maandag, 1 januari 2001
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Goethe: Klassiek Liberaal


In dit jaar (1999) valt de 250ste geboortedag van Johann Wolfgang von Goethe. De meeste Europeanen kennen hem als de belangrijkste Duitse schrijver en dichter en als een der grootsten in de wereldliteratuur. Minder bekend is het feit, dat hij een standvastig klassiek-liberaal was, die volhield, dat vrije handel en vrije culturele uitwisseling de sleutels zijn tot het welzijn van een volk en vreedzame internationale integratie. Hij bestreed de uitbreiding, centralisatie en samenvoeging van bestuur met het argument, dat deze tendensen slechts kunnen leiden tot beperking van de economische ontwikkeling en culturele bloei. Wegens zijn betrokkenheid met de vordering van de Europese eenwording, zou ik Goethe willen voordragen als Europeaan van het millennium.

Goethe werd geboren in 1749 in de vrije keizerlijke stad Frankfort aan de Main uit ouders uit de hoge middenklasse. Hij studeerde rechten in Leipzig en Straatsburg. Hoewel hij na het behalen van zijn graad enige tijd als advocaat werkzaam was, maakte hij als dichter, dramaturg, romanschrijver, kunstenaar en architectuur-, kunst-, literatuur- en muziekcriticus furore. Hij deed ook aan natuurwetenschappen, studeerde anatomie, botanie, morphologie en optiek. Nog steeds is hij het symbool van genialiteit, met zijn complete oeuvre van meer dan 60 boeken, met inbegrip van Faust, geschriften als Goetz von Berlichingen, Die Leiden des jungen Werthers, Tasso, Egmont, Iphigenie, Clavigo, Stella, Hermann und Dorothea, Wilhelm Meisters Lehrjahre, Wilhelm Meisters theatralischer Sendung, Römische Elegien, Westöstlicher Divan, Die Wahlverwandtschaften, Xenien, Metamorphose der Pflanzen, en Farbenlehre.

Op uitnodiging van de graaf Carl-August van Sachsen-Weimar bezocht Goethe Weimar en vestigde hij zich daar tot zijn dood in 1832, hoewel zijn verblijf aldaar werd onderbroken door veelvuldige reizen door geheel Duitsland, Zwitserland, Italië en Frankrijk. Ongetwijfeld groeide zijn liberale politieke visie tijdens deze reizen.

Sinds het verdrag van Westphalen tot de Napoleontische oorlogen bestond Duitsland uit 234 landjes, 51 vrije steden en ongeveer 1500 onafhankelijke ridderlijke landerijen. Van deze veelheid van onafhankelijke politieke eenheden stelde slechts Oostenrijk een belangrijke politiek macht voor, terwijl Pruisen, Beieren, Saxen en Hannover op het politieke schaakbord invloed hadden. Sachsen-Weimar was een van de kleinere en armere gebieden, dat slechts een paar dozijn dorpen en kleine steden omvatte.

De conventie van Wenen in 1815, die volgde op de nederlaag van Napoleon, zorgde voor een teruggang van het aantal politiek onafhankelijke Duitse gebiedjes tot 39. Sachsen- Weimar groeide met ongeveer een derde van zijn oorspronkelijke grootte tot het Groothertogdom Sachsen-Weimar-Eisenach. Toch bleef het een van Duitsland´s kleinere, armere, en politiek minder invloedrijke landen.

De hoofdstad, Weimar, was een stadje van nog geen 6000 inwoners, toen Goethe er kwam wonen, en ten tijde van zijn dood in 1832 was het pas gegroeid tot 10.000 zielen. Goethe was naar Weimar gekomen als de protégé van Carl-August. Hij reed paard samen met de Graaf, vierde feest met hem, en ging met hem op jacht.

Op instigatie van Carl-August kreeg Goethe het aristocratische ere-voorvoegsel “von” van de keizer Joseph II. Bij diverse gelegenheden kreeg Goethe, in het kader van zijn lidmaatschap van de Geheimer Legationsrat, het bevel over het 600 man sterke leger van het hertogdom (hij bracht het aantal terug naar 293), de zorg voor de wegen en mijnen, de zorg voor de financiën (hij verlaagde de belastingen), de verantwoording voor het hoftheater, en het toezicht over de nabij gelegen universiteit van Jena, waaraan in die tijd Hegel, Fichte, Schelling, Schiller, Humboldt en de gebroeders Schlegel verbonden waren.

Hoewel hij al alom gewaardeerd werd, toen hij zich in Weimar vestigde, steeg zijn roem in de jaren daarna tot ongekende hoogten. Bijna iedereen, zoals Ludwig van Beethoven, keizerin Ludovica van Oostenrijk en Napoleon, zocht contact met hem, of hij nu in Weimar was of op reis. Tegen het eind van zijn leven werden Weimar en hij vereenzelvigd met Duitse cultuur, en Weimar en Goethe´s huis werden doelwit van pelgrimages van leden van het Duitse Bildungsbürgertum (de hoger opgeleide bourgoisie).

In een gesprek, opgeschreven door een van zijn vereerders, Johann Peter Eckermann, gaf Goethe, in de laatste fase van zijn leven, commentaar op het verband tussen de Duitse politieke eigenaardigheid (Kleinstaaterei) en de cultuur. Ten tijde van dit gesprek, op 23 october 1828, kwam Duitsland in toenemende mate in de ban van democratische en nationalistische gevoelens, ten gevolge van de Franse Revolutie en daarop volgende Napoleontische periode. De meeste Duitse liberalen waren democraten geworden en pleitten voor een verenigde Duitse volksstaat.

Als klassiek-liberaal, stond Goethe, wijs en met een bewonderenswaardig vooruitziende blik, goeddeels alleen met zijn ferme oppositie tegen deze vervorming van van de liberale overtuiging. Volgens hem was democratie onverenigbaar met vrijheid. “Machthebbers en revolutionairen, die gelijkheid en vrijheid tegelijk beloven”, schreef hij in zijn Maximen und Reflexionen, “zijn psychopathen of oplichters.” Politieke centralisatie zou leiden tot de ondergang van de cultuur, legde Goethe uit in zijn gesprek met Eckermann.

“Ik ben niet bevreesd, dat Duitsland niet één zou worden; onze uitstekende wegen en toekomstige spoorwegen zullen hun effect hebben. Duitsland is één in zijn vaderlandsliefde en zijn weerstand tegen vijanden van buitenaf. Het is verenigd, omdat de Duitse Taler en Grosschen door het gehele rijk dezelfde waarde hebben, en omdat ik mijn koffer mee kan nemen door alle zesendertig staten, zonder hem verplicht te moeten openen. Het is een geheel, omdat de gemeentelijke reisdocumenten van een inwoner van Weimar overal worden geaccepteerd, en gelijkgesteld aan de paspoorten van de burgers van zijn machtige buitenlandse buren. Met betrekking tot de Duitse staten, wordt niet langer gesproken van binnen- of buitenlands. Verder is Duitsland één op het gebied van maten en gewichten, handel en migratie, en nog een honderdtal zaken, die ik hier niet hoef op te noemen.
Men vergist zich echter als men denkt, dat de Duitse eenheid tot uiting zou moeten komen door de stichting van een grote hoofdstad, en dat deze grote stad de grote massa ten goede zou komen op dezelfde manier als een paar vooraanstaande individuen daarvan zouden profiteren.” Voegde hij daar nog aan toe.

Als toch de hedendaagse Brusselse bureaucraten dat eens zouden begrijpen! De verenigde EU-markt heeft de 15 lidstaten de open grenzen – voor mensen, goederen en kapitaal – gegeven, die Goethe in 1828 prees. Vrije handel en verkeer zijn een feit. Maar een “grote hoofdstad” of een regulerende federale staat, die het leven extra compliceert, hebben we niet nodig.

Goethe zag in, dat de culturele en politieke scheppingskracht bij het volk zelf lag, en niet bij de bureaucraten. Hij zei tegen Eckermann, dat “wat Duitsland groot maakt is haar bewonderenswaardige volkscultuur, die tot alle uithoeken van het rijk gelijkelijk is doorgedrongen. En zijn het niet juist de vele verschillende vorstelijke residenties, waaruit deze cultuur ontspringt, en die haar schragen en onderhouden? Stel je voor, dat eeuwenlang slechts de twee hoofdsteden Wenen en Berlijn in Duitsland hadden bestaan, of zelfs maar een van beide. Ik vraag me af wat er dan met de Duitse cultuur en de welvaart, die daarmee gepaard gaat, zou zijn gebeurd.

Denk aan steden als Dresden, München, Stuttgart, Kassel, Braunschweig, Hannover, en dergelijke; denk eens aan de energie, die deze steden vertegenwoordigen; denk eens aan de invloed, die ze hebben op het omringende platteland, en vraag je af, of dat allemaal zou bestaan, als deze steden niet gedurende lange tijd de residenties van vorstelijke personen zouden zijn geweest.

Frankfort, Bremen, Hamburg, Lübeck zijn groot en bruisend, en hun uitwerking op de welvaart in Duitsland is niet in cijfers uit te drukken. Maar zouden ze kunnen blijven wat ze zijn, als ze hun onafhankelijkheid zouden verliezen, en als provinciale steden zouden worden opgenomen in één groot Duits rijk? Ik betwijfel het ten zeerste. Hoewel de Duitsers Goethe hebben aanbeden als een nationale held, hebben ze zijn adviezen gedurende deze eeuw in de wind geslagen, zelfs aan het einde van de Koude Oorlog nog. Ook heeft bijna niemand naar zijn waarschuwingen m.b.t politieke centralisatie geluisterd. Goethe´s inzichten op het vlak van sociale en politieke fundamenten van cultuur vragen onze aandacht en zijn nu nog even toepasselijk als toen ze werden opgeschreven.

Hans-Hermann Hoppe is professor in de economie aan de universiteit van Nevada, Las Vegas, en senior fellow van het Ludwig von Mises Instituut in Auburn, Alabama.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Hans-Hermann Hoppe, topic: Libertarische Theorie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.