dinsdag, 4 februari 2003
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Prostitutie: een filosofisch overzicht


“Misschien met uitzondering van het debat over pornografie, is het prostitutiedebat binnen de feministische beweging het bitterste geweest dat we ooit hebben meegemaakt.”
– Susan Cole

Twee van de meest fundamentele vragen voor iemand die een standpunt inneemt over het wel en wee van prostitutie zijn: Wat is een prostituee?, en Wie kan voor haar spreken?

De hoer van de prostituee

Zoals vele feministen die op dit gebied actief zijn geweest, word ik soms opgebeld door journalisten die nogal voorspelbare vragen stellen: “Wat is prostitutie” of “Wie is de prostituee?”. Op mijn bureaublad ligt een lijst van vier of vijf telefoonnummers en e-mailadressen van huidige of ex-prostituees die bereid zijn om verklaringen af te leggen over hun levenswijze. Wanneer mij wordt gevraagd “Wie is de prostituee?”, dan geef ik de beller een van die telefoonnummers of e-mailadressen en voeg ik er enkele waarschuwingen aan toe die volgens mij van nut kunnen zijn. Bijvoorbeeld, als het om een callgirl gaat, dan zorg ik ervoor dat de persoon weet dat haar realiteit heel anders is dan die van een tippelaarster.

Gewoonlijk krijg ik van de interviewer een van de volgende reacties op mijn aanbod: 1) hij is sceptisch over de mogelijkheid dat een prostituee haar situatie in een juist daglicht kan plaatsen en raadpleegt daarom liever een “autoriteit”, in dit geval mij. Of: 2) hij noteert de informatie en stelt de prostituee ofwel geile vragen ofwel vragen over haar “slachtoffer zijn” en laat de meer ingewikkelde vragen voor politieke commentatoren zoals ik. Wij hebben deze aanpak al vaak gezien op TV-shows over prostitutie, waarin steevast feministen, academici, maatschappelijk werkers of politieagenten commentaar geven op “het leven” en een glimp van de realiteit laten zien via statistieken en studies. Tijdens de show leggen dan een of twee prostituees emotioneel getuigenis af of worden zij in beeld gebracht terwijl zij in een kort nauwsluitend rokje op straat lopen of provocerend tegen het passagiersraampje van een auto leunen.

Er is toch iets vreemds aan deze methode. Veronderstel dat een journalist een artikel schrijft onder de titel “Wie is de brandweerman? Wat doet hij in feite?”. Onze schrijver beslist nu dat hij geen brandweerlui, maar wel academici gaat consulteren en anderen die hierover onderzoek hebben gedaan, maar nog nooit een brand van dichtbij hebben meegemaakt. Als deze schrijver niet ernstig rekening houdt met de brandweerlui, dan is zijn onderzoek zonder meer verdraaid en onverantwoord.

En toch is de weigering om naar de stem van prostituees te luisteren die zichzelf niet als een slachtoffer beschouwen de meest courante houding van diegenen die de vraag stellen “Wie is de prostituee?”. Gewoonlijk wordt alleen aandacht geschonken aan de ontroerende verhalen van ex-prostituees die door hun ervaring schade hebben geleden.

Welke achtergrond deze methodologie ook moge hebben, één ding staat vast: de meeste onderzoekers benaderen de prostituee, zowel de callgirl als de tippelaarster, met de idee dat wie zij is, reeds een uitgemaakte zaak is. Een prostituee begrijpt per definitie niet de politieke gevolgen van haar situatie en er is een externe autoriteit nodig om die voor haar te interpreteren.

Zij begrijpt niet de implicaties van wat zij met haar eigen leven en lichaam doet. Wat mij betreft, is het tegendeel waar. Ik geloof dat zo’n vrouw veel meer af weet van prostitutie dan ikzelf. Ik denk dat een vrouw die geslagen is en door zedenpolitie gedwongen werd om seks te bedrijven, veel meer over politiemisbruiken weet dan ik. Ik denk ook dat een dure callgirl – en vooral een die ambities heeft om een bordeelhoudster te worden – een betere kijk op de sekseconomie heeft dan ik. Het enige dat ik kan toevoegen aan de talrijke en uiteenlopende portretten van wat het betekent een prostituee te zijn, is de externe kijk van een feministe en van een gewone vrouw die gekozen heeft voor een meer “respectabele” seksuele rol.

Bijgevolg laat ik het antwoord op de vraag “Wie is de prostituee” over aan de honderden prostituees met wie ik heb gesproken en gecorrespondeerd. (En ik voeg er een waarschuwing aan toe: de meeste van die antwoorden komen van de hoogste rangen van het klassensysteem dat binnen de prostitutiegemeenschap bestaat. De meeste van die callgirls zijn ook actief in organisaties zoals COYOTE – Call Off Your Old Tired Ethics, een groep die voor de rechten van de prostitutiegemeenschap ijvert – en zijn dus economisch en psychologisch sterk genoeg om politiek actief te zijn. Als dusdanig is het mogelijk dat hun opinie niet de “norm” vertegenwoordigt binnen de prostitutiegemeenschap).

In 1995 zond ik een honderdtal rapporten naar de leden van COYOTE, met tientallen vragen, om een profiel van de “militante prostituee” in Amerika te maken. Het rapport begon met twee zinnen ter inleiding: “Mijn naam is Wendy McElroy. Ik werk momenteel aan een boek ter verdediging van de rechten van de seksindustrie”.

De eerste vragenlijst die ik terugkreeg kwam uit Salt Lake City. Er was niets ingevuld, behalve een krabbel op de frontpagina: “Ik ben gestruikeld over de formulering seksindustrie. Ik hou niet van die term. Dat was voor mij genoeg”. Ik had die term in het rapport gebruikt omdat ik hem neutraal vond en courant werd gebruikt. Bovendien leek hij mij de diverse seksuele diensten te omvatten die de leden van COYOTE aanbieden. Hoewel niemand anders tegen die term bezwaren had, was de commentaar van deze vrouw het bewijs dat er zelfs geen consensus bestaat binnen een vrij homogene organisatie als COYOTE.

Priscilla Alexander bijvoorbeeld, een gewezen manager van COYOTE (hoewel nooit prostituee geweest), heeft vier jaar lang een felle campagne gevoerd binnen de Wereldgezondheidsorganisatie, tegen het gebruik van de term “commerciële seksindustrie”, die was voorgesteld door Family Health International. Zij voerde aan dat het woord “industrie” een activiteit betekent waarvoor men wordt betaald. De enige bedoeling van de toevoeging van het adjectief “commercieel” aan de term “seksindustrie” was op een bijzondere manier te verwijzen naar het aspect “te koop” van het “hoer zijn”. Men spreekt tenslotte toch ook niet van een commerciële bankbediende, een commerciële slotengraver of een commerciële chirurg. Het spreekt vanzelf dat die mensen worden betaald voor hun werk. Waarom dan de seksindustrie anders benoemen?… tenzij je dit op een verschillende manier wil behandelen dan de andere arbeidsvormen.

Interessant is dat Alexander geen gelijkaardig bezwaar heeft tegen de termen “commerciële” of “gecommercialiseerde” seks. Intussen heeft Margo St. James, de stichtster van COYOTE, verklaard dat prostituees zichzelf “ontuchtige winkeldochters” noemen.

Meestal nochtans hebben prostitutie-activisten liever het woord “hoer”. Norma Jean Almodovar, een ex-prostituee, gebruikt het woord hoer preventief. Aangezien ze weet dat dit woord tegen haar als een belediging zal worden gebruikt, beschouwt ze het als een eer en antwoordt ze “dank u” als iemand probeert haar te verpletteren.

Het hierna volgende gedicht heeft een speciale geschiedenis. Als een van de organisatoren van het Internationaal congres over prostitutie in 1997 coördineerde Norma Jean een tentoonstelling van hoerenkunst. Een van haar meest beangstigende ontmoetingen was er een met een hooglerares die beweerde dat prostituees het woord “hoer” niet mochten gebruiken om zichzelf te beschrijven. Het gedicht is geschreven om uit te leggen waarom sommige prostituees liever het woord hoer gebruiken. Tevens geeft het blijk van het emotionele leed dat vrouwen elkaar aandoen als het over prostitutie gaat.

The “Whore” Word

I am a woman…and if I get out of line, you call me a whore
And if I have a good time, you call me a whore
And if I speak my mind – you call me a whore.
You throw the word at me when I stand on my own
You use the word often to hold me down.
You ever remind me that whores are the worst –

the outcasts, pariahs, without any worth.
“You’re just a whore !” you repeat like a mantra –
Like a shot of cold water to dampen my joy.
“You’re just a whore – so what do you know?
and what do I care of whatever you think !”
“You’re a whore,” is a dagger you drive through my heart
as you pound into my psyche that name.
You equate everything that I ever thought good – with that word
which you spit out like venom – to show me how awful I am.
But I ask you, please tell me, just what is a whore?
A whore says what she thinks and she thinks for herself…
She’s independent and feisty – so what? is there more?
Why does it frighten you so to know I’ve a mind of my own
and don’t need you permission to live or to love or to be?
And what if I tell you don’t care anymore if you call me a whore…
What will you call me now?

Hoeveel semantische discussies er ook bestaan, hoeren die over politiek praten zijn het blijkbaar eens over één ding: de basisdefinitie van prostitutie is “het verlenen van seksuele gunsten in ruil voor geld of andere materiële voordelen”.

Wie spreekt voor de hoeren?

Prostitueeverenigingen zijn het eens over het antwoord op deze vraag: de hoer moet voor zichzelf spreken. Aangezien prostituees vinden dat hun stem niet wordt gehoord, dringen zij hier immers op aan. Cheryl Overs, van het Network of Sexwork Projects in het Verenigd Koninkrijk, formuleerde het als volgt:

“Het is essentieel dat prostitutiezaken worden geregeld in overleg met prostituees en dat de prostituees worden gehoord…

Het zou ondenkbaar zijn een conferentie te houden over racisme zonder de aanwezigheid van zwarten, of over arbeidsongeschiktheid zonder invaliden of over seksuele geaardheid zonder homo’s of lesbiennes”.

Dawn Passar, een ex-prostituee, woonde in september 1995 de vierde internationale vrouwenconferentie van de Verenigde Naties bij als een vertegenwoordigster van de prostituees. In haar rapport beweerde Dawn veel te hebben geleerd op de conferentie van Bejing.

“Eerst en vooral realiseerde ik me hoe weinig informatie er bestaat vanuit het standpunt van de prostituees en dat bijna iedereen in de politiek een verdediger of een onderzoeker was. Wij probeerden uit te leggen dat men de vrouwen in de seksindustrie zelf aan het woord moet laten. Wij probeerden duidelijk te maken dat hoe meer wetten tegen prostituees en prostitutie er zijn, des te meer de overheid tot misbruik kan overgaan”.

En toch vecht de gemeenschap van prostituees sinds lang met een belangrijke interne contradictie. Sommige teleurgestelde ex-hoeren getuigen tegen prostitutie via organisaties zoals WHISPER (Women Hurt in Systems of Prostitution Engaged in Revolt).

Neem nu de volgende definitie van “hoer” in een pamflet dat door WHISPER werd verspreid en vergelijk het met het gedicht van Almodovar:

Why I Became a Prostitute…
Do YOU want this job?
HELP WANTED: Women and Girls

Are you tired of mindless, low skilled, low-paying jobs?
Would you like a career with flexible hours? Working with people?
Offering a professional service?
No experience required. No high school diploma needed. No minimum age requirement. On-the-job training provided. Special opportunities for poor women – single mothers – women of color.
Women and girls applying for this position will provide the following services:
Being penetrated orally, anally, and vaginally with penises, fingers, fists, and objects, including but not limited to, bottles, brushes, dildoes, guns and/or animals;
Being bound and gagged, tied with ropes and/or chains, burned with cigarettes, or hung from beams or trees…

In plaats van de kritiek van ex-hoeren tegen prostitutie ernstig te nemen, hebben zogenaamde geëmancipeerde hoeren de neiging om op de man af deze kritiek aan te vallen. Dit geeft de indruk dat prostitueeverenigingen alleen naar prostituees willen luisteren die het rechte pad bewandelen. En dit ontkracht de eis van de geëmancipeerde hoeren om ernstig gehoord te worden.

Waarom zijn sommige voorstanders van prostitutie zo vijandig tegen ex-hoeren die dit bedrog aan het licht brengen? De vijandschap heeft op z’n minst vier oorzaken:

  1. Zulke hoeren worden beschouwd als pionnen van anti-prostitutiefeministen die hen zogezegd begeleiden door het hele land en in politieke praatprogramma’s.
  2. Zulke hoeren verwerpen vaak de mogelijkheid van een niet bedrogen en zelfbewuste prostituee. Militante hoeren doen het op dezelfde manier door de verhalen van misbruik te verwerpen.
  3. Anti-prostitutiefeministen willen prostitutie uitroeien, indien niet via wetten tegen de hoeren zelf, dan maar via wetten tegen de mensen met wie hoeren een economische overeenkomst sluiten, zoals hun klanten.
  4. Anti-prostitutiegroepen werken vaak samen met officieren van justitie, de politie en bepaalde wijkcomités, die allemaal prostituees misbruiken.

Met zulke fundamentele en emotionele verschillen is het geen wonder dat de dialoog tussen militante hoeren en ex-hoeren die de prostitutie bestrijden vaak op een partijtje kwaadsprekerij lijkt. Als daar ook nog pro- en antifeministen aan meedoen, wordt er nog meer door de modder gesleurd.

Anti-prostitutie-feminisme

“Verblind door hun eigen ervaring als vrouwen van de middenklasse, waren de feministen totaal onbekwaam om te aanvaarden dat andere vrouwen – hun eigen zusters in de arbeidersbeweging – zich voordeden als seksverkopers in plaats van als slachtoffers, en seks gebruikten voor hun eigen doelstellingen en genoegen.”
– Snitow, Stansell & Thompson

In de feministische beweging overwegen de stemmen tegen prostitutie. Prostitutie wordt meestal beschouwd als seksueel geweld tegen vrouwen, waarbij niet echt een onderscheid wordt gemaakt tussen vrijwillige en gedwongen prostitutie. De feministische beweging schetste dit onderwerp niet altijd in zulke tegenstrijdige termen. In 1973 bijvoorbeeld verdedigde het nationaal bureau van de grootste feministische organisatie, de National Organization for Women (NOW) de decriminalisering van hoeren, en dit standpunt blijft het officiële beleid van de organisatie, op papier. Maar de belangrijkste lokale afdelingen worden geleid door extreme anti-prostitutiefeministen.

Het moderne feminisme is echter overwegend tegen prostitutie. Zelfs diegenen die de afschaffing van de wetten tegen de vrouwen eisen, ijveren ook voor de strikte toepassing van wetten tegen de “mannen” (bordeelklanten, pooiers/bordeelhoudsters). Hun bedoeling is de prostitutie uit te roeien door de vraagkant van de commerciële transactie te elimineren. Zowel anti-prostitutiefeministen als ex-hoeren hebben bijvoorbeeld met de politie meegewerkt bij het runnen van scholen voor bordeelklanten: scholen waarin bordeelklanten die voor het eerst worden gearresteerd uit vrije wil lessen volgen over de verdorvenheid van hun daden, in ruil voor het niet opnemen van de beschuldigingen in hun strafregister.

Radicale feministen, die mannen en vrouwen als antagonistische klassen beschouwen met tegengestelde belangen, nemen het voortouw in de feministische aanval tegen prostitutie. Hun standpunt is duidelijk: alle prostitutie is automatisch seksueel geweld tegen vrouwen. Anti-prostitutiefeministe Andrea Dworkin verklaart dit als volgt:

“De enige denkbare analogie wat prostitutie betreft is dat het meer op groepsverkrachting lijkt dan wat dan ook… Een groepsverkrachting die wordt onderbroken door een geldtransfer. Dat is alles. Dat is het enige verschil”.

De hoer wordt onderdrukt, ongeacht of zij zelf gelooft dat ze voordeel haalt uit de uitwisseling van seks voor geld. Het argument van de feministen luidt: de prostituee kan zichzelf voorspiegelen dat zij vrij is, maar de werkelijkheid is anders. Zo’n hoer is verliefd geworden op haar eigen onderdrukking. Filosofe Laurie Shrage legt uit:

“Wegens de culturele context waarin prostitutie wordt bedreven, belichaamt en vereeuwigt zij oude en verderfelijke ideeën en waarden en daarom is zij schadelijk zowel voor de vrouw die seks verkoopt als voor alle vrouwen in onze samenleving”.

Geëmancipeerde hoeren zijn dus ofwel misleid door de mannencultuur, ofwel nog erger: zij staan aan de kant van de mannen in de seksuele onderdrukking van vrouwen omdat zij de PR van de prostitutie verzorgen. Kortom, organisaties zoals COYOTE zijn fronten voor de seksindustrie. In een officieel rapport formuleerde Janice Raymond, mede-algemeen directeur van de “Coalition against trafficking in women”, deze beschuldiging toen ze een antwoord gaf op de vraag “Wie vertegenwoordigt de prostituees?”:

“COYOTE, de bekendste pro prostitutiegroep in de VS, is eigenlijk een spreekbuis voor de seksindustrie… Hoewel COYOTE beweert een organisatie te zijn die de rechten van de prostituees verdedigt, komt zij meer op voor de rechten van de klanten en om de vrouwen in de seksindustrie te houden, dan voor de rechten van vrouwen die de prostitutie willen verlaten”.

Radicale feministen hebben de neiging om organisaties zoals COYOTE te verwerpen. Feministen kunnen moeilijk beweren dat zij een bepaalde gemeenschap vertegenwoordigen wanneer een groot segment ervan duidelijk ontkent wat de feministen beweren.

Het conflict tussen radicale feministen en geëmancipeerde hoeren is vaak tot een open oorlog uitgebarsten. Historisch gezien hebben prostituees goede redenen om verbitterd te zijn. Het internationaal comité voor de rechten van de prostituees legt uit waarom:

“In het verleden hebben vrouwenbewegingen zich verzet tegen prostitutie terwijl zij beweerden dat zij de prostituees steunden. Nochtans verwerpen prostituees steun die vereist dat zij de prostitutie verlaten; zij wensen niet te worden gebruikt als symbolen van onderdrukking en eisen te worden erkend als arbeidsters”.

Kortom, prostituees vragen respect van feministen. Geen medelijden of minachting. Maar zij vragen meer: zij wensen ernstig te worden genomen. Zij zijn tenslotte diegenen die de ervaring op het terrein hebben. Velen onder hen verzetten zich met klem tegen de karikatuur die de radicale feministen maken van de prostituee: een vernederd en ontaard slachtoffer van mannen.

In een gesprek over het boek We Are Women Like All Women, waarvan zij mede-auteur is, beweert prostituee Pieke Biermann dat feministen niet willen leren van prostituees. Radicale feministen hebben het probleem al netjes geanalyseerd en hebben het antwoord gevonden dat zij verlangen. Zij komen immers tot de enige conclusie die zij willen aanvaarden: het patriarchaal kapitalisme krijgt alle schuld. Als uitvloeisel van deze conclusie houden zij alleen rekening met studies en statistieken die hun standpunt ondersteunen. Zij hechten geloof aan de ervaringen van slachtoffers zoals Linda Lovelace en verwerpen de ervaringen van zelfbewuste prostituees zoals Norma Jean Almodovar, zoals beschreven in haar boek From Cop to Call Girl. In de plaats daarvan publiceren radicale feministen de verklaringen van organisaties zoals WHISPER.

Beide standpunten over de seksindustrie hebben waarschijnlijk enige waarde. Een ondergrondse handel die niet door de wet wordt beschermd is bijna een uitnodiging om diegenen die erin werken op te offeren. Anderzijds trekt een handel die grote winsten oogst en waarbij de arbeiders een grote controle kunnen uitoefenen, bekwame arbeiders aan die weigeren om het slachtoffer te zijn. De paradox van prostitutie is dat beide beschrijvingen er evengoed op toepasselijk zijn.

Maar om de conclusies te bereiken die zij verlangen, moeten radicale feministen slechts één kant van het verhaal geloven. Vrouwen die geen slachtoffer zijn, moeten als leugenachtig, gek of mentaal onbekwaam worden beschouwd. Natuurlijk nemen prostituees die zich geen slachtoffer voelen aanstoot aan de feministen die hen zo minachtend negeren. Op een conferentie deed een prostituee haar beklag bij feministe Susan Cole:

“Ik heb naar uw betoog geluisterd: om uw argumenten te staven maakt u gebruik van het feit dat wij in onze werkomgeving worden verkracht. U hebt zeer duidelijk gesteld dat u niet wil praten met hoeren of mensen in de seksbusiness die aan politiek doen.

De prostituee beschuldigde de radicale feministen van oneerlijkheid:

“Dit is het probleem waarmee wij voortdurend worden geconfronteerd. U gebruikt alleen de slechte verhalen om uw standpunt te staven. Laat ons nu ophouden met dat geleuter over die slachtoffers. Laat ons toch erkennen dat wij als vrouwen niet verlamd zijn in deze industrie. Wij zijn in staat om onze omgeving op een gezonde wijze te controleren.”

Radicale feministen zijn ideologisch verplicht om niet te luisteren naar prostituees die hun beroep verdedigen. En prostituees zijn zich wel bewust dat daar korte metten mee wordt gemaakt. CORP (Canadian Organization for the Rights of Prostitutes) legt uit:

…wanneer een prostituee verklaart: “Ik ga niet akkoord met de manier waarop u mijn leven interpreteert want ik voel mij niet onderdrukt of uitgebuit zoals u dat zegt”, dan zeggen [feministen] dingen zoals “Zij is te verblind door haar eigen onderdrukking om haar ervaring objectief te bekijken…”.

Volgens CORP maken radicale feministen dan de zaak nog erger:

“Zij vinden het nodig om levenservaringen van prostituees te interpreteren en gaan hen dan vertellen wat er werkelijk aan de hand is, terwijl zij niet zouden durven zich zo laatdunkend of paternalistisch uit te spreken ten aanzien van andere groepen vrouwen. Waarom is dat zo?

Wat is de onderliggende theorie van de radicale feministen die prostitutie verwerpen?

Radicale feministen beschouwen prostituees als slachtoffers van het kapitalisme die moeten worden gered, tegen hun wil indien nodig, ofwel als vijanden die “hun benen openen voor het patriarchaat”.

Twee vragen rijzen hierbij onmiddellijk:

  1. Indien prostitutie geweld tegen vrouwen betekent, waarom zou een vrouw dan voor dat beroep kiezen?
  2. Als een vrouw beslist om haar seksuele diensten te verkopen, hoe kunnen feministen dan gekant zijn tegen haar keuze om haar eigen lichaam te gebruiken naar eigen goeddunken?

Radicale feministen antwoorden op de eerste vraag op pakweg twee manieren. Beide antwoorden ontkennen dat de prostituee werkelijk haar beroep heeft gekozen.

Ten eerste: radicale feministen beweren dat vrouwen prostituee worden via een brutaal proces waarbij zij worden geschaakt en verplicht om seksuele daden te stellen. Dit is de “witte slavernij” die Gail Sheehy in haar boek Hustling beschrijft.

Geëmancipeerde hoeren antwoorden dat witte slavernij een ernstig probleem is in sommige derdewereldlanden maar dat er geen overtuigende bewijzen zijn van een gelijkaardig probleem in de VS, tenzij in geïsoleerde en individuele gevallen. Indien witte slavernij in de VS zou bestaan, dan zou deze activiteit echter geen prostitutie zijn, maar wel ontvoering, aanranding en verkrachting, waartegen reeds wetten bestaan. Prostitutie daarentegen impliceert toestemmende volwassenen die seksuele daden stellen met wederzijds voordeel. Indien witte slavernij werd uitgeroeid, dan zou prostitutie blijven bestaan.

Ten tweede: feministen beweren voorts dat het kapitalisme de keuze van vrouw beperkt tot loonslavernij, huisslavernij of seksuele slavernij. Geen van deze alternatieven, zo wordt gezegd, kunnen “keuzen” worden genoemd in de eigenlijke betekenis van het woord. Er zijn alleen regels die door een dominerend mannelijke cultuur worden gedicteerd. “Het is de onderliggende economische dwang bij prostitutie die het hoofdbezwaar van de feministen tegen prostitutie is”, aldus Alison Jaggar.

Kathleen Barry, auteur van “Female Sexual Slavery”, zegt het volgende over de aard van die “dwang”: “Seksuele slavernij bij vrouwen is aanwezig in ALLE gevallen waarbij vrouwen of meisjes

  • de rechtstreekse omstandigheden van hun bestaan niet kunnen wijzigen
  • ongeacht de manier waarop zij in deze toestand zijn terechtgekomen, er niet uit geraken
  • onderworpen worden aan seksueel geweld en uitbuiting.

Geëmancipeerde hoeren wijzen erop dat Barry’s beschrijving van seksslaven – “vrouwen of meisjes die de rechtstreekse omstandigheden van hun bestaan niet kunnen wijzigen” – iedereen omvat die rekent op een regelmatig loon, ongeacht zijn beroep. Barry’s criteria zijn zo vaag dat vrijwel alles “seksuele slavernij” kan worden genoemd.

Hoewel sommige radicale feministen, zoals Barry, pleiten voor de “decriminalisering” van prostitutie, bedoelen ze daar iets helemaal anders mee dan de geëmancipeerde hoeren. Voor deze laatsten betekent decriminalisering dat er geen wetten mogen bestaan omtrent hun recht om de diensten van hun eigen lichaam te verhandelen. Voor de radicale feministen zijn overeenkomst en instemming geen essentiële elementen van een decriminalisering. Barry maakt duidelijk dat de verklaring van een prostituee dat zij instemt irrelevant is. Wat telt, is “de mogelijkheid voor een vrouw om instellingen van sekskolonisatie vrij binnen te gaan of te verlaten, op basis van haar huidige omstandigheden en niet alleen op haar visie erop of haar wil om deel te nemen ongeacht de omstandigheden”.

Wie zal bepalen welke de “huidige omstandigheden” van een vrouw zijn? Barry antwoordt daarop: “Ik veronderstel dat wij moeten bepalen…”, zonder te definiëren wat zij onder “wij” verstaat. Dat dit niet de prostituee is, moge alvast duidelijk zijn.

Barry’s ultieme oplossing voor prostitutie is dat vrouwen een door mannen gedomineerde cultuur en wat zij het “waardeloos individualisme” noemt, overtreffen. Volgens haar heeft dit geen waarde omdat het mensen aanzet tot zelfontplooiing, zonder te definiëren wat goed of kwaad is. In de plaats daarvan pleit Barry voor waarden: geen waarden zoals vroeger, maar waarden die afkomstig zijn van nieuwe definities van wat goed en slecht is, wat mensen versterkt versus vernedert, en wat leidt tot een positieve waardering van het leven versus vernieling en ontaarding.

Een individualistische feministische verdediging van prostitutie

In plaats van “waardeloos” te zijn, geeft het individualistisch feminisme voorrang aan het recht van elke vrouw om haar eigen lichaam op een vreedzame manier naar goeddunken te gebruiken, inclusief prostitutie. Het zelfbeschikkingsrecht van een vrouw (of man) is de bron van alle andere politieke waarden.

Individualistische feministen, of i-feministen, vinden dat de meest essentiële juridische vraag omtrent prostitutie is: “heeft een vrouw het recht om haar seksuele diensten te verkopen en om haar lichaam te gebruiken naar eigen goeddunken?” I-feministen antwoorden ja. In feite verschillen de overeenkomsten waarbij prostituees hun diensten verkopen niet van die van vrouwen die op andere gebieden actief zijn. Chirurgen verkopen de vakkundigheid van hun handen; schrijvers verkopen hun tijd en talent; advocaten verkopen hun juridisch advies; prostituees verkopen seks.

De Engelse prostituee Eva Rosta formuleert het als volgt: “Wij kennen iets van economie, en iets van de sociale en seksuele aspecten, wij weten wat er gaande is; elke arbeid heeft iets met het verkopen van een deel van je lichaam te maken. Je kan je intelligentie verkopen, je rug, of je vingers om te tikken, enz”.

Rosta besluit: “Ik heb gekozen om mijn lichaam te verkopen zoals ik wil en ik verkoop dan ook mijn vagina”.

Feministen gaan er misschien wel mee akkoord dat er geen verschil bestaat tussen prostitutie en andere beroepen binnen een systeem van vrije markt. Maar zij beweren ook dat hoeren, zoals andere vrouwen, niet echt voor prostitutie kiezen in de juiste betekenis van het woord, ondanks hetgeen een overtuigend bewijs van hun toestemming zou kunnen zijn.

Het argument van economische dwang luidt als volgt:

De beperkte en negatieve keuze van alternatieven die het patriarchaat aan vrouwen in onze samenleving biedt, berooft hen van alles wat een echte keuze zou kunnen worden genoemd. Dus worden ze gedwongen.

Het zogenaamde recht om overeenkomsten te sluiten is een van de wapens die het patriarchaat gebruikt om vrouwen te onderdrukken en er kan niet zoiets bestaan als het recht om bij te dragen tot de onderdrukking van vrouwen. Carole Pateman stelt dit duidelijk in haar boek The Sexual Contract:

“Prostitutie maakt wezenlijk deel uit van het patriarchale kapitalisme. Echtgenotes worden niet langer bij openbaar opbod verkocht, maar mannen kunnen seksuele toegang tot het lichaam van vrouwen kopen op de kapitalistische markt. Het patriarchale recht is expliciet opgenomen in de vrijheid om overeenkomsten te sluiten”.

I-feministen die wijzen op het principe “het lichaam van een vrouw, het recht van een vrouw”, dragen slechts bij tot de onderdrukking van vrouwen. Pateman legt uit dat het zelfbeschikkingsrecht van een vrouw precies datgene is wat haar tot slavin maakt.

“Het onderwerp van alle overeenkomsten waarmee ik te maken heb, is een zeer speciale soort eigendom, eigendom dat individu’s worden verondersteld te bezitten in hun persoon”. En zij besluit: “het individu als eigenaar is het punt waarrond het moderne patriarchaat draait”.

Met andere woorden, het recht om overeenkomsten te sluiten en het principe “het lichaam van een vrouw, het recht van een vrouw” zijn het draaipunt van de onderdrukking van vrouwen door mannen. Als vrouwen moeten worden bevrijd, dan moeten zowel overeenkomsten als zelfbeschikkingsrecht worden ontzegd. Radicale feministen hebben zich afgekeerd van contracten en zelfbeschikkingsrecht en kiezen voor regelgeving en overheidscontrole. Het is tenslotte tot de regering dat feministen zich moeten wenden als zij de keuze om een prostituee te worden willen vernietigen. Geen ander mechanisme in de samenleving kan dit bereiken.

De houding van de radicale feministen is een aanval niet alleen op het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen maar ook op de mogelijkheid dat economische vrijheid ooit gerechtigheid brengt voor de vrouwen. De vrije markt, zo wordt beweerd, is onherstelbaar corrupt. Daarom ligt de kern van het verschil tussen hoe radicale feministen en i-feministen prostitutie beschouwen niet alleen in het debat over de verdienste van zelfbeschikkingsrecht maar ook over het vrijemarktsysteem.

I-feministen beschouwen de vrije markt als een coördinerend mechanisme dat spontaan werkt, dus zonder regering. Het brengt niet alleen vraag en aanbod in evenwicht, maar drukt ook het economisch zelfbelang uit van iedereen die eraan deelneemt. Zij zien dus een systeem waarin mensen kopen wanneer de prijs goed is en verkopen om een gelijkaardige reden.

Radicale feministen zien in hetzelfde economisch landschap een systeem van onderdrukking van klassen en geslachten. De markt is een uitdrukking van de blanke mannelijke cultuur en moet worden vernietigd. Voor radicale feministen kan de vrije markt niet worden “gecorrigeerd” om aan vrouwen rechtvaardigheid te bieden. Om te beginnen zal de onderdrukkende klasse, de blanke mannen dus, dit niet laten gebeuren. Rechtvaardigheid voor vrouwen moet aan de mannen worden ontfutseld en de vrije markt moet worden vernietigd.

In de jaren 60 en 70, toen het radicale feminisme opkwam, werd een politieke uitdrukking steeds populairder: “institutionele discriminatie”. Deze term verwees naar institutionele regelingen die bepaalde bevolkingsklassen uitsloot of verhinderde om deel te nemen aan de verdeling van de macht. Hij weerspiegelde tevens een verschuiving van de traditioneel Amerikaanse klemtoon op individuele rechten en verantwoordelijkheden naar een analyse van de klassen en een veroordeling van patriarchale instellingen omdat zij onder meer armoede en seksueel misbruik veroorzaakten. Feministen gebruikten de idee van institutionele analyse als verklaring voor alles, van de inkomenskloof tot geweld thuis, van kindermisbruik tot prostitutie.

In de institutionele analyse van de radicale feministen gingen de keuzen van individuen – hun rechten en verantwoordelijkheden – niet louter verloren maar werden ze expliciet ontkend. Dus zijn de twee systemen van analyse waarvan radicale feministen en i-feministen gebruik maken zo verschillend dat men het zelfs niet eens is over de basisbeginselen.

Neem bijvoorbeeld het kernbegrip rechtvaardigheid. Wat is rechtvaardigheid? Hoe wordt zij bereikt? Het rechtvaardigheidsbegrip van radicale feministen staat lijnrecht tegenover dat van de individualistische feministen.

Voor individualisten moet de vrije keuze van iedereen worden gerespecteerd. Dus is hun kijk op rechtvaardigheid gericht op de middelen. Met andere woorden, individualistische feministen beweren dat elke geweldloze en vrijwillige sociale toestand ook rechtvaardig is.

Rechtvaardigheid is niet een kwestie van een bepaald einddoel te bereiken, zoals gelijkheid of niet-discriminatie. Rechtvaardigheid is een proces dat het zelfbeschikkingsrecht van elke persoon in de gemeenschap rechtvaardigt. Als geen rechten worden geschonden, is rechtvaardigheid bereikt. Dus is er niets onrechtvaardig of dwangmatig aan prostitutie als een vrouw vrij beslist om seks te verkopen.

Voor de radicale feministen daarentegen is rechtvaardigheid doelgericht. Het doel is sociale, politieke en economische gelijkheid voor vrouwen. En nagenoeg elk middel, inclusief het gebruik van de wet en het gezag om zienswijzen en vreedzame gedragingen te beïnvloeden, is gerechtvaardigd zolang het maar hun versie van rechtvaardigheid tot gevolg heeft.

Feministe Catharine MacKinnon schrijft in Feminism Unmodified: “In deze analyse zijn zowel marxisme als feminisme theorieën over macht en over de ongelijke verdeling ervan”.

Iedereen die voorstander is van een overheidsregulering van de vrije markt – en daarmee wordt het recht van iedereen om overeenkomsten te sluiten bedoeld – moet een antwoord geven op een fundamentele vraag: ziet u een verschil tussen iemand die bijvoorbeeld aan een vrouw geld biedt in ruil voor seks en iemand die een wapen tegen haar hoofd duwt om hetzelfde te eisen? Ziet u een fundamenteel verschil tussen een vrijwillige en een gedwongen uitwisseling?

En zo ja, wat is te verkiezen?

I-feministen pleiten voor zelfbeschikkingsrecht, met inbegrip van het recht om vrij overeenkomsten te sluiten, zelfs als het contract door velen als immoreel of onderdrukkend wordt beschouwd. Elke vrouw heeft het recht om een keuze te maken die anderen afkeuren. I-feministen houden vol dat elke vrijwillige ruil eerlijker is dan een gedwongen ruil. Dus, de onrechtvaardigheid van de huidige status van prostitutie is dat vrouwen niet voor zichzelf mogen beslissen zonder wetten die hun keuze beperken.

Conclusie

De vrijheid van vrouwen is een naadloos web van thema’s die voortspruiten uit één centraal principe: “het lichaam van een vrouw, het recht van een vrouw”. Radicale feministen schijnen dit beginsel te aanvaarden wanneer zij het hebben over bijvoorbeeld verkrachting, waarbij zij de klemtoon leggen op de regel “neen betekent neen”. Als radicale feministen zich willen verzetten tegen verkrachting, waarbij een vrouw wordt gegrepen zonder haar toestemming, dan moeten zij prostitutie verdedigen, waarbij een vrouw zichzelf aanbiedt met volle toestemming. Indien “neen betekent neen” wordt aangenomen, dan geldt ook “ja betekent ja”. Radicale feministen moeten het recht van vrouwen om overeenkomsten te sluiten ernstig nemen.

Prostituees zijn de natuurlijke bondgenoten van feministen die verlangen dat vrouwen baas zijn over hun eigen lichaam. Radicale feministen mogen hen niet als vijanden beschouwen.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Wendy McElroy, topic: Eigendomsrechten
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Leonne Zeegers schreef op : 1

    Zijn Meesteressen die SM verkopen en hun eigen lichaam absoluut niet beschikbaar willen stellen Juridisch toch prostituee’s?
    Wij willen alleen mannen aan ons onderwerpen
    Vinden allemaal dat we eigenlijk 180o het tegenovergestelde doen,inplaats van ons lichaam beschikbaar stellen gebruiken wij de mannen,terwijl de gemeente het standpunt inneemt dat we ons prostitueren.
    Hierdoor word ik nu gezien als bordeelhoudster in mijn eigen huis.
    Nergens kan ik jurisprudentie vinden, en ik lijk overgeleverd te zijn aan de willekeur van een bestuursrechter.
    Graag een reactie
    vr gr Leonne http://www.sm-paradise.nl

  2. Leonne Zeegers schreef op : 2

    Zijn Meesteressen die SM verkopen en hun eigen lichaam absoluut niet beschikbaar willen stellen Juridisch toch prostituee’s?
    Wij willen alleen mannen aan ons onderwerpen
    Vinden allemaal dat we eigenlijk 180o het tegenovergestelde doen,inplaats van ons lichaam beschikbaar stellen gebruiken wij de mannen,terwijl de gemeente het standpunt inneemt dat we ons prostitueren.
    Hierdoor word ik nu gezien als bordeelhoudster in mijn eigen huis.
    Nergens kan ik jurisprudentie vinden, en ik lijk overgeleverd te zijn aan de willekeur van een bestuursrechter.
    Graag een reactie
    vr gr Leonne http://www.sm-paradise.nl

  3. dewanand schreef op : 3

    hallo leonne,
    hier een reactie van mij.
    de plaats van de seksuele handeling en de seksuele transactie is je eigen huis en dat is in strijd met het bestemmingsplan van je huis geloof ik.

    het bedrijfsmatig runnen van je eigen huis als bordeel is verboden volgens het bestemmingsplan van de gemeenten en daarom overtreedt jij een gemeentelijke wet.

    zo zit het volgens mij in elkaar.

    dewanand
    http://www.dewanand.nl

  4. vink schreef op : 4

    Hulde aan uw analyse waarin u bijna iedereen aan bod laat komen.
    Gesproken wordt vooral over de exploitatie van vrouwen door mannen.
    Niet aan bod komen de mannen die verliefd worden, sexverslaafd raken en totaal bankroet gaan, financieel en emotioneel. Ik vraag me dan in alle ernst af wie er uitgebuit worden? Verder ben ik het met de stelling eens. Als je ja zegt tegen zelfbeschikking heb je recht op je geluk maar ook recht op je ongeluk! Het enige wat je over prostitutie kunt zeggen dat het tegennatuurlijk is. Op een wildvreemde man gaan zitten waar je je niet toe aangetrokken voelt is wat bizar! Naast eten en drinken is sex het volgende waar een man, bij gebrek aan, geld aan uit mag geven.