zaterdag, 29 juni 2002
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Misvattingen rond verkiezingen


Daags na de moord op Fortuyn kwam het bericht van Kok dat de verkiezingen op 15 mei gewoon door zouden gaan. Het zou een moeilijke klus worden, aldus de demissionaire premier, maar “onze bevolking kan veel aan, we kunnen dit dragen”. Na een moord op een belangrijke lijsttrekker is het blijkbaar erg moeilijk om nog binnen 9 dagen een keuze te maken over hoe te stemmen in de nieuwe situatie. Gelukkig streek Wim Kok de avond voor de verkiezingen met zijn hand over zijn hart en hielp het Nederlands volk een handje met zijn advies om toch vooral met het verstand te stemmen. Maar is het stemmen zelf wel zo verstandig? In zekere zin niet. Een bloemlezing van misvattingen rond verkiezingen.

Stemmen is verstandig

Stemmen is een soort “Catch 22″. Als je niet stemt mag je geen kritiek hebben, want immers, als je invloed had willen hebben had je maar moeten stemmen. Als je wel stemt mag je kritiek hebben, maar moet je wel akkoord gaan met het overheidsbeleid dat voorkomt uit de verkiezingen, want je hebt immers mogen meebeslissen. Is stemmen verstandig? Dat hangt ervan af wat uw doel is. Als uw doel is invloed uit te oefenen heeft stemmen nauwelijks zin en is het dus een onverstandige besteding van uw tijd. De kans dat uw stem de uitslag beïnvloedt is namelijk maar ongeveer 1 op 62.895. Het aantal geldig uitgebrachte stemmen was bij deze verkiezingen 9.501.152. Hiervan gingen er 9.434.295 naar partijen die minimaal één zetel kregen en de overige 66.857 stemmen gingen naar partijen die geen enkele zetel behaalden. Het gemiddeld aantal stemmen dat nodig was per zetel, het totaal aan stemmen op partijen die een of meerdere zetels haalden gedeeld door 150, was 62.895. Uw ene stem op partij X heeft alleen invloed als het aantal overige stemmen op partij X precies één stem afzit van de grens waarbij ze net een extra zetel krijgen. De kans hierop is dus ongeveer 1 op 62.895, het gemiddeld aantal benodigde stemmen per zetel. Alle stemmen gezamenlijk hebben natuurlijk een behoorlijke invloed. Maar vanuit het individu bekeken is er maar een kans van 1 op 62.895 dat zijn stem invloed heeft.

Voor de hele kleine partijen is de kans op invloed nog kleiner. Er deden bij de afgelopen verkiezingen 17 partijen mee, waarvan er 6 geen zetel kregen en ook niet in de buurt van een zetel kwamen, met uitzondering misschien van de Verenigde Senioren Partij, die 62% van de kiesdeler haalde. Stemmen op zo’n partij heeft meestal nog minder zin, omdat je vaak kunt voorspellen dat zo’n partij toch nauwelijks kans maakt op een zetel.

De kans dat uw stem een partij een zetel meer geeft is dus verwaarloosbaar klein. Er waren bij de verkiezingen 9.501.152 stemmers. De kans op een beslissende stem is 1 op 62.895 voor elke individuele stemmer. Betekent dat dat ongeveer 151 (9.501.152 gedeeld door 62.895) stemmers bij de afgelopen verkiezingen hun partij net een zetel meer bezorgden? Nee. Meestal brengt niemand een beslissende stem uit. Maar als er een beslissende stem wordt uitgebracht dan zijn het meteen een heleboel mensen tegelijkertijd die dat doen. De paradox is namelijk dat als het ooit zou gebeuren dat een partij net door middel van één stem een extra zetel krijgt, alle honderdduizenden of miljoenen stemmers op die partij elk afzonderlijk zouden kunnen beweren dat zij degene zijn die voor die extra zetel gezorgd hebben (en ervoor hebben gezorgd dat een andere partij net een zetel minder heeft). De kans dat er in een verkiezing een partij is die net door één stem een zetel extra krijgt is, net als de kans op invloed per individu, heel klein. Laten we die kans eens inschatten. Voor elke partij geldt dat de kans dat zij net door één stem een zetel meer haalt ongeveer 1 op 60 duizend is. Als er bij elke verkiezing gemiddeld 10 partijen meedoen die een of meer zetels halen, dan is de kans dat één stem beslissend is ongeveer 10 keer zo groot, dus 1 op 6 duizend. Een beslissende stem valt dus gemiddeld ongeveer eens in de 6 duizend verkiezingen. Als er elke 4 jaar verkiezingen worden gehouden gebeurt het dus gemiddeld eens in de ongeveer 24 duizend jaar dat een Tweede Kamer verkiezing door één stem beslist wordt.

Maar goed, hoeveel moet je ervoor over hebben om via stemmen invloed uit te oefenen? Stel het kost u een half uurtje om naar de stembus heen en weer te reizen en uw stem uit te brengen. Gemiddeld zou u 62.895 keer moeten stemmen om te zorgen dat een partij één zetel meer krijgt. Dat zou u dus ruim 31.447 uren kosten. Met een netto uurtarief van, zeg, 15 euro komt dat overeen met een prijs van € 471.705. Hoeveel kiezers zouden dat bedrag er voor over hebben om hun favoriete partij een extra zetel te geven? En als ze dat er niet voor over hebben, waarom gaan ze dan toch stemmen terwijl dat dezelfde prijs/invloed verhouding heeft? Een bekend argument tegen mensen die zeggen niet te gaan stemmen omdat hun invloed op de uitslag toch verwaarloosbaar klein is is: “Maar wat als iedereen dat zou doen?” Het juiste antwoord op deze vraag is: “Als bijna niemand zou stemmen, dan zou ik wel weer gaan stemmen, want dan is mijn invloed wel significant.”

Nu heb ik het alleen over de tijdverspilling van stemmen gehad, maar de naakte waarheid over stemmen is helaas nog erger. In Amerika is je kans op invloed bij een presidentsverkiezing veel kleiner dan bij een parlementsverkiezing in Nederland, omdat we het maar over één post hebben in plaats van 150 zetels en omdat het aantal stemmers vele malen groter is. In Amerika gaan ruim 100 miljoen mensen naar de stembus. Stel dat de inschatting van te voren is dat het ongeveer 50%/50% zal zijn tussen twee kandidaten, maar vanwege de onvoorspelbaarheid zal de uitkomst wel ergens tussen 45%/55% en 55%/45% liggen. Er is dus een onzekerheid van ongeveer 10 miljoen stemmers. De kans dat uw stem de uitslag beïnvloedt, doordat uw stem net de beslissende is, is dus in de orde van 1 op 10 miljoen (in werkelijkheid is er een districtenstelsel die de berekening iets complexer maakt, maar hetzelfde resultaat geeft). In Nederland vallen in de auto ongeveer 10 verkeersdoden per miljard afgelegde kilometers. (Bron: IRTAD – International Road Traffic and Accident Database, cijfers uit 1997.) Het aantal dodelijke slachtoffers per miljard km per inzittende is ongeveer 7 (10 gedeeld door het gemiddeld aantal inzittenden per auto: 1,4). Als het stembureau dus 2 kilometer van huis is dan geeft een ritje met de auto van en naar het stembureau een kans van 28 op 1 miljard, of ongeveer 1 op 35 miljoen om een dodelijk verkeersongeluk te krijgen. In Amerika is de kans om onderweg van of naar het stembureau een dodelijk ongeluk te krijgen dus ongeveer een derde van de kans dat je stem invloed heeft. Statistisch moet je dus per 3 verkiezingen die je beïnvloedt één keer je leven opofferen. Als u dat een redelijke deal vindt is het misschien toch wel verstandig om te gaan stemmen, zeker in Nederland waar uw stem veel meer invloed heeft. Hoewel, de kans op invloed in Nederland is wel 159 keer zo groot als in Amerika, maar dat wordt gecompenseerd door de grootte van het belang. Het maakt natuurlijk weinig uit in de politieke verhoudingen in Nederland of een partij nou net een zetel meer of minder heeft. Of er een republikeinse of een democratische president is in de VS maakt behoorlijk wat uit. En wie er president is van het machtigste land ter wereld beïnvloedt die hele wereld.
Wat als u te voet of met de fiets naar het stembureau gaat? In Amerika is uw risico op een dodelijk ongeluk per afgelegde km tijdens het lopen 36 keer zo groot als tijdens het autorijden. Met fietsen is dat 11 keer zo groot. Gelukkig is de veiligheid van voetgangers en fietsers in Nederland veel beter gewaarborgd. Hier is lopen slechts 4 keer zo gevaarlijk als autorijden en fietsen ongeveer 2,5 keer. (Bron: Dijkstra en Pucher, “Making Walking and Cycling Safer: Lessons from Europe”, Transportation Quarterly, 2000 nr. 3.) Maar als u toch gaat stemmen, gaat u dan wel gewoon met de auto. Uw leven is belangrijker dan het milieu.

Winst en verlies

Iedereen weet het. De winnaars van de verkiezingen zijn CDA, LPF en SP. De verliezers zijn PvdA, VVD en D66. Hoe weten we dat? Eenvoudig. CDA gaat van 29 zetels naar 43. 14 zetels winst dus. LPF van 0 naar 26. Maar liefst 26 winst. SP gaat van 5 naar 9: 4 winst. PvdA gaat van 45 naar 23 zetels en verliest dus 22 zetels. VVD gaat van 38 naar 24: 14 verlies. En D66 tenslotte verliest 7 van haar 14 zetels. Simpel toch? Ja, maar het klopt niet. De winnaars van de verkiezingen zijn namelijk CDA, LPF en VVD. Althans, zij krijgen de eerste, tweede en derde prijs en verdienen dus alledrie dik hun plek in de regering. Politici mogen wel denken dat winst bepaald wordt door de verandering ten opzichte van de vorige keer. Maar de kieswet denkt daar anders over. De kieswet houdt namelijk geen rekening met vorige verkiezingsuitslagen. Zetels worden gewoon verdeeld op basis van de stemmenpercentages nu, niet op basis van de verandering ten opzichte van 4 jaar geleden.
Zalm heeft nog een week lang na de verkiezingen heldhaftig de boot afgehouden voor regeringsdeelname. Maar door de zware druk zal zijn partij er toch aan zal moeten geloven. Toch werd vreemd genoeg zijn argument, dat zijn partij zich niet geroepen voelt om te regeren met zo’n forse verkiezingsnederlaag, niet weggehoond. Zelfs niet toen Zalm voorstelde dat het CDA en de LPF eerst maar eens een regering moesten proberen met de andere winnaar, de SP. Dat zou meer in overeenstemming zijn met de wens van de kiezer. VVD fors verliezer en SP een van de winnaars? Hoe komt Zalm daarbij? De VVD heeft 24 zetels en de SP heeft er maar 9. Dat betekent dat ruim 2,5 keer zoveel kiezers willen dat de macht bij de VVD terecht komt als bij de SP. Niet alleen is de gedachte dat de VVD verloren heeft en de SP gewonnen fout, de VVD heeft zelfs gigantisch ruim gewonnen van de SP.

In de logica van de politici hebben de vaste stemmers geen stemrecht, alleen de stemmers die na 4 jaar van partij wisselen hebben stemrecht, alleen hun mening telt. Heel ondemocratisch dus. Dan moet ook Mat Herben van de LPF de premier worden, want de LPF is winnaar van de verkiezingen met het grootste aantal stemmen van mensen die niet eerder op die partij stemden. Zou een mooie boel worden, als winst en verlies op deze manier zouden worden geherdefinieerd. Stel Ajax speelt tegen Feyenoord en wint met 3-1. En de volgend keer winnen ze weer, dit keer met 4-3. Dan zeggen we toch ook niet dat Feyenoord met 2-1 gewonnen heeft, want zij hebben twee doelpunten meer dan vorige keer terwijl Ajax er maar een meer heeft?

De zetels worden evenredig verdeeld

Worden zetels evenredig naar het aantal stemmen verdeeld? Zeker niet. Balkenende heeft bijvoorbeeld 2.276.175 van de in totaal 9.501.152 geldig uitgebrachte stemmen gekregen. Dus als de zetels evenredig onder alle kandidaten zouden zijn verdeeld zou Balkenende 36 zetels hebben gekregen. Balkenende had dan 36 keer zoveel stemrecht gehad in de Tweede Kamer dan hij nu heeft gekregen. Dat scheelt behoorlijk. Balkenende is dus groot onrecht aangedaan. Maar helaas schrijft de kieswet, heel ondemocratisch, voor dat elk individu maximaal 1 stem mag krijgen in het parlement. Mede daarom ontstonden na de grondwetswijziging van 1848, die voor een Tweede Kamer in ongeveer huidige vorm zorgde, spontaan belangencoalities in het parlement. Een kandidaat die meer stemmen had dan nodig voor een zetel kon de extra zetels dan tenminste doorgeven aan min of meer gelijkgestemde partijgenoten. Pas in 1878 werd de eerste landelijke politieke partij overigens officieel opgericht, de Anti Revolutionaire Partij (ARP).

Je moet stemmen op de partij die je het beste vindt

Om dezelfde reden dat stemmen eigenlijk geen zin heeft, is het ook niet zinnig om moeite te doen om uit te zoeken wat volgens u de beste partij is. Uw invloed op de uitslag is toch verwaarloosbaar klein, dus waarom zou u zich informeren zodat u de beste keuze kun maken? In Amerika wordt dit “rational ignorance” genoemd. Maar wat als u het toch leuk vindt om te stemmen, om de symbolische waarde, omdat u vindt dat het uw democratische plicht is of om aan anderen te kunnen vertellen dat u gestemd heeft? En wat als u het bovendien leuk vindt om uit te zoeken wat de beste partij is om op te stemmen? Dan stemt u natuurlijk op de partij die het beste overeenkomt met uw politieke ideeën, kortom, de partij die u het beste vindt. Toch? Nee, dat is onverstandig. Dat is de hardnekkigste misvatting rond verkiezingen. Laat ik dat met een voorbeeld illustreren. Stel ik ben lid van een tennisvereniging en er wordt over gestemd hoeveel extra banen erbij moeten worden gebouwd. Extra banen zijn leuk, maar ze kosten wel geld. De afspraak is dat iedereen zegt hoeveel banen hij wil en het afgeronde gemiddelde van al die aantallen wordt als resultaat aanvaardt. Ik wil het liefst 2 extra banen. En ik ben toevallig de laatste van 100 stemmers die zijn voorkeur roept. Alle 99 mensen voor mij hebben gezegd dat ze 1 extra baan willen. Moet ik nu zeggen dat mijn voorkeur 2 is? Natuurlijk niet. Dan is het gemiddelde 1,01, dat is afgerond 1 en dan komt er maar 1 baan bij. Dus ik zeg dat ik 101 extra banen wil. Dat brengt het gemiddelde op 2 en dus ben ik de enige die precies zijn zin krijgt.

Zo is het ook met verkiezingen. Als u verstandig bent volgt u de peilingen vlak voor de verkiezingen. Dat geeft een idee van de gemiddelde politiek die er na de verkiezingen zal zijn. Dan bedenkt u zelf welke richting u die politiek het liefst op zou willen veranderen en u stemt vervolgens op de partij die het meest extreem in die richting is. Als u de politiek bijvoorbeeld in termen van links/rechts beoordeelt, en u vindt dat het politieke landschap wel ietsje meer naar rechts mag vergeleken met de peilingen, dan kunt u het beste op de meest rechtse partij stemmen. En als u vindt dat het wel ietsje linkser mag, dan kunt u het beste op de meest linkse partij stemmen. Of, stel dat u immigratie het belangrijkste punt vindt. U vindt dat het immigratiebeleid wel iets strenger mag dan het compromis dat te verwachten valt uit het regeerakkoord tussen CDA, LPF en VVD. Laten we even aannemen dat u het standpunt van de VVD op dit punt het beste vindt, dat u de LPF te streng vindt (grenzen dicht) en u denkt dat het CDA weer iets teveel buitenlanders wil toelaten. Dan had u het beste op de LFP kunnen stemmen. Niet omdat u echt wilt dat de grenzen dicht gaan, maar omdat dit de machtsverhoudingen zodanig verandert dat de kans groter is dat het compromis in de buurt van uw eigenlijke voorkeur belandt, namelijk het standpunt van de VVD. Zo bezien is het vreemd dat de twee meest extreme partijen, de Nieuwe Communistische Partij Nederland (wil 100% socialisme) en de Libertarische Partij (wil 100% kapitalisme) zo weinig populair zijn dat ze in respectievelijk 1998 en 1994 voor het laatst meededen aan de landelijke verkiezingen. Er is natuurlijk bijna niemand die echt een van deze twee extremen wil, maar je zou toch denken dat deze partijen een nuttige functie zouden hebben. Als zij groot genoeg zouden zijn om zetels te krijgen dan zou uw stem bij een van deze twee partijen de grootste invloed hebben, als uw doel is dat de politiek ietsje socialistischer of ietsje kapitalistischer wordt.

We vinden democratie rechtvaardig

De Amerikaanse schrijver Robert J. Ringer noemde een lynch-partij eens een vorm van onopgesmukte democratie zonder de schijn van fatsoenlijkheid. Is democratie rechtvaardig? Ach welnee, er is niemand in Nederland die dat echt vindt. Democratie betekent immers in essentie dat de meerderheid zijn zin krijgt en de minderheid niet. Democratie is dus in feite niets anders dan de dictatuur van de meerderheid. Democratie mag dan wel het minst slechte systeem zijn dat Winston Churchill kende, maar rechtvaardig is anders. Niemand vindt dat de meerderheid van de Nederlanders het democratische recht heeft om alle blonde Nederlanders uit te moorden. Als er op democratische wijze voor gekozen wordt dat niemand meer vet mag eten, omdat dat ongezond is, zullen de meeste mensen dat onrechtvaardig vinden en het afdoen als een onacceptabele inbreuk op de individuele vrijheid. Als de nieuwe regering niet alleen buitenlanders gaat weren bij de grenzen, maar ook Nederlanders naar het buitenland gaat verbannen, omdat het zo druk is, zullen de meeste mensen dat vast ook niet rechtvaardig vinden, of die regering nou democratisch gekozen is of niet.
Blijkbaar zijn er rechtvaardigheidscriteria die hoger staan dan de democratie. Democratie kan onrecht niet rechtvaardig maken. Dat lijkt in ieder geval met extreme dingen zo te zijn, zoals moord, vet eten en uitzetting van Nederlanders. Zou het met minder duidelijke politieke beslissingen wel zo zijn dat het de democratie is die zorgt dat iets rechtvaardig wordt? Ik denk niet dat veel mensen dat vinden als ze toevallig zelf te maken krijgen met een vervelende wet of regeling. Protesten van boeren over het landbouwbeleid, oproepen van blowers voor legalisering van drugs, automobilisten die minder accijns willen betalen, boze slachtoffers van geweld waarbij de politie de daders binnen een paar uur vrijlaat: allemaal moeilijk te verklaren zaken als mensen echt zouden vinden dat het beleid van de overheid rechtvaardig is, omdat de volksvertegenwoordiging het democratische recht heeft het land te besturen zoals ze wil. Als mensen dat werkelijk zouden vinden zouden ze niet verongelijkt protesteren tegen het onrecht dat hun door de overheid wordt aangedaan, maar hoogstens zeggen dat ze het beleid niet prettig vinden en de overheid vriendelijk vragen of ze hun een plezier zouden willen doen met een ander beleid, ondanks het feit dat ze daar uiteraard geen recht op hebben.

Volgens de econoom en filosoof Hans-Hermann Hoppe is democratie een God die gefaald heeft, omdat ze geleid heeft tot een verstikkende bemoeizuchtige verzorgingsstaat. Het democratische ideaal is dat iedereen mag meebeslissen over iedereen. Wat is daar nou rechtvaardig aan? Het idee van vrijheid, iedereen mag over zichzelf beslissen, komt beter overeen met het beeld dat de meeste mensen hebben van rechtvaardigheid. Een democratie die totalitaire wetten uitvaardigt is minder rechtvaardig dan een verlichte dictatuur die haar onderdanen veel vrijheid laat. En dat we niet echt vinden dat democratie rechtvaardig is hoeft niemand te verbazen. Want wat is democratie immers meer dan twee wolven en een schaap die erover stemmen wat ze vanavond zullen eten?

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Henry Sturman, topic: Democratie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.