vrijdag, 17 juni 2005
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Is libertarisme in een politieke partij mogelijk?


Reeds jarenlang duurt in libertarische kringen de discussie of het nu wel of niet mogelijk, verstandig of slecht is om een Libertarische politieke partij te hebben. Bij deze discussies merk ik vaak dat de voor- en tegenstanders langs elkaar heen praten omdat ze verschillende uitgangspunten hebben.

Daarom is het nuttig om eens na te gaan waar we het precies over hebben.

Het gaat om een LIBERTARISCHE POLITIEKE PARTIJ.

LIBERTARISCH

Op de eerste plaats is het dus een instelling die zich eventueel “libertarisch” noemt. Wat dat is weten we wel, maar voor het vervolg van dit artikel zal ik nog eens formuleren wat ik er mee bedoel.

Als iets zich “libertarisch” noemt, moeten we er van uit gaan dat het de libertarische filosofie aanhangt en/ of nastreeft om deze te verwezenlijken. (Zo dat niet zo is, is er sprake van bedrog en/of fraude). Wat die libertarische filosofie is, wordt het kortst uitgedrukt door de leefregel: “GIJ ZULT GEEN GEWELD INITIËREN.”*

In het politieke vlak wordt dit op de eenvoudigste wijze verduidelijkt door het NOLAN SCHEMA.** Iemand die zich “Libertariër” noemt, zal in zijn leven werken en streven in de richting van de 100/100 situatie van dit schema. Dus zowel naar een volledige ECONOMISCHE VRIJHEID als naar een volledige PERSOONLIJKE VRIJHEID voor iedereen.

POLITIEK

De tweede term waar we mee te maken hebben, is “politiek”. Politiek is in de filosofie het vierde hoofdstuk. Jason Alexander noemt het de “Vierde Dimensie”. Het komt na de eerste drie dimensies Metafysica, Kennisleer en Ethiek. Ayn Rand schreef daar al over in 1962 in THE OBJECTIVIST NEWSLETTER.***

* Zie serie: “WAT IS LIBERTARISME”

** Zie elders in dit blad.

*** Ayn Rand, Januari 1962:

“Politics is based on three other philosophical disciplines: metaphysics, epistemology and ethics- on a theory of man’s nature and of man’s relationship to existence. It is only on such a base that one can formulate a consistent political theory and achieve it in practice. When, however, men attempt to rush into politics without such a base, the result is that embarriassing conglomeration of omnipotence, futility, inconsistency and superficiality which is loosely designated today as “conservatism.”

Objectivists are not “conservatives”. We are radicals for capitalism; we are fighting for that philosophical base which capitalism did nog have and without which it was doomed to perish”.

Nadat de mens zich bewust geworden is van deze eerste drie dimensies, kan hij bewust gaan werken aan de vierde. Deze vierde dimensie beheerst de wijze waarop de ene mens met de andere omgaat. Hoe gedragen mensen zich ten opzichte van elkaar en hoe zou dat gedrag moeten zijn?

In deze context kunnen we daarom al van politiek spreken als ze het over politiek hebben. De term heeft in het dagelijks gebruik een duidelijke (uitsluitende?) associatie met de politici die samen een “overheid” gevormd hebben en al die instituten die er omheen hangen om zover te komen (bijvoorbeeld de bestaande politieke partijen). Vanuit deze “overheid” regeren ze dan de andere mensen die binnen een bepaald gebied wonen.

Dat kunnen ze doen doordat ze het “monopolie voor het gebruik van fysiek geweld” hebben. (Gekregen of toegeëigend, doet er niet toe). En dat monopolie, of het dreigen ermee, wordt constant gebruikt. Dit gebeurt dan meestal op een zogenaamde “democratische” manier, waardoor ze er een legaal tintje aan geven en aan hun volgelingen de indruk dat ook zij mee beslissen over wat er gaat gebeuren. We hebben waarschijnlijk allemaal vele malen gehoord “dat we dat toch zelf gekozen hebben”.

Twee leden van de JOVD, (Jongeren Organisatie Vrijheid en Democratie), de heren Jort Kelder en Bas Bakker, publiceerden in de Volkskrant van 19 november 1988 een interessante analyse, waarvan we hier iets willen aanhalen:****

Niet omdat we het met alles eens zijn, maar om te laten zien wat personen die zelf in de politiek bezig zijn ervan zeggen:

“In ons land gedijen politieke partijen bij de gratie van de democratie. Het parlementaire systeem wordt door de grote partijen gedoogd. Nederland is een partijendemocratie, een particratie, die de machteloze kiezer iedere vier jaar legitimeert.

Om kamerlid te worden moet men op een door partijbonzen bekokstoofde kieslijst belanden. Het is dus van belang met die kleine groep partijgenoten, doorgaans niet meer dan een paar dozijn in getal, op goede voet te staan. Een bekwaam bewindsman als Dr. Pieter Winsemius werd uitgerangeerd door een minder begaafd politicus. Politieke partijen beroven het land van goede bestuurders en bekwame vertegenwoordigers. Regionale afkomst en een plezierige relatie met de WD-voorzitter garanderen eerder een hogere positie op de VVD-kieslijsten dan deskundigheid en een solide maatschappelijke achtergrond.

De algemene beschouwingen vorige maand (oktober) gaven een tekenend beeld. De geachte afgevaardigden debatteerden over punten en komma’s. Een kanaaltje voor de Groningers, een weggetje voor de Limburgers en hier en daar een voordeeltje voor ondernemend Nederland. Politiek gedeformeerd tot een vrijplaats voor groeperingen, die slechts deelbelangen nastreven.

Een catch-as-catch-can democratie, waarin het recht van de grootste bek geldt, een “ingang” in Den Haag telt en kamerleden gevoeliger blijken voor de lobby van belangengroeperingen dan voor het ingetogener verwoorde algemeen belang.

Politici doorbreken het heersende stelsel niet, omdat zij zelf geïncorporeerd zijn in het systeem, in de oligarchie, die wat hen betreft parlementaire democratie heet. Vreemd volk, die politici. In ieder geval geen dwarsdoorsnede van de bevolking. Neem nu de fractieleiders van PvdA, VVD en CDA. Kok, Voorhoeve en De Vries zouden broers kunnen zijn. Zeer gedegen, technocratisch, weinig flamboyant, grijze heren in grijze pakken met bruine schoenen. Geen kwalijke eigenschappen, bekwame mensen ook, maar ver, zeer ver verwijderd van de “man in de straat”. Zij zijn product van een elitaire partijcultuur en daardoor onvoldoende in staat politiek tot een publiek bezit, tot iets van en voor ons allen te maken. In feite vormen de drie Haagse fractievoorzitters een anachronistisch koppel in dit tv-tijdperk. Echter, veranderen hoeft niet, want politieke partijen tellen weliswaar slechts enige honderdduizenden leden, maar ontlenen aan de kieswet het monopolie namens de hele samenleving te denken, spreken en beslissen. Het pluche bezetten onze vertegenwoordigers bij de gratie van partijen, waar slechts een paar procent van het electoraat lid van is. De VVD-kiezer schreeuwt om Wiegel en Winsemius en krijgt Voorhoeve en De Korte. Heel wat anders en niet noodzakelijkerwijze slechter maar toch eigenaardig.

Is er een oplossing? Ja, andere mensen in de politiek, “andere politiek”, zoals D66 roept. Dichter bij de kiezer en zo mogelijk gekozen via voorkeursstemmen. Centraal moet staan, dat de invloed van het partijkader op de verkiezing van volksvertegenwoordigers teruggedrongen wordt. Landsbelang en partijbonzenbelang lopen zelden parallel. Meer participatie in politieke partijen zou welkom zijn-partijen zijn simpelweg nodig in een representatieve democratie”.

Zowel het (gebruik van) het geweldsmonopolie als de manier waarop het intern in allerlei overheidsinstanties en hun onderliggende partijen toegaat, zijn helemaal niet “libertarisch”. Integendeel, men is constant bezig met het initiëren van geweld tegen die mensen die het niet eens zijn met de maatregelen zoals ze door die “overheden” worden gedecreteerd. Geen wonder dat “de politiek” zo’n slechte naam heeft en dat zoveel Libertariërs er terecht niets van moeten hebben.

Maar dat wil niet zeggen dat je niet zelf op een andere manier “politiek bezig” zou mogen zijn. Binnen de hierboven gegeven definitie, dat je politiek bezig bent als je met andere mensen omgaat, zijn practisch alle mensen er mee bezig.

PARTIJ

Daarom zijn dan ook de regels van het spel zo belangrijk. Maar laten we eerst nog even kijken naar het derde woord van Libertarische Politieke Partij. Wat is in dit verband een “Partij”? Volgens Koenen-Endepols is het: “een groep van personen die hetzelfde willen, dezelfde beginselen zijn toegedaan”.

Als we spreken over het oprichten van een LP, dan wordt daarmee bedoeld het stichten van een formele groep, (partij), die de libertarische beginselen van “geen agressie plegen” in de maatschappij wil verwezenlijken via of met behulp van de bestaande politieke structuren.

Een voorbeeld is de Amerikaanse LP waarvan de beginselverklaring in dit nummer is afgedrukt. Ik dacht dat er weinig libertariërs zullen zijn die het met deze beginselen niet eens zijn.

Ik zie dan ook nog geen bezwaar tegen die groep mensen( libertariërs) die zich verenigen om hun ideaal te verwezenlijken. In feite doen alle libertarische organisaties dat.

Is het voor een bepaalde groep dan verkeerd om dat ideaal te trachten te bereiken via bestaande politieke structuren en een Libertarische Partij te stichten, is het verkeerd om te trachten je doel te bereiken met behulp van de mogelijkheden die er in de maatscnappij al aanwezig zijn? Is het niet gebruik maken van het bestaande marktmechanisme als mensen zich verenigen met het doel het geweld in de maatschappij af te breken?

Ik denk dat er geen enkel bezwaar tegen is zolang de personen zelf en het programma van die partij maar LIBERTARISCH zijn.

Het bezwaar komt pas op het moment dat die personen afwijken van deze principes. Bij voorbeeld: – Als zij binnen hun groep oneerlijke handelingen plegen. Dat dat op dit moment zoveel in “andere” partijen gebeurt, is geen principieel argument. Het is wel een waarschuwing. Overigens gebeuren dergelijke dingen ook in allerlei andere groepen, libertarisch of niet. Het is nooit goed te praten.

- Als zij in een machtpositie gekomen zijn en meestemmen in zaken die geweld initiëren tegen andere mensen. Dat wil zeggen dat zij in feite alleen maar kunnen stemmen voor het opheffen van wetten die in strijd zijn met de libertarische beginselen.

In gevallen waarin gestemd kan worden voor een “gedeeltelijke” vermindering van geweld of dwang, mag dat m.i. ook, mits men steeds stelt dat het uiteindelijke doel is om dat geweld tot nul terug te brengen. In alle andere gevallen hoort de eventueel gekozen Libertariër NIET aan het overheidsproces deel te nemen.

- Als zij compromissen moeten sluiten, kan dat ook alleen maar binnen de grenzen als hierboven beschreven. Ook het bezwaar dat wel eens genoemd wordt, dat ALS iemand eenmaal gekozen is, en hij een fijn baantje heeft, dat hij dan zijn libertarische principes zal vergeten, is niet principieel. Uiteraard is dit gevaar aanwezig maar het is een fout van die persoon. Misschien is het mogelijk structuren te ontwerpen die tegen dergelijke handelingen kunnen optreden.

MINARCHISTEN/ANARCHO-KAPITALISTEN

Interessant in dit kader is ook nog op te merken dat er waarschijnlijk veel meer libertarische “minarchisten” zijn dan “anarchisten”. Minarchisten, of “minimumoverheids”-libertariërs, (in tegenstelling tot de anarchisten) wijzen de “overheid” niet compleet af. Zij accepteren een overheid die zich beperkt tot haar essentiële functies van bescherming van de individuele persoon: de functies van Politiek, Rechtspraak en Leger. Daaruit blijkt dat zij de “staat” niet inherent slecht vinden, maar zelfs noodzakelijk. Dan is het dus ook niet “slecht” om via deze staat te trachten te komen tot een meer vrije maatschappij.

Ook Ayn Rand heeft in de filosofie van het OBJECTIVISME duidelijk aangetoond dat een minimumoverheid noodzakelijk is.

BESLUIT

En als we naar de resultaten kijken van de Amerikaanse LP, dan zal niemand kunnen ontkennen dat er geen enkele andere libertarische organisatie bestaat die ook maar in de verste verte zoveel bereikt heeft met de verspreiding en bekendmaking van de libertarische idealen. John Hospers zei in een recent interview: “Zonder de LP zou er veel minder kennis en begrip over het Libertarisme zijn dan er nu is”.

Als we naar de resultaten kijken, moeten we toegeven dat de politieke actie kennelijk het meeste succes heeft. Daarom kunnen we libertariërs die dit moeilijk terrein willen begaan, beter steunen dan tegenwerken. Als er in Nederland en/of België een politieke libertarische partij zou komen, moeten de activisten er rekening mee houden dat het een lange en moeilijke weg zal worden. Het veranderen van een maatschappij is een geleidelijk proces dat gebeurt door het overtuigen van andere personen. En dat gaat persoon na persoon. Meestal een tegelijk.

Chester Alan Arthur besluit een beschouwing in LIBERTY over de LP met: “De LP is niet de enige weg om de Vrijheid te bevorderen. Het verkiezen van libertarische kandidaten is niet de enige manier waarop de LP wint. De vorderingen schijnen vaak tergend langzaam. Maar wanneer alles is gezegd en gedaan, dan is de LP een effectief middel om de wereld vrijer, welvarender en menselijker te maken.”

Een eventuele Libertarische Politieke Partij in Nederland en/of België zou met al die facetten rekening moeten houden en dat heel ondubbelzinnig in haar statuten moeten opnemen. Dit zal niet eenvoudig zijn, maar voor veel libertariërs is het wel een conditio sine qua non om er eventueel aan mee te werken.

De uiteindelijke COMPLETE GRONDWET die er moet komen, kan er dan bij voorbeeld als volgt uitzien:

Artikel 1:

Geen enkel persoon, groep personen, of regering, mag geweld, dwang of fraude initiëren tegen welk individu dan ook.

Artikel 2:

Geweld mag moreel en legaal alleen gebruikt worden als zelfverdediging tegen hen die geweld of dwang initiëren.

Artikel 3:

Geen enkele uitzondering mag ooit gemaakt worden op artikel 1 en 2.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Jongen, Hub, topic: Jongen, Hub, Politiek, Vrijbrief 134/135 (april/mei 1989)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.