zaterdag, 15 maart 2003
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

De vrijheid in opmars


Als de wereld openstaat voor invloeden kunnen de meest verleidelijke en overtuigende ideeën zich verspreiden. Dat is de reden waarom vrijheid en individualisme in deze tijden van globalisering zulke meeslepende begrippen zijn geworden. Er zijn maar weinig ideeën die net zo inspirerend zijn als het zelfbeschikkingsrecht. Wanneer mensen ontdekken dat dat recht in andere landen bestaat, wordt het bijna onweerstaanbaar. Een vleugje vrijheid om nieuwe indrukken op te doen en keuzes te maken zet mensen er al snel toe aan om nieuwe eisen te stellen om voor zichzelf te mogen kiezen en beslissen. Dat is de reden waarom mensen die economische vrijheid verwerven al snel politieke democratie eisen en na het verwerven van die democratie ook nog individuele vrijheid afdwingen. Het idee van de mensenrechten gaat de wereld rond. Als er al sprake is van standaardisering op wereldvlak, dan is dat in de eerste plaats het opschuiven van gemeenschappen in de richting van democratie, en de steeds grotere vrijheid om te leven zoals je zelf wil. De gelijkschakeling bestaat erin dat steeds meer mensen de kans krijgen om van elkaar te verschillen.

Daar gaat het culturele relativeren, als zouden bepaalde volkeren niet met vrijheid om kunnen gaan, of een periode van rigide leiderschap nodig hebben, of als zouden we niet kunnen tussenkomen in de politiek van andere landen. Wanneer andere regeringen hun bevolking onderdrukken of zelfs uitmoorden, hebben we niet alleen het recht maar zelfs de plicht om daar tegenin te gaan. Het idee dat menselijke waardigheid aan de andere kant van de grens iets anders zou betekenen, heeft een flinke knauw gekregen. Ook al kwam er geen feitelijke vervolging van, toch was het een mijlpaal toen een Spaanse procureur de Britse autoriteiten zover kreeg dat ze de voormalige Chileense dictator Pinochet arresteerden tijdens zijn bezoek aan Engeland. Logisch dat de Cubaanse dictator Castro woedend was over die beslissing, ook al heeft hij een andere politieke kleur. Hij begreep namelijk dat er steeds minder schuilhoeken te vinden zijn voor dictatoren. Dictators en massamoordenaars die amper een tiental jaren geleden nog vrij rond de wereld konden reizen, lopen nu het risico voor een oorlogstribunaal of een internationaal gerechtshof gesleept te worden. Dat heeft op zijn beurt de nationale rechtssystemen een duwtje in de rug gegeven, wat bewijst dat internationale maatregelen eerder een aanvulling van de plaatselijke rechtspraak zijn dan dat ze die zouden overvleugelen. In 1998 werd in Rome een verdrag ondertekend om een internationaal tribunaal op te richten dat op wereldniveau rechtspreekt in gevallen van misdaden tegen de menselijkheid, volkerenmoord en oorlogsmisdaden. Steeds meer landen sluiten zich aan en de rechtbank zal over een paar jaar aan de slag kunnen. In de toekomst zullen misdaden tegen de menselijkheid misschien niet langer lonen.

De toekomst ligt nog niet vast. Er bestaat niet zoiets als ‘één enkel pad’ en er is niks wat ons verplicht tot verder globaliseren. In dat opzicht hebben de antiglobalisten volledig gelijk. Je kunt kapitaal en handelsstromen aan banden leggen en je kunt grenzen sluiten. Dat is al een keer eerder gebeurd na de globalisering aan het eind van de 19de eeuw. Toen had de wereld een aantal decennia lang een klimaat van democratisering en meer openheid gekend. Mensen konden zonder paspoort een grens oversteken en zonder vergunning werk vinden, en ze konden makkelijk burger worden van het land waar ze zich vestigden. Maar na een aantal decennia van anti-liberale propaganda en nationalistische sabelslijperij kwam er in het begin van de 20ste eeuw een ommekeer naar meer centralisering en gesloten grenzen. Landen die elkaar altijd als vrienden hadden gezien bij het handeldrijven en ontwikkelen van nieuwe waarden, begonnen elkaar te beschouwen als vijanden die elkaar moesten bestrijden in naam van oude waarden. Markten moesten met geweld veroverd worden en niet door middel van vrije concurrentie. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 betekende het einde van die periode van globalisering. Voor het eerst in een aantal generaties werden protectionisme en het verplichte paspoort ingevoerd.

Globalisering brengt een aantal problemen met zich mee die licht wantrouwen wekken: pijnlijke economische aanpassingen, ondermijnde belangen, culturen die uitgedaagd worden en traditionele machtscentra die afbrokkelen. Wanneer grenzen minder belangrijk worden, kunnen niet alleen mensen, goederen en kapitaal vrijer bewegen, maar ook bijvoorbeeld misdaad en ziekte. De aanhangers van globalisering moeten aantonen dat grotere vrijheid en meer kansen een tegenwicht vormen voor die problemen en ze moeten wijzen op de mogelijkheid om ze zelfs beter dan vroeger aan te pakken. Anders is het risico groot dat antiglobalistische ideeën ingang vinden in de westerse wereld en dan kan een depressie of een onbenullige toloorlog bijvoorbeeld een krachtige protectionistische reflex tot gevolg hebben. Na de val van Wall Street in 1929, schakelden de Verenigde Staten over naar een verregaand protectionisme, en vervolgens voerden ze alleen maar depressie uit. Andere regeringen volgden dat voorbeeld en de wereldhandel zakte in elkaar. In drie jaar tijd daalde de handel met twee derde. Op die manier leidde een nationale crisis tot een wereldwijde depressie. Als protectionisme vandaag opnieuw wordt ingevoerd, zou dat tot stilstand leiden in de welvarende wereld en tot grotere armoede in de ontwikkelingslanden. In het ergste geval zou het opnieuw conflicten met zich meebrengen omdat landen elkaar weer als vijanden zouden zien. De overheid die zich op zichzelf terugplooit en alles wat van buiten komt eerder ziet als een bedreiging dan een nieuwe kans. Als dat gebeurt, zullen de meest eenvoudige en grove vormen van afsluiting en nationalisme terrein winnen.

Vandaag is het risico dat globalisering opnieuw op zijn bek gaat, minder groot. Imperialistische ambities zijn de bodem ingeslagen en de globalisering wordt gesteund door een massa democratische regeringen. Begrippen als democratie en mensenrechten krijgen steeds meer invloed en Azië en Latijns-Amerika zijn – uit eigen beweging – meer dan ooit geïntegreerd in de wereldeconomie. De meeste landen zijn uit op geregulariseerde, wederzijdse handelsakkoorden binnen bijvoorbeeld de WTO, zodat machtige regeringen de vrije handel niet zomaar kunnen vertrappelen. Maar ook wanneer de democratie en de markt zich verder zouden verspreiden, is er niet één pad dat geschikt is voor iedereen. Landen als Birma en Noord-Korea zijn het bewijs dat het mogelijk is alle banden met de omgevende landen door te knippen, als je maar bereid bent daar een zware prijs voor te betalen in termen van onderdrukking en armoede. Er is ook niks dat de Europese Unie verplicht onze markten te liberaliseren, als we bereid zijn het verlies aan vrijheid en welvaart die dat inhoudt, erbij te nemen, en als we bereid zijn de armen uit de ontwikkelingslanden te laten opdraaien voor onze beslissing om onze tolmuren te behouden. Het is niet ‘noodzakelijk’ mee te gaan met de globaliserende trend, het is alleen wenselijk. Globalisering zal niet op eigen kracht blijven doordenderen als niemand er zich achter zet en als niemand het isolationisme een halt toeroept.

Iedere verandering roept wantrouwen en angst op, en soms is dat terecht. Zelfs positieve veranderingen kunnen op korte termijn lastige gevolgen hebben. Beleidsmakers hebben geen zin verantwoordelijkheid op te nemen voor mislukkingen en problemen. Het is beter als je anderen de schuld kunt geven. En globalisering is een prima zondebok. Alle anonieme krachten die door de geschiedenis heen altijd al de schuld kregen, zitten erin: andere landen, de markt, een beleid dat de kool en de geit wil sparen. De globalisering kan niks terugzeggen wanneer politici haar de schuld geven voor ontwrichte economieën, stijgende armoede en het rijker worden van een kleine minderheid, of wanneer ondernemers hun beslissingen willen goedpraten waardoor ze het milieu vervuilen en banen schrappen of hun eigen salaris verhogen. En globalisering kan de eer ook niet opstrijken wanneer het beter gaat met het milieu, wanneer de economie opbloeit en de armoede daalt. Dan zijn er ineens een heleboel mensen die de volle verantwoordelijkheid willen nemen voor de goede gang van zaken. Globalisering kan zich niet verweren. Als de trend naar een grotere globalisering zich doorzet, zal er een ideologisch pleidooi gehouden moeten worden voor open grenzen en het afschaffen van de controles.

Over 25 jaar zullen we met twee miljard meer zijn op deze planeet. 97 procent van die bevolkingsstijging zal zich voltrekken in de ontwikkelingslanden. Er zijn geen automatische, vooraf vastgelegde processen die zullen bepalen in wat voor wereld ze zullen terechtkomen en wat voor kansen ze zullen krijgen. Het meeste zal afhangen van mensen als u en ik

Dit essay is een onderdeel uit Norberg’s boek ‘Leve de globalisering’.

Leve de Globalisering
Johan Norberg

De bestseller die de Zweedse discussie over de mondialisering een nieuwe wending gaf.

Bekroond met de Antony Fisher International Memorial Award

Bezoek de officiële website voor meer informatie.

Uitgeverij Houtekiet, ISBN: 905240688X
Te bestellen bij BOL voor 19.95 EUR.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Johan Norberg, topic: Globalisering
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.