maandag, 1 januari 2001
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Douglas J. Den Uyl en Douglas B. Rasmussen (ed.) – The Philosophic Thought of Ayn Rand


Recensie van Douglas J. Den Uyl en Douglas B. Rasmussen (ed.) – The Philosophic Thought of Ayn Rand.
University of Illinois Press, Urbana and Chicago, 1984

Ayn Rand is een controversiële filosofe, zowel onder libertariërs als niet-libertariërs. Onbetwistbaar is in ieder geval dat haar romans en non-fictie publicaties een enorme invloed hebben gehad over de hele wereld en de VS in het bijzonder. Uit een recent onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de roman Atlas Shrugged het meest invloedrijke boek is na de bijbel. Echter, een erkenning van de filosofie van Ayn Rand, het Objectivisme, in academische kringen is lange tijd uitgebleven. Hiervoor zijn grofweg drie oorzaken te noemen. Als eerste de zeer polemische stijl van Rand. In de tweede plaats de ‘weigering’ van Rand om zich binnen de filosofische traditie te plaatsen. En als laatste de inhoud van haar ethiek en politieke filosofie, te weten, respectievelijk, rationeel egoïsme en laissez faire kapitalisme. Ook dragen sommige ‘erfgenamen’ van het gedachtegoed van Rand een behoorlijk steentje bij aan de onwilligheid van academici om het werk van Rand te bestuderen.

De laatste tijd lijkt er echter een kentering plaats te vinden. Illustratief hiervoor zijn het verschijnen van een aantal serieuze studies omtrent het oeuvre van Rand zoals ‘Ayn Rand: The Russian Radical’ van Chris Sciabarra en ‘Ayn Rand’ van Tibor Machan. Eerstgenoemde auteur neemt het werk van Rand dermate serieus dat hij een academisch tijdschrift heeft laten verschijnen omtrent het werk van Ayn Rand getiteld, ‘The Journal of Ayn Rand Studies’. Een poging om het werk van Ayn Rand te introduceren bij een groter filosofisch publiek wordt ondernomen door de neo-objectivistische filosofen Douglas J. Den Uyl en Douglas B. Rasmussen middels de bundel, ‘The Philosophic thought of Ayn Rand’. In deze bundel laten zij een scala van filosofen aan het woord omtrent de epistemologie, ethiek en de politieke filosofie van Rand. Het resultaat is een evenwichtige bundel waarin zowel de sterke punten als de zwakke punten van Rand tegen het licht worden gehouden. Om een goede indruk te krijgen van de thema’s van de bundel zal ik in de volgende paragrafen een aantal van die sterke en zwakke punten van het werk van Rand behandelen.

Het non-agressie principe en het laissez faire kapitalisme kunnen op verschillende wijzen worden verdedigd. De meest gebruikelijke is tot op heden de bewering dat het laissez faire kapitalisme de hoogste gemiddelde welvaart tot stand brengt. Hoewel Rand dit niet ontkent is zij van mening dat op deze wijze het kapitalisme niet de best mogelijke dienst wordt bewezen. Immers, het kapitalisme wordt hier verdedigd op basis van een collectivistisch principe. ‘Private vices, public benefits’ zo luidt een gevleugelde uitspraak. De revolutionaire bijdrage van Rand aan de klassiek-liberale theorievorming is nu juist dat er helemaal geen sprake is van ‘private vices’. Het laissez faire kapitalisme is juist de enige maatschappelijke ordening die verenigbaar is met de natuur van de mens en een rationele moraal. Lang genoeg hebben voorstanders van de vrije markt moeten aanhoren dat de markt (helaas) het beste ‘werkt’ maar het slechtste in de mens naar boven haalt. Sinds Ayn Rand is de vrije markt niet alleen de weg naar een hogere welvaart maar ook de weg naar een maatschappij waarin de individuele rechten van de mens centraal staan.

Het is echter een misvatting om te denken dat de individuele rechten van Ayn Rand overeenstemmen met de mensenrechten zoals wij die heden ten dage kennen. Rand erkent alleen de klassieke mensenrechten, te weten het recht op het verwerven van eigendom, het recht op vrijheid van meningsuiting enzovoort. De zogenaamde sociale, economische en culturele rechten worden resoluut afgewezen. Individuele rechten dienen namelijk het individu in staat te stellen zijn leven naar eigen inzicht leiden. Ze zijn geenszins een claim op een bepaald resultaat. Het recht op sociale zekerheid betekent niets anders dan het recht op de vruchten van iemands anders arbeid en daarmee diens leven. Het rationele egoïsme van Rand laat niet toe dat individuen dienen te worden opgeofferd aan andere individuen of mystieke abstracties zoals het ‘algemeen belang’. Rechten hebben altijd betrekking op individuen en nimmer op groepen van individuen. Hieruit vloeit volgens Rand logisch voort dat de enige legitieme functie van de staat het beschermen van deze rechten is. Indien de staat verder gaat, bijvoorbeeld door individuen een gegarandeerd minimuminkomen te garanderen, beperkt zij de vrijheid van individuen om zonder dwang overeenkomsten aan te gaan.

De filosofie van Rand, het objectivisme, is niet louter een filosofie van de rechten van het individu of de meest wenselijke politieke ordening. Het is een complete systematische theorie omtrent de samenhang tussen metafysica, epistemologie, recht en politiek. Volgens Rand is de verdediging van het kapitalisme dan ook geen kwestie van een aantal onsamenhangende politieke opvattingen. Een solide verdediging van het kapitalisme behoeft een rationele fundering in o.a. de epistemologie. Hierin verschilt zij naar eigen zeggen van de libertariërs die weliswaar de rechten van het individu poneren maar niet in staat zijn deze filosofisch te verdedigen. Deze bewering wordt ook vandaag nog herhaaldelijk met verve verkondigd door sommige van haar volgelingen.

Het is zeker waar dat de verdediging van de rechten van het individu en de vrije markt gebaat zijn bij een solide onderbouwing. Echter, de vraag is natuurlijk of alle libertariërs hier in gebreke blijven en, nog belangrijker, of de filosofie van Rand hiervoor het beste alternatief is. Laten we met het eerste beginnen. Is het waar dat libertariërs geen morele fundering voor hun opvattingen hebben cq wensen te geven ? Gedeeltelijk wel. Ludwig von Mises en meer recentelijk David Friedman zijn sceptisch omtrent de mogelijkheden omtrent een dergelijke fundering. Een negatief gevolg hiervan is dat de summiere verdediging die ze wel geven vaak een aan collectivisme grenzende utilitaristische verdediging is. Hiermee zijn ze een gemakkelijke prooi voor anti-kapitalistische critici die hun argumenten tegen hen gebruiken. Maar wat vervolgens te denken het neo-thomistische natuurrecht van Rothbard, de a-priori Kantiaanse verdediging van Hans-Hermann Hoppe of de sociaal-contract fundering van Jan Narveson. Ook deze denkers menen een rationele fundering te geven voor het libertarisme. De vraag is dus niet of het “a-morele” libertarisme aan kracht wint door de morele fundering van Rand maar welke morele fundering het meest solide is. De auteurs van deze bundel leveren een positieve bijdrage aan dit debat door de verschillende onderdelen van de filosofie van Rand expliciet te maken en in een filosofisch-historische context te plaatsen.

De andere vraag, en in deze context de belangrijkste, is of de filosofie van Rand zelf de toets der kritiek kan doorstaan. Ik zal hier een aantal kanttekeningen plaatsen die grotendeels ook in de bundel ter sprake komen. Een belangrijke karakteristiek van de filosofie van Rand is om de zogenaamde is/ought-gap te doorbreken. Rand probeert niet alleen de mens te beschrijven maar ook een objectieve moraal hieruit af te leiden. Volgens Rand kan de mens alleen overleven door zijn rede te gebruiken. Om zijn rede te kunnen gebruiken moet een individu vrij zijn van agressie van anderen. De vraag is echter hoe dit zich verhoudt tot het rationele egoïsme van Rand. Natuurlijk zal een rationele egoïst graag gevrijwaard willen blijven van agressie maar waarom zou hij zich moeten onthouden van het initiëren van agressie jegens anderen als het in zijn voordeel is ? Rand kan hierop antwoorden dat een dergelijke wijze van handelen in niet productief is. Dit zal de agressieve rationele egoïst niet ontkennen, maar wat geeft dat ? Als hij er maar op vooruit gaat. Rand heeft wel een punt als zij stelt dat een dergelijke wijze van handelen niet universaliseerbaar is. Het probleem echter van een dergelijke tegenwerping is dat zij een hoog Kantiaans gehalte heeft en volgens Rand is Immanuel Kant nu juist een van de meest verdorven en altr
uïstische filosofen op aarde.

Een ander problematisch aspect aan de filosofie van Rand is haar opvatting omtrent de relatie tussen het non-agressie principe en de legitimiteit van de staat. Zogenaamde ‘anarcho- kapitalistische’ auteurs (maar ook objectivische dissidententen) hebben plausibele argumenten aangedragen omtrent de onverenigbaarheid van de objectivistische individuele rechten en een staatsmonopolie op geweld. Op welke morele gronden zou een staat individuen mogen verbieden om hun eigen organisatie in te huren om hun rechten te beschermen ? Sterker nog, indien de staat concurrenten op dit gebied uitsluit initieert zij zelf geweld zonder dat er sprake is van het schenden van negatieve vrijheidsrechten. Het instituut de staat is derhalve niet verenigbaar met de klassiek-liberale vrijheidsrechten van individuen zoals die in het werk van Rand zijn neergelegd. Hier komt nog bij dat een dergelijke minimale staat een hopeloos utopische constructie is. Murray Rothbard heeft ooit gezegd dat juist diegenen die hun wapens en het recht om zich te beschermen tegen rechtenschendingen aan een staat overhandigen, en vervolgens van die staat verwachten dat zij die wijs, en niet tegen hen, zal gebruiken de ware utopisten zijn. Een minimale staat heeft de intrinsieke eigenschappen om uit te groeien tot een maximale staat. Verder zal zij de karakteristieken vertonen van elke andere (legale) monopolist, namelijk hoge kosten en slechte diensten. De resultaten hiervan kunnen wij iedere dag aanschouwen.

En zo zijn er nog een aantal problematische aspecten te noemen in het werk van Rand zoals haar problematische verhouding tot de filosofie van Aristoteles, de specifieke invulling van haar rationaliteitsbegrip en de relevantie van de dichotomie tussen egoïsme en altruïsme voor haar rechtstheorie. De belangrijkste conclusie na het lezen van deze bundel is dat de benadering van Rand slechts een begin is en gediend is bij verdere concretisering en uitwerking. De samenstellers van deze bundel hebben deze les ter harte genomen en zelf een Aristoteliaanse verdediging geschreven van het libertarisme, te weten ‘Liberty and Nature, an Aristotelian Defense of Liberal Order’. En het is het is zeer waarschijnlijk dat nog velen hun weg zullen volgen. Ayn Rand heeft met haar morele fundering van het libertarisme (hoewel zij het zelf niet zo zou noemen) een verdienstelijke bijdrage geleverd aan de klassiek- liberale theorievorming. Het is te hopen dat er nog vele bundels als deze zullen verschijnen en zij een breed publiek zullen vinden, niet in de laatste plaats bij academische filosofen. De tijd is in ieder geval rijp voor Ayn Rand.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Aschwin de Wolf, topic: Ayn Rand, Minarchisme, Objectivisme, Recensies
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Henri Serton schreef op : 1

    Ik vindt dit echt een geweldig artikel. Toch even een paar kantekeningen.

    Aschwin schrijft:

    “Volgens Rand kan de mens alleen overleven door zijn rede te gebruiken. Om zijn rede te kunnen gebruiken moet een individu vrij zijn van agressie van anderen. De vraag is echter hoe dit zich verhoudt tot het rationele egoïsme van Rand. Natuurlijk zal een rationele egoïst graag gevrijwaard willen blijven van agressie maar waarom zou hij zich moeten onthouden van het initiëren van agressie jegens anderen als het in zijn voordeel is ?

    Rand kan hierop antwoorden dat een dergelijke wijze van handelen in niet productief is. Dit zal de agressieve rationele egoïst niet ontkennen, maar wat geeft dat ?”

    Nou, heel veel zou ik willen zeggen. Qua rationele egoïst zal de
    objectivist kijken naar het kosten/baten plaatje. Anders gezegd, hij zal
    kijken wat een bep. actie hem oplevert. Als die uitkomst op nul staat
    welke reden heeft de objectivist dan om geweld te initiëren? Als
    rationele egoïst wil hij immers een duidelijk *voordeel* zien.

    Dan het andere punt van kritiek:

    Aschwin schrijft:

    “Rand heeft wel een punt als zij stelt dat een dergelijke wijze van
    handelen niet universaliseerbaar is. Het probleem echter van een
    dergelijke tegenwerping is dat zij een hoog Kantiaans gehalte heeft en volgens Rand is Immanuel Kant nu juist een van de meest verdorven en altruïstische filosofen op aarde.”

    En waarom is dat een probleem? Zelf de meest onzinnige filosofie zal een paar redelijke standpunten moeten hebben anders neemt niemand die serieus.

    Het lijkt mij een non-sequitur om te veronderstellen dat Rand beweerd zou hebben dat de Kantiaanse filosofie voor de volle 100% wartaal is. Het feit dat ze het met Kant extreem oneens was, betekend nog niet dat we nu moeten concluderen dat daarom alles was Kant gezegd heeft onzin was.

    Om een voorbeeld te noemen; Kant was de eerste filosoof die stelde dan een individu nimmer als een middel tot een doel gezien mocht worden maar altijd als een doel op zich.
    Een principe dat AR ook onderschrijft. Dus dat was ze met hem eens. Waarom zou ze het universeerbaarheids principe dan afwijzen?

    Maar zelf als Ayn Rand de mening wel was toegedaan dat de Kantiaanse filosofie 100% BS was, dan zijn wij toch verstandig genoeg om de onzinnigheid van dat standpunt in te zien?

    Hopelijk zijn we in staat onderscheid te maken tussen de filosofe [AR] en de filosofie [objectivisme].

  2. Erik Driessens schreef op : 2

    Henri schrijft:

    Hopelijk zijn we in staat onderscheid te maken tussen de filosofe [AR] en de filosofie [objectivisme].

    Ik ben zelf nog bezig met lezen over Ayn Rand en het objectivisme (de anarcho-kapitalisten komen ook nog aan de beurt hoor), maar hier heeft Henri een prima punt te pakken.

    Een filosofie die een rationele fundering voor een moraal biedt die in overeenstemming is met individuele grondrechten en laissez-faire kapitalisme moeten we koesteren.

    En als er nog wat moet worden verbeterd, prima. Hebben wij ook nog wat te doen ;-)!

  3. simeon lagroht schreef op : 3

    Objectivisme verdedigt morele actie niet op basis van
    universaliseerbaarheid , maar op basis van rationeel eigenbelang.
    Hierbij ligt de nadruk op eigenbelang op de lange termijn.
    Om in je eigenbelang te handelen voor de lange termijn moet je handelen
    volgens principes. Handelen volgens principes moet er zorg voor dragen
    dat een handeling met korte termijn positief effect voor het individu
    geen grotere negatieve effecten heeft op de lange termijn.
    Inbreuk maken op de rechten van een ander uit korte termijn eigenbelang
    heeft voor de lange termijn vaker wel dan niet negatieve effecten.
    Het ‘slachtoffer’ van je korte termijn actie zal je in de toekomst
    bijvoorbeeld niet meer helpen, misschien actief tegenwerken of
    agressief zijn en anderen die geïnformeerd raken over jou gedrag
    zullen jou met goede reden niet meer vertrouwen en eventueel uitsluiten.
    Inbreuk maken op de rechten van een ander zal dus een (vaak onvoorzien)
    negatief effect hebben op je vermogen om in de toekomst positieve effecten
    in je leven te verkrijgen.
    Kortom initiëren van agressie is niet in je rationeel eigenbelang.

  4. Tjitze schreef op : 4

    ”Op welke morele gronden zou een staat individuen mogen verbieden om hun eigen organisatie in te huren om hun rechten te beschermen ?”

    Bodyguards zijn illegaal?