vrijdag, 1 november 2002
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Saoedi-Arabië: De vijand van Amerika


Dit is een artikel geschreven op 9 augustus 2002 door Dr. Srdja Trifkovic, een Amerikaanse Islam-deskundige en verbonden aan het Rockford Institute in de VS. Vooral nu toepasselijk, vanwege de weerzinwekkende moslimaanslagen op westerlingen in Bali en de gruwelijke gijzeling van Moskouse burgers door Tstjetjeense Wahabi terroristen. In de lente heb ik hier al een casus aan gewijd. Tijdens mijn verblijf in Tunesië tussen 1993 en 1995, waar ik dagelijks toeschouwer was van de moord- en slachtpartijen van Islamitische terroristen in Algerije (GIA), ben ik mij hierdoor meer gaan verdiepen in de oorsprong van deze weerzinwekkende taferelen. Vandaar dit ingekorte artikel om verder in te gaan op de beweegredenen en de oorsprong van deze terreur. In Nederland heeft Joris Luijendijk al uitgebreid geschreven over het Wahabisme in diverse artikelen eerder dit jaar in het NRC Handelsblad.

Saoedi-Arabië: De vijand van Amerika

De veronderstelde betrouwbare en vasthoudende bondgenoot in het Midden-Oosten, t.w. Saoedi-Arabië, kwam recent eindelijk onder de aandacht van de media. Defensieminister Rumsfeld zou problemen hebben met de uitgelekte rapportage aan het Pentagon in juli, die het woestijnkoninkrijk als een van de hoofdbronnen aanwees van het Islamitische geweld en terreur over de hele wereld. Wie deze uitgelekte rapportage ook heeft bewerkstelligd heeft het land (en de westerse wereld, red.) een enorme dienst bewezen. In de woorden van de veiligheidsanalist van de Rand Corporation is “Saoedi-Arabië actief op elk niveau van de terreurbeweging, van planners tot aan financiers, van kader tot aan soldaten, van ideologen tot aan morele supporters, Saoedi-Arabië ondersteunt onze vijanden en valt onze bondgenoten aan.”

De Islam heeft mondiale en gevaarlijke gevolgen, ongeacht de obscuriteit en grofheid van de oorsprong. Maar de toepasselijke benaming “terreurbeweging” van de radicale Islam is geen recente trend en het is geen marginaal fenomeen, dat op de een of andere manier afgeweken is van het veronderstelde model van “moslimvrede en -tolerantie”. Nee, Saoedi-Arabië is het meest echte moslimland in de wereld en is niet gebaseerd op een andere religieuze, rechterlijke en politieke modus van de hoofdstroom binnen de Islam. Om de ondermijnende rol van Saoedi-Arabië in de voortgaande Midden-Oostencrisis te begrijpen en de grootte van de bedreiging voor Amerikaanse (en westerse, red.) waarden, instituten en veiligheid, zouden we moeten beginnen met de vroege geschiedenis van deze vreemde en onplezierige plek.

Wahabisme

Het is drie eeuwen geleden sinds Mohammed Ibn Abd al-Wahab werd geboren, maar hij leeft meer dan ooit tevoren. Wahab was een bezeten herboren moslim, die tijdens het begin van de neergang van het Ottomaanse rijk leefde. Hij vond, dat de Islam in het algemeen en Arabië in het bijzonder een geestelijke en letterlijke zuivering nodig hadden en terug diende te keren naar de oorsprong van het geloof. Zoals de “profeet” Mohammed, trouwde hij ook een rijke vrouw die ouder was dan hijzelf. Toen ze stierf, stelde haar erfenis, hem in staat om zich te bemoeien met ideologische en politieke doeleinden. Zijn Sharia-training (Islam-wetten, red.) gecombineerd met een kort pose met het Soefisme (passieve Islamstroming, red.), die hij afwees, produceerde een krachtige mengeling. Uit het Soefisme nam Mohammed het concept van een broederlijke religieuze orde, maar hij wees de inleidingrituelen en muziek in elke vorm af. Hij veroordeelde ook de decoraties in de moskeeën, hoewel deze al non-representatief waren (de afbeeldingen van personen is in de Islam verboden, red.) en zondige bezigheden zoals het roken van tabak. Deze moslimwederdoper wees de verafgoding van heiligen en daarmee verbonden plaatsen en objecten af en gaf aanleiding tot een beweging, die zichzelf zag als de bewaarder van “ware” Islamitische waarden. Zijn ideeën werden opgenomen in het “Boek van Eenheid”, wat weer aanleiding gaf tot de naam van deze beweging, Al-Muwahidun, of Eenheidsbewaarders.

In het midden van de 18e eeuw, vond Wahab, net zoals Mohammed 11 eeuwen eerder een belangrijke politieke supporter voor zijn religieuze zaak. In 1744 ging hij een samenwerking aan met Mohammed Ibn-Saud, die de leider was van een machtige stam in centraal Arabië en verplaatste zijn “hoofdstad” naar de half-nomadische nederzetting van ad-Dir’jah (Riaad).

Vanaf deze tijd is het fortuin van de Wahabis en de Ibn-Saud families met elkaar verweven. Onder de opvolger van Ibn-Saud, Abdul-Aziz, streed men vanuit hun woestijnbasis in Najd met een intensiteit van geweld, die men meer dan een millennium niet meer had gezien. In wat zich liet aanzien als een herhaling van het vroege succes van Mohammed en de vier kaliefen 1000 jaar eerder, werden de steden Mekka en Medina tijdelijk veroverd en marcheerde men tot in Mesopotamie (het huidige Irak, red.) en dwong de Ottomaanse gouverneur om vernederende voorwaarden te stellen, waarop men Syrië binnenviel.

Dit was een onacceptabele uitdaging aan de Sultan, die de erfgenaam was m.b.t. het kalifaat en “beschermer van de heilige plaatsen”. In 1811 kwam hij overeen met de autonome regent van Egypte Ali-Pasha om een campagne te lanceren tegen de Wahabis. Na zeven jaar werden de Wahabis verdreven. In 1818 veroverden de Turken de eerste Wahabi-staat.

Later in dezelfde eeuw herleefde de sekte onder Faysal om een focus te geven t.a.v. het Arabische verzet tegen het Ottomaanse rijk, dat werd voorgesteld als corrupt en degeneratief, maar de voorspoed van de Ibn-Saud familie nam af, vanwege een conflict met een andere noordelijke Arabische stam. Zij moesten asiel zoeken in de buurprovincie van Mosul, het tegenwoordige Koeweit.
In 1902 kwam een prins van de Ibn-Saud familie, genaamd Abdul-Aziz “de krijger” vanuit ballingschap terug met 40 cavaleristen en nam de controle over van Riaad. Hij maakte gebruik van de terminale situatie van het Ottomaanse rijk, die snel uitbrak in revolutie en werd getergd door externe bedreigingen van het ineenstortende rijk. Aangespoord door de geest van het Wahabisme, ging Abdul-Aziz over op een campagne om de controle over heel Arabië te verkrijgen. In 1912 werd de religieuze nederzetting van Arawiyah gesticht, dit was 450 mijl ten noorden van Riaad onder leiding van de Ikhwan, oftewel de Broederschap. Dit werd een strenge Arabische geloofsvariant, een moslim Nieuw Jeruzalem, waar mensen uit hun huizen werden getrokken en afgeranseld, omdat men de vrijdagsgebeden negeerden.

Het aankomende koninkrijk

Toen de 1e wereldoorlog niet alleen Europa trof, maar ook het Midden Oosten en Turkije haar lot lief afhangen van de Habsburgse en Duitse dynastieën, liep een oude vijand van Ibn-Saud, genaamd Hussein gouverneur van Mekka over naar de Britten in de hoop, dat deze hem zouden steunen als regent van een onafhankelijke Arabische staat als de oorlog voorbij was. Uiteindelijk hebben zijn beschermheren in de beste traditie van Engelse kortzichtigheid hem verraden. Zelfs de beroemde Kolonel Lawrence (van Arabië) kon de uitkomst niet veranderen. De beleidsmakers in Londen probeerden slim te zijn en staken hun vrienden in de rug, hielpen hun vijanden en ondermijnden daarmee de Britse doelstellingen op de lange termijn.

In de chaotische jaren na de neergang van het Ottomaanse rijk waren de Ikhwan een fanatieke vechtmachine, en behaalde de overwinning voor Ibn Saud, hun leider en stichter van de huidige koninklijke dynastie. In 1924 plunderden en verbranden 3000 van zijn aanhangers de stad Taif, wat talloze malen herhaald werd in onze eigen tijd, van Algerije tot aan Bosnie, Indonesie en Kosovo.
In 1925 werd het bevel van Ibn Saud uitgevoerd, dat alle heilige begraafplaatsen in Mekka en Medina moesten worden vernietigd. Zijn strijders vernietigden een begraafplaats bekend als de “hemelse looftuin” in Medina volledig, waar familie en eerste kompanen van Mohammed waren begraven. In 1926 werd Abdul Aziz als koning van Hejaz uitgeroepen en binnen een decennium was de rest van Arabië verenigd en werd op de bevolking de zienswijze van Mohammed de Wahabist opgedrongen; mens, wet en Allah.

Het is niet juist om te zeggen, dat de Wahabi-beweging is t.a.v. Islam, wat puritanisme is t.a.v. het Christendom. Wahabisme is een duidelijke ‘hoofdstroom’, vanwege de eis tot een terugkeer naar de oorspronkelijke glorie van de Islamitische umma (gemeenschap, red.). Ondanks hun bezetenheid, waren de Wahabis niet meer extreem, fanatiek of gewelddadig dan de Islam-modellen van de ‘profeet’ en zijn kompanen in alle tijden.

Islamitische droom in actie

De afstammelingen van Abdul Wahab leiden nog steeds de Saoedisch religieuze gemeenschap. Zij verzetten zich tegen de introductie van ‘heidense’ zaken zoals radio, auto’s en televisie en gingen alleen overstag, toen de koning hen beloofden om deze verdachte zaken te gebruiken om het geloof uit te dragen. Ze stopten de import van alcohol, voorheen verkocht aan buitenlanders (1952) en verboden vrouwen om auto’s te besturen (1957). Het rapport van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken over het Saoedische koninkrijk biedt een kijk op de Islamitische droom in actie:

“Vrijheid van geloof bestaat niet, de Islam is de officiële religie en alle burgers moeten moslims zijn. Noch de regering, noch de samenleving in het algemeen accepteert het concept van scheiding van kerk en staat en zo’n scheiding bestaat ook niet. In de Sharia-wet is de bekering van een moslim tot een andere religie ketterij. Openbare ketterij is een misdaad, die wordt gestraft met de dood, als de aangeklaagde zich niet herroept. Het Islamitisch religieus onderwijs is verplicht in openbare scholen op elk niveau. Alle kinderen ontvangen religieuze instructie. Burgers hebben niet het recht om hun regering te veranderen. De raad van Senior Islamitische Geestelijken ziet toe op het regeringsbeleid, wat wordt afgestemd met de Sharia. De Islamitische wetgeving van de overheid is de enige nodige gids om mensenrechten te beschermen. Er is wettelijke en systematische discriminatie gebaseerd op geslacht en religie.”

Het koninkrijk van Saoedi-Arabië is het onverdraagzaamste Islamitische regime ter wereld. Binnen het land is de belijdenis van elke religie anders dan Islam strikt verboden net als in de tijd van Mohammed. Terwijl de Saoedi’s overal ter wereld moskeeën bouwen, moeten duizenden christenen, Hindoes en boeddhisten in het geheim hun geloof belijden in het land. Ze worden gearresteerd of gedeporteerd, als ze hun geloof uitdragen in het openbaar. De religieuze politie, genaamd het Comité voor Deugd en de Preventie van Zondigheid handhaaft zichzelf d.m.v. intimidatie en detentie van burgers en buitenlanders. Men duwde zelfs recent schoolmeisjes terug in een brandende schoolgebouw, omdat ze hun hoofden niet hadden bedekt. Zij die het geluk hadden om opgepakt te worden in plaats van te sterven in de vuurzee, werden blootgesteld aan stokslagen, slaaponthouding en marteling. Volgens het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken: “Afstraffingen betekenden zweepslagen, amputatie, onthoofding, steniging of het vuurpeloton. De autoriteiten maakte 120 executies bekend (2000), dit was een verhoging van 100 in vergelijking met 1999.” De mannen werden geëxecuteerd d.m.v. onthoofding en de vrouwen d.m.v. het vuurpeloton. Er waren 27 amputaties in dat jaar, inclusief meervoudige amputaties, beschreven door Mohammed in de Koran (rechterhand en linkerbeen). Personen die werden veroordeeld van minder ernstige feiten, zoals alcoholgebruik of alleen zijn in het gezelschap van een dame, welke geen familie is, kregen stokslagen. Vrouwen zijn niet-burgers:

“De getuigenis van een man is gelijk aan dat van twee vrouwen. Vrouwelijke partijen, die meedoen aan rechtsprocedures moet mannelijke familieleden het woord laten doen. Vrouwen spelen geen formele rol in de regering en de politiek en worden actief ontmoedigd om dit te doen. Veel vrouwen worden behandeld voor verwondingen die het resultaat zijn van echtelijk geweld. Vrouwen worden niet toegelaten in het ziekenhuis voor medische behandeling zonder de toestemming van een mannelijk familielid. Vanwege de wet is het niet toegestaan, dat vrouwen alleen binnenlandse of buitenlandse reizen ondernemen. In het openbaar wordt van een vrouw verwacht, dat ze een abaya (een stuk textiel dat haar hele lichaam bedekt) draagt en haar hoofd en gezicht bedekt. Overheidsfunctionarissen en -ministeries verbieden nog steeds geaccrediteerde vrouwelijke diplomaten in het land om officieel overleg mee te houden. Dochters ontvangen maar de helft van de erfenis van hun broers. Sommige vrouwen nemen deel in Al-Msyar (of “korte dagelijkse visites”) huwelijken, waarin de vrouwen hun wettelijke rechten opgeven in ruil voor financiële ondersteuning en nachtelijk samenzijn. Van de man wordt niet vereist om zijn andere vrouwen te verwittigen van het huwelijk en hebben de voortkomende kinderen uit dit huwelijk geen enkel erfrecht. Vrouwen moeten aangeven op wettelijk gespecificeerde gronden waarom ze willen scheiden, mannen mogen scheiden zonder enige reden.”

Bovendien mogen vrouwen geen auto’s besturen en mogen ze niet worden begeleid, alleen in geval van een employee, man, of een naaste familielid. Vrouwen mogen zelfs niet in de voorste zitplaatsen zitten. Buitenlandse gescheiden vrouwen of weduwen worden er van weerhouden om hun kinderen te bezoeken, want deze zijn immers toegewezen aan de gescheiden echtgenoot of de familie van de overleden man. De status van vrouwen in de Islam is vergelijkbaar met de mensenrechten in Cuba. Theoretisch verorderneerd, ongelooflijk afschuwelijk in de praktijk en onbeleefd om dit aan te geven in “verlichte” westerse kringen. Ongeacht de tweedehandse apologeten en propaganda, verlenen de oorspronkelijke bronnen van de ware Islam, t.w. Koran en Hadith een buitengewoon gedetailleerd bewijs, dat Saoedi-Arabië zo dicht mogelijk staat bij een ware Islamitische staat en gemeenschap.

De enige expanderende industrie in Saoedi-Arabië is die van Islamitsch extremisme. Sommige voorbeelden zijn verschrikkelijk: in 1966 klaagde de vice-president van de Islamitische universiteit in Medina, dat de Copernische theorie werd onderwezen op de universiteit van Riaad, waarop het sindsdien werd verboden.300 jaar nadat de christelijke theologen moesten erkennen, dat de aarde om de zon draaide, wordt de geocentrische theorie nog steeds aangehangen in de Saoedische leerinstellingen. De scheiding van de seksen op school geschied op negenjarige leeftijd, wat ook de leeftijd is voor meisjes om de sluier te dragen. De religieuze leiders zijn aan het uitbreiden. Vijf Saoedische Islamitische universiteiten produceren duidenden geestelijken, veel meer, dan werk vinden in de binnenlandse moskeeën. Veel daarvan vinden hun weg in het verspreiden van het Wahabisme zowel thuis als in het buitenland. De Saoedische koning blijft hun Imam. Hij en de Wahabi-religieuzen zien het als hun onwrikbare en heilige opdracht om de wereld te evangeliseren en met hun met westerse oliedollars verdiende winsten werden meer dan duizend moskeen in de VS gebouwd en nog eens duizenden in andere delen van de wereld. Onnodig te vertellen dat geen enkele kerk, laat staan synagoge kan worden gebouwd in Saoedi-Arabië. De vernietigers van de heilige plaatsen in Mekka en Medina in de jaren 20 zijn de spirituele en in sommige gevallen de letterlijke voorouders van de terroristische slachting op 11 september 2001.

Saoedi Jihad gedoogd

Als en wanneer de Ibn Saud dynastie in elkaar zakt, zal Bin Laden de regent worden van Saoedi-Arabie vanwege zijn populariteit. De duidelijke vraag voor de vrije wereld, en deze term is nu meer dan ooit toepasselijk dan gedurende de tijd van de Koude Oorlog, is niet “waarom een Saoedi een jihad bedrijft”. In een normale wereld zou over zo’n vraag zich niemand zorgen maken, behalve antropologen. Het is “hoe verdedigen we onszelf daartegen”.

De meeste terroristen van 11 september 2001 waren Saoedi’s, vrome moslims, die zichzelf als martelaren zagen om jihad te bedrijven en worden verafgod door miljoenen Saoedi’s en andere moslims over de hele wereld. Alhoewel, interessant genoeg weigert de Saoedische samenleving te erkennen dat hun landgenoten de primaire daders waren. De gecontroleerde Saoedische krant Ukkaz en andere media hebben herhaaldelijk “sterke verdenkingen” over de betrokkenheid van “de joden” in het algemeen en de Israëlische Mossad in het bijzonder t.a.v. de aanslagen. Dit komt overeen met de sterke anti-semitische kijk van de leiders van het land. De Saoedische prins Mamdouh bin Abd Al-Aziz, president van het Soedische centrum voor strategische studies, schreef in het Londense blad Al-Hayat, dat de Protocollen waren gebaseerd op andere echte documenten.

Het blijkt een misrekening te zijn van mondiale afmetingen, zoals westerse diplomaten nu zeggen. Als men terugkijkt om de oorsprong te analyseren van de 11 september aanslagen, beschrijven westerse functionarissen in Saoedi-Arabië, Europa en de VS een gelijk patroon. In land op land hebben Al-Qaeda netwerken zich genesteld, vaak met medeweten van lokale inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Maar in het zeldzame geval, dat de landen actie ondernamen tegen de terroristische dreiging, besloten ze om het als een lokale kwestie te behandelen i.p.v. een verweven mondiaal netwerk.

Voor de aanslagen van Osama bin Laden tegen ‘de Grote Satan’, was Europa de basis, Saoedi-Arabië leverde de rekruten en het meeste geld. Nu de westerse wereld zich opmaakt voor meerdere aanslagen, is Saoedi-Arabië nog steeds in staat om van de cirkel een vierkant te maken door een zogenaamd alliantie te hebben met de VS, terwijl men een leidende rol heeft als promotor en financierder van Islamitische doelstellingen in de wereld. In dat geval zijn de vruchten van hun arbeid geen misrekening, maar een te verwachten en geaccepteerd risico.

“De sluiter is opgelicht en het Amerikaanse volk kan een dubbelspel zien”, dit verklaarde Samuel Berger, de nationale veiligheidsadviseur van Bill Clinton, die aangaf dat het Saoedische regime repressief is t.a.v. de extremisten, die hun bedreigen, “maar meer dan tolerant m.b.t. de algemene extreem-Islamitische beweging in de regio”. De heer Berger refereerde aan de tienduizenden Saoedische mannen, die sinds 1979 vrome moslims zijn en een terroristen- en gevechtstraining hebben volbracht in het buitenland. Saoedi-Arabië heeft niet zo’n grote bevolking als hun andere moslimbroeders in Indonesië, Pakistan, Egype, Bangla Desh of Nigeria, maar de Jihadi-vrijwilligers zijn proportioneel overal in de meerderheid. Thuis plantte men een bom in Riaad, die vijf Amerikanen het leven kostte in november 1995. In juni 1996 bombardeerde men een luchtmachtbasis in Al Khobar, waar 19 Amerikanen de dood vonden. In het buitenland, van Tsjetsjenië tot aan Kosovo, van de Filippijnen tot aan Bosnië, is er een duidelijke aanwijzing m.b.t. de daden, zoals de rituele onthoofding van 26 Servische krijgsgevangenen getoond op videoband in de bergen van Bosnië. Bij de aanslag op de Amerikaanse ambassade in Nairobi was een van de daders een Saoedi en de zelfmoordaanslag op het Amerikaanse schip USS Cole in oktober 2000, werd gepland door een andere Saoedi Tafiq Al-Atash, die een been had verloren in Afghanistan.

In alle Islamitische ‘liefdadigheidsinstellingen’, die de terroristen financierden, waren prominente leden van de Saoedische koninklijke familie vertegenwoordigd in de directie. Sinds 1992 heeft zo’n Saoedische liefdadigheidsinstelling, de Al Haramin Stichting, honderden miljoenen dollars gedistribueerd, die uiteindelijk in het bezit kwamen van extremisten. Tot aan oktober 2001 en het begin van de Amerikaanse campagne in Afghanistan deed Saoedi-Arabië niets om hun jonge mannen te verhinderen om deel te nemen aan die strijd.

In tegenstelling tot de “goede oorlog” theorie, die haar oorsprong heeft in het christelijk (westers) denken, welke werd ontwikkeld tot een seculair concept en neergelegd in internationale wetten en codes, inclusief de Conventie van Geneve, is de jihad inherent religieus zowel als politiek, het Islamitisch denken geeft geen scheiding aan tussen deze twee. De ‘vreedzame’ manifestatie is een regeringsgesponsorde bouw van moskeeën en Islamitische centra over de gehele wereld, inclusief Amerika (en Nederland, red.). Een massaal migratieproces is nu aan de gang tezamen met een goed gefinancierd en gecoördineerd streven om de Islam te verspreiden d.m.v. geplande missionaire activiteiten. De beweegkracht daarachter is in Saoedi-Arabië en de brandstof die dit mogelijk maakt is olie. De moslim wereld liga werd gesticht in Mekka in 1962 en een decennium later werd de Islamitische conferentieorganisatie opgericht, met het hoofdkwartier in Jedda. Beide organisaties en een veelheid van ogenschijnlijke prive liefdadigheidsinstellingen worden rijkelijk beloond door de petrodollars afkomstig van de Saoedische regerende elite. Hun leden geven hulp aan landen, die bereid zijn om het Islamitische pad te volgen en bouwen moskeeën waar men dat kan.

Olie, bloed en Allah

Saoedi-Arabië is de bron van de meeste van de Al-Qaeda strijders en is financierder en morele supporter van de Islamitische agressie over de gehele wereld, maar is tevens de hoofdbron van olie, bovendien bezit de koninklijke cleptocratie grote delen van grote Amerikaanse bedrijven.

John Voll een hoogleraar aan de universiteit van Georgetown, claimt dat “Wahabisme is het onderwerp van een gematigde en extreme tak”. Het argument is niet alleen bekend, het is identiek aan de claim, die voor decennia werd gedaan, door veel voorgangers van Prof. Vol, dat in Stalins Rusland, Mao’s Peking, of Pol Pots Phnom Penh, er gematigden en extremen waren en als de regerende gematigden niet tevreden werden gesteld, dan zouden de zogenaamde haviken hun plaats innemen. In werkelijkheid verschillen de regeringsleiders in Saoedi-Arabië van hun vervreemde zoon in de Afghaanse grotten, of waar hij ook mocht zijn, in graad, maar in niet gedachtegoed. Hun antwoord op de afschuwelijke aanslag van 11 september illustreert dit. De reacties van de gehele moslimwereld zijn minder bezorgd om de aanslag, maar meer om de zogenaamde Islamofobie, die zich in het westen zou bevinden. De Saoedische religieuze leiders in het bijzonder hebben herhaaldelijk gesteld, dat extremisten de “Islamitische leer hebben verdraaid”, maar verder dan deze alom bekende verklaringen, dat de aanslagen “geen Islam” waren, is er niets anders dan stilte. Er is nooit een openbare afwijzing geweest van diegenen, zoals Hamoud Shuaebi, die de moslims opriep om oorlog te voeren tegen Amerikanen en heeft gewaarschuwd, dat “diegenen die de infidels helpen zelf infidels zijn.” De realiteit achter deze tweeslachtigheid is, dat de Saoedi’s geen bezwaar hebben tegen terrorisme, tenzij natuurlijk het tegen hun regeringsleiders is.

Elke terroristische daad tegen ongelovigen verhoogt het prestige en de aanhang van terroristische bewegingen in de moslimmenigte. De meeste westerse beleidsmakers zijn hiervan op de hoogte en soms geven ze dit indirect toe in het openbaar. Zij en hun tamme media stonden altijd klaar met excuses. De regeringsleiders van de Arabische staten weten, zelfs als ze zich niet persoonlijk identificeren met de terroristen, dat hun daden wijdverspreid worden ondersteund in hun eigen landen.

De Taliban in Afghanistan en het Islamitisch terrorisme in Algerije en de staten van de voormalige Soviet Unie zijn gefinancierd, geholpen en ondersteund door Saoedi-Arabië. De westerse pers heeft helaas verzuimd om binnen de black box te kijken van de relatie tussen de VS en Saoedi-Arabië.

Amerika en de rest van het westen moeten zich dringend vrijmaken van de noodzaak om de Saoedi’s tevreden te stellen, inclusief het niet-bestaande en ongelijke ‘recht’ van deze regering om duidenden moskeeën en Islamitische “culturele centra” over de gehele wereld te financieren, die alleen maar haat en geweld prediken en tevens de logistiek geven voor verder Islamitisch terrorisme.

Geleerde lessen

Decennia van onderhandse en openlijke steun aan ‘gematigde’ Islamitische bewegingen, landen en regimes, wanneer dat bruikzaam werd gezien voor de westerse internationale politieke doelstellingen, vooral als er heel veel olie in het spel is, zijn een regelrechte morele en politieke ramp geweest. Egype, Saoedi-Arabië, Jordanië, Turkije, Pakistan, Marokko, de Golfstaten, Bosnië-Herzegovina, Nigeria, Indonesië en een aantal anderen zijn de lievelingen geworden van de Amerikaanse politiek. Deze staten werden gezien als tegenwicht tegen het ‘fundamentalisme’. Dit betekende niet alleen het negeren van de radicale activiteiten van deze zogenaamde ‘gematigde’ moslimstaten, zoals bijvoorbeeld de steun van Saoedi-Arabië en Pakistan aan het Taliban-regime in Afghanistan en de assistentie door vrijwel alle Islamitische staten aan het nauwelijks verhulde radicale regime in Sarajevo.

De moslimwereld vandaag de dag heeft geen affectie voor en zeer weinig respect voor het westen in het algemeen en de VS in het bijzonder. Het was een lange tijd een bitter verdeelde wereld, waar individuele leiders met elkaar concurreerden met rijkdom, invloed en soms gebied. Dit was de reden, waarom de rijke Golfstaten klaar waren om bescherming van Amerikaanse en andere westerse machten te accepteren.

Men moet ook begrijpen, dat het Saoedische regime zich bedient van leugens en geweld en dat geweldsbedreiging als legitieme methoden worden gezien om politieke einden te bewerkstelligen. Daarom moet het recente verleden van Islamitisch wanbeheer en ondeugd meer wijdverbreide informatie worden, het obstakel daartegen is de traditie van allianties, apologeten en toegeeflijkheid.

9 augustus 2002

Voor het oorspronkelijke Engelse artikel kan men op de volgende website terecht: www.chroniclesmagazine.org
Een andere website die uitgebreid in gaat op de ware aard van de Islam is: http://main.faithfreedom.org

Voor andere bronnen kan ik de volgende literatuur aanbevelen:

American Jihad; Steven Emmerson, Free Press, Februari 2002
Islam Unveiled, Robert Spencer, Encounter Books, Juli 2002
The War against the Terror Masters, Michael Arthur Ledeen, St. Martin’s Press, August 2002

Mass Hate, Neil J. Kressel, Westview Press, Januari 2002
Why I am not a Muslim, Ibn Warraq, Promotheus Books, Mei 1995
Islam and Dhimmitude, Bat Yeor, Fairleigh Dickinson University Press, December 2001

Jihad in the West, Paul Fregosi, Promotheus Books, Oktober 1998

Nawoord

Wat heeft dit voor gevolgen voor het Nederlandse beleid. Allereerst moet ik vaststellen, dat de Islam volledig haaks staat op het libertarisme, want een liberarier is iemand die zich verzet tegen alle vormen van onderdrukking, t.w. politiek, militair en religieus, verder heeft ieder individu onaantastbare natuurlijke vrijheden, dit zijn o.a.

1. Vrijheid van geloof, maar ook vrijheid om van geloof te veranderen.
2. Vrijheid van meningsuiting, ook als dat betekent de bestrijding van het politiek-correcte gedachtegoed, die dit soort debatten tracht te vermijden
3. Vrijheid van beweging (vrije migratie)
4. Vrijheid van keuze, dus ook de keuze om andere partners te kiezen buiten de groep

Wat zouden de beleidsmaatregelen moeten zijn om dit te bereiken.

1. Ieder persoon, die een ander bedreigt, moet daarvoor ter verantwoording worden geroepen en in geval van geweld gevangenisstraf en eventueel uitzetting naar het land van oorsprong (personae non grata).
2. Iedere buitenlandse geestelijke, die oproept tot geweld moet worden uitgezet naar het land van oorsprong (personae non grata).
3. Elk geschrift, dat oproept tot geweld moet in beslag worden genomen en de schrijver daarvan in hechtenis worden genomen en eventueel uitgewezen worden naar het land van oorsprong.
4. Elke vorm van religieus of ander geweld tegen onschuldigen wordt niet getolereerd, maar wordt bestraft met gevangenisstraf en eventuele uitzetting naar het land van oorsprong.

Albert Spits

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Dr. Srdja Trifkovic, topic: Oorlog tegen Terrorisme
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. lagro schreef op : 1

    Ik heb onlangs het boek van Irshad Manji gelezen (Het islam dilemma, een oproep tot verandering en tolerantie). Door deze insider, moslimvrouw, wordt eveneens een boekje opengedaan en zij komt met aanbevelingen onder het kopje “operatie ijtihad”. Zij doet denken aan een moslimse libertariaan.
    Ik vraag mij na uw beleidsaanbevelingen toch af wat er in Nederland moet gebeuren nu bekend is dat politici jarenlang waarschuwingen van onze geheime dienst in eindrapporten tav moslimextrimisme min of meer hebben genegeerd. Hoe ga je politieke lafheid, luiheid en opportunisme te lijf wanneer prominente liberterianen bedreigd of vermoord worden of willen emigreren (zoals bijv. Pamela Hemelrijk). Blijkbaar ervaren zij Nederland als een zinkend schip.

  2. Brahim schreef op : 2

    Aan alles komt een eind. Ook aan het huidige koningshuis van Arabië. Ik hoop voor hen van harte dat de koninklijke familie op een verschrikkelijke mogen sterven, en pijn mogen lijdenn net zozeer zij hun volk hebben doen lijden. Zelfs zij zullen zich verantwoorden en zullen niet ontsnappen aan het “Laatste Oordeel”.

  3. Melanie schreef op : 3

    Goede site!