vrijdag, 2 mei 2003
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Nobele motieven een slechte motor voor de economische ontwikkeling


Michael Novak neemt in zijn boek The Spirit of Democratic Capitalism krachtig stelling tegen de vijandigheid van vele intellectuelen tegen het kapitalisme; een vijandigheid die vooral is gebaseerd op normen uit wat Novak de moreel-culturele sfeer noemt (hieronder verstaat hij onder meer de kerken, universiteiten en media). Novak wijt dit aan tekort aan kennis bij de critici, zowel ten aanzien van de morele grondslagen als het functioneren van het economisch systeem.

Novak keert zich vooral tegen zijn collega-theologen die het utopisme van het socialisme de voorkeur geven boven het realisme van het democratisch kapitalisme. Deze stroming is vooral in Latijns-Amerika sterk vertegenwoordigd. Het economisch succes van de realistische traditie heeft de materiële horizon van de volkeren in de Derde Wereld fundamenteel veranderd, maar de ideeën van de realistische traditie hebben verrassend weinig effect op de intellectuele elites in dat deel van de wereld. Voor theologen die – als ware het een geconditioneerde reflex – vijandig staan tegenover het democratisch kapitalisme is de socialistische visie des te aantrekkelijker, juist omdat zij utopisch is. Zij herkennen hierin het perfectionisme van het Christendom. Zij dromen over een nieuwe maatschappij van gelijkheid, rechtvaardigheid, autonomie en broederschap. Men zal bij hen echter tevergeefs zoeken naar een nauwkeurige beschrijving van de institutionele structuren waarbinnen al deze dromen kunnen worden verwezenlijkt, aldus Novak.

Het democratisch kapitalisme is daarentegen sterk op de praktijk gericht. Aangezien de voorstanders daarvan misbruik van staatsmacht als grootste bedreiging beschouwden, ontwikkelden zij een theorie van de beperkte staat. Als grondleggers van het democratisch kapitalisme noemt Novak onder meer: Montesquieu, John Adams, Adam Smith, Benjamin Franklin, Benjamin Rush, James Madison en Thomas Jefferson. Zij waren zich ervan bewust dat de mensen geen engelen zijn; zij trachten een systeem te ontwerpen dat de macht zou verspreiden; een stelsel van vele soorten concurrerende belangen: politiek, economisch en moreel-cultureel. Zo construeerden zij een systeem van wetten, instituties, gericht op verschillende doelstellingen, waarbinnen geen enkele individuele sector en geen enkel individueel belang een dominante positie zou kunnen verwerven.

Het democratisch kapitalisme houdt rekening met de tekortkomingen van de mens. De zonde wortelt in de vrije persoonlijkheid, buiten het bereik van welk systeem dan ook, en is onuitroeibaar. Dit dient het uitgangspunt te zijn voor elke realistische gedachtevorming ten aanzien van de politieke economie.

De doctrine van de onbedoelde gevolgen

Novak legt grote nadruk op wat hij de doctrine van de onbedoelde gevolgen noemt. Het gaat niet zozeer om de morele bedoelingen van individuen, maar om het uiteindelijk resultaat van hun acties. Het mechanisme van de onbedoelde gevolgen biedt de mogelijkheid een creatief gebruik van menselijke energie te maken. Een dergelijk mechanisme is onafhankelijk van het streven naar volmaakte deugd of van zuivere bedoelingen. Niettemin is morele deugd een belangrijk onderdeel van het (verlichte) eigenbelang. Zonder naar volmaakte deugd te streven, is een kern van gemeenschappelijke moraliteit toch onontbeerlijk voor een vrije samenleving. Onder een passend systeem van maatschappelijke controle en evenwicht (checks and balances) blijkt een dergelijk soort samenleving in staat een redelijke mate van goedheid, fatsoen en medemenselijkheid tot stand te brengen uit het onvolmaakte materiaal waaruit zij is samengesteld.

Novak vergelijkt de verschillende vormen van politieke economie. Traditionele maatschappijen richten zich op het vestigen van orde. Hun centrale probleem is een eind te maken aan plundering, moord, roof, opstand en burgeroorlog. Maatschappelijke stabiliteit is hier een eerste vereiste. Socialistische maatschappijen streven naar gelijkheid. In socialistische visie vormt ongelijkheid een van de belangrijkste belemmeringen voor menselijke ontwikkeling. Men schijnt er hierbij van uit te gaan dat de mens vooral door afgunst wordt gedreven. Democratisch kapitalistische maatschappijen streven naar voorkoming van dwingelandij. Zij keren zich niet alleen tegen een te grote macht van de staat, maar ook tegen machtsconcentratie in de particuliere sfeer.

Terwijl socialisten vaak ‘een nieuwe socialistische mens’ beloven, van een deugdzaamheid zonder historisch precedent belooft het democratisch kapitalisme niet iets dergelijks (hoewel het eveneens afhankelijk is van deugdzaam gedrag en daartoe ook stimuleert). De politieke economie van deze laatste is bedoeld voor de mens met al zijn tekortkomingen. Dat betekent voor mensen, zoals zij zijn, aldus Novak.

De actualiteit van Adam Smith

Novaks betoog is sterk beïnvloed door het denken van Adam Smith (afgezien van enkele terloopse verwijzingen komt Keynes niet in het verhaal voor). Novak wijst erop dat Smith bij diens onderzoek naar de oorzaken van de welvaart van naties, ontdekte dat samenlevingen die over evenveel natuurlijke hulpbronnen beschikten, onder invloed van verschillende maatschappelijke systemen, tot geheel verschillende resultaten konden komen. Smith trok daaruit de conclusie dat een systeem dat zo nauw mogelijk aansloot bij de menselijke natuur de beste mogelijkheden bood om de menselijke creativiteit tot ontplooiing te brengen. Voor alles spruit de welvaart van volkeren voort uit menselijke creativiteit. En deze is op haar beurt weer gebaseerd op het natuurlijke systeem van vrijheid.

Aan het einde van de 18e eeuw was deze gedachte geenszins gemeengoed. In die tijd was de dominante opvatting dat overheidscontrole en planning van bovenaf ordelijker en doelmatiger waren. Adam Smith was daarentegen van mening dat men het economisch proces niet van de top naar beneden, maar van onder naar boven diende te benaderen. Wil men het economisch systeem op rationele wijze organiseren, dan dient men het niet de rationaliteit zoals die door één of enkele personen wordt gepercipieerd, van boven af op te leggen, maar dient men te vertrouwen op rationaliteit van elk individu afzonderlijk. Cumulatief resulteert de individuele rationaliteit, die dicht bij de dagelijkse praktijk staat, in een veel rationeler economische orde dan een rationaliteit die door het collectief van bovenaf wordt opgelegd. Smith staafde zijn inzichten met vele voorbeelden uit de praktijk, waaruit bleek dat het ruimte scheppen voor individuele rationaliteit niet tot anarchie zou leiden, maar tot een nieuw soort orde.

Smith legde de nadruk op het resultaat. Hij beschouwde de uitbanning van de honger, het verhogen van de levensstandaard van de armen en de bestrijding van het materiële lijden van de gehele mensheid als een uitkomst die op morele gronden steun verdient. Paradoxaal, wordt deze uit moreel oogpunt zo hoog gewaardeerde uitkomst het best bereikt door minder nadruk te leggen op de morele intenties. In de praktijk blijkt dat wanneer ieder individu zijn rationele eigenbelang nastreeft, er een beter resultaat uit de bus komt dan wanneer het menselijk gedrag door andere motieven wordt bepaald. Dat betekent niet dat andere motieven minder belangrijk zijn, minder respect zouden afdwingen of sociaal minder nuttig zouden zijn. Het betekent alleen dat zij niet zo constant en/of zo doelmatig de gewenste uitkomst opleveren.

In dit verband vestigt Novak er de aandacht op dat Adam Smith de economie niet ziet als een systeem van geaggregeerde grootheden en gemiddelden zoals vele economen doen, maar als een systeem van individuele handelingen door individuele vragers en aanbieders. In zijn visie spelen ondernemers, niet economen, de belangrijkste rol. Het gaat hem niet om het stimuleren van ‘de economie’, maar om prikkels, individuele doelstellingen en individueel realisme. Hij had meer belangstelling voor de psychologie van de echte wereld dan voor statistische grootheden. Wanneer individuele mensen economische activiteiten gaan ontplooien, komt het met de statistieken vanzelf wel in orde, aldus Novak.

Drs Hans H.J. Labohm is als gastonderzoeker verbonden aan het Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Hans H.J. Labohm, topic: Kapitalisme, Recensies
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.