vrijdag, 17 januari 2003
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Pleidooi voor herstel nachtwakersstaat


Het aanwijzen van verantwoordelijken voor een ramp ligt gevoelig. Belangrijk is in elk geval dat het maken van regels niet voldoende is. Regels moeten ook op naleving worden gecontroleerd.

De vuurwerkramp in Enschede had kunnen worden voorkomen, meent voorzitter M. Oosting van de onderzoekscommissie. Dat zou betekenen dat de ramp geen toeval is geweest, maar dat laksheid van de overheid 22 mensen het leven heeft gekost. Met andere woorden: de ramp in Enschede is een bestuurlijke ramp geworden.

Oosting pleit de directie van S.E. Fireworks allerminst vrij. Daar heerste een houding van: ik kan opslaan wat ik wil.

De vuurwerkbranche is volgens Oosting niet professioneel, zelfs niet 100 procent bonafide. Voor de goede orde: niet de commissie-Oosting gaat over het onderzoek naar de gang van zaken rond het bedrijf, maar het Openbaar Ministerie. Het OM heeft nog een jaar nodig voor zijn strafrechtelijke onderzoek.

Toch brandmerkt Oosting de overheid – in casu de gemeente Enschede, milieu-ambtenaren van het ministerie van VROM, regionale milieu-inspecteurs, deskundigen van Defensie – als de hoofdschuldige. Vergunningen werden lichtzinnig verstrekt, controle ontbrak. Van het TNO-onderzoek naar de ontploffing van een vuurwerkfabriek op een industrieterrein bij Culemborg in 1991 (twee doden) heeft de overheid niets geleerd, omdat geen enkele instantie zich verantwoordelijk voelde voor het fenomeen vuurwerkgevaar.

De afweging van de risico’s van het handhaven van een vuurwerkfabriek in een woonwijk tegen sociale en economische belangen is door de gemeente Enschede nooit gemaakt. Volgens Oosting had de vuurwerkfabriek zich nooit ‘op die plaats, op die manier’ mogen ontwikkelen.

Het zijn vergaande uitspraken van de voorzitter van de onderzoekscommissie . Oosting, voormalig Nationaal Ombudsman, stelt onomwonden dat iedereen van de overheid mag verwachten dat die zorgt voor veiligheid en daarover waakt.

Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het rapport zelf zal uitsluitsel moeten geven over Oostings stelling dat de ramp in Enschede nooit had plaatsgevonden wanneer de overheid haar werk correct zou hebben gedaan. Het geloof in de betrouwbaarheid van autoriteiten en deskundigen is in elk geval enorm geschaad.

Politici willen zich vooral onderscheiden door de hoeveelheid beleid die ze in gang hebben gezet. De uitvoering is in hun ogen een zaak, die aan ambtenaren kan worden overgelaten. Een les die uit de ramp van Enschede kan worden getrokken, is dat de politieke aandacht moet verschuiven van het bedenken naar het handhaven van voorschriften.

De consequenties van zo’n heroriëntatie zijn aanzienlijk. Uiteindelijk gaat het om het opnieuw definiëren van de kerntaken van de overheid zelf. Het komt neer op eerherstel van de nachtwakersstaat, zoals in de negentiende eeuw de liberale rechtsstaat werd genoemd. De overheid stond als toezichthouder boven de burgers en hun organisaties, riep hen zo nodig ter verantwoording, en bemoeide zich verder niet met hun welbevinden.

Herwaardering van de nachtwakersfunctie van de overheid betekent afscheid van de interventie staat. Want handhaving van voorschriften veronderstelt in de allereerste plaats het onderscheiden van hoofd- en bijzaken. Er zijn niet te weinig regels, maar te veel. Er zijn niet te weinig instanties bij de naleving van die regels betrokken, maar te veel.

Het gevolg daarvan is dat niemand zich echt verantwoordelijk voelt, of – zoals de ambtenaren zeggen – zich beschouwt als eigenaar van het probleem.

Dit verschijnsel gaat veel verder dan brandgevaar of milieuproblematiek. De onderwijsinspectie bijvoorbeeld ziet overal op toe, maar sluit nooit een school. De Koppelingswet moet het onmogelijk maken dat illegalen gebruikmaken van gemeenschapsvoorzieningen. Maar niemand maakt zich druk over de actieve obstructie van deze wet door ambtenaren en overheidsinstanties.

Controle op de effectiviteit van de Nederlandse ontwikkelingshulp is onderwerp van interessante studies en conferenties, maar daar blijft het bij. Naleving van de voorschriften inzake arbeidsomstandigheden zou een vertienvoudiging van de arbeidsinspectie betekenen en het werk in ons land zo ongeveer stilleggen.

Niet alleen de ambtelijke instanties, maar ook de burgers gaan schouderophalend voorbij aan de veelheid van voorschriften en regels die voor hun bescherming zijn voorgeschreven. Op het negeren van brandbeveiligingsvoorschriften in scholen, cafés of studentenhuizen staan in de praktijk geen sancties.

Het eindrapport van de commissie-Oosting, dat op 28 februari aan minister De Vries van Binnenlandse Zaken zal worden gepresenteerd, zal ongetwijfeld vernietigend zijn. De Kamerleden zullen zich andermaal ‘geschokt’ en ‘verdrietig’ tonen.

Ongetwijfeld zullen de betrokken gezagdragers beterschap beloven en meer en strengere maatregelen aankondigen. Dat deden ze ook na de Culemborgse explosie. Maar belofte maakt schuld. Als die niet wordt ingelost, zal bij een volgende tegenslag de frustratie nog groter zijn en de politiek verder aan gezag inboeten.

Een risicoloze ordening van een technologisch hoogontwikkelde samenleving als de onze is niet mogelijk. Politici die menen dat rampen kunnen worden uitgebannen, houden zichzelf en de samenleving voor de gek. Een kleine kans op grote ongelukken blijft altijd bestaan, ook wanneer de papieren helemaal in orde zijn.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in de Volkskrant, op 15 januari 2001.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Volkskrant, topic: Minarchisme
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.