maandag, 8 december 2003
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Vreemdelingenstemrecht of de ondergang van het liberale burgerbegrip


In een aflevering van ‘Liberales’ pleit Matthias Declercq, voorzitter van het Gentse LVSV, voor het vreemdelingenstemrecht dat hij, volkomen incorrect trouwens, migrantenstemrecht noemt. Hij bevindt zich hiermede in het goede gezelschap van links en extreem-links, de enige fracties in Vlaanderen die voor vreemdelingenstemrecht pleiten. Zoals Liberales-voorzitter Dirk Verhofstadt roept Declercq hierbij het principe in van ‘No Taxation without representation’ als argument in. De vreemdelingen die hier wonen en werken betalen belastingen aan de Belgische staat. Zij hebben bijgevolg het recht via de uitoefening van het stemrecht en stemplicht mee te beslissen over de besteding van ‘hun’ belastingen. Het inroepen van dit mooie klassiek-liberale principe voor deze Waals-linkse strategische zet slaat echter nergens op en ruikt naar intellectueel misbruik.

Het principe van ‘No taxation without representation’ gaat historisch terug op de Amerikaanse revolutie. De burgers van de 13 Amerikaanse koloniën waren niet vertegenwoordigd in het Britse parlement. Om de uitgaven ondermeer van de Indiaanse oorlogen te financieren hief het Britse Parlement een aantal indirecte belastingen op bepaalde goederen, verhandeld in de Amerikaanse koloniën. De kolonisten, ondermeer geleid door de libertariër Patrick Henry, betwistten de legitimiteit van deze belastingen met de slogan ‘No Tax without Consent’.

In de eerste plaats moet opgemerkt worden dat de vergelijking van de historische kontekst van dit principe met de huidige situatie van de niet – Europese vreemdelingen in ons land helemaal niet opgaat. Het Britse Parlement legde eenzijdig een belastingsmaatregel aan de totale bevolking van een territorium, zonder dat deze bevolking vertegenwoordigd was in dit Parlement. Voor de Amerikaanse kolonisten stond, behoudens vertrek uit Amerika en ‘remigratie’ naar Engeland geen enkel middel open om inspraak te krijgen in hun belastingen.Stel bijvoorbeeld dat een Vlaamse meerderheid in het Parlement zou beslissen de Waalse minderheid van elk stemrecht in federale materies te beroven, zodat een Waal alleen stemrecht zou kunnen krijgen door naar Vlaanderen te komen wonen. Terecht zouden de Walen zich kunnen beroepen op het principe van ‘No taxation without representation’. De situatie van de niet-Europese vreemdelingen in ons land is hiermee totaal onvergelijkbaar.Zij zijn als bevolkingsgroep niet uitgesloten van het stemrecht. Dank zij de overigens uiterst lakse Belgische wetgeving inzake nationaliteitsverwerving kunnen zij hier voor een prikje de Belgische nationaliteit verwerven en volledig stemrecht verwerven. Omdat de verwerving van de Belgische nationaliteitsverwerving zo gemakkelijk is, kan men terecht spreken, zoals senator Coveliers, van vreemdelingen die de Belgische nationaliteit weigeren.

Het principe van ‘No taxation without representation’ kan men trouwens niet in letterlijke zin toepassen. Stel dat een groepje Japanse toeristen toevallig Gent bezoekt op de dag van de gemeenteraadsverkiezingen. Zij kopen bij hun bezoek filmpjes voor hun camera, Manneke- Pis- kurkentrekkers als souvenir en pralines als lekkernij. Daarop betalen zij BTW. Ook zij zouden kunnen eisen, op grond van een letterlijke interpretatie van ‘No taxation without representation’ dat zij mogen meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen die toevallig op die dag gehouden worden. Kortom voor de toepassing van dit principe zal er steeds een grens moeten getrokken worden tussen belastingsbetalers die wel mogen stemmen en belastingsbetalers die niet mogen stemmen. Waarom zou men deze grens niet leggen bij de inwoners die door hun bereidheid onze nationaliteit aan te nemen uitdrukkelijk hebben aangetoond bij onze politieke gemeenschap te willen behoren ? Kortom, aan het beginsel van ‘No taxation without representation’ moeten hoe dan ook toepassingsmodaliteiten verbonden worden. De toepassingsmodaliteit van de nationaliteit als criterium is zeker niet in strijd met dit principe op voorwaarde dat de nationaliteit soepel kan verworven worden, hetgeen zeker het geval is in België.

Er is een Engels spreekwoord dat zegt ‘You cannot have the cake and eat it’. Dit is nochtans wat Matthias Declercq en Dirk Verhofstadt pogen te doen. Het principe van ‘No taxation without representation’ heeft immers een logische keerzijde, nl. ’No representation without taxation’. Mensen die geen belastingen betalen zouden bijgevolg ook geen stemrecht mogen hebben. Als Dirk Verhofstadt en Matthias Declercq een beetje consequentie in hun pen zouden hebben moeten ze bijgevolg ook verdedigen dat ambtenaren, gepensioneerden, leefloners, werklozen, geen stemrecht zouden mogen hebben. Dit zijn immers categorieën van belastingsconsumenten wier inkomen afkomstig is van de fiscale extractie van de werknemers, werkgevers en zelfstandigen uit de privé-sector.Door het feit dat de ‘krijgers’ mogen meebeslissen over de portemonnee van de ‘gevers’ wordt uiteraard het gehele debat over de herverdeling scheefgetrokken. Dirk Verhofstadt, die als linkse liberaal standpunten huldigt die dicht staan bij het moderne socialisme, zal zich wel hoeden om dergelijke radicale standpunten te verkondigen. Door het principe wel in één richting te huldigen, maar niet in de andere richting, wekt hij een opportunistische indruk. ‘No taxation without representation’ inroepen ten voordele van het vreemdelingenstemrecht klinkt goed bij de linkerzijde, die voor het overige een afschuw heeft van dit liberale principe. Door te zwijgen over het logische verlengstuk ervan, ‘No representation without taxation’, vermijdt hij de banvloek die de linkse kompanen vast en zeker over hem zouden uitspreken.

Het vreemdelingenstemrecht is dus zeker geen toepassing van het liberale principe ‘No taxation without representation’. Het is wel een van de meest grove inbreuken op de burgerlijke filosofie van de liberale natiestaat zoals deze zich sinds de Franse revolutie heeft ontwikkeld. De Franse revolutie heeft vele excessen gekend en heeft ook de grondslag gelegd van regelrecht anti-liberale denkstromingen ( socialisme en nationalisme). De filosofie van het burgerschap mogen we echter tot de pluspunten van de Franse revolutie rekenen. Deze filosofie houdt in dat individuen zich voor bepaalde onderwerpen, nl. diegene tot het algemeen belang kunnen gerekend worden, en op gezette tijden, bv. bij verkiezingen, hun familiale, kerkelijke, professionele en culturele aanhorigheden, eventjes opzij zetten en zich de vraag stellen wat goed is voor alle burgers van de natie gezamenlijk.

Daarvoor moeten de burgers een zekere stabiele band hebben met de waarden en tradities van de ‘res publica’ zodat zij zich bij het uitoefenen van hun politieke rechten niet uitsluitend laten leiden door groepsbelangen, religieuze belangen, familiale en tribale banden, enz. Een persoon moet wat ‘ingeburgerd’ zijn in de politieke gemeenschap vooraleer zij van de politieke rechten ervan kan genieten. Stel u eens voor dat België stemrecht verleent aan alle Hindoes, waar ter wereld ze zich ook bevinden. Het is hoogst waarschijnlijk dat de Hindoes, die in Indië wonen, maar in de Belgische verkiezingen mogen meestemmen, niet vanuit ‘republikeins’ standpunt zullen stemmen, maar hun stemrecht zullen gebruiken ten voordele van hun eigen gemeenschap, die buiten België leeft.

De ‘inburgerings’-voorwaarde voor het uitoefenen van de politieke rechten wordt traditioneel juridisch vertolkt in het begrip nationaliteit. Een persoon die een voldoende stevige band heeft met de politieke gemeenschap en van wie men bijgevolg enige ‘republikeinse’ reflex verwacht, is een volwaardig lid van de natie en verdient de nationaliteit. Dit betekent niet dat de voorwaarden van de nationaliteitsverwerving onveranderlijk zouden zijn en niet aan nieuwe evoluties mogen aangepast worden. In de 19° eeuw ging men vooral uit van het ‘ius sanguinis’, d.w.z. nationaliteit werd overgedragen via de generaties. De enige uitzondering hierop was de naturalisatie, waarbij het parlement, als vertegenwoordiger van de burgerij, verdienstelijke vreemdelingen tot burgers kon coöpteren. Dergelijke strikte voorwaarden van nationaliteitsverwerving zijn in onze globaliserende wereld niet meer houdbaar. De toegenomen mobiliteit en emigratie vereist dat men de voorwaarden van de nationaliteit versoepelt en ook toelaat dat vreemdelingen die zich hier ‘ingeburgerd’ hebben de nationaliteit via algemeen-objectieve voorwaarden verwerven (dus niet alleen via ad hoc-beslissingen zoals bij naturalisatie). Een goede nationaliteitswetgeving komt erop neer dat alle personen, die zodanig zijn ingeburgerd dat men van hen enige republikeinse reflex mag verwachten, meteen ook de nationaliteit kunnen verwerven.

Het zou bijvoorbeeld perfect in de burgerlijk-liberale logica passen indien men zou aanvoeren dat alle vreemdelingen die hier vijf jaar wonen, zich hier laten registreren en een aanhankelijkheidsverklaring aan de grondwet ondertekenen( zie het MR-voorstel terzake), geacht worden voldoende te zijn ingeburgerd en dus de nationaliteit kunnen verwerven. Dit argument behoeft alleen nog een feitelijke ondersteuning maar past voor de rest in de republikeinse logica.

De Waalse en linkse fracties, gesecondeerd door Liberales en LVSV-Gent, argumenteren echter anders. Zij vinden het voorbehouden van politieke rechten voor personen met de Belgische nationaliteit ‘een discriminatie’. Kortom, zij vinden het gewoonweg niet nodig dat personen zijn ingeburgerd om inspraak te hebben.Dit standpunt past zeker in de linkse logica. Voor links is de filosofie van het burgerschap een ‘fetisj’ een ‘abstractie’. Voor hen is de politiek een bestendig conflictveld waarin de sociologische groepen, die zij vertegenwoordigen, ernaar moeten streven een absolute macht te verwerven in het staatsapparaat. Vroeger waren dit de industrie-arbeiders. Nu gaat het om een panoplie van groepen zoals ook de steuntrekkers, de ambtenaren en de intellectuelen ( de theoretici, zoals Martin Devlieghere ze noemt). De nationaliteitswetgeving is in hun ogen een strategisch instrument in dit streven naar absolute machtsverwerving. De linkse partijen rekenen erop dat het vreemdelingenstemrecht hun geen electorale windeieren zal leggen. De Franstalige partijen rekenen erop dat het vreemdelingenstemrecht de Vlaamse positie in Brussel nog verder zal verzwakken.

Het strategisch manipuleren van de voorwaarden voor het uitoefenen van stemrecht staat echter haaks op de liberale filosofie en moet op lange termijn leiden naar de ontmanteling van de liberale rechtstaat.Wat staat immers in de toekomst een rechts-conservatieve meerderheid in de weg om stemrecht te verlenen aan een paar miljoen Baptisten in de Verenigde Staten om zo de verkiezingen te blijven winnen. Wat staat in de toekomst een linkse meerderheid in de weg de leden van de Cubaanse communistische partij stemrecht in België te verlenen ten einde hier een volksdemocratie in te voeren. Wat staat in de toekomst de liberalen in de weg aan duizenden jonge Chinese ondernemers en kapitalisten hier stemrecht te verlenen ten einde België wat meer te liberaliseren. Het opblazen van de filosofie van het liberale burgerschap, waarin inburgering, minimale republikeinse reflex, nationaliteit en uitoefening van politieke rechten onlosmakelijk gelinkt zijn, zet de deur open naar de totalitaire staat. Immers, ooit moet er een politieke coalitie in slagen de wetten inzake stemrecht zo te manipuleren, dat hun macht niet meer door verkiezingsnederlagen bedreigd kan worden. Ik hoop dat Dirk Verhofstadt en Matthias Declercq dan tot deze coalitie behoren. Anders zouden zij zich hun standpunt wel eens kunnen beklagen.

Dit artikel verscheen eerder op de website van Nova Civitas.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Boudewijn Bouckaert, topic: Democratie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Addie schreef op : 1

    No representation without taxation, een prima stelling, waarbij bedacht moet worden, dat lieden, die de een of andere uitkering genieten, per definitie niets betalen, of het moet de BTW zijn, op goederen die ze kopen, de premies waaraan ze het recht op diezelfde uitkering ontlenen, wordt uiteindelijk ook alleen maar afgetrokken van het, door de werkenden opgehoeste bedrag; ze betalen dus niets!!

  2. fist schreef op : 2

    Blijkbaar mist de auteur enige Belgische “aanhankelijkheid”, mag hij er dan ook niet meer stemmen ?

  3. Arjen De Neve schreef op : 3

    De kritiek van professor Bouckaert op de zogenaamd links-liberalen houdt geen steek. Hij begint al fout door het adagium historisch te plaatsen in de Amerikaanse onafhanke-lijkheidsoorlog, terwijl het begrip is geïntroduceerd in een van de vroegste constitutionele teksten: de Magna Charta van 1215. Natuurlijk kan ook met het in dìe historische context geformuleerde principe geen volkomen vergelijking worden getrokken. Er wordt terecht op gewezen dat het toen ging om een cijnskiesstelsel dat eigenlijk erg ondemocratisch is. Hoewel, zouden niet veel libertaristen vandaag hun stemrecht willen verzaken als zij zich daardoor zouden mogen onttrekken aan het hele systeem van herverdelingstaxatie? De vrije keuze van rechtsonderhorigheid volgens Hayek!
    Het principe kan evenmin geldig bestreden worden met de krankzinnige omkering die Bouckaert voorstelt. De professor is zelf ambtenaar en betaalt in die hoedanigheid belas-tingen. Het is fout hem omwille daarvan het etiket van ‘krijger’ op te kleven. Kan hij het helpen dat datgene waarin hij erg goed is, lesgeven, door de staat quasi gemonopoliseerd is? En afgezien van de vraag of de hoogte van zijn wedde de toets van efficiënte markt zou kunnen doorstaan, de professor doet wel iets in ruil voor zijn bezoldiging.
    Maar zelfs de gepensioneerde, de leefloner, de werkloze, zelfs de klaploper en de sociale profiteur,… ieder van hen verdient het stemrecht omwille van hun ‘onderworpenheid’ aan belastingen. Vergelijk met het fiscaalrechtelijk principe dat abnormale voordelen toe-gekend door een vennootschap voor haar belastbaar zijn, tenzij die voordelen belastbaar zijn bij de verkrijger, d.w.z. ‘in aanmerking komen voor het bepalen van de belastbare inkomsten van de verkrijger’. ‘Belastbaar’ staat niet dus gelijk met ‘belast’. De verkrijger kan compensabele verliezen hebben of genieten van de een of andere vrijstelling. Zo ook hoort onderworpenheid aan Belgische belasting een noodzakelijke maar voldoende voorwaarde te zijn voor het toekennen van stemrecht.
    Hiermee wordt Bouckaerts argument van de toevallige toerist meteen ook doorprikt. Onderworpenheid aan belastingen hangt samen met rijksinwonerschap, een kenmerk dat men niet zonder zichzelf grandioos belachelijk te maken aan Japanse toeristen, Ameri-kaanse Baptisten of Cubaanse communisten kan toedichten.
    Maar het meest nog van al moeten wij de lofzang van Bouckaert over de liberale natie-staat verwerpen. Terecht noemt hij het nationalisme een anti-liberale denkrichting, maar hij durft daarvan zelf niet de logische consequentie te trekken – een gebrek dat hij overi-gens anderen verwijt. Wat Bouckaert de juridische vertolking van de inburgeringsvoor-waarde noemt is nog min nog meer een loutere factor van discriminatie. En even over-bodig als het (juridische) geslacht, de burgerlijke staat, het doopsel of het ras (zoals bijv. vermeld op Amerikaanse paspoorten!). Wij moeten ons tegen de natie-ideologieën ver-zetten omdat het “wij” en “zij” onderscheid de voornaamste oorzaak is van agressie en oorlog.
    Daarmee hoeft niet gezegd zijn dat we zonder meer onze grenzen moeten opengooien. In een perfecte libertarische wereld zou hiertegen wellicht geen bezwaar zijn. Maar in de huidige stand van geopolitieke ontwikkeling is het nu eenmaal zo dat één enkel land niet de lasten van de hele wereld kan dragen. Louter economische gedreven migratie kan niet ongelimiteerd zijn. Bovendien moet inburgering – wat is in godsnaam de inhoud van dat woord? – niet een voorwaarde zijn van nationaliteit maar van rijksinwonerschap. Wie zich niet als goed burger wil gedragen of gedraagt hoort niet te worden toegelaten of moet worden weggestuurd. Eenzelfde lijn kan natuurlijk niet worden aangehouden ten aanzien van zij die het rijksinwonerschap hebben verworven door een voldoende lange tijd goed burgerschap te hebben getoond.
    Op één punt volg ik de professor wel: het stemrecht mag niet ijdel worden bejegend. Maar daarom hoeft hij nog niet zo te fulmineren tegen alles wat links is. Ook rechts heeft geen patent op correctheid, rechtschapenheid of waarheid. Of stoort u zich niet aan het gemak waarmee liberaal België haar eigen grondbeginselen verkoopt voor een beetje macht?