat zijn zoontje, dat weigerde die eed af te leggen, toch lid van de Boy Scouts zou kunnen worden. De rechtbank ging niet op zijn verzoek in. En terecht, want de Boy Scouts zijn een privaatrechtelijke vereniging. Niemand is verplicht boy scout te worden, en het staat iedereen vrij een atheïstische of neutrale vereniging op te richten die geen geloofsbelijdenis van haar leden eist, maar overigens in niets van de Boy Scouts verschilt. In een commentaar op de uitspraak vond de man de stelling van de rechter verkeerd, omdat zij volgens hem een uiting van onverdraagzaamheid en discriminatie op basis van godsdienst vergoelijkte. (We kunnen ons afvragen wat de man gaat doen als zijn zoontje ooit graag bisschop van een kerk zou worden.)
We kunnen het gerust eens zijn met de man, wanneer hij zegt dat de Boy Scouts blijk geven van onverdraagzaamheid tegenover ongelovigen. Maar wat doet hij zelf? Hij wil met de middelen van de wet zijn eigen onverdraagzaamheid, namelijk ten aanzien van verenigingen die een levenswijze aanhangen waarmee hij het niet eens is, tot afdwingbare norm maken. We moeten ons geen illusies maken. De miskenning van het onderscheid tussen publiek en privaat waarvan de man blijk gaf is helemaal niet uitzonderlijk. Weinigen onder ons zullen sympathie opbrengen voor iemand die gelovigen het recht wil ontzeggen met elkaar en in de volle belijdenis van hun geloof een vereniging op te richten en in stand te houden. Maar hoe zit het met de sympathie voor anderen die in hun leven en werken een bepaalde identiteit willen handhaven? Denk hier aan winkeliers, uitbaters van café&#8217;s, dancings, bioscopen, aan werkgevers en huiseigenaars, die in vele landen met het wettelijke verbod geconfronteerd worden om te discrimineren op basis van godsdienst, huidkleur, geslacht. Deze verbodsbepalingen zijn evenzeer strijdig met een liberale constitutie; ook zij institutionaliseren in naam van de verdraagzaamheid de onverdraagzaamheid door private aangelegenheden aan publieke normering te onderwerpen &#8211; en dit terwijl er geen dringende nood of crisis is die een dergelijke normering, althans tijdelijk, zou kunnen rechtvaardigen. Er is ook in deze gevallen geen verplichting om zich in bepaalde winkels te bevoorraden of om zijn vermaak in bepaalde ontspanningslokalen te zoeken. Evenmin is er een verbod om winkels e.d. te openen die uitsluitend of ook toegankelijk zijn voor mensen die elders niet welkom zijn.
Gelijkaardige opmerkingen gelden voorde verhuur en verkoop van huizen, en voor arbeidscontracten. Wat men zonder meer aanvaardt voor organisaties als de Boy Scouts of America, namelijk dat zij discrimineren op basis van een criterium als godsdienst, ontzegt men met evenveel gemak aan andere private personen. Hier ligt een contradictie die zowel een vertroebeling van de opvattingen over verdraagzaamheid verraadt als een onbegrip voorde processen van spontane ordening die in het dagelijks leven werkzaam zijn. Wat men heel in het bijzonder uit het oog lijkt te hebben verloren is dat voor private personen noch discrimineren noch niet discrimineren kosteloos zijn. Dat betekent dat wetgeving die mensen verplicht of verbiedt te discrimineren hen dwingt kosten te maken die zij anders zouden kunnen ontwijken zonder iemand tekort te doen. Laten we even twee verschillende voorbeelden bekijken. Veronderstel &#8211; eerste voorbeeld &#8211; dat u een zaak hebt, een winkel of café, die vrijwel uitsluitend door racisten wordt bezocht. Uiteraard kunt u uw klanten niet dwingen bij u hun aankopen te doen of hun vermaak te zoeken. Zelf bent u géén racist, maar als u geen rekening houdt met de racistische voorkeuren van de overgrote meerderheid van uw klanten, dan kunt u uw zaak wel sluiten. Als u bijvoorbeeld kleurlingen zou toelaten, dan riskeert u relletjes, schade aan inboedel, en eventueel aansprakelijkheid voor verwondingen. Of u riskeert het overgrote deel van uw klanten te verliezen. Een wet die u verbiedt te discrimineren legt u de plicht op die risico&#8217;s te lopen, en dit meestal zonder enige vergoeding. (4)
Het tweede voorbeeld is gelijkaardig, met dit verschil, dat u, uitbater van een zaak zelf racist bent. U weigert, op grond van uw overtuiging of voorkeur aan kleurlingen te verkopen &#8211; en dit ondanks het feit, dat vele potentiële klanten kleurlingen zijn. U betaalt een prijs voor uw racistische voorkeuren in de vorm van het derven van inkomsten uit verkoop van uw producten aan kleurlingen. Lijden de kleurlingen onder uw racisme? Misschien vinden zij het ergerlijk te horen dat zij ergens niet welkom zijn. Zo vinden ook antiracisten het ergerlijk dat er racisten zijn. Maar niemand heeft er, onder een liberale constitutie, recht op nooit geconfronteerd te worden met situaties die zijn of haar ergernis opwekken. Lijden de kleurlingen onder het feit dat zij hun spullen niet in bepaalde winkels kunnen kopen? Niet onder een liberale constitutie! Als discriminerende winkelier creëert u immers, zoals men zegt, een &#8220;gat in de markt&#8221; dat een ander (kleurling of niet) gemakkelijk kan opvullen. U betaalt dus mogelijk een heel zware prijs voor het uiten van uw racistische voorkeur. Uw niet-racistische concurrent krijgt niet alleen alle kleurlingen als klanten, maar ook alle niet kleurlingen die aanstoot nemen aan uw racisme, of die om welke reden dan ook zijn zaak boven de uwe verkiezen. Het paradoxale in dit geval is, dat een wet die discriminatie verbiedt u als racist automatisch vergoedt voor de aan u opgelegde beperking. U krijgt nu immers ook inkomen uit verkoop aan klanten die u eigenlijk liever niet zou zien. De verbetering van uw financiële positie is een (gedeeltelijke)  compensatie voor het ongenoegen dat u wordt opgelegd.
Vanuit een ruimer perspectief bekeken zitten er aan dergelijke zogenaamd anti-discriminatie wetten nog andere paradoxale kanten. Ten eerste, stel dat kleurlingen vrij talrijk vertegenwoordigd zijn in de bevolking. Discriminerende praktijken van blanke handelaars maken het dan veel gemakkelijker voor kleurlingen om zelf een bedrijf te beginnen: zij hebben immers een belangrijk deel van de markt voor zich.(5) Is het dan mogelijk dat een motief achter de anti-discriminatie wetten de wens of de hoop is, het moeilijker te maken voor kleurlingen om een eigen zaak te beginnen? Ten tweede, anti-discriminatie wetten kunnen in een aantal gevallen gemakkelijk omzeild worden door private circuits &#8211; bijvoorbeeld privé-clubs of consumenten-coöperatieven.(6) Denk hier aan het eerste voorbeeld: uw zaak Wordt vooral bezocht door racisten. U hebt er dan alle belang bij een anti-discriminatie wet te omzeilen door uw zaak om te vormen tot een privé-club of private vereniging; Maar deze mogelijkheid bestaat niet voor iedereen: voor verhuurders van huizen en appartementen en voor werkgevers zou zij heel moeilijk te realiseren zijn. De wet creëert aldus nieuwe vormen van discriminatie. Ten derde: in die gevallen &#8211; verhuur van huizen, aanwerving van personeel &#8211; is het bijzonder moeilijk aan te tonen dat er inderdaad sprake is van discriminatie wanneer iemand de voorkeur geeft aan een niet-kleurling. Er zijn dan twee mogelijkheden: de wet blijft dode letter, of hij wordt uitgebreid met allerlei verdere ingrepen, maatregelen en voorwaarden die de persoonlijke beslissingsbevoegdheid steeds meer beperken of uitschakelen. Aan het einde van dit straatje vindt men het onding van de positieve discriminatie, het paradepaard van de hedendaagse verdraagzaamheid. We zitten dan met een volledig gepolitiseerd systeem van intermenselijke verhoudingen, waarin de overtuigingen en voorkeuren van mensen die niet of nauwelijks bij een bepaalde concrete handeling betrokken zijn zwaarder doorwegen dan de overtuigingen en voorkeuren van degenen die er rechtstreeks bij betrokken zijn. Het zal duidelijk zijn, dat dergelijke wetgeving de onverdraagzaamheid institutionaliseert. Dat dit in naam van een abstract begrip van verdraagzaamheid gebeurt verandert daar niets aan. Dergelijke wetgeving is een uiting van het onvermogen of de onwil te verdragen dat andere mensen in hun eigen huis of zaak dingen niet verdragen die volgens de wetgevers (en de pressiegroepen achter de wetgevers) iedereen willens nillens moet verdragen. Maar wat is een duidelijker bewijs van onverdraagzaamheid dan de overtuiging dat wat men zelf goed acht daarom alleen al voor iedereen moet worden verplicht gesteld, of de overtuiging dat wat men zelf verkeerd acht daarom alleen al voor iedereen moet worden verboden?
Bovendien ondermijnt die geïnstitutionaliseerde onverdraagzaamheid de processen waarmee voortdurend nieuwe samenlevingsconventies worden uitgewerkt. Immers, in plaats van de mensen ertoe aan te zetten op een vreedzame wijze onderling tot een vergelijk te komen, geeft dergelijke wetgeving het signaal dat iedereen kan en mag proberen zijn voorkeuren en overtuigingen tot afdwingbare wet voor iedereen te maken. Het is alsof er een vrijbrief voor fanatisme wordt gegeven. De vruchten van een dergelijke mentaliteit ziet men in &#8216;moraliserende&#8217; regelgeving, die tot stand komt onder druk van allerlei politieke campagnes van gezondheidslobby&#8217;s, milieu-groeperingen en andere zogenaamde &#8216;single issue&#8217; bewegingen. Daarmee verdwijnt niet alleen de klassiek-liberale opvatting van verdraagzaamheid, ook de Middeleeuwse waarschuwing voor al te ijverige wetgeving wordt vergeten. Nu worden we echter geconfronteerd met verenigingen die met succes de wetgever oproepen ook de &#8220;kleine ondeugden&#8221; te bestrijden die geen enkel gevaar inhouden voor het bestaan van de samenleving &#8211; weg die sigaret, weg die borrel, weg die Bourgondische eetgewoonten, weg die zondagse autotochtjes enzovoort.
<b>VERMENGING VAN PRIVATE EN PUBLIEK SFEREN</b>
Wat in al deze gevallen voor problemen zorgt is de teloorgang van het onderscheid tussen de private en de publieke sfeer, en daarmee van het hart van elke waarlijk liberale politieke cultuur. Allicht blijkt dit nog het duidelijkst uit de uitholling van de idee van universele, en daarom voor iedereen gelijke, mensenrechten. Het verschijnsel wordt tegenwoordig aangeduid met een verhullend eufemisme: de horizontale werking van de mensenrechten. Daarmee wordt bedoeld, dat de eisen die men stelt aan de staat of de overheid als bewaker van de publieke sfeer ook gelden voor private aangelegenheden: de overheid mag niet discrimineren (want dan schendt zij gelijke rechten), en dus mogen ook de gewone burgers in hun private verhoudingen niet discrimineren (alhoewel er daar geen sprake is van gelijke rechten); de overheid heeft niet het recht intolerant te zijn (want erkenning van recht is een rechtsplicht), en dus hebben gewone burgers niet het recht intolerant te zijn in hun private verhoudingen (alhoewel hun intolerantie aldaar niemands recht schendt).
Door die zogenaamde horizontale werking van de mensenrechten verliest het private zijn privaat karakter. Maar onvermijdelijk verliest daardoor ook het publieke zijn publiek karakter. Met publieke middelen, dus: met dwang, de eigen overtuiging en levensstijl opdringen aan anderen is het publieke domein privatiseren &#8211; de pretentie hebben over anderen te regeren alsof ze niets anders zijn dan gasten in het eigen huis.
Men kan uiteraard niet ontkennen, dat het klassiek-liberale onderscheid tussen het private en het publieke domein veel van zijn descriptieve relevantie heeft verloren. In de hedendaagse welvaartsstaat zijn zovele essentieel private verhoudingen in de publieke sfeer getrokken dat elke bepaling van de grens tussen de private en de publieke sfeer onvermijdelijk arbitrair en van zeer tijdelijke geldigheid lijkt. Daarmee worden onoplosbare conflicten geschapen. Met het verdwijnen van de vrijheid van onderwijs, zowel aan de kant van de onderwijsproducenten als aan de kant van onderwijsconsumenten, krijgt de overheid de taak toe te zien op wie onderwijs geeft of volgt, op wat hoe wanneer onderwezen wordt, en op de middelen die aan onderwijs besteed worden. De hoe dan ook beperkte middelen maken het onmogelijk dat zij ruimte scheppen voor alle overtuigingen, alle curricula, alle didactische en pedagogische opvattingen. De overheid moet dus keuzen maken, partij kiezen regels opleggen: zij moet discrimineren. Zo wordt onderwijspolitiek een middel voor sommigen om hun opvattingen en overtuigingen aan anderen op te dringen, en vehikel voor persoonlijke ambities en strategische zetten in het politieke spel. Zo&#8217;n onderwijssysteem kan wel verdraagzaamheid met de lippen belijden, maar het kan niet verdraagzaam zijn. Het kan naast zich geen concurrenten dulden die andere overtuigingen vertolken, die de (in de letterlijke zin van het woord) heersende leer niet aanvaarden. Wie in de politieke machtsstrijd aan het kortste eind trekt stelt vast dat hij niet langer geduld wordt. Dat moet hij maar verdragen; en als zijn draagkracht niet groot genoeg is, dan gaat hij maar kapot.
<b>BESLUIT</b>
In een grote open samenleving zoals de onze onvermijdelijk is is de politieke verdraagzaamheid een noodzaak. Politieke verdraagzaamheid is het erkennen van ieders gelijk recht om zijn of haar leven naar eigen inzicht en overtuiging te leiden. Zij is de enige waarborg tegen de toch altijd dreigende tirannie. Wat blijft van u over als ik u er zonder meer toe dwing u aan mijn waarden en overtuigingen, aan mijn manier van leven te onderwerpen? Anderzijds is universele morele verdraagzaamheid een onmogelijkheid en daarom ook een absurde eis. Niemand kan alles verdragen. Mensen dwingen te tolereren wat zij niet kunnen verdragen is hen vernietigen. Dat is geen uiting van verdraagzaamheid; het is de meest tirannieke vorm van onverdraagzaamheid. Maar laat ons niet in de val lopen van degenen die ons voorhouden dat daarom verdraagzaamheid een onmogelijkheid is. De sleutel tot een logisch samenhangende conceptie van verdraagzaamheid is ieders gelijk recht. Dat toont ons de plaatsen en omstandigheden waarin ieder naar eigen inzicht en overtuiging kan tolereren of niet-tolereren. Het toont ons ook welke middelen we hebben om onze afkeuring en veroordeling te laten blijken met betrekking tot zaken die we liever niet zouden zien.
l) De tekst diende als basis voor een discussie-avond in een reeks over verdraagzaamheid georganiseerd door het Studium generale van de Rijksuniversiteit Limburg (Maastricht) Op 8 februari 1994. Bij die gelegenheid was ik uitgenodigd om commentaar te geven op Van Tongerens uiteenzetting. De voorliggende tekst is een uitwerking van mijn opmerkingen.
2) &#8216;Modern&#8217; betekent hier niet hetzelfde als &#8216;hedendaags&#8217;: zie verder in de tekst.
3) Een Amerikaanse liberal zou men in de hedendaagse Europese context veeleer een verlichte of progressieve sociaal-democraat moeten noemen dan een liberaal in de klassieke zin. Overigens kan men niet ontkennen dat het Amerikaanse liberalism Europese wortels heeft.
4) Strikt genomen gaat het echter om een onteigening waarvoor u volgens de grondwet een billijke en voorafgaandelijke vergoeding zou moeten ontvangen. Anderzijds is er de overigens niet geheel zekere, en in de veronderstelde omstandigheden geringe vergoeding als gevolg van de toevloed van voordien geweerde klanten.
5) Er zijn genoeg voorbeelden van ethnische minderheden die juist vanuit hun marginale sociale positie een sterke rol in het handelsleven hebben kunnen uitbouwen: Joden, Chinezen, Indiërs&#8230;
6) De Belgische wet ter bestrijding Van het racisme, voorziet, na de wijziging die dit voorjaar werd aangenomen, ook sancties voor discriminerende privé-clubs. Mogen we nu verwachten dat binnenkort atheïsten of moslims of protestanten toegang krijgen tot ambten in de katholieke kerk? Niet noodzakelijk: eens een wetgever het zicht op recht verloren heeft, ligt de weg van de politieke willekeur wijd open. En onder een regime van willekeur kan de wetgever naar willekeur discrimineren.
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/verdraagzaamheid-publieke-en-private-aspecten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Redactioneel</title>
		<link>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/redactioneel-5/</link>
		<comments>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/redactioneel-5/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 18 Jun 2005 04:12:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ronnie</dc:creator>
				<category><![CDATA[auteur; Vrij, Jean-Jacques]]></category>
		<category><![CDATA[topic; Commentaar]]></category>
		<category><![CDATA[vrijbrief; 316 Vrijbrief 1994/2]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.libertarian.nl/vrijbrief-archief/?p=990</guid>
		<description><![CDATA[De Opdracht Voor Libertariërs     Wanneer u dit leest, is al bekend of de gooi naar een&#8230;
De Opdracht Voor Libertariërs
Wanneer u dit leest, is al bekend of de gooi naar een parlementszetel van de Libertarische Partij succesvol is geweest of niet.&#8230;]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<b>De Opdracht Voor Libertariërs</b>     Wanneer u dit leest, is al bekend of de gooi naar een&#8230;
<b>De Opdracht Voor Libertariërs</b>
Wanneer u dit leest, is al bekend of de gooi naar een parlementszetel van de Libertarische Partij succesvol is geweest of niet. Of het nu wel of niet is gelukt, is voor mij niet belangrijk. Het libertarisch streven hoort, zo vind ik, überhaupt van een andere orde te zijn. Ludwig von Mises schreef eens: He who wants to reform his countrymen must take recourse to persuasion. This alone is the democratic way of bringing about changes. If a man fails in his endeavors to convince other people of the soundness of his ideas, he should blame his own disabilities. He should not ask for a law, that is, for compulsion and coercion by the police. (<b>Bureaucracy</b>, p.26)
Dit geldt mijns inziens eveneens voor hen die juist beogen de rol van de staat terug te dringen. Men dient aan de basis te beginnen. Dat wil zeggen: het is essentieel om eerst de hearts and minds van de burgers voor het libertarisch gedachtegoed te winnen.
Het niet onderkennen van weerstanden die bij mensen van vlees en bloed bestaan, is een typische intellectuele tekortkoming. Evenwel: met onwillige honden is het kwaad hazen vangen. Men dient goed te beseffen dat in de actuele situatie vrijwel iedereen vruchten plukt van het systeem van belastingen en subsidies. Er bestaat ontevredenheid over de uitwassen ervan en over het disfunctioneren op bepaalde gebieden. Maar het is er verre vandaan dat het principe van het stelsel door een meerderheid als verkeerd wordt gezien. Mensen hiervan te doordringen enerzijds, en hun de ogen te openen voor de zelfredzame vermogens van het individu en voor de potentie van op vrijwillige basis gestoelde stelsels van wederzijds hulpbetoon anderzijds, dat is belangrijk. Zo helpt men voorkomen dat wanneer de verzorgingsstaat ineenzakt, dan wel afgebouwd wordt, mensen in de armen van één of andere rattenvanger van Hamelen vluchten. Deze methode is arbeidsintensiever, minder spectaculair en daardoor misschien ook minder aantrekkelijk dan politieke actie. Het resultaat dat zij oplevert is misschien minder tastbaar en laat langer op zich wachten, maar de degelijkheid ervan is veel minder twijfelachtig.
Natuurlijk is het van levensbelang dat wetten die de wegen voor mensen om zich überhaupt zelf te redden, afsluiten, geschrapt worden. Maar waarom tot het bereiken van dit doel niet getracht invloed uit te oefenen op politici die reeds in het systeem functioneren? Ergens las ik dat Yvonne van Rooy, staatssecretaris van economische zaken, aan de muur van haar werkkamer de spreuk &#8220;The government is not the solution to our problem, it is the problem&#8221; heeft hangen. Is het niet veel effectiever wanneer dergelijke mensen zich verder in libertarische richting ontwikkelen, dan wanneer een mini-fractie in het parlement af en toe eens een minuutje meepiept?
Bovendien wordt ons zo ook de onverkwikkelijke aanblik bespaart van een &#8220;libertariër&#8221; die om zich te rechtvaardigen, zijn toevlucht moet nemen tot politiek gedraai. De parlementariër, immers, die claimt libertarische principes voor te staan, maar wiens activiteiten ondertussen rijkelijk gefinancierd worden uit belastinggelden, die merendeels afkomstig zijn van mensen die zijn streven niet delen (ergo; onvrijwillige afdrachten), heeft echt geen verdediging tegen logische kritiek. Een politieke carrière mag spectaculair zijn, voor de verbreiding van het libertarisch gedachtegoed lijkt zij mij contraproductief.
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/redactioneel-5/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De vrije markt in een onvrije economie</title>
		<link>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/de-vrije-markt-in-een-onvrije-economie-75/</link>
		<comments>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/de-vrije-markt-in-een-onvrije-economie-75/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 18 Jun 2005 04:07:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ronnie</dc:creator>
				<category><![CDATA[auteur; Jongen, Louk]]></category>
		<category><![CDATA[topic; Beleggen]]></category>
		<category><![CDATA[vrijbrief; 033 Vrijbrief 33 (november 1980)]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.libertarian.nl/vrijbrief-archief/?p=989</guid>
		<description><![CDATA[&#8220;Eén zwaluw maakt nog geen herfst, maar de schapen staan wel te dringen om over de dam te&#8230;
&#8220;Eén zwaluw maakt nog geen herfst, maar de schapen staan wel te dringen om over de dam te komen.&#8221;
Het bovenstaande lijkt een bijzonder grove verbastering van twee oernederlandse spreekwoorden.&#8230;]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[&#8220;Eén zwaluw maakt nog geen herfst, maar de schapen staan wel te dringen om over de dam te&#8230;
&#8220;Eén zwaluw maakt nog geen herfst, maar de schapen staan wel te dringen om over de dam te komen.&#8221;
Het bovenstaande lijkt een bijzonder grove verbastering van twee oernederlandse spreekwoorden. U moet het echter zien als een inleiding tot de volgende &#8220;verbasteringen&#8221; die op stapel staan.
Uit de krant van 29-10-80: &#8220;De regering moet een dam opwerpen tegen de kapitaalvlucht van institutionele beleggers naar het buitenland. Daarom heeft de Tweede Kamer zich in meerderheid uitgesproken voor meer investeringen in maatschappelijk waardevolle projecten&#8230;&#8230;.&#8221;
Een zich wethouder te Amsterdam noemende figuur eist dat een financiële meevaller van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds tegen 2,5% rente in woningbouwprojecten wordt &#8220;belegd&#8221;. Kan het nog Scheefer?
Gezien het naderend bankroet van de Belgische staat (het is namelijk bijna niet meer mogelijk voor de overheid om in eigen land geld te lenen), gaan er stemmen op voor het volgende: &#8220;Alle grote vermogens moeten verplicht worden om x% van hun vermogen in staatsobligaties te beleggen.&#8221;
&#8216;De hypotheeklasten niet meer aftrekbaar voor hypotheken hoger dan 4 ton.&#8221;
enz. enz.
Ziet u de zwarte schapen komen? Het Libertarisme heeft steeds getracht een dam hier tegen op te werpen. In mijn artikelen heb ik steeds getracht u adviezen te geven zodanig, dat, u zo min mogelijk &#8220;gepakt&#8221; wordt door allerhande overheidsmanipulaties met geld, inflatie en wetgeving. Vandaar beleggingen op het gebied van edele metalen, want die zijn voor o heden minder manipuleerbaar en vallen slechts in de vermogensbelasting!
Gezien voornoemde punten vind ik het noodzakelijk dat ik u moet aanraden, zij het met enige schroom, om geld uit het land waar u woont weg te werken.
Want dacht u dat
overheidsbeperkingen voor belegging in het buitenland slechts op grote ondernemingen toegepast gaan worden?
er nooit zo iets als een belasting op &#8220;maatschappelijk onnutte&#8221; beleggingen zal komen?
 het Belgische plan nooit verwezenlijkt zal worden?
de aftrekbaarheid van hypotheekrenten altijd zal blijven bestaan?
Nu is het nog tijd, zo u al niet ermee begonnen bent om geld weg te werken, de argumentatie wordt in het bovenstaande gegeven, want de straf die u krijgt als u het niet doet is simpel: confiscatie.
Ik raad u aan, als het enigszins mogelijk is, 10 tot 20% van uw jaarlijkse uitgaven te besteden aan gouden Kruger Randen. Die Kruger Randen koopt u met baar geld. België is daarvoor aantrekkelijk, omdat daar nog steeds geen BTW op Kruger Randen geheven wordt. Dan huurt u een kluisje tegen een luttel bedrag, liefst in een ander land dan in dat waar u woont, of u verstopt de muntjes ergens.
<b>Edele metalen</b>
In de vorige VRIJBRIEF werd u aangeraden om rond $ 600 per ounce goud te kopen. Die 600 was dan ook deze keer precies de bodem in de markt (nu 637.75). Had u toen niet gekocht, dan raad ik u aan dat alsnog te doen, want de prijsstijgingen zouden wel eens groot kunnen zijn in de eerstkomende weken.
Beleg dan vooral in zilver en minder in goud, want zilver zal procentueel meer stijgen dan het gele metaal.
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/de-vrije-markt-in-een-onvrije-economie-75/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Gedicht</title>
		<link>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/gedicht/</link>
		<comments>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/gedicht/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 18 Jun 2005 04:02:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ronnie</dc:creator>
				<category><![CDATA[auteur; Onbekend]]></category>
		<category><![CDATA[topic; Allerlei]]></category>
		<category><![CDATA[vrijbrief; 033 Vrijbrief 33 (november 1980)]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.libertarian.nl/vrijbrief-archief/?p=988</guid>
		<description><![CDATA[Je kunt geen welvaart krijgen    door spaarders te ontmoedigen.    Je kunt de zwakkeren niet&#8230;
Je kunt geen welvaart krijgen
door spaarders te ontmoedigen.
Je kunt de zwakkeren niet sterker maken
door de sterken te verzwakken.
Je kunt kleine mensen niet helpen
door grote mensen omlaag te halen.&#8230;]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[Je kunt geen welvaart krijgen    door spaarders te ontmoedigen.    Je kunt de zwakkeren niet&#8230;
Je kunt geen welvaart krijgen
door spaarders te ontmoedigen.
Je kunt de zwakkeren niet sterker maken
door de sterken te verzwakken.
Je kunt kleine mensen niet helpen
door grote mensen omlaag te halen.
Je kunt de armen niet helpen
door de rijken arm te maken.
Je kunt de werknemer niet verbeteren
door de werkgever te verslechteren.
Je kunt niet uit de moeilijkheden komen
door meer uit te geven dan je binnenkrijgt.
Je kunt geen samenleving bevorderen
door klassenhaat te prediken.
Je kunt geen degelijkheid baseren
op geleend geld.
Je kunt geen karakter en moed opbouwen
door initiatief en onafhankelijkheid weg te nemen.
Je kunt niemand voorgoed helpen
door datgene voor hem te doen wat hij zelf kan en behoort te doen.
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/gedicht/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Moet je nu toch eens lezen</title>
		<link>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/moet-je-nu-toch-eens-lezen/</link>
		<comments>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/moet-je-nu-toch-eens-lezen/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 18 Jun 2005 03:57:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ronnie</dc:creator>
				<category><![CDATA[auteur; Onbekend]]></category>
		<category><![CDATA[topic; Internationaal]]></category>
		<category><![CDATA[vrijbrief; 033 Vrijbrief 33 (november 1980)]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.libertarian.nl/vrijbrief-archief/?p=987</guid>
		<description><![CDATA[Juist in het grote UNESCO debat over het aan banden leggen van de internationale pers, de&#8230;
Juist in het grote UNESCO debat over het aan banden leggen van de internationale pers, de nieuwe informatie orde, liep de Afghaanse afgevaardigde Akhtar Mohammed Paktiawal over naar West Duitsland.&#8230;]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[Juist in het grote UNESCO debat over het aan banden leggen van de internationale pers, de&#8230;
Juist in het grote UNESCO debat over het aan banden leggen van de internationale pers, de nieuwe informatie orde, liep de Afghaanse afgevaardigde Akhtar Mohammed Paktiawal over naar West Duitsland. Dit na een vernietigende speech tegen de Sovjet Unie gegeven te hebben. Het overdonderde de spelende diplomaten, want Paktiawal&#8217;s speech was een prachtig voorbeeld in strijd met de UNESCO &#8220;principes&#8221; over verslaggeving. Volgens deze principes moet een speech of bericht &#8220;gebalanceerd&#8221; zijn.
Inderdaad zei Paktiawal dat Afghanistan vriendschap met de Sovjet Unie zoekt, maar hij ging verder door te zeggen dat de Sovjets &#8220;mensenrechten vertrappen, ons doden en onderdrukken&#8221; Dat is natuurlijk verschrikkelijk ongebalanceerde taal.
Paktiawal handelde ook in strijd met de &#8220;redelijkheids doctrine&#8221;. Het was redelijk van  hem om te zeggen dat &#8220;Afghanistan geen vrij land meer is&#8221;, maar het was niet redelijk om te vervolgen met &#8220;volledig bezet door onze Sovjet vrienden&#8221; en &#8220;bezig een bezetting te bevechten&#8221;. De Sovjet Unie &#8220;helpt&#8221; Afghanistan met miljarden guldens en dan beschrijft zo&#8217;n Paktiawal in gekleurde taal deze hulp. Een duidelijker tegenstrijdigheid met de UNESCO perscode hadden we al lang niet meer gehoord. Behalve dan dat het was dat Paktiawal zei dat &#8220;in Afghanistan vrouwen en kinderen worden verpletterd in hun tenten door Russische vrachtauto&#8217;s&#8221; Het laatste woord veranderde hij in &#8216;tanks&#8217;.
Dit is weer in strijd met het door UNESCO voorgestelde verbod om over oorlog te schrijven. Vooral toen het gevolgd werd door &#8220;de VN zou aandacht moeten schenken aan wat er in Afghanistan gebeurt&#8221;. Volgens de UNESCO perscode zou het laatste onderdeel van Paktiawals Speech uit de kranten moeten blijven, tenzij hij gezegd had dat de Afghanen hun wapens neer moesten leggen en de Russische bevrijding accepteren.
Trouwens elk verslag over Paktiawals speech zou ook in strijd zijn met;de UNESCO voorstellen omdat het niet overeenkomt met &#8220;het ondersteunen van de nationale ontwikkeling&#8221;. Anders zou hij het bouwen van wegen en rioleringen wel genoemd hebben.
Toch bracht Paktiawal tijdens de UNESCO vergadering de Derde Wereld afgevaardigden in verwarring. Dezen gaven namelijk een donderende ovatie aan Paktiawal en dat terwijl hij in strijd handelde met al hun codes.
De Sovjet delegatie hield zich onder dit alles muisstil. Je kunt je afvragen hoe zij deze zaak thuis zouden rapporteren. Dit in het kader van de nieuwe, informatie orde. Hoogstwaarschijnlijk een kort artikeltje op pagina 39 onder de kop &#8220;Sovjet vriend moedigt vrede aan&#8221;,
(naar een Commentaar uit de Wall Street Journal)
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/moet-je-nu-toch-eens-lezen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De anti-held als alarmbel voor onze vrijheid</title>
		<link>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/de-anti-held-als-alarmbel-voor-onze-vrijheid/</link>
		<comments>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/de-anti-held-als-alarmbel-voor-onze-vrijheid/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 18 Jun 2005 03:52:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ronnie</dc:creator>
				<category><![CDATA[auteur; Apeldoorn, Nico]]></category>
		<category><![CDATA[topic; Persoonlijke vrijheid]]></category>
		<category><![CDATA[vrijbrief; 033 Vrijbrief 33 (november 1980)]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.libertarian.nl/vrijbrief-archief/?p=986</guid>
		<description><![CDATA[Het is een onbetwist axioma dat de mens een redelijk dier is: hij verricht handelingen om een&#8230;
Het is een onbetwist axioma dat de mens een redelijk dier is: hij verricht handelingen om een doel te bereiken waardoor hij meent beter af te zullen zijn.&#8230;]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[Het is een onbetwist axioma dat de mens een redelijk dier is: hij verricht handelingen om een&#8230;
Het is een onbetwist axioma dat de mens een redelijk dier is: hij verricht handelingen om een doel te bereiken waardoor hij meent beter af te zullen zijn. Voor het bereiken van dat doel wendt hij zijn middelen aan: zijn eigendommen en zijn capaciteiten.
Een ander mens is óók een redelijk dier dat óók middelen aanwendt om een doel te bereiken. Het impliciete inzicht om zelf een redelijk wezen te zijn houdt in dat dit ook voor anderen moet gelden. Men mag een ander dus niet de gelegenheid ontnemen naar eigen oordeel te handelen. Doet men dat wel, en wijzigt men zonder toestemming van de ander de aard van diens middelen (eigendommen en capaciteiten), dan pleegt men agressie en is er sprake van een onrechtmatige daad.
In nagenoeg alle ethische theorieën is het begrip &#8216;immoreel&#8217; aanzienlijk ruimer dan het begrip &#8216;onrechtmatig&#8217;. Dan rijst er een probleem: terwijl.onrechtmatige handelingen mogen worden verhinderd met gebruikmaking van (rechtmatige) agressie, mogen rechtmatige immorele daden niet verhinderd worden. Maar omdat de moralist in zijn vaak lovenswaardige ijver geneigd is zijn uitgangspunt te vergeten, dat een ander mens ook een redelijk wezen is, komt hij gemakkelijk in de verleiding om rechtmatig, maar zijns inziens immoreel handelen te gaan verbieden. En daarbij komen die rechtmatige activiteiten het eerst aan bod die het meest immoreel gevonden worden. En als eenmaal de vrijheid van handelen ontzegd is aan de lasteraar, de aborteur, de pornograaf, de woekeraar en de pooier, zijn U en ik aan de beurt,
Waar het op neer komt is dat zulke immoreel handelende personen een snuffelpaalfunctie vervullen voor de mate van vrijheid die U en ik zelf nog hebben. Als zij eenmaal vogelvrij verklaard zijn, hangt ónze vrijheid nog maar aan een zijden draad. De strategie voor wie op zijn vrijheid van handelen, ook in de toekomst, gesteld is, is dan ook om die &#8216;immorele&#8217; personen te verdedigen om zo de eigen vrijheidsmarge in stand te houden of te creëren. Dit is het kernthema van Walter Block&#8217;s &#8220;Defending the Undefendable&#8221;.
Afhankelijk van het ethische systeem dat we aanhangen, zullen we zulke immorele personen voor de rest natuurlijk mijden als de pest.
Dat onze vrijheidslievendheid o zo gemakkelijk strijdig is met onze morele overtuiging schept een nogal tweeslachtige situatie. De libertariër die bijvoorbeeld tegen abortus gekant is, zal eerst alles in het werk stellen om abortus gelegaliseerd te krijgen om vervolgens het immorele karakter van de omstreden activiteit dik in de verf te zetten en de betrokken personen het leven op alle rechtmatige manieren zuur te maken. Maar ja, wie vrijheid wil voor zichzelf, dient er op toe te zien dat diezelfde vrijheid aan anderen niet ontzegd wordt.
De verdediging van rechtmatige &#8216;immorele&#8217; activiteiten zal gewoonlijk steunen op twee pijlers: enerzijds op de vrijwilligheid van de erbij betrokken personen en (in tweede instantie) op het mogelijke nut, en anderzijds op de ondoeltreffendheid van het verbod en op de schadelijke, vaak desastreuze, gevolgen ervan. Als voorbeeld twee in deze context weinig verrassende verschijnselen, abortus en prostitutie.
Het (nog bestaande?) abortusverbod is ingewikkeld omdat niet aan te tonen valt dat de foetus een ander is in de zin van ons uitgangsprincipe. Maar let wel: het is veel belangrijker dat het verbod om dezelfde reden evenmin gerechtvaardigd kan worden. Hier is de zaak dus onbeslisbaar. Maar het abortusverbod heeft andere kanten die een morele rechtvaardiging van het verbod onmogelijk maken, ja zelfs het verbod tot agressie bestempelen. Het is niet rechtmatig iemand te dwingen anderen te ondersteunen; zelfs al zou een foetus een moreel personage zijn, dan kan de moeder niet gedwongen worden het langer te onder steunen dan ze zou willen. Als de regel, i.c. het abortusverbod, een onrechtmatige daad impliceert, dan kan het verbod zelf evenmin rechtmatig zijn, laat staan moreel toelaatbaar. Over de effectiviteit van het verbod hoeft hier niet uitgeweid te worden. De schade die het verbod aanricht is een gevolg van het feit dat de abortushandel nu naar de zwarte markt verhuist. Op de zwarte markt is de prijs die men voor een ingreep moet betalen afhankelijk van het gezondheidsrisico dat men wenst te lopen, en -als een deskundige arts de ingreep uitvoert- van de morele overtuiging van de arts. Het spreekt vanzelf dat de bemiddelde personen geen moeite zullen hebben om een perfecte ingreep te verkrijgen, al was het maar omdat zij gemakkelijk een reisje kunnen betalen naar een land waar de ingreep niet verboden is. Maar dat is meestal niet eens nodig.
Veel belangrijker is nog dat de aard van de zwarte markt ertoe leidt dat de kosten van marktinformatie hoog zijn en vaak is deze informatie gewoon onbereikbaar; dit is vooral desastreus voor armere vrouwen.Als de vrouw immers deel uitmaakt van dezelfde sociale klasse als de arts, dan is het voor haar relatief gemakkelijk om een aborterende arts in haar omgeving te vinden, of in haar omgeving een arts te vinden die een discrete verwijzing naar een welwillende collega kan geven; de prijs die zij dan moet betalen zal vaak niet eens erg hoog zijn. Maar de armere vrouw, die deze sociale kontakten niet heeft zal niet zo gauw een arts vinden die voor haar enig risico wil nemen, hetzij om de ingreep uit te voeren, hetzij om haar discreet door te verwijzen. Deze vrouw is dus aangewezen op informatie van mensen als de plaatselijke dameskapper, en komt onherroepelijk bij rommelaars terecht; de prijs die zij voor een riskante ingreep moet betalen zal vaak hoger zijn dan de prijs die een rijkere vrouw voor een niet-riskante ingreep zou betalen. Het abortusverbod, kortom, is onrechtmatig, immoreel, ineffectief en schadelijk.
Prostitutie is bij uitstek vrijwillige handel. Toen dat in het naoorlogse Parijs verboden werd, met als oogmerk de moraal en de gezondheid op een hoger plan te brengen, en meteen ook nog eventjes de vrijkomende bordelen te kunnen gebruiken voor studentenhuisvesting en voor bombardementsdaklozen, werd prostitutie naar de zwarte markt verbannen, met alle gevolgen voor kwaliteit en kwantiteit. Door de nu hoge informatiekosten was het voor de klant moeilijk geworden om gezondheidsrisico&#8217;s uit te bannen. De voordien bestaande concurrentie was in belangrijke mate gebaseerd op gegeven gezondheidsgaranties, die bepalend waren voor de goede naam van het huis. Door het verbod werd het aanbod kleiner en van ongewisse kwaliteit: niet alleen wat de gezondheid betreft maar ook wat het uiterlijk schoon aangaat. Terwijl het beoogde effect was de gezondheidsrisico&#8217;s uit te bannen door een verbod, was het resultaat een nooit geziene verspreiding van geslachtsziekten over het hele land en de hele bevolking.
Het verbod had ook zijn weerslag op de prijs, en dat niet alleen omdat het risico op arrestatie groter was of omdat er minder concurrentie was. Tipgeld, omkoping van politie, en duur illegaal medisch onderzoek kwamen daar nog bij. Door de hoge kosten was de in deze zaken geïnteresseerde gewone man gedwongen het met kwaliteit op een akkoordje te gooien. Het Mattheuseffect speelt vaak juist daar waar je het niet verwacht.
Het verbod is dan ook behalve onrechtmatig en ineffectief ook erg schadelijk. Vergelijkbare overwegingen gelden voor de pooier. Op zich is zijn activiteit als prostitutiemakelaar niet onrechtmatig. Zoals elke makelaar bespaart hij de klant tijd en geld, en beperkt hij voor de prostituee de gevaren van de kant van milieu en politie. Ook hier raakt een verbod kant noch wal.
Om onze vrijheid te verkrijgen of te behouden is het vaak noodzakelijk om de vrijheid van door ons verfoeide personen te verdedigen, om hen op te voeren als held, heilige en Vrijheidsstrijder, ook al kan er geen aureool af.
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/de-anti-held-als-alarmbel-voor-onze-vrijheid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wat kan ik doen?</title>
		<link>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/wat-kan-ik-doen/</link>
		<comments>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/wat-kan-ik-doen/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 18 Jun 2005 03:47:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ronnie</dc:creator>
				<category><![CDATA[auteur; Onbekend]]></category>
		<category><![CDATA[topic; Allerlei]]></category>
		<category><![CDATA[vrijbrief; 033 Vrijbrief 33 (november 1980)]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.libertarian.nl/vrijbrief-archief/?p=985</guid>
		<description><![CDATA[Laat ons hier een krantenberichtje citeren waaruit u kunt concluderen wat u o.a. kunt doen!  &#8230;
Laat ons hier een krantenberichtje citeren waaruit u kunt concluderen wat u o.a. kunt doen!
&#8220;Van de 1700 FNV leden die hun stem uitbrachten, zei bijna driekwart &#8220;Ja&#8221; tegen het akkoord.&#8230;]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[Laat ons hier een krantenberichtje citeren waaruit u kunt concluderen wat u o.a. kunt doen!  &#8230;
Laat ons hier een krantenberichtje citeren waaruit u kunt concluderen wat u o.a. kunt doen!
&#8220;Van de 1700 FNV leden die hun stem uitbrachten, zei bijna driekwart &#8220;Ja&#8221; tegen het akkoord. De nieuwe CAO geldt voor 270.000 man.&#8221;
De cijfers spreken, dacht ik, voor zichzelf. 1700 stemmen bepalen een keuze voor 270.000 man! Over &#8220;invloed hebben&#8221; gesproken; en &#8220;het raadplegen van de achterban&#8221;.
Weet u,dat door dezelfde mate van betrokkenheid, vaak 50 leden van een politieke partij de dienst uitmaken over bijvoorbeeld plaatsing op een kieslijst van kandidaat-Kamerleden? Weet u ook dat in bijvoorbeeld de PvdA dit al jaren bekend is en gebruikt wordt door de linkse hoek?
Weet u dat u binnen uw partij een enorme invloed heeft, puur omdat er zo weinig anderen op een vergadering verschijnen?
In deze en volgende Vrijbrieven zult u artikelen aantreffen over de Nederlandse verkiezingen. Leest u ze aandachtig en bepaal waar u uw invloed wilt laten gelden.
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/wat-kan-ik-doen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Politiek</title>
		<link>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/politiek-3/</link>
		<comments>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/politiek-3/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 18 Jun 2005 03:42:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ronnie</dc:creator>
				<category><![CDATA[auteur; Onbekend]]></category>
		<category><![CDATA[topic; Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[vrijbrief; 033 Vrijbrief 33 (november 1980)]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.libertarian.nl/vrijbrief-archief/?p=984</guid>
		<description><![CDATA[Het Libertarisme is een politieke levensfilosofie. Het woord &#8220;politiek&#8221; geeft bij de meeste&#8230;
Het Libertarisme is een politieke levensfilosofie. Het woord &#8220;politiek&#8221; geeft bij de meeste mensen ongunstige bijgedachten. Het roept associaties op van geritsel, van gedraai en zelfs van gemeenheid en oneerlijkheid.&#8230;]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[Het Libertarisme is een politieke levensfilosofie. Het woord &#8220;politiek&#8221; geeft bij de meeste&#8230;
Het Libertarisme is een politieke levensfilosofie. Het woord &#8220;politiek&#8221; geeft bij de meeste mensen ongunstige bijgedachten. Het roept associaties op van geritsel, van gedraai en zelfs van gemeenheid en oneerlijkheid.
Toch is politiek op zich niet iets dat slecht is. Integendeel, het is een zeer belangrijk onderdeel van de filosofie. De filosofie kunnen we in vijf hoofdstukken verdelen:
<b>Metafysica</b>. Dit is de leer van het zijn; het fundament van onze levensbeschouwing,
<b>Kennisleer</b>. Hoe en of kan de mens de dingen kennen.
<b>Ethiek</b>. De opvatting en het raamwerk van goed en kwaad.
<b>Politiek</b>. De leer hoe we als mensen met elkaar in de maatschappij moeten samenleven. Hierover straks meer.
<b>Esthetica</b>. Kunst. Hoe brengt de mens 21jn gevoelens over op de omgeving en hoe beleeft hij die omgeving.
Politiek hoort, als het goed is, gebaseerd te zijn op de drie eerste hoofdstukken van de filosofie. Op de eerste plaats op de wijze waarop de mens tegen het leven, het bestaande aankijkt. Het maakt een enorm verschil of hij dat objectief benadert, of dat hij zich mede door allerlei irrationele zaken laat leiden.
Eveneens maakt het een enorm verschil of de mens ervan uitgaat dat hij de dingen kan kennen, of dat objectiviteit niet mogelijk is.
Misschien komt het grootste verschil in opvatting wel voort uit de manier waarop wij dan tot onze ethische opvattingen komen. Komen we daartoe door logische redenering uit het voorgaande, of nemen we aan wat een geestelijk leider ons leert.
Bij de meeste mensen speelt het bovenstaande proces zich of helemaal niet af, of geheel onbewust. Zij beginnen te denken, te praten tenminste, op het politieke niveau. En de uitspraken die men dan doet, zijn heel vaak gebaseerd op niets of op een pragmatische gedachte van eigenbelang. Men meent zijn eigenbelang te dienen, te verdedigen. Maar doordat men niet alle facetten van een bepaalde kwestie doordenkt, dient men dan niet eens zijn eigenbelang. Met alle facetten bedoelen we dat we niet alleen naar de invloed op korte termijn maar ook naar de invloed op lange termijn moeten kijken. Tevens moeten we niet alleen kijken naar de invloed van iets op een bepaalde groep mensen, maar naar de invloed op alle mensen.
Het is betrekkelijk eenvoudig om in de politiek gebruik te maken van het feit dat de grote massa niet nadenkt en zich irrationeel laat leiden door pragmatische gevoelens van vermeend eigenbelang. Dit is aantrekkelijk voor veel politici, die daarvan gebruik maken om voor zichzelf een goede baan te creëren en te komen in posities waarin zij hun macht over anderen kunnen uitoefenen.
Een trucje dat daarbij dagelijks gebruikt wordt, is het gebruik van vage woorden die voor iedereen een andere betekenis hebben. Woorden als vrijheid, democratie, beleid, welzijn, recht, enz. zijn heerlijke dingen voor onze politici.
Eén voorbeeld: in het programma van bijna elke partij komt het woord &#8220;Algemeen Belang&#8221; voor, en bijna elke politicus gebruikt dat woord minstens één keer in zijn toespraken. Als we de kans krijgen de persoon te vragen wat hij daarmee bedoelt, kunnen we de meest rare dingen verwachten. Praktisch altijd begint de persoon er dan omheen te draaien, en houdt een soort nieuwe toespraak zonder een definitie te geven. Het liefst zou hij antwoorden dat dat het belang van iedereen is, want dat wordt immers gesuggereerd met het woord. Hij realiseert zich echter onmiddellijk dat wat hij gezegd heeft niet geldt voor iedereen. Als we doorprikken, of analyseren, komt het meestal neer op een variatie van:
Dat weet toch iedereen.
Het belang van de meeste mensen.
Dat is zo ingewikkeld, daar kan ik nu geen antwoord op geven.
Dit laatste is nog het meest eerlijke. Hij bedoelt dan dat hij niet durft te zeggen wat hij ermee bedoelt. Want hij weet het wel, hij heeft er immers over gesproken! Of praat hij over dingen die hij niet weet? Dan moet hij zijn mond houden.
Hij bedoelt echter met Algemeen Belang, het belang waarvan hij denkt dat zijn toehoorders als hun belang ervaren, want dat wil hij hun verkopen.
Het echte Algemeen Belang is het belang van alle mensen. Daarom algemeen. Dus niet alle mensen minus één, dan is het niet meer algemeen.
In politieke betekenis is het Algemeen Belang: het belang van mijn groep, en dat ten koste van alle anderen! Maar dat kun je natuurlijk niet hardop zeggen.
Als u het woord weer hoort, moet u er maar eens op letten.
In Nederland zijn in 1981, mei, weer verkiezingen, en de partijprogramma&#8217;s beginnen van de pers te komen.
In de VRIJBRIEF zullen we van deze gelegenheid gebruik maken, en uit enkele programma&#8217;s zullen, we een paar punten belichten vanuit onze libertarische filosofie.
Als wij ze tijdig in voldoende mate kunnen krijgen, sturen we u dan ook de samenvattende folder van de betreffende partij, opdat u zelf kunt zien wat er nog meer instaat, en zodat u het zelf kunt beoordelen.
Mocht u zelf commentaar hebben, of vinden dat we bepaalde belangrijke punten ook nog moeten belichten, dan zien wij uw reactie met belangstelling tegemoet.
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/politiek-3/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De wet op de inkomstenbelasting en een kapitaalverzekering met lijfrente-clausule</title>
		<link>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/de-wet-op-de-inkomstenbelasting-en-een-kapitaalverzekering-met-lijfrente-clausule/</link>
		<comments>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/de-wet-op-de-inkomstenbelasting-en-een-kapitaalverzekering-met-lijfrente-clausule/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 18 Jun 2005 03:37:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ronnie</dc:creator>
				<category><![CDATA[auteur; Rietberg, H.J.]]></category>
		<category><![CDATA[topic; Beleggen]]></category>
		<category><![CDATA[vrijbrief; 032 Vrijbrief 32 (oktober 1980)]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.libertarian.nl/vrijbrief-archief/?p=983</guid>
		<description><![CDATA[Deze combinatie betekent dat u in de gelegenheid bent per jaar een bedrag af te zonderen ten&#8230;
Deze combinatie betekent dat u in de gelegenheid bent per jaar een bedrag af te zonderen ten behoeve van een pensioenvoorziening. Dit bedrag is tevens tot een maximum van fl 12.842 (1980) aftrekbaar als persoonlijke verplichting voor de inkomstenbelasting.&#8230;]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[Deze combinatie betekent dat u in de gelegenheid bent per jaar een bedrag af te zonderen ten&#8230;
Deze combinatie betekent dat u in de gelegenheid bent per jaar een bedrag af te zonderen ten behoeve van een pensioenvoorziening. Dit bedrag is tevens tot een maximum van fl 12.842 (1980) aftrekbaar als persoonlijke verplichting voor de inkomstenbelasting. De fiscus betaalt zodoende mee aan uw pensioen.
Omdat deze overeenkomst een eenzijdige is, heeft u de vrijheid om van jaar tot jaar te bezien of en voor hoeveel u wilt meedoen aan uw pensioenvoorziening. Voor het eindkapitaal dient u een pensioen te kopen, waarbij een eenmalige uitkering eveneens als pensioen wordt aangemerkt. De pensioenuitkeringen vallen echter wel onder de inkomstenbelasting. Tenminste, indien u op dat moment in Nederland woonachtig bent. Is dit niet het geval, dan kan het resultaat nog positiever uitvallen.
Het zal u duidelijk zijn, dat het bij deze constructie niet gaat om de premie, deze zal immers gelijk of lager zijn dan het bedrag dat maximaal aftrekbaar is. Het gaat hier om het eindkapitaal. Het is dan ook zaak daar met name op te letten, voordat u met een bepaalde maatschappij in zee gaat. Hieromtrent en met andere vragen kunt u terecht bij Total Investment Services, die u graag verder zullen helpen.
Tot slot: de premie is slechts aftrekbaar indien de betaling werkelijk is verricht in het jaar waarin de aftrek wordt verlangd.
Mr. H.J. Rietberg &#8211; à titre personnel.
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://libertarian.nl/vrijbrief-archief/2005/06/de-wet-op-de-inkomstenbelasting-en-een-kapitaalverzekering-met-lijfrente-clausule/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
