vrijdag, 14 maart 2003
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

‘De Ramp’ en Broeikasopwarming


Wat heeft de “Watersnoodramp” van 1 februari 1953 te maken met de vermeende Broeikasopwarming van de Aarde? Niets natuurlijk. Maar wat heeft de herdenking hiervan, vijftig jaar later, te maken met mondiale opwarming? ALLES!

In radio- en Tv-programma’s die rond en op 1 februari 2003 aandacht besteedden aan deze ramp en in diverse dagbladen waarin deze catastrofe uitgebreid werd herdacht, werd herhaaldelijk het doemscenario van een nieuwe watersnoodramp in beeld gebracht die veroorzaakt zal gaan worden door de door de mens in gang gezette klimaatverandering. Als De spreekbuis van dit doemscenario is de Nederlandse broeikasapostel Pier Vellinga. Vellinga is hoogleraar Milieuwetenschappen aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, maar geen klimatoloog of meteoroloog. Dit belette hem niet om krasse uitspraken te doen die volledig gebaseerd zijn op gebrekkige klimaatmodellen (van het IPCC!) die niets te maken hebben met de werkelijkheid en die volledig indruisen tegen wetenschappelijke feiten. En dit is niet de eerste keer dat Vellinga hiertoe ruimschoots de gelegenheid kreeg van de media. Op 2 januari jl. deed hij dit ook al in het programma Zembla, in de documentaire De Nieuwe Watersnood, en in juli 2001 in het programma Nova had hij afbrekende kritiek op broeikasscepticus en meteoroloog prof. Richard Lindzen, die hij beschuldigde van gedrevenheid in de jacht op een Nobelprijs in de Meteorologie, terwijl Vellinga drommels goed weet dat die prijs niet bestaat! Zijn uitspraken zijn alleen maar bedoeld om de leek zand in de ogen te strooien.

Zijn paniekreacties zijn in de mediawereld maar al te bekend en hebben daardoor ‘nieuwswaarde’ voor de Tv-omroepen. Geen enkele programmamaker komt op het idee om een klimatoloog, geoloog of meteoroloog in beeld te brengen die de uitspraken van Vellinga in het juiste perspectief weet te plaatsen. Nee, de aanhangers van de broeikasopwarming vrezen het ergste en bovendien, het Kyoto Protocol heeft de oorzaak van stormen, overstromingen, droogtes, ziektes en andere soorten rampen toch duidelijk gelegd bij de atmosferische toename van broeikasgassen?

Greenpeace (STOP KLIMAATVERANDERING!) legt de schuld van klimaatverandering bij ons energiegebruik en doet fossiele- en nucleaire energieopwekking in de ban en het Jeugdjournaal van de NOS wist aan de jeugd te vertellen dat de overstromingen vorig jaar in Oost-Europa een duidelijk bewijs vormen van de mondiale opwarming. Sommige verzekeringsmaatschappijen worden al nerveus en zijn een paniekcampagne gestart met de duidelijke intentie om de premies te verhogen. Maar wat zijn de feiten?

Het eerste feit is eigenlijk voor de hand liggend. Hoe langer we weersgegevens verzamelen, hoe waarschijnlijker het wordt dat we een extreme weersgebeurtenis tegenkomen. Zelfs als er geen klimaatveranderingen op lange termijn zijn, staat de statistische variabiliteit alleen al garant voor nieuwe records. Het lijkt op het tossen met een muntstuk. Hoe langer getost wordt, hoe waarschijnlijker het wordt dat er zich een lange reeks worpen met kop of munt zal voordoen. Het record van de koudste dag of de droogste maand zal zeker gebroken worden in de voortschrijdende reeks van gegevens die we bijhouden.

Maar wat zeggen vermaarde meteorologen en klimaatexperts? Die zeggen ons dat we de valse profeten en paniekzaaiers, die allemaal een eigen agenda hebben, niet moeten geloven. George Taylor, klimatoloog van de staat Oregon en voorzitter van de American Association of State Climatologists zegt hierover:

“Het is verleidelijk om klimaatverandering de schuld te geven van de miljardenkostende gevolgen van overstromingen, orkanen, droogtes, tornado’s, wolkbreuken en onweersstormen. De voorstanders van agressief handelen om mondiale opwarming te beteugelen blijven volhouden dat catastrofes zullen blijven toenemen als we geen drastische stappen ondernemen in het beperken van het gebruik van fossiele brandstoffen…”

“Veel in het debat over mondiale opwarming doet werkelijk niet ter zake, omdat de fundamentele veronderstelling — dat er wetenschappelijke consensus bestaat over klimaatverandering — foutief is. In feite zeggen steeds meer wetenschappers van vandaag dat er onvoldoende kennis aanwezig is om te kunnen meten hoe groot de menselijke invloed op het geheel is en om de omvang van natuurlijke klimaatvariaties te begrijpen, in het bijzonder zonnestraling en oceaanstromingen.”

Zijn opvattingen krijgen bijval van academische meteorologen. Onderzoekers van de Universiteit van Buffalo, bijvoorbeeld, rapporteerden dat de warmte en droogte van 1999 deel uitmaakt van normale klimatologische patronen en niet van mondiale opwarming. “Droogtes doen zich in bijna alle regionen op een enigszins geregelde grondslag op Aarde voor,” zegt Charles H.V. Ebert, de welbekende professor van de State University of New York (SUNY), afdeling Geografie. “Patronen van relatief nat, droog, warm of koud weer doen zich gemiddeld voor in een cyclus van 6 tot 8 jaar. Maar media-aandacht, gecombineerd met ons slechte geheugen van het voorbije weer, neigen naar een ongerechtvaardigde paniek over onze klimatologische toekomst.” Volgens prof. Ebert doen warme periode zich al duizenden jaren achtereen voor, elke keer weer gevolgd door een koude periode. De mensen herinneren het zich eenvoudig niet meer, omdat “onze herinneringen tekort schieten.”

Is het weer werkelijk ten kwade aan het veranderen? In een artikel in USA Weekend (29 augustus 1999) zeggen twee meteorologen, Colin Marquis en Stu Ostro, dat het weer nagenoeg onveranderd is gebleven, maar dat ons gevoel ons zegt dat het veranderd is. Een van de redenen waarom we denken dat het weer woester, wilder en extremer geworden is, is de enorme groei in de verslaggeving door de media. “De supersnelle multimedia communicatie betekent pakkende beelden vanuit Tornado Alley die onze huiskamers – of PC’s binnendringen,” zeggen Marquis en Ostro.

Het aantal binnenkomende orkanen is volgens de auteurs verminderd. Waren er van 1940 tot 1969 nog 23 te melden, sinds 1970 zijn er slechts 14 geweest. De schade die veroorzaakt werd door orkanen is echter wel toegenomen; van $36,8 miljard voor de periode 1940-1969 tot $74,9 miljard voor de periode 1979-1996. Deze kosten kunnen volledig toegeschreven worden aan de “bijna ombeperkte groei in infrastructuur en bebouwing langs onze kusten.”

Tot slot lezen we de uitgave van het prestigieuze Bulletin of the American Meteorological Society van juni 1999, waarin een overzicht is opgenomen van drie specialisten over de economische- en gezondheidszorgelijke gevolgen van weersverandering en klimaatextremen. “De meeste waarnemingen van economische gevolgen gedurende verschillende decennia in het verleden onthullen toenemende verliezen. Maar … weers- en klimaatextremen laten in de tijd geen vergelijkbare toename zien. Dit suggereert dat de toenemende verliezen voornamelijk te wijten zijn aan de toenemende kwetsbaarheid die voortkomt uit een variatie aan sociale veranderingen, inclusief een groeiende bevolking in kustgebieden, die toch al een verhoogd risico inhouden, grotere steden, meer eigendommen die schade oplopen en een levensstijl en demografische veranderingen waardoor levens en eigendommen meer blootgesteld worden aan rampen.”

“De schade door overstromingsrampen is in de laatste 25 jaar toegenomen. Terwijl sommigen speculeerden dat dit wel eens veroorzaakt zou kunnen zijn door een toegenomen frequentie van zware buien, vertoont de klimaatbijdrage in de waarnemingen geen enkele tendens. Er is een voortdurende toename van door orkanen veroorzaakte schade. Maar als we de veranderingen in bevolkingsgroei, inflatie en volksgezondheid buiten beschouwing laten, verschijnt er opeens een dalende tendens. Dit is in overeenstemming met de waargenomen trend in orkaanfrequentie en intensiteit. De toegenomen schade, veroorzaakt door fenomenen die gerelateerd zijn aan onweersstormen (storm, hagel, tornado’s), worden dus volledig verklaard door veranderingen in sociale factoren en zijn in overeenstemming met de waargenomen trends van onweerstormen.” Er zijn geen bewijzen van veranderingen in de droge seizoenen… en er is geen trend te ontdekken in de frequentie van droge periodes. Er zijn ook geen bewijzen te ontdekken van veranderingen in frequentie van koude- of hittegolven.”

Nog steeds bang voor mondiale opwarming? U moet dan maar een ander gegeven in gedachten houden: Er overlijden meer mensen aan de ontberingen tijdens een periode van koude dan gedurende een warme periode.

Het valt echter te betreuren dat men de gebeurtenissen uit 1953 gebruikt om er vijfig jaar later eigen agenda’s op na te kunnen houden.

Met dank aan S. Fred Singer, Professor emeritus milieuwetenschappen (atmosfeer & ruimte) aan de Universiteit van Virginia, Fairfax, USA.

 
Dit artikel is eerder gepubliceerd op de website van Stichting KLIMAAT.

Stichting KLIMAAT belicht de mogelijke veranderingen in het klimaat, maar ook de onzin die hierover geschreven en verkondigd wordt.

Meer artikelen vindt u op hun website.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Stichting Klimaat, topic: Broeikaseffect
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Gunter Van den Bossche schreef op : 1

    In het verre verleden zijn er sterke klimaatsveranderingen op korte tijd geweest. Dat bewijst de 2 kilometerslange ijsstaal uit Vostok (CO2-concentratie doorheen de tijd) en fossiele resten van toenmalige fauna en flora. Daaruit kan men ook een onmiskenbaar verband uit afleiden: het verband tussen CO2-concentratie en T°. Men kan als het ware de 2 grafieken op elkaar zetten, zo treffend is het verband! In de laatste 400.000 jaar varieerde de CO2-conc. tussen 180 en 290 ppm, ofwel een verschil van 110 ppm. De T° in Vostok varieerde tussentijds 12°C. We verwachten een verdubbeling van CO2 oftewel van 280 ppm in 1850 naar 560 ppm tussen 2050 en 2100. En u wilt vertellen dat klimaatsverandering een fabel is??? Als ecoloog merk ik nu al duidelijk de gevolgen van klimaatsverandering, en we staan nog maar aan de voet van de CO2-conc. die ons te wachten staat. En dan spreek ik niet over de dalende T° in de lagere stratosfeer -hetgeen bewijst dat straling minder gemakkelijk weg kan- of andere ‘fingerprints’. Ik weet één ding: deskundigen die klimaatsverandering weglachen zijn het niet waard zich wetenschapper te noemen. Zijn jullie ziende blind of ben ik de enige hier die een analytisch talent heeft? Door je te focussen zie je door het bos de bomen niet meer,… en dan lijkt het dat er niets gebeurt. Triestig… .

  2. Albert Spits schreef op : 2

    In deze reactie beweert een ecoloog, genaamd Gunter Van den Bossche, dat er wel degelijk een klimaatsverandering aanwezig, want zo zegt hij ,,als ecoloog merk ik nu al duidelijk de gevolgen van klimaatsverandering, en we staan nog maar aan de voet van de CO2-conc. die ons te wachten staat”. Dit is een perfect voorbeeld van subjectieve waarneming.

    Elke wetenschapper verifieert via gedegen objectieve waarnemingen of zijn of haar stelling houdbaar is. Dit kan alleen gebeuren door middel van onderzoek op diverse niveau’s, in het geval van klimaat moet dit zijn op geologisch, meteorologisch en natuurkundig gebied. Daarbij moet elk sensationalisme worden vermeden, iets dat vaak helaas gebeurt, zonder daarbij met concrete bewijzen te komen.

    Daarom denk ik, dat de ecoloog Van den Bossche een grote denkfout maakt en dat is dit: klimaatveranderingen hebben altijd plaatsgevonden in de geschiedenis van de aarde, geologen bevestigen dit met strata-onderzoek. Men weet nog steeds niet zeker of bepaalde veranderingen plotseling zijn geweest, of zich deze over duizenden jaren hebben afgespeeld. Met betrekking tot het broeikaseffect, over het CO2 gehalte en de zogeheten opwarming van de aarde, heb ik dan ook het volgende te zeggen.

    Er zijn op dit moment drie onzekerheden, die als zekerheden worden geponeerd door de ecologische lobby:

    1. Men moet eerst zeker weten, dat het klimaat op aarde warmer wordt, wetenschappelijk is er geen sluitend bewijs hiervoor, ongeacht de beweringen van Gunter Van den Bossche. Hooguit, dat er een consensus bestaat dat in bepaalde regio van de aarde er een zekere opwarming of afkoeling plaatsvindt en dan nog maar op grondniveau. De bovenste luchtlagen ondervinden helemaal geen opwarming, want dit is geconstateerd door weerballonnen en satellieten. Als de aarde zou opwarmen, dan zouden ook deze luchtlagen een verandering moeten ondergaan.

    2. Als er een opwarming of afkoeling van de aarde plaatsvindt, zou dan de menselijke activiteit hiervoor verantwoordelijk zijn. U ziet, dat dat ook een zeer speculatief gegeven is, zoals Prof. Thoenes en tevens andere wetenschappers hebben aangetoond.

    3. Wanneer er een opwarming van de aarde zou plaatsvinden, zou dat dan een slechte zaak blijken te zijn. Dat betekent, dat de regenval in de woestijngebieden zou stijgen, waardoor de vruchtbaarheid toeneemt. Tevens zouden hoger gelegen gebieden weer toegankelijk worden voor de landbouw. Dit zou dus de wereldvoedselproductie ten goede komen, omdat kooldioxide (CO2) voor planten is, wat zuurstof is voor mensen, namelijk onontbeerlijk voor overleving.

    Zoals men ziet zitten er meer haken en ogen aan het debat over klimaatveranderingen dan de ‘wetenschappelijke zekerheden’, die worden verkondigd door de ‘groene lobby’. Het is daarom zo spijtig, dat men zich te veel richt op het CO2-debat in plaats van te kijken naar andere mogelijke oorzaken en deze aan een grondige wetenschappelijke analyse te laten blootstellen. De discussie is in feite beland op een basaal niveau van welles-nietes en dat vind ik een trieste zaak.

    Zie verder: http://www.libertarian.nl/EU/index.php?itemid=586

  3. Evert de Zoeten schreef op : 3

    Jammer dat er weer een welles-nietes discussie ontstaat. Ook jammer dat er weer gesproken wordt van een ‘groene lobby’ en ‘wteenschappers die ziende blind zijn’. Dat soort van populisme doet de discussie geen goed.
    Persoonlijk hoeft van mij het kalf niet verdonken te zijn alvorens we de put dempen. Het voorzorgsbeginsel (waar het Kyoto-protocol op stoelt) lijkt mij geen slechte zaak. Bovendien is energiebesparing sowieso een goede zaak. We realiseren ons vaak nauwelijks wat er gaat gebeuren als de armere landen (samen goed voor 20% van het energiegebruik) op een welvaartsniveau komen van de westerse landen (20% van de wereldbevolking, 80% van het energiegebruik). En dan gaat het niet om broeikaseffect maar gewoon om lokale luchtverontreiniging en de steeds moeilijker winbare fossiele brandstof.
    Bovendien is investeren in duurzame energie (en daarmee het vergaren van kennis en ervaring) een produkt waar we in de komende decennia onze economie mee kunnen versterken.
    De onzekerheid in het broeikasdebat is dus nauwelijks relevant in de discussie over het terugdringen van het energiegebruik.

  4. Erik van Vught schreef op : 4

    De onzekerheid in het broeikasdebat is wel degelijk relevant. want het broeikasdebat wordt misbruikt om onze privacy aan te tasten (waaronder het plan van minister vd Hoeven van economische zaken om zg slimme energiemeters in alle huizen te plaatsen waardoor de overheid op afstand alle gegevens over ons energieverbruik controleert) en ons op te zadelen met forse belastingverhogingen (bv verpakkingstax, vliegtax, alle autobelastingen, en wat ons verder nog te wachten staat ! Er wordt niet bijster veel gedaan aan het ontwikkelen van alternatieve nieuwe energiebronnen. Men geeft liever de voorkeur aan het enkel via bestraffen en ‘dwang ‘ en hogere belasting afdwingen.
    Voor wat betreft ontwikkeling nieuwe en duurzame energie ben ik volledig mee eens dat hierin meer geinvesteerd zou moeten worden. Durf als overheid dan ook multinationals als Shell te faciliteren hiertoe, of ga samenwerkingen aan mondiaal op het gebied van onderzoek naar exploitatie van mogelijke zonneenergie overschotten in het midden-oosten.