dinsdag, 10 december 2002
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

De rechten van rokers


Wat weegt zwaarder – het recht om te mogen roken of om gevrijwaard te blijven van rook? In een rechtsstaat gebaseerd op particulier eigendom en individuele vrijheid, is dit dilemma simpel op te lossen. De eigenaar van een gebouw of ruimte bepaalt of daar al dan niet mag worden gerookt.

Een werkgever die zijn werknemers toestemming wil geven om op de werkplek te roken, behoort dat recht te hebben. Werknemers die het er niet mee eens zijn, hebben de vrijheid om ander werk te zoeken. Andersom geldt hetzelfde. Werkgevers die het roken willen verbieden, behoren dat recht eveneens te hebben. Er is geen reden voor de overheid om zich hiermee te bemoeien. In de praktijk zal dit ongetwijfeld betekenen dat de overgrote meerderheid van de werkgevers er op zijn minst voor zal zorgen dat niet-rokende werknemers geen last zullen hebben van rokers, anders zullen zij veel goede krachten kwijt raken en zal hun keus op de arbeidsmarkt sterk worden beperkt.
Voor horecagelegenheden gelden dezelfde principes. Een café- of restauranteigenaar moet zelf kunnen bepalen of hij roken toestaat in zijn gelegenheid of niet. Niemand is immers verplicht om een rokerig café binnen te stappen. Het is overigens verbazingwekkend dat er nog zo weinig restaurants bestaan waar niet mag worden gerookt. In de Gouden Gids van Amsterdam staat er niet eentje. Ik denk dat de klanten in de rij zouden staan.
In openbare ruimtes, die het eigendom zijn van de overheid, en die noodgedwongen moeten worden bezocht door rokers en niet-rokers, behoort het roken te worden verboden, om voor de hand liggende redenen.

Daarmee is het probleem van het roken in de vrije samenleving opgelost. Andere maatregelen of regels zijn niet nodig.

Hoe zit het met de overheidscampagnes tegen het roken, het verbod op tabaksreclame, de torenhoge accijnzen op rookwaren? Dit zijn even zovele aantastingen van de vrijheid van het individu. Wat heeft de staat er verder mee te maken of iemand rookt of niet? Dat je het risico loopt om aan roken dood te gaan, is bekend. Mensen hebben het recht om dat soort risico’s zelf te nemen. Aan bergbeklimmen kun je ook vroegtijdig sterven; dat geeft de overheid toch nog niet het recht om het bergbeklimmen te bestrijden met reclameverboden, accijnzen en voorlichtingscampagnes?

Voorlichtingscampagnes van de overheid vormen per definitie een aantasting van de vrijheid van meningsuiting. Er wordt belastinggeld gebruikt om meningen te verkondigen waar sommige belastingbetalers het niet mee eens zijn. Met andere woorden, mensen worden gedwongen om mee te betalen aan de verspreiding van meningen waar ze niet achter staan. Met welk recht? Als ik als atheïst word verplicht om mee te betalen aan de productie van een kerkblaadje, dan kan ik dat niet anders uitleggen als een grove aantasting van mijn individuele vrijheid. Als ik niet zelf mag bepalen welke ideeën ik steun, hoe vrij ben ik dan? Zeker, zo’n voorlichtingscampagne tegen het roken berust op een democratisch besluit, maar dat doet aan de onrechtvaardigheid ervan niets af. Als democratisch wordt besloten dat de overheid propaganda moet gaan voeren tegen het Katholicisme, of tegen de Islam, of tegen de Scientology, of tegen het vegetarisme – is dat dan geen schending van de rechten van Katholieken, Islamieten, aanhangers van de Scientology en vegetariërs?

Het (vrijwel algehele) verbod op tabaksreclame is regelrechte censuur en daarmee zonder meer een aantasting van het recht op vrije meningsuiting. Daar kan niemand omheen. Dat het verbod is ingevoerd voor een ‘goed doel’, namelijk om mensen te beschermen tegen de verleidingen van het roken, doet niet terzake. Er worden zoveel meningen verkondigd die niet waar zijn, of die bedoeld zijn om mensen te verleiden om domme dingen te doen. Geeft dat de overheid het recht om die meningen daarom te verbieden? Als columnisten in Nederland de vrijheid hebben om het socialisme aan te prijzen, een ideologie die de dood van tientallen miljoenen mensen tot gevolg heeft gehad, waarom zouden tabaksfabrikanten dan geen rookwaren mogen aanprijzen? (1) Niemand is verplicht om de fabrikanten te geloven, net zo goed als niemand verplicht is om in God of het socialisme of wat dan ook te geloven. Vrijheid van meningsuiting kan nooit betekenen dat je alleen maar dingen mag zeggen die waar, wijs en heilzaam zijn. Dat zou inhouden dat de staat zou bepalen wat wij waar, wijs en heilzaam behoren te vinden. Daarmee zouden we in een dictatuur beland zijn.

Betekent dit ook dat je in een vrije samenleving het recht behoort te hebben om doelbewust leugens te verkondigen – bijvoorbeeld om te beweren dat iemand homoseksueel is als dat niet zo is, of dat Berlijn de hoofdstad is van Wenen, of dat de holocaust nooit heeft plaatsgevonden, of dat Joden baby’s eten, of dat Palestijnen dieven zijn? Dat lijkt mij wel. Als de staat het recht heeft om ‘leugens’ te verbieden, dan kan de staat bepalen wat waarheid is en wat leugen, en dat is onverenigbaar met vrijheid. De huidige wetten die het verspreiden van leugens verbieden, zoals wetten op het gebied van laster en smaad, zouden dan ook afgeschaft moeten worden. Ik denk dat dit onverwacht heilzame effecten zou kunnen hebben. Het zou namelijk tot gevolg hebben dat kwaadsprekers en leugenaars op voorhand ongeloofwaardig worden en hun beschuldigingen hard zullen moeten maken en dat niet langer, zoals nu, degenen over wie kwaad wordt gesproken of over wie leugens worden verteld, zichzelf moeten verdedigen.

Overigens valt ook op de simpele ‘waarheid’ die de overheid verkondigt, dat roken kanker veroorzaakt, het nodige af te dingen. Om te beginnen is het niet waar dat ‘roken’ kanker veroorzaakt, maar teveel roken. Bij alcoholgebruik wordt een onderscheid gemaakt tussen teveel drinken en matig drinken. Waarom wordt dat bij roken niet gedaan? De uitspraken die worden gedaan in de trant van ‘een roker heeft vijf keer zoveel kans om longkanker te krijgen’, hebben betrekking op mensen die ? bijvoorbeeld ? een pakje per dag roken, niet op mensen die ? bijvoorbeeld ? twee sigaretten per dag roken. Verder schijnt het zo te zijn dat mensen die rond hun 35e stoppen met roken, later niet meer in de kankerstatistieken zijn terug te vinden. Dit houdt in dat je rustig van je 18e tot je 35e kunt roken, zonder dat je een hogere kans hebt om longkanker te krijgen. (Daarna kun je er beter mee stoppen.) In dit verband is het ook vermeldenswaard, dat je longen niet zwart worden van roken, zoals menigeen schijnt te denken sinds er ooit foto’s werden gepubliceerd in de media (enige tientallen jaren geleden) van de aangetaste longen van een aan longkanker lijdende roker. Die longen zagen er zo uit omdat die persoon kanker had. De longen van iemand die rookt en geen longkanker of andere longziekte heeft, zien er hetzelfde uit als de longen van een niet-roker die geen kanker heeft. Kortom, zelfs in een ogenschijnlijk simpele kwestie als de gezondheidseffecten van roken, is de waarheid niet zo eenvoudig vast te stellen.

De buitensporig hoge accijnzen op rookwaren, die anders dan het vaste BTW-tarief in geen enkele redelijke relatie staan tot de kostprijs van het product, vallen niet anders te omschrijven dan als een flagrante vorm van rechtsongelijkheid. Waarom zouden rokers zo onevenredig meer belasting moeten betalen dan snoepers of fietsers of boekenlezers of vakantiegangers? Het is een wonder dat dit zo mak wordt geaccepteerd door het volk. Zelfs als je als argument voor deze accijnzen aanvoert, dat rokers hogere kosten veroorzaken in de gezondheidszorg, dan geldt dit argument niet voor de mensen die heel weinig roken en evenmin voor de rokers die bijtijds stoppen. Die worden dus onrechtvaardig behandeld. De accijnzen op rookwaren vormen tevens een omgekeerde herverdeling van inkomsten, waarbij van de lager betaalden (die gemiddeld meer roken) geld vloeit naar de hoger betaalden (die gemiddeld minder roken). Rokende RTL- en SBS-kijkers subsidiëren het museumbezoek van niet-rokers, zou je kunnen zeggen. Ook hier hoor je nooit iemand over.

Maar is het niet waar dat rokers hogere kosten veroorzaken in de gezondheidszorg en dat dit de overheid het recht geeft om het roken te bestrijden? Nee. Ten eerste is het de vraag of de rekensom klopt, gezien de lagere levensverwachting van (zware) rokers. Maar belangrijker nog is dat het onredelijk is als de staat de door haarzelf afgedwongen gelijkschakeling in de gezondheidszorg voor één groep mensen opheft. Als je roken gaat bestrijden omdat het leidt tot hogere kosten in de gezondheidszorg, moet je alle andere activiteiten die tot hogere zorgkosten leiden eveneens bestrijden, anders is er sprake van discriminatie en rechtsongelijkheid. Wat je ook kunt doen natuurlijk is de gedwongen collectivisering van de gezondheidszorg opheffen en de prijzen door de markt laten bepalen; rokers zullen dan vanzelf premies moeten gaan betalen die een weerspiegeling vormen van de werkelijke kosten die zij veroorzaken.

Nu ben ik er in het bovenstaande vanuit gegaan dat mensen ‘autonome’ individuen zijn die in staat zijn om hun leven grotendeels zelf vorm en inhoud te geven. Ieder argument ter verdediging van de vrijheid van het individu zal op een dergelijke aanname moeten berusten. Een mens die niet het vermogen heeft om over zijn leven te beschikken kan ook geen recht op zelfbeschikking doen gelden. In dit verband is het veelbetekenend dat je steeds vaker hoort beweren dat de rechten en vrijheden die individuen normaal (behoren te) hebben, voor rokers niet opgaan, omdat ze verslaafd zijn, en daarmee in feite wilsonbekwaam zijn geworden. Rokers worden afgeschilderd als slaven, die eerst van hun ketenen moeten worden bevrijd, voordat er überhaupt sprake kan zijn van enige vrijheid van handelen bij deze zielepoten. Dit is de wereld op zijn kop. Sigaretten zijn geen ketenen, een sigaar is geen pistool. Ongetwijfeld zitten er stoffen in sigaretten die lichamelijke gewenning veroorzaken en een lichamelijke behoefte in stand houden, maar dat wil niet zeggen dat een mens niet in staat is om die gewenning te overwinnen en van die behoefte af te komen. Ik spreek als ervaringsdeskundige wanneer ik zeg dat de lichamelijke verslaving van het roken zwaar wordt overschat. Ik heb van mijn twaalfde tot mijn veertigste gerookt. Toen ik ermee stopte, heb ik het lichamelijk één avond moeilijk gehad vanwege een sterk gevoeld nicotinetekort. Daarna overheerste de geestelijke ontwenning, dat wil zeggen, de behoefte aan de fysieke geneugten van het roken die ik nog maanden bleef voelen, werd vooral bepaald door momenten en stemmingen ? door de behoefte aan het roken, niet door de behoefte aan nicotine. Toen ik mezelf er uiteindelijk van overtuigd had, dat een gelukkig leven ook zonder roken mogelijk was, had ik er geen behoefte meer aan. Ik vermoed dan ook dat alle methoden die op de markt zijn om rokers te helpen stoppen ? van acupunctuur tot boekjes van Allen Carr ? overbodig en nutteloos zijn. Rokers blijven zin hebben in roken, totdat zij zich realiseren dat ze gelukkig kunnen zijn zonder te roken. En pas dan, nadat ze zijn gestopt, zullen ze erachter komen dat roken een bijzonder smerige gewoonte is, waar je kleren van gaan stinken.

Want dat roken vies is, daar ben ik van overtuigd. Maar daar gaat het niet om. Het huidige overheidsbeleid ten aanzien van roken schendt het recht van individuen om vrijwillige verbintenissen met elkaar aan te gaan, ontneemt mensen het recht om te leven zoals zij dat willen, legt boetes op voor niet-crimineel gedrag en dreigt vrijwillig handelende individuen te gaan bestempelen tot wilsonbekwame slachtoffers die naar believen kunnen worden gekoeioneerd. Er worden hier verontrustende precedenten geschapen, waar ook niet-rokers zich zorgen over zouden moeten maken. Als de staat ons rookgedrag mag reguleren, dan waarom niet ons eetgedrag en drinkgedrag, de hoeveelheid beweging die we krijgen, de manier waarop we onze kinderen opvoeden, onze geloofsovertuiging, het onderwijs waar we voor kiezen, de televisieprogramma’s die we bekijken? Wie de vrijheid liefheeft, moet beseffen dat vrijheid ook inhoudt het recht van ieder individu om lichamelijk of geestelijk ‘ongezond’ te leven, of liever gezegd, om zelf te bepalen wat gezond en ongezond leven inhoudt.

(1) Zoals Vladimir Boekovski heeft opgemerkt: “Als de wet eist dat op elk pakje sigaretten vermeld wordt ‘Tabak is schadelijk voor uw gezondheid’, waarom zouden we dan niet een wetsvoorstel indienen dat verplicht op de omslag van elk marxistisch boek te vermelden: ‘De toepassing van deze theorie heeft in de loop van de laatste zestig jaar de dood ten gevolge gehad van tientallen miljoenen mensen.’ (De Vrijheid van het Westen, 1983)

(copyright ©: Karel Beckman, alle rechten voorbehouden)

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Karel Beckman, topic: Tabak, Drank en Drugs
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Sonja Olthof schreef op : 1

    Ik ben het nogal eens met de tekst van deze site. Als roker wordt je tegenwoordig door iedereen letterlijk in de kou gezet. Jammer alleen dat alle rokers dit zonder meer pikken. Natuurlijk kies je er nog altijd zelf voor of je wel of niet rookt. Maar waarom moeten rokers altijd en overal met iedereen rekening houden, terwijl tegenwoordig met de rokers helemaal geen rekening meer wordt gehouden. Op mijn werk zijn de werkplekken altijd al rookvrij geweest. Er waren speciale rookruimtes om tijdens de pauze te kunnen roken. Maar i.v.m. nieuwe rookbeleid 2004 moeten we nu buiten gaan staan roken. Eenvoudigweg ARMOEDIG !!!

  2. gido schreef op : 2

    Ben nu na 25 jaar gestopt met roken en voel mij stukken beter.
    Logisch na een jarenlange constante vergiftiging van gemiddeld 50 stokjes per dag.

    Anderzijds vind ik persoonlijk dat iedereen de vrijheid van keuze moet hebben.
    Vooral die antirokers hebben me steeds geergerd.
    Enkelen van hen stonden meermaals hun uitlaatgassen af aan mij, toen ik op mijn fietsje, zonder sigaret, machteloos voor het rood…
    mmisschien kunnen we dit boeltje effe opklaren alvorens rokers te verbannen…

  3. H. Maenen schreef op : 3

    Wat de ‘libertarische’ stellingname betreffende roken aangaat: het zal er als zij hun zin krijgen, gewoon op neerkomen dat altijd en overal zal worden gepaft zoals vroeger en iedereen zal dan gedwongen hun smerige rook inademen; In 1974 mocht paffen tijdens werkcolleges op de universteit. De stank was smerig en het lokaal stond blauw. Dat gejammer van rokers die nu niet langer meer iedereen in hun gezicht mogen walmen hangt me de keel uit.
    De horeca discrimineert nietrokers, dus blijf ik er weg. Ik hoef geen volledig rookverbod in de horeca, fatsoenlijke voorzieningen zijn genoeg. Maar de horeca is uitsluitend gastvrij voor rokers, ondanks de leugen van de KHN dat de horeca ook gastvrij is voor nietrokers. Een heel klein aantal horecabedrijven houdt wel rekening met beide groepen, zoals De Vereeniging in Nijmegen, waar je kunt kiezen tussen een rookvrij of een rookcafe.
    En wat betreft de werkplek: ik ben voor een rookruimte; rokers hoeven niet buiten te staan. Gelukkig mocht bij mij op het werk ook vroeger niet op de werkplek worden gerookt; wij hebben een rookruimte. Ik werk in een archief.
    Het zijn altijd extremistische rokers die menen dat iedereen hun walm moet inademen die ‘tolerantie’ eisen en het over ‘anti roken fascisten’ hebben. Hoe fascistisch is hun houding wel niet: anderen hun bijtende smerige walm opdringen?