vrijdag, 18 maart 2005
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Hoe heter hoe beter


Ook de hete zomer heeft niet het definitieve bewijs geleverd dat de aarde aan het opwarmen is (er zijn nog plenty wetenschappers die eerder een nieuwe ijstijd zien aankomen) maar stel nu eens dat de aarde in de komende decennia echt een paar graden warmer wordt… zou dat erg zijn? Nee zegt de Amerikaanse onderzoeker dr. Thomas Gale Moore van de Stanford Universiteit. Volgens hem is er alle reden om een eventuele opwarming met vreugde tegemoet te zien – een warmere wereld is gezonder, rijker, prettiger. En zelfs groener, als we tenminste voldoende CO2 in de lucht blijven lozen.

Dream_beach.jpgLangs de kust van Groenland vaart op dit ogenblik een luxe zeiljacht (16 meter) met aan boord drie Nederlandse milieuactivisten en een cameracrew. Jeroen, Stef en Ewald van de organisatie Fairnature, een soort Greenpeace-kloon, proberen zo aandacht te krijgen voor het wegsmelten van de ijskappen op de polen. De ijsbeer krijgt daardoor steeds minder ruimte (Aan de Noordpool wel te verstaan, op de Zuidpool komt dit onplezierig creatuur niet voor) en ook de Inuit (zoals de Eskimo’s zich liever laten noemen) zouden steeds meer problemen krijgen. Op de stations in Nederland wordt via billboards verslag gedaan van deze campagne.

Jeroen, Stef en Ewald zijn niet de eersten die als gevolg van een klimaatsverandering naar Groenland varen, zo maakt Thomas Gale Moore duidelijk in zijn boek Climate of Fear. Ruwweg duizend jaar terug, in 930, deden de Noormannen precies hetzelfde. Ze koloniseerden het blijkbaar groene land en verbouwden er maïs en graan en vonden er rendieren en ‘gewone’ beren. Ze konden hun doden in de grond begraven, op plekken waar dat volgens Moore vandaag de dag – ondanks de warme negentiger jaren – nog steeds niet mogelijk is.

De wereld was in de middeleeuwen enkele graden warmer dan nu. Als gevolg daarvan kon in Europa meer voedsel verbouwd worden, en dat had weer tot gevolg dat de bevolking fors toenam, veel meer dan in de koude eeuwen daarvoor. Het stimuleerde de Noormannen om wereldwijd op ontdekkingsreis te gaan, door het mooie weer was de ‘stormzone’ voldoende naar het noorden opgeschoven om dergelijke gewaagde tochten te ondernemen.
De kathedralen in West Europa werden in deze periode gebouwd, volgens Moore een ander bewijs van de gunstige invloed van het klimaat. Ook in andere fasen van de geschiedenis ziet Moore steeds een samengaan van temperatuursverhoging met een bloei van de menselijke cultuur. Het was niet allemaal koek en ei: bij stijging van de temperatuur stijgt de zeespiegel en kunnen laaggelegen gebieden onderlopen. Niettemin concludeert Moore dat het eindsaldo van deze periode positief was: bevolkingsgroei, rijkdom, vooruitgang.

Maar het werd kouder. Rond plm 1300 brak de Kleine IJstijd aan. Op Groenland werd leven onmogelijk, de rendieren moesten plaats maken voor ijsberen en Jeroen, Stef en Ewald waren er nog niet. Ook in West Europa werd het een stuk kouder met navenante gevolgen en deze Kleine IJstijd is nog steeds niet helemaal afgelopen in de zin dat de huidige temperaturen nog steeds niet op het comfortabele niveau van de middeleeuwen zijn.

Er bestaat niet zoiets als een stabiel klimaat. Sinds honderden miljoenen jaren verandert het klimaat op deze planeet voortdurend, en in 99,999% van de gevallen heeft de mens daar niets mee te maken. Dat die menselijke invloed nu wel te meten is, zegt vooral iets over de vooruitgang van de meettechniek, het oude grapje van de muis en de olifant die over een bruggetje lopen en waarbij de muis zegt:’wat stampen we lekker hé’ geeft de verhouding tussen mens en natuur nog het beste weer. Het is onduidelijk waarom Jeroen Stef en Ewald het zo verschrikkelijk vinden dat de ijsbeer een stapje terug moet doen, waarschijnlijk komen er rendieren voor in de plaats. Zijn die minder waard? Of zien ze de natuur als een museum waar niets mag veranderen?

Als je in de broeikasdiscussie tegenwerpt dat een warmer klimaat toch ook aangenamer kan zijn wordt meewarig gekeken alsof je je met trivialiteiten bezig houdt. In zijn boek maakt Moore echter duidelijk dat het hier helemaal niet om trivialiteiten gaat. Wie kijkt naar de massale volksbewegingen iedere zomer richting het zuiden wordt duidelijk dat de noordelijke volkeren snakken naar een beetje warmte. Gepensioneerden overwinteren in Spanje, niet in Lapland. Een uitbreiding van de warmere gebieden betekent dan een enorme besparing op dat soort kosten en maakt het leven aangenamer voor mensen die zich zo’n vakantie/zonnepensioen niet kunnen veroorloven.

Maar wellicht belangrijker zijn de effecten op de gezondheid. Allerwegen wordt gevreesd dat de opwarming van de aarde gepaard zal gaan met toename van ziektes die door insecten worden overgebracht, zoals bijvoorbeeld malaria en dengue koorts. Maar een ziekte als malaria is helemaal niet afhankelijk van warmte, het is nog maar enkele decennia terug dat malaria uitgebreid voorkwam in onze eigen contreien (en andere gematigde klimaatzones) . Dat wij hier geen malaria meer hebben en een land als Maleisië nog wel heeft veel meer te maken met een goede bestrijding van de malariamug en die is weer van welvaart afhankelijk. De enige reden die Moore kan bedenken waarom malaria in onze streken terug zou kunnen keren is de druk die de milieubeweging in de VS evenals in Nederland uitoefent om her en der weer moerassen aan te leggen, want daar komen muggen graag.
Dengue koorts zou wel met warmte samenhangen, maar in zijn boek laat Moore zien hoe de Mexicaanse stad Reynosa enige tijd terug duizenden gevallen telde van deze ziekte terwijl de daar vlakbij gelegen, net zo hete Texaanse stad Hidalgo slechts enkele gevallen kende. Ergo: dit soort ziektes hangt samen met welvaart en hygiëne, niet met temperatuur.

In een hittegolf sterven extra mensen, dat hebben recente berichten uit Frankrijk over 10.000 extra doden wel bewezen. De Franse cijfers zijn wel heel erg hoog in vergelijking met andere landen, maar in deze context is dit sowieso niet zo belangrijk omdat de opwarming van de aarde zich naar verrwachting niet zal manifesteren via hittegolven, maar vooral via warmere winters. En de winter is volgens Moore een dubbel zo grote killer als de zomer. Netteo, zo verwacht Moore, zal een warmer klimaat (ook door een vermindering van het aantal zware stormen die levens eisen e.d.) levens redden, hij schat zo’n 40.000 per jaar in de VS alleen. Hij vindt daarvoor ook historisch bewijs: in eerdere warme periodes op aarde leefden de mensen ook langer.

Ook economisch gaat het in warmere periodes beter, uiteraard niet in alle sectoren, maar als Moore de verlies en winstrekening opmaakt komt hij tot een batig saldo van jaarlijks 100 miljard dollar voor de VS. Tegen die achtergrond wordt het opeens duidelijker waarom Bush niet zo’n zin had het Kyotoverdrag – dat alleen maar enorme kosten met zich meebrengt – uit te voeren.

Moores boek dateert uit 1998, maar het heeft niet aan actualiteit ingeboet, vooral niet omdat het IPCC, het internationale orgaan dat geacht wordt het broeikaseffect te onderzoeken hem volledig negeert. Moore’s curriculum vitae staat op zijn website aan de Stanford universiteit en dat kun je aardig samenvatten door te zeggen dat het niet gebruikelijk is om hem te negeren. Het IPCC heeft er blijkbaar voor gekozen zijn sombere voorspellingen niet te ‘vervuilen’ met optimische visies, hoe goed gedocumenteerd die ook zijn.

Van andere kanten heeft Moore overigens wel steun gekregen. Hij wijst op een Engelse overheidsstudie die opgezet was om te bezien wat het uitzonderlijk warme jaar 1995 voor gezondheidsgevolgen had voor Engeland en Wales. De conclusie was dat er dat jaar 17.500 minder mensen gestorven waren. Een stijging van 3% Celsius zou (op jaarbasis) de sterfte met 3% doen dalen.

Aan de universiteit van Illinois werd gevonden dat de warme winter van 2001/2002 een belangrijke factor was in het voorkomen dat de economie van de Verenigde Staten in een nog diepere depressie belandde. In de ski-resorts, in de productie van winterkleding en de productie van sneeuwschuiven en dergelijke werd weliswaar een verlies geleden van ongeveer een half miljard, maar daar tegenover stond een winst van 21 miljard dollar. Die werd gerealiseerd via uitgespaarde verwarmingskosten, minder kosten bij de sneeuwbestrijding en het doorwerken in de bouw. Vooral de huizenbouw maakte een boom door. Er was maar één zware storm die schade veroorzaakte, en veel minder overstromingen als gevolg van het smelten van de sneeuw. Er waren minder vertragingen bij het vervoer, de snelwegen behoefden minder onderhoud enzovoort.

En de natuur dan? Gaat het weer alleen om de centen? Sterven er geen dier- of plantensoorten uit? Waarschijnlijk wel enkele zegt Moore, maar zo bijzonder is dat uitsterven niet, 99% van alle soorten die er ooit op aarde waren zijn uitgestorven. Maar het zal meevallen zo meent hij want de aarde als geheel is steeds groener aan het worden en zal daarom juist meer ruimte bieden aan allerlei soorten. Overigens vindt Moore dat het belang van biodiversiteit oor mensen nogal overdreven wordt. Van het verdwijnen van de mug zouden we waarschijnlijk een stuk beter worden en het belang van bijvoorbeeld oerwouden als potentiële bron van geneesmiddelen is tot dusver weinig gebleken. Het zoeken naar die geneesmiddelen in het oerwoud is dusdanig gecompliceerd en duur dat je daar eigenlijk niet aan moet beginnen.

Voor menigeen is dit ketterij van de ergste soort: wie een groenere planeet wil moet meer fossiele brandstoffen verstoken. De CO2 die daarbij vrijkomt heeft behalve een (betwist) opwarmingseffect ook een (onbetwist) effect als meststof. Meer CO2 in de lucht betekent een snellere groei van planten Diverse studies hebben die vergroening dan ook waargenomen. De Chrístian Science Monitor meldt bijvoorbeeld dat sinds 1980 de wereldproductie aan ‘groen‘ met 6% is toegenomen. Vooral de Amazone was er behoorlijk van opgeknapt. Zelfs de toch in somberheden grossierende IPCC, geeft toe dat waarschijnlijk de hoeveelheid bossen op de planeet zo toe zullen nemen dat de prijs van het hout zal zakken. De conclusie is onontkoombaar: kolencentrales leveren groenere energie dan windmolens.

Toch is het niet allemaal goud wat er blinkt: er zijn ook negatieve effecten. Moore richt zich hoofdzakelijk op de Verenigde Staten waar de maatschappij net als in Europa dusdanig ontwikkeld is dat men van het klimaat hoe dan ook niet zo veel meer te duchten heeft. In de derde wereld is dat anders. Alhoewel men de meeste opwarming van de juist verwacht in de gematigde streken (zoals de onze) verwacht men voor de derde wereld vooral dat de stijging van de zeespiegel een probleem zal vormen.

Een van de grote voorbeelden die hier altijd wordt aangehaald is het eilandje Tuvalu in de Stille Oceaan. Het steekt op zijn hoogste punt vier meter boven de oceaan uit en is dus een kandidaat voor overstroming. Hoewel van enige stijging van die zeespiegel nog niets is gebleken spreekt men op Tuvalu nu hardop over evacuatie van de plm 10.000 bewoners naar een Australisch eiland in de buurt.
Het is vreemd: de mensen die in de uiterwaarden van de Maas een woning bouwen worden voor gek versleten, maar de mensen in Tuvalu vormen blijkbaar een argument om honderden miljarden uit te geven. Nog vreemder is dat bijvoorbeeld de Europese gemeenschap enkele miljoenen Euro’s ter beschikking heeft gesteld aan Tuvalu, niet om dijken aan te leggen – dat zou toch prioriteit moeten hebben? – maar om schooltjes te stichten. Ook het plan van de Utrechtse prof Schuiling om de eilandjes hoger te leggen wordt genegeerd. Schuiling bepleit om her en der op deze eilanden gaten in de grond te boren en daarin een forse hoeveelheid afvalzuren van de chemische industrie (zwavelzuur en zo) te pompen. De leemlaag onder zo’n eiland zou daarmee veranderen in gips en dat heeft een veel groter volume. Daardoor zouden de eilandjes opgetild worden. In een oude Limburgse mijn heeft Schuiling al laten zien dat zijn idee werkt, maar ondanks alle bangmakerij is het gebrek aan scholing voor de mensen op Tuvalu blijkbaar nog steeds belangrijker dan het gevaar dat ze straks verdrinken.

We zijn gewend dat journalisten te hard van stapel lopen. Maar als het gaat om het broeikaseffect kunnen wetenschappers er ook wat van. In het Parool voorziet KNMI-medewerker Van Dorland dat de maatschappij een stijging van de zeespiegel van 3 meter over een periode van 1000 jaar niet aan zal kunnen. 3 meter in duizend jaar? In de afgelopen 10.000 jaar steeg de zee 40-50 meter, maar dreigen met hoe slecht het met ons zou kunnen gaan over 1000 jaar, wat moet je er mee? Zou Van Dorland zelf in een rubberbootje op zolder slapen?
Of Dr Moore gelijk heeft met zijn positieve verwachtingen kan ik ook niet beoordelen, maar zeker lijkt wel dat er veel te weinig gekeken wordt naar de mogelijk positieve gevolgen van de opwarming. En als die opwarming uberhaupt al plaatsvindt dan hebben we zelfs volgens de meest pessimistische voorspellingen nog ruim voldoende tijd om te besluiten of we $150-350 miljard per jaar uit gaan geven om de wereldeconomie grootschalig te vertragen of voor een fractie van dat bedrag de dijken in Bangla Desh te verhogen. Als Moore iets aantoont dan is het wel dat angst een slechte raadgever is. En dat zijn veel mensen vergeten.

Het boek van Moore staat integraal op Cato.org.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in HP/De Tijd in augustus 2003.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Theo Richel, topic: Broeikaseffect
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. De relaxte schreef op : 1

    Gelukkig! We hoeven ons nergens zorgen over te maken. We feesten lekker door! Leg nog een lap vlees op de barbecue….

  2. Erik Driessens schreef op : 2

    Prachtig artikel Theo!

    De volgende keer dat ik in Duitsland ben zal ik ‘m eens lekker op z’n staart trappen ;-)

  3. dennis schreef op : 3

    Ik zat me al heel lang zorgen te maken over het milieu en die vervuiling en zo en nu ik dit lees word ik weer helemaal positief
    Ik vind het goed zo. Hoe warmer hoe beter

  4. Anoniem schreef op : 4

    In hoofdlijnen ben het ik wel eens met dit artikel, maar wat de schrijver niet benoemt is de excessieve vervuiling in de grote steden in de derde wereld: Mexico City bijvoorbeeld. Hier kan je nauwelijks ademen als het warm is. De smog is daar niet bepaald een pretje. Daarbij komt dat niet alleen CO2 wordt uitgestoten, dat is geen giftige stof. Ook andere rotzooi wordt de lucht in geblazen, met name in de arme landen. Hier zou toch zeker wel wat aan moeten gebeuren lijkt mij.

    Daarnaast is het de vraag of de toename in bossen het platbranden in brazilie compenseert.