maandag, 26 juni 2006
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Hockeystick nu definitief geknakt


Onder de alarmerende kop, ‘Aarde in 400 jaar niet zo warm’, maakte het ANP melding van het resultaat het onderzoek van een panel van de Amerikaanse National Academy of Science (NAS) van de zogenoemde hockeystick-curve. Dit is de reconstructie van het temperatuurverloop over de laatste duizend jaar, die werd vervaardigd door Mann, Bradley en Hughes (MBH). Deze titel was overgenomen van een bericht van Fox News in de VS. De suggestie die daarin ligt besloten is dat we de verkeerde kant opgaan. Maar deze vlag dekt niet de lading van het rapport.

Er is namelijk niemand die betwist dat het thans warmer is dan 400 jaar geleden. Immers, dat was de periode van de kleine ijstijd. Waar de discussie om ging was of de hockeystick-grafiek een getrouwe weergave vormde van het werkelijke temperatuurverloop over de betrokken periode. En of het in de Middeleeuwen, zo’n duizend jaar geleden, niet warmer was dan thans. Deze vraag was dáárom zo belangrijk, omdat de curve een centrale plaats innam in de informatie- dan wel propagandacampagne van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change).

De hockeystick-grafiek laat een geleidelijke temperatuurdaling zien van het jaar 1000 – tot ongeveer 1900 (de stok van hockeystick) om daarna snel te stijgen (het blad van de hockeystick). De curve is zeer suggestief en alarmerend. Zij lijkt een waarschuwing in te houden dat de mens verantwoordelijk is voor de recente opwarming van de aarde, die zonder precedent is.

In Europa en een aantal andere landen is de hockeystick-propaganda uiterst effectief geweest om politieke steun te verwerven voor het Kyoto-verdrag. Maar nu blijkt dat de grafiek veeleer aan ‘spindoctoring’ dan aan serieuze wetenschap dient te worden toegeschreven.

Het NAS-panel oordeelde: ‘The Research Council committee found the Mann team’s conclusion that warming in the lastfew decades of the 20th century was unprecedented over the last thousand years to be plausible, but it had less confidence that the warming was unprecedented prior to 1600; fewer proxies – in fewer locations – provide temperatures for periods before then. Because of larger uncertainties in temperature reconstructions for decades and individual years, and because not all proxies record temperatures for such short timescales, even less confidence can be placed in the Mann team’s conclusions about the 1990s, and 1998 in particular.

Toch is dat vreemd dat het NAS-Panel hier niet een stapje verder is gegaan. Immers er is een groeiend aantal studies dat aantoont dat de Middeleeuwen inderdaad hogere temperaturen kenden dan de huidige. Voor een overzicht daarvan zie:

http://www.co2science.org/scripts/CO2ScienceB2C/data/mwp/description.jsp

Het gaat hier om een project dat is opgezet door het ‘Center for the Study of Carbon Dioxide and Global Change’, met als doel voldoende ‘peer-reviewed’ studies te verzamelen die tezamen een bewijs vormen voor het bestaan van een Middeleeuwse warmteperiode. Meer in het bijzonder wenst men vast te stellen dat dit een wereldwijd verschijnsel was, even warm of waarschijnlijk warmer dan heden, en dat de periode langer duurde dan de huidige warmteperiode tot dusver. Uit de studies die tot op heden zijn verzameld lijkt dat inderdaad te worden bevestigd.

De vooraanstaande klimatologen Hans von Storch, Eduardo Zorita en , Fidel González-Rouco (geen klimaatsceptici), becommentarieerden het rapport van het NAS-panel als volgt: ‘Thus, the public perception that the hockeystick as truthfully describing the temperature history was definitely false.’ Naar mijn mening is dit een diplomatieke, zij het wat omslachtige manier om te zeggen dat MBH de boel hebben bedot. En andere leden van het IPCC zijn daar ingetuind en hebben dat laten passeren!

Wat het publiek altijd te horen krijgt, bijvoorbeeld van VROM en de milieubeweging blijkt dus op hoogste onzekere, zo niet onbetrouwbare informatie te zijn gebaseerd. Dat betekent dat het publiek is misleid. De klimaatsceptici hebben dit sinds jaar en dag betoogd. De reactie van de gevestigde orde was dat zij slechts ‘schreeuwers’ waren die men niet serieus diende te nemen, zoals ik persoonlijk op verschillende symposia heb ervaren. Tot op heden heb ik nog geen excuses van de betrokkenen mogen ontvangen. Maar dat terzijde.

Hamvraag

Von Storch en collega’s voegden er – m.i. terecht – aan toe dat deze discussie irrelevant is voor de (ham)vraag of er thans sprake is van een substantiële menselijk invloed op het recente temperatuurverloop. Tijdens de presentatie van het NAS-panelrapport vertelde de woordvoerder,

Kurt Cuffey, dat onzekerheden ten aanzien van de temperatuurreconstructies niet van invloed waren op de zekerheid dat de antropogene uitstoot van broeikasgassen effect heeft op het klimaat. Maar ja, de Mann-affaire maakt de waarnemer wat achterdochtig. Dus even controleren of dat ook in het rapport wordt waargemaakt. Helaas, helaas, dat is niet het geval.

Toevallig was er tegelijkertijd een ander rapport verschenen: SAP-1.1 van het ‘US-Climate Change Science Program (CCSP)’. Dit rapport beoogde antwoord te geven op de vraag of en zo ja in welke mate waarnemingen de resultaten van klimaatmodellen bevestigen. En ja hoor,

in de samenvatting van dat rapport was sprake van: ‘clear evidence of human influences on the climate.’ Wijs geworden door eerdere ervaringen, toch maar weer even verifiëren of de samenvatting een getrouwe weergave vormt van de onderliggende tekst. Helaas, helaas, in de hoofdtekst staat te lezen dat de modellen op belangrijke punten afwijken van de waarnemingen, zodat de twijfel aan hun betrouwbaarheid nog immers gerechtvaardigd is.

(Voor de liefhebbers: zie figuur 5.4 G, blz 11: http://www.climatescience.gov/Library/sap/sap1-1/finalreport/sap1-1-final-chap5.pdf)

Volgens aldus Fred Singer, een klimaatscepticus van het eerste uur, kan deze afwijking alleen worden verklaard door het feit dat de menselijke bijdrage aan de opwarming erg klein is en dat de natuurlijke factoren dominant zijn.

Alarmisme

Het is opvallend dat veel officiële informatie over het klimaat laboreert aan een escalatie van alarmisme. Men zou misschien zelfs van een vast patroon kunnen spreken. De onderliggende rapporten zijn vaak wetenschappelijk verantwoord (overigens met enkele belangrijke uitzonderingen, waarover later). De toon is voorzichtig en de onzekerheden worden duidelijk aangegeven. De samenvattingen van die rapporten zijn echter veel alarmistischer – soms bevatten zij ook passages die niet door de onderliggende tekst wordt gedekt. Vervolgens worden de rapporten door woordvoerders gepresenteerd. Een aantal van hen kan daarbij niet de neiging onderdrukken om het alarmisme nog wat aan te dikken. De Amerikaanse klimatoloog, Jim Hansen, die in 1988 het startschot gaf voor de opwarmingshype, heeft verschillende malen publiekelijk verklaard dat overdrijving gerechtvaardigd was om de steun van het publiek te krijgen voor Kyoto-achtige maatregelen. Vervolgens komt de boodschap in de media, die er nog een schepje bovenop doen. In reactie op de aldus bij het publiek gewekte angst voor de dreiging van een klimaatcatastrofe kan de politiek weinig anders doen dan maatregelen verzinnen om ‘iets’ aan het probleem te doen. Dat die maatregelen handen vol geld kosten, wordt verantwoord geacht. Zoals Olivier B. Bommel placht te zeggen: ‘Geld speelt geen rol.’ Voor het feit dat die maatregelen geen of nauwelijks effect sorteren, sluit iedereen de ogen. Tot op de dag van vandaag hebben de deelnemende landen nog nooit cijfers gepubliceerd over het effect van (het Europese mini-) Kyoto: minder dan 0,02 graad Celsius in 2050, hetgeen niet op een thermometer kan worden waargenomen. Op elk ander beleidsterrein (bijvoorbeeld de bouw van spoorlijnen en wegen) wordt het achterhouden van cruciale informatie over baten en (vooral) kosten politiek afgestraft. De betrokken bewindslieden krijgen dan op zijn minst een motie van wantrouwen aan de broek. Maar op klimaatgebied is het regel dat het Parlement de bewindslieden niet met zulke vervelende vragen lastig valt.

Cognitieve dissonantie

Zoals eerder opgemerkt, maken de rapporten van de gevestigde klimaatwetenschappers over het algemeen een degelijke indruk. Maar ik maakte ook melding van belangrijke uitzonderingen. Mijn gevoel is dat zij in het algemeen een open oog hebben voor informatie die hun favoriete standpunt – de antropogene broeikashypothese, en dan nog liefst de alarmistische variant daarvan – lijkt te bevestigen, maar aanmerkelijk minder open staan voor informatie die niet daarmee strookt. Door klimaatsceptici wordt dit vaak als ‘cognitieve dissonantie’ ‘selectief winkelen’ (of in het Engels: ‘cherry-picking’) aangeduid. Daar dient overigens wel de kanttekening te worden bijgeplaatst dat het een wijdverbreid fenomeen is. Niemand ontkomt eraan. (Ook ondergetekende niet.)

Tot slot een paar afbeeldingen ter illustratie van deze praktijk.

Grafiek 1: Global Temperature Anomaly
Satellite Measurements, Deviation from the Average: 1978-1999

Bron: Roy Spencer

Grafiek 1 laat het temperatuurverloop, gemeten met satellieten, zien van 1979 tot heden. Er is een piek, die wordt toegeschreven aan El Niño. Dat heeft niets met een antropogene invloed te maken. Er is een kleine trendmatige stijging van de temperatuur waarneembaar, maar dat is absoluut niet iets om van wakker te liggen. Waarom dan dat alarmisme?

Grafiek 2: CO2 / Average Global Temperature

Grafiek 2 laat de CO2-concentratie en temperaturen zien over een periode van 600 miljoen jaar. Resultaat? Geen correlatie.

Grafiek 3

Grafiek 3 laat de CO2-concentratie en temperaturen zien over een periode van ruim 400.000 jaar, zoals afgeleid uit een ijsmonster van Vostok. Deze is in een of andere vorm in veel officieel informatiemateriaal over het broeikaseffect terug te vinden, inclusief brochures van het KNMI. Zo op het eerste gezicht is de correlatie frappant. Een overtuigender bewijs van de samenhang tussen CO2 en temperatuur is nauwelijks denkbaar … toch!? Maar wacht even! Bij nadere bestudering blijkt dat de CO2-concentratie de temperatuur volgt en niet andersom. Maar dat is op deze schaal niet of nauwelijks zichtbaar. Wat te denken van een wetenschap die niet zorgvuldig omgaat met de richting van causaliteit? Het zou de betrokken auteurs sieren indien zij deze fout zouden herstellen. Gegeven de wijze waarop met eerdere kritiek op andere punten is omgegaan, vrees ik echter dat ik het niet meer zal meemaken.

Grafiek 4: Changes in Air Temperature Drive Changes in Atmospheric CO2 Concentration;
Not the Other Way Around

Grafiek 4 laat de CO2-concentratie en temperaturen zien vanaf 1959. Resultaat? Vooral vanaf 1979 (toen voor het eerst van nauwkeurige satellietmetingen gebruik kon worden gemaakt) ziet men dat de temperatuur de CO2-concentratie lijkt te sturen, en niet andersom.

Grafiek 5: Sun Spot Cycle Length / Temperature Anomaly

Grafiek 5 laat een sterke correlatie zien tussen de activiteit van de zon en het temperatuurverloop. De correlatie met de CO2-concentratie is veel minder.

Tezamen vormen deze grafiekjes m.i. een overtuigende ondersteuning van de opvatting dat de aanhangers van de antropogene broeikashypothese op zijn minst nog wel het een en ander hebben uit te leggen. Hamlet zei het al: ‘Er is meer tussen hemel en aarde dan uw geest kan bevatten, mijn vriend Horatio.’

—-

Samen met Dick Thoenes en Simon Rozendaal is Hans Labohm co-auteur van ‘Man-Made Global Warming: Unravelling a Dogma.’ Onlangs werd hij ‘expert reviewer’ van het IPCC.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Hans Labohm, topic: Milieu en Klimaat
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Mathijs Romans schreef op : 1

    Een curieus stukje. Sceptici van het broeikaseffect worden wel eens beschuldigd van “cherry picking” van data, maar deze tactiek wordt hier wel naar een nieuw niveau getild. De temperatuur-data van grafiek 1, die in grafiek 4 en die in grafiek 5 zijn alle anders en niet met elkaar in overeenstemming. De CO2-concentratie van grafiek 5 volgt een volstrekt andere lijn dan die in grafiek 4. Heel vreemd.