maandag, 1 januari 2001
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

De macht aan de arbeiders

Een groot spook
bedreigt de wereld. Het is het spook van het failissement van
de staatspensioenvoorzieningen.

Het omslagstelsel voor de financiering van de
staatspensioenen, dat gedurende de tweede helft van deze eeuw
praktisch de boventoon speelde, heeft een fundamentele
zwakte, die is gebaseerd op een foute veronderstelling hoe
mensen zich gedragen; het vernietigd, op het persoonlijke
vlak, het belangrijke verband tussen inspanning en beloning –
met andere woorden het doet de binding tussen persoonlijke
verantwoordelijkheid en persoonlijke rechten te niet. En,
………wanneer dat op een grote schaal gebeurt en voor een
hele lange tijd, dan is de uitkomst disastreus.

Twee invloeden van buitenaf vergroten het gevolg van die
fundamentele zwakte: (1) de wereldwijde teruggang van de
vruchtbaarheidscijfers; en (2) de vooruitgang van de medische
wetenschap, waardoor mensen steeds ouder worden. Het gevolg
is , dat steeds minder werkzamen voor steeds meer
gepensionneerden moeten opdraaien. Aangezien de verhoging van
de pensioenleeftijd en van de inhoudingen onvermijdelijk een
bovengrens heeft, moet men in het omslagstelsel op een
gegeven ogenblik de uitkeringen gaan verlagen – dit is een
duidelijke aanwijzing van een failliet systeem.

Of nu de vermindering van de uitkeringen wordt bereikt
door inflatie, zoals in de meeste ontwikkelingslanden, of
door de wetgeving te verandeeren, de uitkomst voor de
gepensionneerde blijft hetzelfde: zorgen op de oude dag
veroorzaakt, pardoxaal genoeg, door de ingebouwde
onzekerheden van het "sociale verzekeringssysteem".

In 1980 besloot de Chileense Regering om de koe bij de
horens te vatten. Een door de Overheid beheerd
pensioensysteem werd vervangen door een revolutionaire
nieuwigheid: een door particulieren beheerd nationaal systeem
van Pensioen Spaar Rekeningen (PSR).

Nu, na 15 jaren in bedrijf te zijn, spreken de resultaten
voor zichzelf. Uitbetalingen in het nieuwe geprivatiseerde
systeem zijn nu al 50 tot 100% hoger – afhankelijk of het AOW
betreft, Arbeidsongeschiktheid-, of Weduwen en
Wezenuitkeringen – dan onder het omslagstelsel.

De middelen, die door particuliere pensioenfondsen worden
beheerd, bedragen ongeveer ƒ 50 miljard ofwel zo’n 40%
van het Bruto Nationaal Product over 1995.

Door de verbetering van het functioneren van zowel de
kapitaals-, als van de arbeidsmarkt blijkt de privatisering
van de pensioenen één van de belangrijkste factoren te
zijn, die het groeipercentage van de economie omhoogstuwde
van de historische 3% naar gemiddeld 6,5% over de laatste 12
jaren.

Daarnaast is het een feit, dat de Chileense spaarfondsen
zijn gegroeid tot 27% van het BNP en dat de werkloosheid is
afgenomen tot 5% sinds men de verandering in werking stelde.

Maar nog veel belangrijker is, dat pensioenen geen
overheidszaak meer zijn en daarmede werd een enorme sector
van de economie gedepolitiseerd, waardoor de mensen veel meer
greep kregen op hun eigen leven. De structurele zwakte van
het pensioensysteem is verwijderd en de toekomst van de
pensioenuitkering is afhankelijk van persoonlijk handelen en
van het vrije marktsysteem.

Het grote succes van het Chileense Privé Pensioensysteem
heeft ertoe geleid, dat drie andere Zuid Amerikaanse staten
ook besloten het roer om te gooien. In de afgelopen jaren
hebben Argentinië (1994), Peru (1993), en Columbia (1994)
gelijksoortige veranderingen uitgevoerd. In deze vier Zuid
Amerikaanse landen hebben 11 miljoen werkenden persoonlijke
pensioenrekeningen.

Het Chileense experiment zou zeer instructief kunnen zijn
voor vele andere landen in de wereld. Zelfs in de Verenigde
Staten wordt serieus gedebatteerd over privatisering van het
60-jaar oude (staats-) pensioensysteem.

Het zij mij vergund op te merken, dat het Amerikaanse
Sociale Verzekeringssyteem het grootste volledige overheids-
programma is ter wereld, waarin jaarlijks meer dan ƒ 700
miljard wordt uitgegeven (Méér dan het totale
defensiebudget gedurende de Koude Oorlog !)

Een voorbeeld van de kracht van vernieuwende ideeën is
dat zelfs uit de Volksrepubliek China officiële
afgevaardigden naar Chili zijn gekomen om het privé
pensioensysteem te bestuderen.

Eén van de gevolgen is een interessant verslag van een
meningsverschil waarover ‘The Economist’ kortelings rappor-
teerde:

Er is in het algemeen meer een bitse dan een
komische situatie in de langdurende tweestrijd tussen
Groot Brittannië en China met betrekking tot de toekomst
van Honkong. Toch zou Chris Patten – de Gouverneur van
Honkong – een glimlach niet hebben kunnen onderdrukken
toen zelfs China zijn plannen voor een pensioensysteem
gebaseerd op het omslagstelsel, onderuit haalde. Zhou
Nan, de hoofdvertegenwoordiger van Communistisch China in
Honkong, mompelde dat de heer Patten als Conservatieve
Brit bezig was "uiterst kostbare
Euro-Socialistische" ideeën in Honkong in te
voeren. (15 Februari 1995)

Het is zeer wel mogelijk, dat voor de Eenentwintigste
Eeeuw ingaat, reeds meerdere andere landen, met inbegrip van
alle Amerikaanse, hun pensioensysteem geprivatiseerd zullen
hebben. Dat zou een enorme vergroting (terugstroom) van macht
voor de burgers betekenen ten koste van de overheden,
waardoor de persoonlijke vrijheid sterker benadrukt wordt.
Dat op zijn beurt zal een snellere economische groei
bevorderen en armoede – speciaal op latere leeftijd – ver-
minderen.

"….pensioenen hebben opgehouden
een overheidszaak te zijn, waardoor het politieke
element uit een enorm grote sector van de
economie is verdwenen en iedereen veel meer
controle heeft over zijn eigen bestaan".

 

HET CHILEENSE PSR SYSTEEM

Onder het Chileense PSR-systeem is het bedrag, dat een
werknemer gedurende zijn werkzame jaren bijeenbrengt bepalend
voor de basis van zijn pensioengrondslag. Noch de werknemer,
noch de werkgever betaalt sociale lasten aan de overheid. De
werknemer krijgt echter geen door de overheid gegarandeerd
pensioen. Gedurende zijn werkzame leven wordt daarentegen
door zijn werkgever automatisch maandelijks 10% van zijn
salaris op zijn persoonlijke Pensioen Spaar Rekening gestort.
Dit percentage heeft alleen betrekking op de eerste ƒ
44.000,00 van zijn jaarinkomen. Zodoende gaat het
"verplichte" gedeelte van het spaarbedrag naar
beneden als salarissen omhoog gaan bij stijgen van de
economische bedrijvigheid.

Het is een werknemer toegestaan een verdere 10% van zijn
salaris per maand, die van zijn inkomstenbelasting aftrekbaar
zijn, aan zijn PSR toe te voegen als een soort vrijwillig
sparen. In het algemeen zal een werknemer dus meer dan de
minimum 10% betalen als hij er prijs op stelt een hogere
pensioenuitkering te ontvangen, dan wel eerder met pensioen
te kunnen gaan.

Een werknemer heeft de keuze uit één van de vele
particuliere Pensioenfonds Administratie Maatschappijen
["Administradoras de Fondos de Pensiones" ( PAM)]
om zijn pensioen te beheren. Deze maatschappijen zijn niet
gerechtigd andere activiteiten te ontplooien en staan onder
overheidstoezicht om een laag-risico portefeuille te garan-
deren en om fraude en diefstal te voorkomen.

Een aparte onafhankelijke overheidsinstelling, een uiterst
technisch bekwame PAM controle-instelling, houdt het toe-
zicht.

Uiteraard bestaat er geheel vrije deelnemingsmogelijkheid
aan de PAM bedrijvigheden.

"Werknemers hebben het recht van
PAM te veranderen. Op die manier ontstaat er
concurrentie tussen de PAM’s om een hoger
rendement op de investeringen te kunnen
aanbieden, een betere klantenservice of lagere
provisies."

Werknemers staat het vrij om van de ene op de andere PAM
over te gaan. Hierdoor ontstaat er tussen de verschillende
maatschappijen concurrentie om bijvoorbeeld een hoger
rendement te verstrekken of betere dienstverlening ofwel
lagere provisies te betalen. Iedere werknemer ontvangt een
PSR-kasboek en ontvangt elk kwartaal een standaard overzicht,
dat hem inzicht geeft hoeveel aan zijn rekening is toegevoegd
en hoe goed zijn maatschappij heeft gepresteerd. Het kasboek
draagt de naam van de werknemer; het is zijn eigendom en
wordt gebruikt om zijn pensioen te betalen (met een
voorziening voor Weduwen-, en Wezenpensioen).

Zoals te verwachten valt verschillen de persoonlijke
voorkeuren voor pensioenvoorzieningen evenveel als andere
persoonlijke voorkeuren. Sommigen hebben een voorkeur hun
hele leven te werken, terwijl anderen niet kunnen wachten om
ermede te stoppen om van hun werkelijk roepingen of hobbies,
zoals schrijven of vissen, te genieten.

Het oude omslagstelsel stond dergelijke persoonlijke
voorkeuren niet toe, behalve door collectief opgelegde
vervroegde uittreding, zoals bijvoorbeeld een vervroegde
pensioendatum door machtige politieke kiesgroepen.

Het was een één-maat-past-iedereen systeem, waarvoor een
hoge prijs werd gevraagd aan menselijk geluk.

Het PSM-systeem daarentegen opent wel mogelijkheden voor
persoonlijke voorkeuren, die vertaald worden naar
persoonlijke beslissingen, die het gewenste resultaat
opleveren.

In de bijkantoren van vele PAM’s staan
gebruikersvriendelijke computerterminals, die het de
werknemer mogelijk maken om de te verwachten waarde van zijn
pensioen te berekenen aan de hand van het bedrag, dat op zijn
rekening staat en het jaar waarin hij met pensioen wenst te
gaan. Andersom kan een werknemer ook het bedrag invoeren, dat
hij als pensioen wenst te ontvangen en aan de computer vragen
hoeveel zijn maandelijkse inleg moet bedragen om op een
bepaalde leeftijd met pensioen te kunnen gaan. Zodra hij een
antwoord heeft hoeft hij eenvoudigweg aan zijn werkgever te
vragen het benoigde bedrag van zijn salris in te houden en op
zijn rekening bij de PAM over te maken. Natuurlijk kan hij
dat bedrag gedurende de looptijd aanpassen afhankelijk van de
werkelijke opbrengst van zijn gespaarde pensioenbedrag.

Het komt erop neer, dat een werknemer zelf zijn gewenste
pensioen kan bepalen en zijn pensioenleeftijd net zoals hij
zich een kostuum kan laten aanmeten.

Zoals hierboven aangegeven, zijn de werknemersbijdragen
aftrekbaar voor de inkomstenbelasting, daarbij zijn de
behaalde winsten met het PAM-systeem belastingvrij. Wanneer
hij met pensioen gaat en de gelden opgenomen worden, moet er
belasting worden betaald naar het dan geldende
belastingtarief.

In het Chileense PAM systeem zijn zowel particuliere-, als
overheidswerknemers opgenomen. De enigen, die daarvan zijn
uitgezonderd zijn de Politie en het Leger welks pensioen in
hun wedde en arbeidsvoorwaarden zijn opgenomen.

Naar mijn mening – maar niet volgens de hunne – zouden ook
zij beter af zijn met een PSR.

Alle andere werknemers zijn verplicht een PSR af te
sluiten. Zelfstandigen kunnen ook aan het systeem deel nemen
als zij dat wensen, waarbij een mogelijkheid wordt geschapen
voor zwartwerkers om in het officiële circuit mee te doen.

Een werknemer, die 20 jaar heeft betaald, maar bij het
bereiken van zijn pensioenleeftijd onder het wettelijk
vastge- stelde minimum pensioenbedrag komt, krijgt dat
pensioen van de Staat zodra zijn PSR pensioen opgebruikt is.

Wat hier benadrukt moet worden is, dat niemand bij
voorbaat als arm wordt beschouwd. Pas achteraf nadat zijn
werkzame leven beëindigd is en zijn PSR is uitgeput, krijgt
een arme gepensionneerde een Overheidssubsidie. {Zij, die
niet 20 jaar aan hun PSR hebben betaald, kunnen zich
aanmelden voor een soort liefdadigheidspensioen op een veel
lager niveau).

Het PSR-systeem kent ook een verzekering tegen
vroegtijdige dood en invaliditeit. Iedere PAM biedt zijn
klanten deze mogelijkheid aan door bij particuliere
verzekeringsmaatschappijen groepsverzekeringen te sluiten op
het leven en invaliditeit. Voor de dekking daarvan wordt
iedere werknemer extra 2,9% van zijn salaris gevraagd. Hier
is de provisie voor de PAM bij inbegrepen.

Het verplichte niveau van een minimum spaarinleg van 10%
werd berekend vanuit de veronderstelling van een
netto-opbrengst van 4% gedurende het gehele werkzame leven,
zodat een gemiddelde werknemer voldoende geld op zijn PSR zou
hebben staan om een pensioen te garanderen van 70% van zijn
laatstgenoten salaris.

De zogenaamde ‘wettige pensioenleeftijd’ is gesteld op 65
jaar voor mannen en op 60 jaar voor vrouwen. Deze
pensioenleeftijden, de gebruikelijke pensioenleeftijden in
het omslagstelsel, werden niet ter discussie gesteld bij de
verandering naar de privatisering van het stelsel, omdat deze
geen fundamenteel onderdeel meer vormden van het nieuwe
systeem, want de betekenis van "pensionering"
volgens het PSR-systeem is anders.

Ten eerste kunnen werknemers doorgaan met werken na hun
65ste. Doen zij dat, dan ontvangen zij het pensioen, dat hun
opgespaarde gelden mogelijk maken en zij behoeven niet langer
te betalen aan hun PSR.

Ten tweede kunnen werknemers, die voldoende spaargelden op
hun rekening hebben om een ‘redelijk pensioen’ [ méér dan
50% van het gemiddelde salaris over de laatste 10 jaren] te
kunnen genieten, ervoor kiezen met pensioen te gaan wanneer
zij willen.

Op die manier is de 65 – 60 jaar drempel geen onwrikbaar
onderdeel van het PSR-systeem. Echter, een werknemer is wel
verplicht nog steeds 10% aan zijn fonds toe te voegen tot hij
die gestelde leeftijden bereikt, tenzij hij ervoor koos zijn
spaargeld op te nemen op een vroegere leeftijd, hetgeen niet
hetzelfde is als terugtreden uit arbeidsmarkt. Daarenboven
echter moet iedere werknemer de vastgestelde leeftijden
bereikt hebben om aanspraak te kunnen maken op de
overheidssubsidie, die een minimum pensioen garandeert.

Maar er is hoe dan ook absoluut geen verplichting om ,op
welke leeftijd ook, met werken te stoppen en evenmin is er
enihge verplichting om te blijven werken of te blijven sparen
voor een pensioen, zodra men zichzelf heeft verzekerd van een
redelijk pensioen, zoals hierboven aangegeven.

"Het PSR-systeem daarentegen, maakt
het mogelijk om persoonlijke voorkeuren te
vertalen naar persoonlijke beslissingen, die het
gewenste resultaat opleveren."

Bij zijn pensionering kan een werknemer kiezen uit twee
algemene betalingsmogelijkheden. In het ene geval kan de
gepensionneerde zijn gespaarde kapitaal aanwenden om een
lijfrente af te sluiten bij een particuliere
levensverzekerings- maatschappij. De lijfrente garandeert een
vaste maandelijkse aan de inflatie gerelateerde uitbetaling
gedurende het leven, (er bestaan in Chili dergelijke
obligaties op de kapitaalsmarkt, zodat de maatschap- pijen
naar bevind van zaken kunnen investeren) alsook betalingen
aan nabestaanden, die van de werknemer afhankelijk waren. Het
is ook mogelijk voor de gepensionneerde om zijn gelden op
zijn PSR te laten staan en vastgestelde bedragen op te nemen,
afhankelijk van de grenzen gebaseerd op zijn
levensverwachting en hen, die van hem afhankelijk zijn. In
dit laatste geval vormen de overblijvende gelden zijn
nalatenschap bij overlijden.

In beide gevallen kan hij zoveel van zijn kapitaal ineens
opnemen dat boven het bedrag uitstijgt, dat nodig is om een
lijfrente of vastgelegde uitbetaling te doen van 70% van zijn
laatstgenoten salaris.

 

"Het PSR-systeem lost het typische
problemen op dat het omslagstelsel kent met
betrekking tot volkssamenstellingen: in een
verouderende bevolking neemt het aantal werkenden
per gepensionneerde af.

Met het PSR-systeem betalen de werkenden
niet voor de gepensionneerden."

Het PSR-systeem lost inderdaad het typische probleem van
het omslagstelsel op met betrekking tot de samenstelling van
de ouder wordende bevolking.: Naarmate de levensduur van de
bevolking toeneemt, neemt het aantal werkenden per
gepensionneerde af.

Met het PSR-systeem betalen de werkenden niet voor de
gepensionneerden. Daardoor – in tegenstelling tot het
omslagstelsel – is de kans op een conflict tussen de
generaties en een eventueel faillissement opgelost.

Het probleem waarmede vele landen geconfronteerd worden –
niet door voldoende geld gedekte pensioenver- plichtingen –
bestaat met het PSR-systeem niet.

In tegenstelling tot bedrijfspensioenfondsen – die in het
algemeen kosten in rekening brengen aan de werknemer, die na
een vastgesteld aantal jaren het bedrijf verlaat en soms
zelfs resulteren in een bankroet van het werknemerspen-
sioenfonds, waardoor de werknemers zowel hun baan als hun
pensioen kwijt zijn, is een PSR-systeem geheel onafhankelijk
van het bedrijf, dat de werknemer in dienst heeft.

Aangezien het PSR persoonsgebonden is aan de werknemer,
kan deze altijd zonder kosten van werkgever veran- deren. Het
probleem van bedrijfsgebondenheid wordt geheel vermeden.

Vooropgesteld, dat PSR- gelden in verhandelbare effecten
belegd zijn, bezit een PSR ook een dagwaarde en is het ook
eenvoudig deze van de ene naar een andere PAM over te
brengen.

Door niet van invloed te zijn op de mobiliteit van de
werknemer, zowel nationaal als internationaal, bevordert het
PSA-systeem de flexibiliteit op de arbeidsmarkt en worden
immigranten niet gesubsidieerd noch gekort.

Het PSA-systeem is ook nog veel efficiënter in de
bevordering van de arbeidsmarktflexibiliteit. In feite
besluiten steeds meer mensen slechts enkele uren per dag te
werken of om hun werkzame leven te onderbreken – speciaal
vrouwen en jonge mensen.

Onder het omslagstelsel betekent deeltijdarbeid en
arbeidsonderbreking een probleem om de manco’s in de te
betalen sociale lasten op te vullen. Met het PSR-systeem zijn
dergelijke arbeidsonderbrekingen absoluut geen probleem.

"Het probleem waar veel naties mee
geconfronteerd worden – ongedekte
pensioenverplichtingen – bestaan met het Pensioen
Spaar Rekening systeem eenvoudigweg niet."

 

DE HERVORMING

Een eerste probleem is het blijvende PSR-systeem vorm te
geven. Een ander – speciaal in landen, die reeds een
omslagstelsel kennen – is de regeling van de overstap naar
het PSR-systeem te beheersen..

Bij de overstap naar het nieuwe systeem moeten uiteraard
de specifieke beperkingen van de begrotingen van iedere natie
in rekening gebracht worden.

In Chili stelden wij 3 basisregels op voor de overstap:

1. De regering garandeerde aan hen, die reeds een pensioen
ontvingen volgens het bestaande systeem, geen nadelige
gevolgen daarvan zouden ondervinden. Deze regel was heel
belangrijk want het uitkeringsorgaan van de Sociale
Verzekeringen zou niet langer geld ontvangen van hen, die
naar het PSR-systeem overgingen, waardoor het
uitkeringsorgaan niet zou kunnen doorgaan de gepensionneerden
uit haar eigen middelen te betalen. Daarenboven zou het
bijzonder onredelijk zijn gepensionneerden op zo’n laat
tijdstip in hun leven, te dwingen hun pensioenverwachtingen
bij te moeten stellen.

"Op die manier behoefde een
werknemer, die al jaren sociale lasten hed
betaald, in het nieuwe systeem niet met nul te
beginnen."

2. Iedere werknemer, die al aan het omslagstelsel had
meebetaald kreeg de keus in het bestaande systeem door te
gaan of over te stappen op het PSR-syssteem. Aan hen, die tot
het laatste besloten werd een "Erkennings
Obligatie" gegeven, die werd geboekt op hun nieuwe PSR.
[De obligatie was geregistreerd en gaf een reeële rente van
4%]. De regering betaalde de obligatie echter pas uit als de
betrokkene de wettelijke pensioengerechtigde leeftijd
bereikte. Deze obligaties worden op de incourante markt
verhandeld, zodat zij ook gebruikt kunnnen worden bij
vervroegd pensioen.

De obligatie was een erkenning voor de werknemer, die
sociale lasten had betaald volgens het omslagstelsel en op
deze manier behoefde een werknemer niet geheel vanaf nul te
beginnen als hij voor de PSR koos.

3. Iedereen, die voor het eerst aan het bedrijfsleven deel
nam, werd verplicht aan het PSR-systeem deel te nemen.
Daarmede werd het omslagstelsel opgeheven, want het was niet
langer uitvoerbaar. Deze verplichting was een
zekerheidsstelling, dat het omslagstelsel zou ophouden te
bestaan, zodra de laatse deelnemer eraan de
pensioengerechtigde leeftijd bereikte [vanaf dat moment
behoefde de overheid slechts de pensioenen te betalen aan
hen, die er aanspraak op hadden en dat uiteraard over een
afzienbare tijd].

Deze regel is zeer belangrijk, want het is de meest
effectieve manier om de omvang van de overheidbemoeienis in
onze levens voorgoed terug te dringen en niet slechts
gedeeltelijk te verminderen, zodat latere machthebbers deze
weer in leven kunnen roepen.

"In tegenstelling met het
omslagstelsel, wordt de dreiging van een
generatieconflict en van een bankroet,
vermeden."

Na enige maanden van nationale discussies over de
voorgestelde hervormingen en vele inspanningen op het gebied
van communicatie en ontwikkeling van de bevolking werd de
Pensioen Hervormings Wet op 4 November 1980 aangenomen.

Om iedereen gelijke kansen te bieden om een Pensioen
Administratie Maatschappij op te richten werd bij wet een
periode van zes maanden vastgesteld, waarin niemand enige
vorm van PAM kon beginnen, zelfs ook geen reclame maken
ervoor. Aldus zijn de Pensioen Administratie Maatschappijen
uniek daar zij allen eenzelfde ontwikkelings-, en
aanvangsdatum hebben, namelijk 4 November 1980 en 1 Mei 1981.

In Chili, zoals in zovele landen is 1 Mei de Dag van de
Arbeid. De keuze voor die begindatum was een zeer bewuste.

Voor velen is symboliek van belang in hun leven en de
datum van 1 Mei geeft de arbeiders een reden om de
klassenstrijd te herdenken, maar ook de dag waarop zij de
vrijheid kregen voor hun eigen Sociale Verzekeringsvorm te
kiezen en waardoor zij bevrijd werden van de ‘boeien’ van de
Sociale Verzekeringssystemen van de overheid.

Tegelijk met de instelling van de PAM’s werden alle bruto
lonen herzien, waarbij het wergeversaandeel sociale lasten
van het vroegere overheidssysteem aan het loon werd
toegevoegd. (De Overhevelingstoeslag van de Werkgevers werd
omgezet in een tijdelijke belasting om daarmede de kosten van
de hervorming mede te helpen financieren. Toen deze belasting
uiteindelijk werd opgeheven, zoals in de Pensioen Hervormings
Wet was vastgelegd, namen ook de lasten vanwege het in dienst
hebben van werknemers voor de werkgever af).

De pensioenpremie van de werknemers (10%) werd op het
toegenomen brutoloon ingehouden. Aangezien de totale lasten
lager waren dan vroegeer, gingen de werknemers netto ongeveer
5% op hun loon vooruit.

Op die manier hielpen wij het sprookje uit de wereld, dat
zowel werkgever als werknemer aan de Sociale Zekerheid zouden
bijdragen; een fabel, die allerlei politieke manipulaties met
de percentages van de afdrachten mogelijk maakte.

Vanuit een economisch standpunt gezien betalen de
werknemers praktisch de gehele loonbelasting aangezien de
algemene beschikbaarheid van arbeid op de markt weinig
elastisch is. Daarenboven worden alle afdrachten uiteindelijk
bekostigd uit de marginale productiviteit van de werknemer.
Werkgevers moeten al deze kosten – of zij nu loon worden
genoemd of Sociale Lasten – meecalculeren bij het in dienst
nemen van personeel en bij de loonvaststelling.

Door het werkgeversaandeel bij de juiste naam te noemen,
wordt door het PSR-systeem duidelijk gemaakt, dat alle lasten
door de werknemer worden betaald. Met dit systeem wordt
uiteraard het werkelijk salarispeil bepaald door het vrije
markt systeem. Het financieren van de hervorming is een
gecompliceerde technische zaak en iedere natie zal dit
probleem moeten oplossen in overeenstemming met de situatie
in het eigen land.

"Aangezien de Pensioen Spaar
Rekening persoonsgebonden is en niet gebonden is
aan een bedrijfspensioenregeling, kan de eigenaar
makkelijk van werkkring veranderen.

Ook het probleem van in dienst nemen van
oudere werknemers is daardoor verdwenen."

De werkelijke schuld van het omslagstelsel in Chili werd
in 1980 geschat op 80% van het BNP (World Bank, 1994)

[Het bedrag van die schuld werd verminderd door een
verandering in het omslagstelsel in 1978, in het bijzonder
door verbetering van het registratiesysteem, het opheffen van
speciale belangengroepen en door de pensioenleeftijd te
verhogen]. Een recent onderzoek van de World Bank (1994: 268)
concludeerde dat: "Chili bewijst dat een natie met een
redelijk concurrerend banksysteem, een goed werkende
debiteurenmarkt en een redelijke macro-economische
stabiliteit, in staat is grote hervormingskosten te
financieren zonder de terugslag van hoge rentelasten."

Chili paste 5 methoden toe om de kortlopende
belastinglasten tengevolge van de hervorming, te financieren:

1. In de Staatsbalans (waarin iedere staat haar baten en
lasten dient weer te geven) werden de pensioenverplichtingen
tot op zekere hoogte afgezet tegen de waarde van de
staatsbezittingen en -deelnemingen en dergelijke.

Daarmede werd privatisering niet alleen een manier om de
hervorming te financieren, maar gaf daarbij nog meerdere
grote voordelen, zoals verhoogde efficiency, gespreid bezit
en een niet verpolitiekte economie.

2. Aangezien bijdragen aan een kapitalistisch systeen van
financiering van deugdelijke pensioenen in het algemeen lager
zijn dan de bestaande werknemerslasten, kan een klein
gedeelte van het verschil daartussen aangewend worden als een
tijdelijke hervormingsbelasting zonder de nettolonen te
verlagen of de personeelslasten voor de werkgever te
verhogen.

3. Door een staatslening uit te geven kunnen de
hervormingskosten door komende generaties medegedragen
worden. In Chili werd ongeveer 40% van de kosten gedekt door
staatsobligaties uit geven met een normale

rente op de markt. Deze obligaties werden voornamelijk
door de PAM’s gekocht als onderdeel van hun

investeringspakket en die "overbruggingsschuld"
zal geheel terugbetaald zijn als de gepensionneerden van het
omslagstelsel overleden zijn.

4. De noodzaak om de hervorming te financieren was een
enorme stimulans om nutteloze overbestedingen van de overheid
in te perken. Voor meerdere jaren kon de Minister van
Financiën dit argument gebruiken om onnodige
overheidsuitgaven af te wijzen of om overheidsverspilling in
te perken.

5. De toegenomen economische bedrijvigheid, die door het
PSR-systeem te weeg werd gebracht bevorderde substantiële
belastingopbrengsten, in het bijzonder de BTW. Slechts 15
jaar na de hervorming heeft Chili grote fiscale
begrotingsoverschotten.

"Op die manier bleek privatisering
van het pensioensysteem niet slechts een methode
om de hervorming te financieren, maar had grote
bijkomstige voordelen, zoals toegenomen
rendementen, gespreid bezit en een niet
verpolitiekte economie."

 

DE RESULTATEN

De PSR’s hebben nu al een opglopen investeringsfonds van
ongeveer ƒ 50 miljard, een ongewoon grote voorraad
kapitaal voor een zich ontwikkelend land met 14 miljoen
inwoners en een BNP van ƒ 120 miljard.

Dit lange-termijn investeringskapitaal heeft niet alleen
bijgedragen aan de economische groei van het land, maar heeft
ook de stoot gegeven tot doelmatige kapitaalmarkten en
kapitaalsinstellingen.

De beslissing om éérst het PSR-systeem op gang te
brengen en pas daarna de grote staatsbedrijven te
privatiseren resulteerde in ‘deugdelijke gevolgen.’ Het gaf
de werknemers een gerede kans behoorlijk te profiteren van de
enorme stijging in de productiviteit van de geprivatiseerde
bedrijven vanwege hogere waarden van de aandelen, die
daardoor het rendement van hun PSR’s verhoogden.

Er bestaan zo’n 15 PAM bedrijven en zij vormen een
heterogene groep. Sommigen vormen een onderdeel van
verzekeringsbedrijven of van banken. Anderen zijn een
werknemerseigendom of zijn verbonden aan vakbonds-
organisaties of behoren tot bepaalde bedrijfsorganisaties.
Sommigen zijn een deelnemingsvorm van internationale
bedrijven, zoals de AIG, Aetna en de Banco de Santander.
Enkele van de grotere PAM’s worden op de Chileense
Effectenbeurs verhandeld. Eén bracht recentelijk zelfs op
Wall Street z.g. American Deposit Receipts uit (geholpen door
de "A-" crediet status van de Chileense
Obligaties).

Eén van de voornaamste resultaten van het nieuwe systeem
was wel de vergroting van de economische groei van Chili. Het
PSR-systeem heeft in de afgelopen 15 jaren de kapitaalmarkt
doeltreffender gemaakt en haar groei beïnvloed.

De enorme fondsen, die door de PAM’s worden beheerd,
hebben het ontstaan van nieuwe investeringen bevorderd,
terwijl bestaande, maar niet volledig ontwikkelde projecten
werden gestimuleerd.

Een andere verbetering, die door Chileense
pensioenhervormingen is ontstaan is een gezondere en meer
doorzichtige kapitaalmarkt door de vorming van een
binnenlands risico-waarderingsbedrijvigheid en een
verbetering van het toezicht op het bestuur van grote
bedrijven. [De PAM’s benoemen een eigen commissaris in de
Raden van Bestuur van bedrijven, waarin zij aandelen
bezitten, waarmede de zelfvoldaanheid van vele Raden van
Bestuur wordt doorbroken].

"Slechts 15 jaar na
de hervorming heeft Chili overschotten op de
fiscale balans."

Sinds het nieuwe systeem in werking ging op 1 Mei 1981
heeft het gemiddeld een rendement op de investering
opgeleverd van 13% (meer dan drie keer zoveel dus als het
verwachtte rendement van 4%). Uiteraard gaf het jaarlijkse
rendement schommelingen te zien van min 3% tot plus 30% als
gevolg van de bewegingen, die nu eenmaal aan het vrije
marktsysteem verbonden zijn. Het belangrijkste echter is het
gemiddeld rendement over de lange termijn.

De pensioenen van het PSR-systeem zijn belangrijk hoger,
dan volgens het oude systeem, waarvoor een totale bijdrage
van 25% van de loonsom benodigd was. Volgens een recent
onderzoek door Sergio Baeza (1995) ontvangt de gemiddelde PAM
pensioengerechtigde een pensioen gelijk aan 78% van zijn
gemiddelde salaris over de laatste 10 jaren van zijn werkzame
leven.

Zoals reeds werd opgemerkt kunnen werknemers bij hun
pensionnering hun ‘overschot’ aan spaargelden (boven de grens
van 70% van het laatste salaris) in zijn geheel opnemen. Als
deze gelden werden medegerekend in de bepaling van het
pensioen, dan zou dit 84% van het laatste inkomen bedragen.
Zij, die recht hebben op een invaliditeitsuitkering,
ontvangen gemiddeld 70% van hun laatste salaris.

Het nieuwe pensioensysteem heeft daardoor een opmerkelijke
teruggang van de armoede teweeggebracht door de vergroting en
zekerheid van het Ouderdomspensioen, het Weduwen en
Wezenpensioen en de Invaliditeitspensioenen, vanwege de
indirecte, maar bijzonder sterke invloed op de bevordering
van de economische activiteiten en de werk- gelegenheid.

Het PSR-systeem heeft ook de onredelijkheid van het oude
systeem opgeheven. Volgens gevestigde begrippen zou het
omslagstelsel een herverdeling van het inkomen veroorzaken
van de rijken naar de armen. Recent onderzoek heeft
uitgewezen dat, zodra de specifieke inkomenskarakteristieken
van de arbeiders en de uitwerking van politieke beslissingen
in de berekeningen worden medegenomen, de overheidsregelingen
juist de rijken bevoordelen en meer in het bijzonder de
sterkste werknemersgroeperingen. [Baeza (1995) , World Bank
(994).

"Eén van de belangrijkste effecten van
het nieuwe systeem was de vermeerdering van de
productiviteit van het geïnvesteerde kapitaal en
daarmede van de economische groei van Chili."

 

CONCLUSIE

Het is absoluut niet verwonderlijk, dat het PSR-systeem in
Chili zo populair blijkt te zijn en heeft bijgedragen aan de
sociale en economische stabiliteit. De arbeiders waarderen de
billikheid van het systeem en door hun Pensioen Spaar
Rekeningen hebben zij een direct en waarneembaar deel in de
economie van het land. Aangezien de particuliere
pensioenfondsen (de PAM’s) grote pakketten aandelen bezitten
in de voornaamste Chileense bedrijven, zijn de arbeiders in
feite de investeerders in de rijkdom van de natie.

Toen de PSR van start ging in 1981 konden de werknemers
kiezen daaraan deel te nemen of door te gaan in het oude
systeem. Een half miljoen Chileense arbeiders (een kwart van
het in aanmerking komende potentieel) koos voor het nieuwe
systeem door in de eerste maand van de inwerkingtreding deel
te nemen (véél meer dan de 50.000 waarop men gerekend had).
Heden ten dage zijn meer dan 90% van de werknemers, die nog
onder het oude systeem vielen tot het PSR-systeem
toegetreden. In 1995 hadden 5 miljoen Chilenen een Pensioen
Spaar Rekening, hoewel niet allen tot de groep arbeiders met
een volledige betrekking behoorden en dus niet elke maand op
hun rekening stortten.

Het opmerkelijkste is, dat de arbeiders als zij voor de
keus gesteld worden, in een overweldigende meerderheid met
hun centen stemmen voor een vrije markt systeem.

Nu dat het staatspensioen geleidelijk aan verdwijnt,
kunnen politici niet langer bepalen of de premies voor de
sociale lasten verhoogd dienen te worden en met welke
bedragen of voor welke groep van de bevolking. Pensioenen
zijn daardoor niet langer meer een voornaam onderwerp voor
politieke conflicten of voor mooie verkiezingsleuzen, zoals
zij vroeger waren.

Iemands pensioenvoorziening is volledig afhankelijk van
zijn eigen inspanningen en van een gezonde economische
toestand in het land en niet meer overgeleverd aan de
ingrepen van de overheid of van de druk, die door speciale
groepen op de overheid wordt uitgeoefend.

Voor de Chilenen betekenen de Pensioen Spaar Rekeningen
een tastbaar en zichtbaar eigendom – de voornaamste bron van
zekerheid bij pensionnering.

Sterker nog…. nu, na 15 jaren in werking te zijn
geweest, is het voornaamste bezit van de gemiddelde Chileense
arbeider niet zijn auto of zijn (waarschijnlijk nog onder een
hypotheek gebukt gaande) kleine huis, maar zijn gespaaarde
bezit op zijn Pensioen Spaar Rekening.

Ten slotte. Het particuliere pensioensysteem heeft
verstrekkende politieke en culturele gevolgen gehad. De
overweldigende hoeveelheid Chilenen, die op het nieuwe
systeem over gingen deden dit sneller, dan de Oostduitsers
naar het Westen liepen na het slechten van het IJzeren
Gordijn.

Deze arbeiders besloten vrijwillig om het overheidssysteem
te laten voor wat het was, zelfs ondanks dat vakbondsleiders
en bepaalde politieke groeperingen het ten sterkste
afraadden. De gewone werknemer geeft heel veel

om zulke zaken, die directe invloed hebben op zijn leven,
zoals pensioenen, opleiding en gezondheid(szorg) en neemt
zijn beslissingen met zijn gezin in gedachten en niet volgens
de heersende politieke normen.

Want inderdaad geeft het nieuwe pensioensysteem aan de
Chilenen een persoonlijk belang bij de nationale economi-
sche situatie. De gemiddelde Chileense arbeider staat beslist
niet onverschillig tegenover de bewegingen op de
aandelenbeurs of van rentepercentages. Instinctief weet hij,
dat een slechte Minister van Finaciën de waarde van zijn

pensioenrekening kan verminderen. Zodra arbeiders voelen
een deel van de natie te bezitten, niet middels
vakbondsbonzen of middels een Politburo, zijn zij veel meer
begaan met de vrije markt en een vrije samenleving.

Dit was een kort verhaal van een droom, die werkelijkheid
werd.

De voornaamste lering, die wij daaruit kunnen trekken is
dat, alleen die revoluties succes hebben, die vertrouwen
stellen in de individuele mens en de wonderen, die een mens
kan verrichten als hij vrij is.

 

Referenties

Baeza,S.(1995) "Quince Años Después: Una Mirada al
Sistema Privado de Pensiones". Santiago: Centro des
Estudios Públicos.

The Economist (1995) "Is Welfare unAsian?",
February 11: 16-17.

Piñera, J. (1991)" El Cascabel al Gato".
Santiago: Editorial Zig Zag.

Piñera, J. (1995)" Sin Miedo al Futuro".
Madrid: Editorial Noesis.

World Bank (1994) "Averting the Old Age Crisis".
New York: Oxford University Press.

 

Dr. José Piñera is President van het
Internationale Centrum voor Pensioenverbeteringen en
mede-Voorzitter van het Cato Project voor Privatisering van
de Sociale Voorzieningen.

In Chili was hij als Minister voor
Arbeid en Sociale Voorzieningen van 1978 tot 1980
verantwoordelijk voor de privatisering van het Chileense
Staatspensioensysteem. Dit essay is gebaseerd op een
voordracht, die hij gaf tijdens de regionale conferentie van
het Mont Pelerin Genootschap te Cancun in Mexico op ,17
Januari 1996. De auteur spreekt hiermede zijn dank uit aan
Edward H. Crane voor zijn hulp en voor zijn commentaar.

(Dit essay is een herdruk uit het Cato
Journal, vol.15 , no.2.)

Cato’s Letter #10
Copyright 1996 by the Cato
Institute

Washington D.C.

Cato’s Letters bestaat uit een serie
indrukwekkende essays over economische politiek en openbare
staatkunde.

Het Cato Institute ontleent zijn naam aan
een vroegere serie, eveneens Cato’s Letters geheten, over
politieke vrijheid, die in de Achttiende Eeuw werden
geschreven door John Trenchard en Thomas Gordon en wijd
verbreid gelezen werden in de Amerikaanse Kolonieën en zo
een belangrijke rol speelden door een grondslag te leggen
voor de filosofische basis voor de Amerikaanse Revolutie.

 

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Dr. José Piñera, topic: Sociale Zekerheid en Verzorgingsstaat
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.