dinsdag, 1 maart 2005
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Wat is deflatie en wat zijn de oorzaken

De definitie van inflatie en deflatie

5708.jpgInflatie is een verhoging van het geld- en kredietvolume in vergelijking met de beschikbare goederen. Deflatie is een inkrimping van het geld- en kredietvolume in vergelijking met de beschikbare goederen. Om inflatie en deflatie te begrijpen moeten we de termen geld en krediet begrijpen.

De definitie van geld en krediet

Geld is een sociaal geaccepteerd uitwisselingsmedium, een waardemiddel en een eindbetaling. Een specifiek bedrag van dat medium fungeert daarnaast als rekeneenheid.

Volgens de twee financiële definities kan krediet worden opgesomd als een recht om toegang te krijgen tot geld. Krediet kan door de eigenaar gehouden worden in de vorm van een ontvangstbewijs van een gelddeposito die tegenwoordig een rekening courant kan zijn bij een bank. Krediet kan ook worden overgeheveld door de eigenaar, of door degene die voor hem handelt, aan een lener voor een bepaald tarief, ook wel bekend als rente, zoals gespecificeerd in een terugbetalingscontract genaamd obligatie, reçu, rekening of gewoon een schuldbekentenis. Deze hebben alle betrekking op schuld. In de huidige economie wordt het meeste krediet uitgeleend zodat mensen vaak de termen krediet en schuld door elkaar gebruiken, zoals geld dat wordt uitgeleend door een instituut en gelijktijdig wordt geleend door een ander.

Prijseffecten van inflatie en deflatie

Wanneer het geld- en kredietvolume stijgt ten aanzien van het volume beschikbare goederen daalt de relatieve waarde van elke geldeenheid, met als gevolg dat de prijzen van goederen in het algemeen stijgen. Wanneer het geld- en kredietvolume daalt ten aanzien van het volume van de beschikbare goederen, dan stijgt de relatieve waarde van elke geldeenheid, waardoor de prijzen van goederen in het algemeen dalen. Hoewel veel mensen het moeilijk vinden om dit te begrijpen is de beste manier om deze veranderingen uit te leggen als de waarde van de geldeenheden die stijgt of daalt en niet als de waarde van de goederen.

Het grootste onbegrip met betrekking tot inflatie en deflatie, zelfs verwoord door sommige beroemde economen, is het idee dat inflatie stijgende prijzen en deflatie dalende prijzen betreffen, dit terwijl prijsveranderingen enkel de logische gevolgen daarvan zijn.

De prijseffecten van inflatie kunnen zich voordoen in goederen, die de meeste mensen herkennen als zijnde inflatie, of in investeringsmiddelen, die de mensen doorgaans niet als inflatie herkennen. De inflatie van de jaren 70 hadden een dramatische verhoging van de prijs van goud, zilver en grondstoffen tot resultaat. De inflatie van de jaren 80 en 90 resulteerde in prijsstijgingen van aandelen en onroerend goed. Dit verschil is eigenlijk het gevolg van de verschillen in de sociale psychologie, welke respectievelijk inflatie en desinflatie vergezelt.

De prijseffecten van deflatie zijn eenvoudiger. Zij doen zich over de gehele linie voor, gelijktijdig in alle goederen en investeringsmiddelen.

De primaire oorzaak van deflatie

Deflatie heeft als primaire oorzaak het volgende: een enorme maatschappelijke opbouw van kredietexpansie (met als tegenprestatie de opbouw van schuld). De economen van de Oostenrijkse school Ludwig von Mises en Friedrich Hayek tezamen met een klein aantal andere economen, die vandaag de dag worden genegeerd, hebben gewaarschuwd voor de gevolgen van een kredietexpansie. Bankkrediet en Elliott Golf-expert, Hamilton Bolton heeft zijn observaties hierover in een brief in 1957 vastgelegd:

,,Na het lezen van de geschiedenis van de grote crises in de Verenigde Staten vanaf 1830 was ik zeer onder de indruk van het volgende:

  • Al deze crises werden ingeluid door een deflatie van het kredietoverschot. Dit was een factor die ze allemaal gemeen hadden.
  • Sommige kredietexpansieperiodes schenen jaren te duren alvorens de zeepbel uit elkaar spatte.
  • Het was een grote gebeurtenis, zoals een enorm faillissement die de uiteenspatting van de zeepbel veroorzaakte. Maar de signalen waren al zichtbaar vele maanden daarvoor en in sommige gevallen jaren daarvoor.
  • Geen enkele uiteenspatting was het zelfde als de vorige, dus werd het publiek daardoor altijd om de tuin geleid.
  • Sommige paniekuitbraken gebeurden ten tijde van grote overheidsoverschotten (zoals bijvoorbeeld 1837) en sommigen kwamen ten tijde van grote overheidstekorten.
  • Krediet is krediet, of het nu zelfliquiderend is of niet.
  • Deflatie van niet zelfliquiderend krediet heeft gewoonlijk grotere inzinkingen tot gevolg.

Zelfliquiderend krediet is een lening die wordt terug betaald met rente in een redelijk korte tijd van productie. De productie, die wordt mogelijk gemaakt door de lening, zoals het opstarten van een bedrijf bijvoorbeeld, genereert een financieel rendement waardoor de terugbetaling mogelijk wordt gemaakt. De volledige transactie voegt waarde toe aan de economie.

Niet zelfliquiderend krediet is een lening die niet wordt gebruikt voor productie en die dus in het systeem blijft. Wanneer financiële instellingen leningen beschikbaar stellen voor consumentenartikelen zoals auto’s, boten, huizen, of voor speculatie op beurzen, dan is er geen enkele sprake van een productieve basis voor deze lening. De rentebetalingen op dit soort leningen vergen kapitaal uit andere inkomstenbronnen. In tegenstelling tot wat men overal geloofd is dit soort leengedrag altijd contraproductief; het voegt namelijk kosten toe aan de economie en geen waarde. Als iemand een goedkope auto nodig heeft om naar zijn werk toe te gaan dan voegt zo’n autolening waarde toe aan de economie, maar wil iemand een lening om alleen een nieuwe jeep te kopen dan voegt zo’n lening geen enkele waarde toe aan de economie. Aanhangers echter houden vol dat zulke leningen ‘de productie stimuleren’, maar zij negeren het kapitaal dat nodig is om deze lening te bekostigen, welke dus de productie extra belast. Ze negeren ook de subtiele achteruitgang in de kwaliteit van aankoopkeuzes vanwege de overheveling van koopkracht van mensen die aangetoond hebben uitstekend te kunnen investeren en produceren (schuldeisers) naar diegenen die hebben aangetoond dat ze uitstekend kunnen consumeren (schuldenaren).

Tegen het einde van een grote kredietexpansie verwachten weinig schuldeisers faillissementen, dus lenen ze vrijwillig op grote schaal aan zwakstaande leners. Weinig geldleners verwachten dat hun geluk verandert en daarom lenen zij ook zoveel. Deflatie betreft een behoorlijk aantal onvrijwillige schuldliquidaties omdat nagenoeg niemand deflatie verwacht voordat het begint.

Wat is de aanleiding van de verandering naar deflatie

Een trend van kredietexpansie heeft twee componenten: de algemene bereidheid om te lenen en uit te lenen en de algemene mogelijkheid van leners om de rente en de aflossing te kunnen betalen. Deze componenten zijn respectievelijk afhankelijk van:

  1. de trend van het vertrouwen van mensen, dus dat zowel schuldenaren als schuldeisers denken dat de schuldenaren hun verplichtingen kunnen nakomen en:
  2. de trend van de productie, die het steeds gemakkelijker of moeilijker maakt of schuldenaren hun schuld kunnen aflossen.

Zolang het vertrouwen en de productie stijgen zal de kredietexpansie voortduren. De kredietexpansie eindigt wanneer de drang of mogelijkheid om deze trend in stand te houden niet langer aanwezig is. Als het vertrouwen en de productie dalen dan zal het krediet inkrimpen.

Het psychologische aspect van deflatie en depressie kan nooit worden overdreven. Wanneer de sociale gemoedstrend wijzigt van optimisme naar pessimisme, veranderen de schuldeisers, schuldenaren, producenten en consumenten hun primaire oriëntatie van expansiedrift naar behoudzucht. Wanneer de schuldeisers conservatiever worden zullen ze minder uitlenen en schuldenaren en potentiële schuldenaren worden conservatiever in hun leengedrag. Ze lenen minder of helemaal niet. Zodra producenten conservatiever worden zullen ze hun productie-expansieplannen verminderen en consumenten zullen meer sparen en minder uitgeven. Deze gedragingen reduceren de ‘zwaartekracht’ van het geld, dwz. de snelheid waarmee het geld circuleert in de economie om zaken aan te kopen. Daarom heeft dit een neerwaartse druk op de prijzen tot gevolg. Al deze krachten keren de voormalige trend om.

Het structurele aspect van de deflatie en de depressie is ook cruciaal. De mogelijkheid van het financiële systeem om voortdurende kredietniveaus in stand te houden rust op een dynamische economie. Op een zeker punt heeft een stijgende schuld zoveel energie nodig om zichzelf in stand te houden, in de vorm van rentebetalingen, controle van kredietwaardigheid, najagen van wanbetalers en het afschrijven van slechte leningen, dat het de algemene economische prestatie vertraagt. Een hoge schuldsituatie wordt onhoudbaar wanneer de economische groei daalt onder het gangbare renteniveau en de schuldeisers weigeren om deze rentebetalingen om te zetten in meer krediet.

Wanneer de lasten zo groot worden voor de economie en de trend zich heeft omgekeerd dan volgen reducties in leningen, uitgaven en productie, waardoor schuldenaren minder geld verdienen om hun schulden af te kunnen lossen, dus zijn er meer faillissementen. Faillissementen of de angst om bankroet te gaan verergeren deze nieuwe psychologische trend, waardoor de schuldeisers hun leengedrag nog verder verminderen. Een neerwaartse spiraal tot gevolg hebbende, die zichzelf voedt met het pessimisme, in tegenstelling tot de voorgaande trend die zichzelf voedde met het optimisme. De resulterende lawine van schuldliquidaties is een deflatoire krach. Schulden worden gesaneerd d.m.v. de afbetaling daarvan, ‘herstructurering’ of faillissement. In het eerste geval gaat er geen waarde verloren, in het tweede geval enige waarde en in het derde geval alle waarde. In hun wanhopige pogingen om contant geld te verkrijgen om de leningen af te betalen worden alle soorten van bezittingen op de markt gebracht, inclusief aandelen, obligaties, grondstoffen en onroerend goed, waardoor de prijzen daarvan ineenstorten. Het proces eindigt alleen nadat het kredietniveau zo gedaald is dat het kan worden omgezet in liquide middelen die acceptabel zijn voor de overgebleven schuldeisers.

Waarom deflatoire krachs en crises samengaan

Een deflatoire krach wordt gekarakteriseerd door een aanhoudende diepe algemene neergang van de menselijke behoefte en capaciteit om geld te lenen of uit te lenen. Een crisis wordt deels gekarakteriseerd door een aanhoudende diepe algemene neergang van de productie. Omdat een neergang in de productie de mogelijkheden van schuldenaren om hun schuld te betalen vermindert zal een crisis de deflatie verder ondersteunen. Vanwege een neergang in de beschikbaarheid van krediet zullen nieuwe investeringen in economische activiteiten verminderen en de deflatie zal daarbij de crisis ondersteunen. Omdat zowel krediet als productie de prijzen van investeringsmiddelen ondersteunen zullen deze prijzen verder omlaag gaan in een deflatoire crisis. Als de prijzen van bezittingen omlaag gaan verliezen mensen hun rijkdom, die dan de mogelijkheid om krediet te verkrijgen, schulden te betalen en de productie te bevorderen verder vermindert. Deze samenwerkende krachten versterken daarbij zichzelf.

De Verenigde Staten hebben twee grote deflatoire crises meegemaakt en deze duurden respectievelijk van 1835 tot 1842 en van 1929 tot 1932. Elke crisis volgde een periode van substantiële kredietexpansie. Alle kredietexpansies eindigen altijd in een inzinking. De huidige kredietexpansie die wordt gekoesterd door de wereldwijde centrale banksector is daarbij de grootste ooit. De ineenstorting zal vergelijkbaar zijn, hoe lang het ook moge duren. Als mijn inzichten correct zijn dan zal de deflatoire krach die in het verschiet ligt zelfs groter zijn dan de twee grootste episodes in de laatste 200 jaar.

Financiële waarden kunnen verdwijnen

De mensen nemen het op de koop toe dat financiële waarden schijnbaar eindeloos uit het niets kunnen worden gecreëerd en torenhoog kunnen worden opgestapeld. Als we deze redenering omdraaien en zeggen dat financiële waarden weer in het niets kunnen verdwijnen dan houdt men vol dat dat niet mogelijk is. ,,Het geld moet ergens naar toe kunnen… Het gaat gewoon van aandelen naar obligaties naar geldmarktfondsen…. Het gaat nooit weg…. Voor elke koper is een verkoper, dus het geld verandert van eigenaar.” Dat is waar voor geld, net zo waar als toen alles steeg, maar het is niet waar met betrekking tot de waarde, die ook gestegen is.

De prijzen van bezittingen stijgen niet omdat er wordt gekocht, maar omdat er voor elke koper er een verkoper is. De prijzen stijgen omdat diegenen die de transacties regelen overeenkomen dat deze prijzen hoger moeten liggen. Alles wat iedereen hoeft te doen, inclusief diegenen die het eigendom hebben over sommige van deze bezittingen en anderen niet, is om niets te doen. Anders geredeneerd om de prijzen van bezittingen te laten dalen heeft men alleen maar één verkoper en één koper nodig die overeenkomen dat de voorgaande waarde van een bezit te hoog was. Als niemand anders meedoet aan deze bieding en daarbij concurreert met die ene koper dan daalt de waarde van het bezit in kwestie en tevens daalt de waarde voor iedereen die het eigendom heeft over dit bezit. Als een miljoen anderen dit ook zouden bezitten dan zal de nettowaarde voor hen ook naar beneden gaan, zelfs als zij daar niets voor hebben gedaan. Twee investeerders maakten het mogelijk via hun transactie en de rest van de beleggers maakten het mogelijk om hier niet tegenin te gaan met hun prijs. De financiële waarden kunnen verdwijnen door middel van een prijsafname voor elk type investering, inclusief obligaties, aandelen en land.

Iedereen die de aandelen- of grondstoffenmarkten nauwkeurig observeert heeft dit fenomeen vele malen op kleine schaal kunnen aanschouwen. Wanneer een markt omhoog springt tijdens de opening registreert het alleen een nieuwe waarde voor de eerste handelstransactie, die alleen door een paar mensen kan worden gedaan. Het had niemand anders nodig behalve deze paar handelaren om dit te laten gebeuren, resulterend uit hun beslissing om niets te doen. Tijdens ‘marktexplosies’ en algemene paniek zijn er prijzen waarbij geen enkele bezitting van hand wisselt wanneer deze met grote sprongen van het ene handelsmoment naar het andere weerkaatst. Een zelfde dynamiek ziet men in het creëren en vernietigen van krediet. Laten we er van uitgaan dat een uitlener begint met een miljoen dollar en de lener begint met nul. Na het uitlenen heeft de lener een miljoen dollar, toch beschouwt de uitlener dat uitstaande geld nog steeds als van hem. Als iedereen deze uitlener zou vragen hoeveel hij waard is dan zegt hij ‘een miljoen dollar’ en toont het reçu (obligatie) om dat te bewijzen. Vanwege deze overtuiging bestaat er in de hersenen van de lener en uitlener gezamenlijk twee miljoen dollar. Dus het dubbele van wat er voorheen aanwezig was. Wanneer de uitlener de schuld terugvordert en de lener deze schuld terugbetaalt dan krijgt de uitlener zijn miljoen dollar terug. Als de lener de schuld niet terug kan betalen dan gaat de waarde van deze schuld naar nul. In beide gevallen verdwijnt dan de extra waarde. Als de oorspronkelijke uitlener zijn reçu (obligatie) voor contant geld verkoopt dan verliest diegene die dit reçu (obligatie) heeft gekocht. In een actieve obligatiehandel is het resultaat van een plotseling faillissement zoals het spel met de ‘hete aardappel’, degene die het het laatst in handen heeft verliest. Wanneer het kredietvolume hoog is gaan investeerders er van uit dat er enorme sommen geld en waarde bestaat, terwijl in feite er alleen terugbetalingscontracten aanwezig zijn. Deze zijn financiële bezittingen afhankelijk van de consensuswaarde en de mogelijkheid van schuldenaren om deze terug te betalen. Schuldbekentenissen kunnen ongelimiteerd worden uitgegeven, maar deze hebben alleen waarde zolang de schuldenaren deze kunnen afbetalen tot het niveau dat mensen denken dat ze dat kunnen.

De dynamiek van waarde-expansie en waardevermindering verklaren waarom een baissemarkt het failliet kunnen veroorzaken van miljoenen mensen. Op het hoogtepunt van de kredietexpansie of een hausse-markt worden bezittingen in waarde naar boven toe bijgesteld en alle deelnemende partijen worden dan rijk, zowel de mensen die die bezittingen hebben verkocht als de mensen die ze bezitten. De tweede groep is veel groter dan de eerste, omdat de totale geldhoeveelheid relatief stabiel is terwijl de waarde van de financiële bezittingen enorm gegroeid is. Wanneer de markt inzinkt dan gaat deze dynamiek in omgekeerde richting. Maar zeer weinig eigenaren verkopen hun inzakkende financiële bezittingen voor 90% van de hoogste waarde, sommigen verkopen het voor 80%, 50% of 30% van de hoogste waarde. In elk geval dragen deze verkopers het resterende toekomstige waardeverlies over aan iemand anders. In een baissemarkt doet de enorme meerderheid van de mensen niets en houdt de financiële bezittingen vast die een lage of geen enkele waarde meer hebben. De ‘miljoen dollars’ die een rijke investeerder dacht dat hij had in zijn obligatie- of aandelenportefeuille kan zeer vlug $50.000, $5000 of $50 worden. De resterende waarde is gewoon verdwenen. U ziet dat hij eigenlijk nooit die miljoen dollars had, alles wat hij bezat waren schuldbekentenissen en aandelencertificaten. Het idee dat het een bepaalde financiële waarde had zat in zijn hoofd en alle hoofden die het met hem eens waren. Wanneer het omslagpunt werd bereikt werd de waarde ook bijgesteld. Woeff! Alles verdwenen in een moment van samenwerkende neuronen. Dit is precies wat er gebeurt met de meeste beleggingen in een periode van deflatie.

Robert_Prechter_small.jpgRobert Prechter is psycholoog en een expert op het gebied van de Elliott Wave. Hij is verbonden aan de Elliott Wave International, een firma op het gebied van de Lange Golf in de Economie. Hij heeft twee belangrijke boeken geschreven op het gebied van de economie, deze heten: ‘At the crest of the tidal wave’ en ‘Conquer the crash’.

Vertaling door Albert Spits.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Robert Prechter, topic: Inflatie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. j hotting schreef op : 2

    Een lezenswaardig en duidelijk verhaal.
    Maar een vraag betreffende de huidige kredietexpansie en zijn
    gevolgen.Is er een manier om binnen een bepaalde
    tijd deze correctie te plaatsen?
    Zo niet, dan heeft het niet zoveel zin om dit alles te weten.
    Als het juiste tijdstip wel is te bepalen [ binnen een niet te grote marge]
    wat zijn dan in z`on geval de beste beleggings mogelijkheden?

  2. Quirium schreef op : 3

    Baar geld? Goud?
    Deflatie betekent immers dat het geld meer waard wordt.
    Ik ben geen financiele goeroe maar ik vertrouw zowizo meer op mijn spaarcentjes dan op mijn effecten.