maandag, 1 januari 2001
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Hayeks visie op democratie en verdelende rechtvaardigheid

1. Democratie: een meerduidig begrip

Dat een vrije samenleving zoals Hayek die ziet het best is te realiseren in de vorm van een democratie, ligt voor de hand. Aangezien deze term echter een steeds ruimer wordende begripsomvang lijkt te dekken, is het gewenst hier enige duidelijkheid te scheppen:

In einer Bedeutung des Wortes Demokratie — ich glaube der echten und ursprünglichen — erscheint sie mir als ein hoher Wert, zu dessen Verteidigung ich zu kämpfen bereit bin. Wenn sie sich auch nicht, wie man einst gehofft hatte, als ein sicherer Schutz gegen Tyrannei und Unterdrückung erwiesen hat, so ist doch die Uebereinkunft, die es eine Mehrheit möglich macht, sich einer unerwünschten Regierung zu entledigen, von unschätzbarem Wert.

Reeds eerder was het Popper, die in zijn aan Hayek opgedragen boek Conjectures and Refutations wees op het belang van de mogelijkheid zich op vreedzame wijze van een bestuur te ontdoen. Voor hem zijn er slechts twee soorten bestuursregelingen: die welke een bestuurswisseling zonder bloedvergieten mogelijk maken en degene die daarin niet voorzien. Maar als een regering niet zonder bloedvergieten kan worden gewijzigd, zo stelt hij, dan kan ze doorgaans in het geheel niet aan de kant worden gezet. We hoeven niet over woorden te twisten, en over zulke pseudo-problemen als de ware of essentiële betekenis van het woord democratie, maar, zo zegt Popper, welke naam men voor deze twee types ook verkiest, persoonlijk geef ik er de voorkeur aan het ene democratie en het andere tirannie te noemen.

Dat een meerderheid een onwelgevallige regering naar huis kan sturen, is een aspect van de democratie dat ook Hayek coûte que coûte gehandhaafd wenst te zien en voor hem een reden om het afbrokkelend geloof in deze staatsvorm te betreuren. Hij wijt dit laatste aan de toenemende reeks van "nieuwe eisen die in naam van de democratie worden gesteld en die zelfs redelijk denkende mensen zodanig hebben verontrust dat een scherpe reactie wellicht niet kan uitblijven." Die reactie zou zich dan eigenlijk niet keren tegen het grondprincipe van de democratie, maar tegen de aanvullende denkbeelden die geleidelijk het oorspronkelijke begrip — een bepaalde wijze van besluitvorming — hebben overvleugeld.

Met name de daaruit resulterende maatregelen, gericht op een van bovenaf gestuurde meer gelijke verdeling van materiële goederen, zijn Hayek natuurlijk een doorn in het oog. Was vroeger al het streven erop gericht de macht van regeringen zo veel mogelijk te beperken, zo stelt hij, tegenwoordig is men nogal eens geneigd te denken dat het feit dat de bestuurders door een meerderheid zijn gekozen, alle voorzorgsmaatregelen tegen misbruik van overheidsmacht overbodig maakt. Zo ontstond de onbeperkte democratie. Hayek stelt dat de problemen die daaruit kunnen ontstaan niet de ondeugdelijkheid van het (in casu democratische) principe zouden bewijzen, maar alleen dat wij het weer eens verkeerd hebben aangepakt:

Mir persönlich will es scheinen, dass zwar die Mehrheitsentscheidung über alle Fragen, bei denen kein Zweifel besteht, dass Regierungsmassnahmen notwendig sind, ein unentbehrliches Verfahren zur Durchführung friedlicher Aenderungen darstellt, aber eine Regierungsform, in der jede Mehrheit jede beliebige Frage zum Gegenstand von Regierungsmassnahmen machen kann, verwerflich ist.

Een zelfde waarschuwing tegen onbeperkte macht van een gekozen volksvertegenwoordiging was al eerder verwoord door Herbert Spencer in zijn boek The Man versus the State (1884), waarin hij onder andere stelt dat:

The great political superstition of the past was the divine right of kings. The great political superstition of the present is the divine right of parliaments. The oil of anointing seems unawares to have dripped from the head of the one on to the heads of the many, and given sacredness to them also and to their decrees.

Dat Hayeks waardering voor het democratisch principe zich niet uitstrekt tot de aspiraties van de sociaal-democratie, zal niemand verbazen:

That democratic socialism, the great utopia of the last few generations, is not only unachievable, but that to strive for it produces something so utterly different that few of those who now wish it would be prepared to accept the consequences, many will not believe till the connection has been laid bare in all its aspects.

Voor Hayek is democratisch socialisme een contradictio in terminis, maar de denkfouten die er volgens hem aan ten grondslag liggen zegt hij niet alleen aan te treffen bij degenen die zich socialist noemen.

2. Het beperkte gezag van de meerderheidsregel

Hayek werkt deze gedachte verder uit in The Constitution of Liberty, waar hij ingaat op de overeenkomsten en de verschillen tussen liberalisme en democratie. Liberalisme is een doctrine over hoe de wet behoort te zijn, zegt hij, democratie echter een doctrine over de wijze van beslissen wat wet zal zijn. Liberalisme (in de Europese 19e eeuwse betekenis van het woord) is voornamelijk geïnteresseerd in het beperken van de dwingende macht van elke regering, of dat nu een democratische is of niet, terwijl de dogmatische democraat slechts één beperking op de regering kent: de heersende mening der meerderheid. Weliswaar heeft het liberalisme ook als uitgangspunt dat slechts wet zal zijn wat als zodanig door de meerderheid wordt aanvaard, maar dat wil voor de aanhangers van deze leer dan nog niet zeggen dat het daarom ook goed recht is. De meerderheidsregel is slechts een middel, geen doel, zo stelt Hayek, of misschien is het zelfs alleen maar de minst kwade van de bestuursvormen waaruit we moeten kiezen.

Het is volgens hem dus een goede methode — althans de beste die we kennen — om te beslissen, maar we kunnen er geen autoriteitsargument aan ontlenen om de inhoudelijke waarde van die beslissing vast te stellen. Dit lijkt op het eerste oog enigszins met zichzelf in tegenspraak, maar waar Hayek vooral op doelt is dat er bepaalde waarden zijn die niet door de meerderheid die het op een bepaald moment voor het zeggen heeft zo maar kunnen worden genegeerd of zelfs afgeschaft:

Though `democratic’ is often used today to describe particular aims of policy that happen to be popular, especially certain egalitarian ones, there is no necessary connection between democracy and any one view about how the powers of the majority ought to be used. In order to know what it is that we want others to accept, we need other criteria than the current opinion of the majority, which is an irrelevant factor in the process by which opinion is formed.

Hayek werpt in dit verband ook de vraag op of een meerderheidsconsensus over een morele regel wel voldoende rechtvaardiging is om haar aan een minderheid met afwijkende mening op te leggen. Moet die macht niet eveneens worden beperkt door meer algemene regels? Met andere woorden: moet gewone wetgeving niet worden beperkt door algemene principes, zoals ook individuele morele gedragsregels bepaalde gedragingen uitsluiten, ongeacht hoe goed ze zijn bedoeld? Zijn antwoord op deze vraag luidt bevestigend. Het is de consequentie van de combinatie van conservatieve en evolutionaire elementen in zjn filosofie: het ontzag voor regels die zich geleidelijk binnen een gemeenschap hebben ontwikkeld en daardoor meer ervaring en wijsheid in zich bergen dan hetgeen een tijdelijke meerderheid kan bedenken. Bovendien vindt Hayek dat bij politiek beleid evenveel behoefte aan morele regels bestaat als bij individueel handelen. De gevolgen van collectieve zowel als van individuele beslissingen kunnen naar zijn mening slechts heilzaam zijn als ze stroken met algemene principes, door hem basic principles of ook wel long-term principles genoemd: de morele regels die niet worden gekozen, maar die zijn ontstaan in een moeizaam en langdurig ontwikkelingsproces en die juist daaraan hun waarde ontlenen.

Hayek meent, dat dezelfde denkfout die ten grondslag ligt aan het constructivisme er ook de oorzaak van is, dat het cruciale organisatorische probleem in de politiek, namelijk hoe men de `wil van het volk’ kan beperken zonder er een andere wil boven te stellen, lange tijd onoplosbaar heeft geleken. Zodra we echter erkennen dat de fundamentele orde van de samenleving als geheel niet uitsluitend op een rationeel ontwerp kan berusten en dat zij daarom ook niet mag verwachten in staat te zijn bepaalde vastomlijnde resultaten te behalen, zullen we ook inzien dat respect voor algemeen aanvaarde principes — als legitimatie van alle gezag — doeltreffend grenzen kan stellen aan de wil van elke autoriteit, ook aan die van de tijdelijke meerderheid. De neiging van de aanhangers van het constructivisme om het te doen voorkomen alsof de waarden waarvoor zij geen verklaring hebben, worden bepaald door willekeurige menselijke besluiten, door wilsdaden of gewoon door emoties, in plaats van ze te accepteren als de noodzakelijke voorwaarden voor feiten die zij als vanzelfsprekend beschouwen, heeft er veel toe bijgedragen de beschaving op haar grondvesten te doen wankelen, stelt Hayek. En hetzelfde acht hij van toepassing op de wetenschap, die "eveneens berust op een systeem van waarden die niet wetenschappelijk kunnen worden bewezen".

Het belangrijkste principe van alle vindt Hayek de individuele vrijheid, die in de politiek als morele leidraad moet dienen en wel als waarde op zichzelf, dus ongeacht eventuele nadelige effecten in een concreet geval. We zullen geen resultaat bereiken, zegt hij, als we dàt niet aanvaarden als een credo, een uitgangspunt dat zó sterk is dat er nooit om welke praktische redenen dan ook aan mag worden getornd. Dit principieel en radicaal afwijzen van elk schipperen met fundamentele principes, hoe doelmatig, voordelig of anderszins aantrekkelijk zo’n handelwijze op een bepaald moment ook moge lijken, is iets dat we in Hayeks hele werk, in al zijn denken en redeneren steeds weer tegenkomen.

Dat democratie voor hem een middel is om andere waarden te realiseren en nooit een doel op zichzelf kan zijn, heeft hij al in The Road to Serfdom duidelijk gemaakt:

We have no intention, however, of making a fetish of democracy. It may well be true that our generation talks and thinks too much of democracy and too little of the values which it serves. It cannot be said of democracy, as Lord Acton truly said of liberty, that it "is not a means to a higher political end. It is itself the highest political end. It is not for the sake of a good public administration that it is required, but for the security in the pursuit of the highest objects of civil society, and of private life." Democracy is essentially a means, a utilitarian device for safeguarding internal peace and individual freedom. As such it is by no means infallible or certain.

We moeten ook niet vergeten, zegt Hayek, dat er vaak meer culturele en geestelijke vrijheid onder een autocratisch bewind is geweest dan onder sommige democratische regeringen. En het is ook heel goed denkbaar dat een democratisch bestuur onder leiding van een homogene en doctrinaire meerderheid even tiranniek is als de ergste dictatuur. Dit laatste werd al eerder (1942) door Schumpeter benadrukt. Hun beider punt is dus niet dat een dictatuur onafwendbaar de vrijheid uitroeit, maar wel dat planning tot dictatuur leidt, omdat dictatuur het meest effectieve instrument is om dwang uit te oefenen en dus ook om idealen af te dwingen. Als zodanig is dictatuur dan ook essentieel als men centrale planning op grote schaal wil realiseren. De spanning tussen planning en democratie is een gevolg van het feit dat democratie de vrijheidsonderdrukking, noodzakelijk om economische activiteiten te kunnen sturen, in de weg staat. Hayek wijst er met nadruk op dat democratie niet de belangrijkste waarde is die met ondergang wordt bedreigd. Een dergelijke misvatting leidt tot de irrationele overtuiging dat macht niet arbitrair kan zijn zo lang deze maar wordt gevestigd volgens een democratische procedure. Het valse gevoel van zekerheid dat veel mensen daaraan ontlenen maakt dat zij de dreigende gevaren niet onderkennen. Niet de bron maar de beperking van de macht voorkomt dat zij arbitrair wordt, aldus Hayek.

Democratic control may prevent power from becoming arbitrary, but it does not do so by its mere existence.

3. Fundamentele waarden vormen een hoger recht

De long-term principles of basic principles, die de meest fundamentele waarden behelzen, maken deel uit van een hoger recht. Het is niet in onze tijd voor het eerst dat hun voortbestaan wordt bedreigd, zegt Hayek. Toen in 1767 het `gemoderniseerde’ Engelse parlement, overtuigd van het principe van de onbeperkte en onbeperkbare parlementaire soevereiniteit, verklaarde dat een parlementaire meerderheid voortaan elke wet kon aannemen die zij geschikt vond, vervulde dat de leiders in de Amerikaanse koloniën met afgrijzen. Zo’n regiem zou alles waarvoor hun Engelse voorouders hadden gevochten omverwerpen; het zou nu net de essentie tenietdoen van die geliefde Angelsaksische vrijheid waarvoor wijze en vaderlandslievende mannen waren gestorven:

Es ist nicht schwer zu sehen, woher die Engländer des Beginns des 17. Jahrhunderts ihre neuen Freiheitsideale kennen lernten, für die dann ihre Söhne einen Bürgerkrieg kämpften und die dann schliesslich in der `glorreichen Revolution’ von 1688 zur Grundlage des englischen Regierungssystems gemacht wurden: es war die Neuentdeckung der politischen Theorien des klassischen Altertums, der grossen griechischen und römischen Philosophen, die, wie Thomas Hobbes beklagte, die neue Begeisterung für die Freiheit auslöste.

In Engeland begon dus het principe, dat geen enkele macht arbitrair mag zijn en dat elke macht haar beperking vindt in hoger recht, in vergetelheid te raken. Maar de kolonisten hadden die denkbeelden met zich meegenomen en hanteerden ze nu als wapen tegen het parlement. Hun bezwaren betroffen niet alleen het feit dat zij zelf in dat parlement niet waren vertegenwoordigd, maar vooral dat het geen enkele beperking van zijn eigen bevoegdheden erkende. Zij waren in de gelukkige omstandigheid, dat zich onder hun leiders een aantal bekwame politieke filosofen bevond. Deze mannen konden zich in alle opzichten meten met de meest vooraanstaande Engelse denkers uit de klassieke traditie en waren ook zeer vertrouwd met de ideeën van die filosofen. Doordat het principe van wettelijke beperking van de macht door hogere beginselen nu op het Parlement zelf werd toegepast, ging het initiatief tot de verdere ontwikkeling van het ideal of free government over op de Amerikanen. Aldus Hayek.

Zij kwamen er al snel achter, dat de Britse constitutie weinig houvast bood om de eisen van het parlement met succes te kunnen weerstaan. Hun eerste zorg gold dus het tot stand brengen van een hechte constitutie en wel een die de macht van de overheid zodanig aan banden zou leggen dat ze uitsluitend die taken zou kunnen uitoefenen die de wet haar uitdrukkelijk had opgedragen. Nergens zou sprake mogen zijn van arbitraire macht, noch bij de wetgever noch bij enige andere overheidsinstantie. Een dergelijke constitutie moest niet alleen betrekking hebben op de hiërarchie binnen de uitvoerende macht, maar ook op die van wetten of regels: het principe dat de algemene wet vóór de bijzondere gaat en de regels die afkomstig zijn van een hogere wetgever voorrang hebben boven die van een lagere.

Tevens kwam de codificatie van het hogere recht aan de orde. Weliswaar was de conceptie van een superieure rechtsbron, welke in die tijd zowel goddelijk recht of natuurrecht als het recht van de rede of rationalistisch natuurrecht kon behelzen, als leidraad en toetsingscriterium voor gewone wetgeving niet nieuw, maar het idee om deze beginselen expliciet en afdwingbaar te maken door ze schriftelijk vast te leggen, werd voor het eerst in praktijk gebracht in de diverse Amerikaanse koloniën.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door I. Kotterman, topic: Democratie, Friedrich A. Hayek
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.