donderdag, 2 juni 2005
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Waarom slechte mensen regeren


Uit onderzoeken komt steevast naar voren dat mensen politici (samen met journalisten, advocaten e.d.) als uiterst onbetrouwbaar zien. Zijn politici van nature werkelijk onbetrouwbaarder of slechter dan andere mensen of is dit slechts een hardnekkig vooroordeel, borrelpraat zogezegd? Hans-Hermann Hoppe denkt dat het werkelijk zo is: het ambt vereist het.

ep.jpg

Zo’n beetje alle politieke economen zijn het erover eens dat vanuit het standpunt van de consumenten een monopolie een slechte zaak is. De klassieke betekenis van monopolie is een exclusief privilege dat toegekend is aan een enkele producent van een goed of dienst, d.w.z.. als het gebrek aan vrije toegang tot een bepaalde productielijn. Anders gezegd, slechts één organisatie, A, mag een bepaald goed, x, produceren. Zo’n monopolie is slecht voor consumenten omdat de prijs van een product van een monopolist hoger en de kwaliteit lager zal zijn dan anders het geval is. Dit komt doordat zo’n producent beschermd wordt tegen concurrentie van mogelijke nieuwe intreders in hun markt.

Deze elementaire waarheid wordt vaak aangehaald als argument voor een democratische overheid in plaats van een klassieke, monarchiale of prinselijke overheid, daar in een democratie de toegang tot het overheidsapparaat vrij is – iedereen kan premier of president worden – terwijl onder monarchie enkel de koning en zijn nakomelingen kunnen regeren.

Het probleem met dit argument voor democratie is dat er niets van klopt. Vrije toegang is niet altijd een goede zaak. Vrije toegang en concurrentie in de productie van goede zaken is goed, maar vrije toegang en competitie in slechte zaken is dat niet. Vrije toegang in de markt voor het martelen en vermoorden van onschuldigen is niet goed, en vrije toegang in valsemunterij of zwendelarij is ook niet goed, het is zelfs slechter dan slecht. Dus moeten we ons afvragen wat voor soort business de overheid is. Antwoord: het is geen gebruikelijke producent van goederen die aan vrijwillige consumenten verkocht worden. Het is in plaats daarvan een business die zich bezig houdt met diefstal en afpersing en onteigening – door middel van belastingen en valsemunterij – en het uitdelen van de gestolen goederen. Daarom verbetert vrije toegang tot de overheid niet iets dat op zich goed is. Het maakt de zaken zelfs slechter dan slecht, het verhoogt het kwaad.

Daar de mens nu eenmaal menselijk is, zullen er in elke maatschappij lieden bestaan die het eigendom van anderen begeren. Sommige mensen hebben meer last van dit soort sentimenten dan anderen, maar individueën leren normaliter om niet toe te geven aan zulke gevoelens en zich er zelfs een beetje voor te schamen. In het algemeen blijven er slechts enkele lieden over die niet in staat zijn hun begeerte voor het bezit van anderen te onderdrukken, en zij worden door de andere mensen beschouwd als criminelen en onderdrukt met de dreiging van fysiek geweld. Onder prinselijke overheid kan slechts één persoon – de prins – legaal handelen op basis van zijn begeerte voor de eigendommen van anderen, en dit maakt hem tot een potentieel gevaar.

‘Vrije toegang is niet altijd een goede zaak. Vrije toegang en concurrentie in de productie van goede zaken is goed, maar vrije toegang en competitie in slechte zaken is dat niet.’

Maar een prins wordt nog beperkt in zijn herverdelingswensen omdat de rest van de mensen nog steeds geleerd hebben dat het afpakken en herverdelen van het bezit van anderen iets schandelijks en immoreels is. Hierdoor zullen zij elke actie van de prins wantrouwend bekijken. In schril contrast hiermee is het bij vrije toegang tot de overheid iedereen toegestaan om zijn begeerte voor andermans eigendommen luidkeels te uiten. Wat vroeger beschouwd werd als immoreel en derhalve werd onderdrukt wordt nu beschouwd als een legitiem sentiment. Iedereen mag openlijk zijn wens vor het bezit van anderen uitspreken en iedereen mag op basis van die wens handelen zolang ie toegang heeft tot de overheid. Gevolg is dat in een democratie iedereen een gevaar wordt voor iedereen.

Een gevolg hiervan is dat onder democratische condities de populaire maar immorele en a-sociale wens voor andermans eigendommen systematisch versterkt wordt. Elke eis is legitiem wanneer ze beschermd wordt onder de vrijheid van meningsuiting. Alles kan gezegd en geclaimd worden, en alle bezitligt in zekere zin voor het oprapen. Zelfs het meest onaantastbaar lijkenende prive-bezit is niet immuun voor de eisen van de herverdeling. Erger nog, door massa-verkiezingen, zullen juist die lieden in een maatschappij die weinig of geen problemen hebben met het afnemen van bezit van anderen, d.w.z. dwangmatige a-moralisten die het meest getalenteerd zijn in het zorgen voor meerderheden uit verschillende groepen van moreel onbezwaarde en onderling tegengestelde populaire eisen (efficiënte demagogen dus), toegang verkrijgen tot het overheidsapparatus en zelfs rap tot de top ervan opklimmen. Een slechte situatie wordt dus alleen nog maar slechter.

Historisch gezien kwam de selectie van een prins tot stand door de toevalligheid van zijn geboorte in de adel, en zijn enige persoonlijke kwalificatie kwam van zijn opvoeding tot toekomstige prins en voortzetter van de dynastie en diens status en eigendommen. Dit betekende vanzelfsprekend niet automatisch dat een prins niet slecht en gevaarlijk was. Maar het is goed om je te realiseren dat elke prins die faalde in zijn taken – een prins die zijn land ruineerde, burgerlijke onrust veroorzaakte, of op een andere manier de positie van de dynastie aantastte – meteen het risico liep om ofwel geneutraliseerd ofwel geëlimnieerd te worden door een ander lid van zijn fameilie. Het toeval van zijn geboorte in de dynastie en zijn opvoeding tot toekomstige prins zorgde er aan de ene kant niet autmoatisch voor dat de prins geen slecht of immoreel persoon was, maar aan de andere kant sloten deze zaken ook niet uit dat de prinz een onschadelijk of zelfs goed en moreel persoon was.

In schril contrast hiermee staat de selectie van overheidsregeerders waar door verkiezingen het vrijwel onmogelijk wordt dat een goed of onschadelijk persoon ooit naar de top door zal stoten. Premiers en presidenten worden geselecteerd op basis van hun bewezen efficiëntie als moreel onbezwaarde demagogen. Vandaar dat democratieën vrijwel garanderen dat enkel slechte en gevaarlijke mensen in de top zullen komen. Het is nog erger, door de vrije politkeke concurrentie en selectie zullen mensen die doorstromen naar de top steeds slechter en gevaarlijker worden, maar in hun hoedanigheid van tijdelijke en inwisselbare bestuurders zullen ze slechts zelden vermoord of anderszins uitgeschakeld worden.

H. L. Mencken schreef hierover:


“Politicians seldom if ever get [into public office] by merit alone, at least in democratic states. Sometimes, to be sure, it happens, but only by a kind of miracle. They are chosen normally for quite different reasons, the chief of which is simply their power to impress and enchant the intellectually underprivileged….Will any of them venture to tell the plain truth, the whole truth and nothing but the truth about the situation of the country, foreign or domestic? Will any of them refrain from promises that he knows he can’t fulfill – that no human being could fulfill? Will any of them utter a word, however obvious, that will alarm or alienate any of the huge pack of morons who cluster at the public trough, wallowing in the pap that grows thinner and thinner, hoping against hope?

Answer: may be for a few weeks at the start…. But not after the issue is fairly joined, and the struggle is on in earnest…. They will all promise every man, woman and child in the country whatever he, she or it wants. They’ll all be roving the land looking for chances to make the rich poor, to remedy the irremediable, to succor the unsuccorable, to unscramble the unscrambleable, to dephlogisticate the undephlogisticable. They will all be curing warts by saying words over them, and paying off the national debt with money no one will have to earn.

When one of them demonstrates that twice two is five, another will prove that it is six, six and a half, ten, twenty, n. In brief, they will divest themselves from their character as sensible, candid and truthful men, and simply become candidates for office, bent only on collaring votes. They will all know by then, even supposing that some of them don’t know it now, that votes are collared under democracy, not by talking sense but by talking nonsense, and they will apply themselves to the job with a hearty yo-heave-ho. Most of them, before the uproar is over, will actually convince themselves. The winner will be whoever promises the most with the least probability of delivering anything.”

Hans-Hermann Hoppe

De anarcho-kapitalist Hans-Hermann Hoppe is professor in de Economie aan de University of Nevada in Las Vegas. Hoppe windt er geen doekjes om, gaat recht op zijn doel af en houdt zich niet bezig met politiek correct woordgebruik. In zijn boek (2001) ‘Democracy, the God that failed’ bespreekt hij de vele manco’s van dit algemeen gewaardeerde fenomeen en betoogt hij onder andere dat het democratische stelsel een kwalijke korte termijnstrategie bij bestuurders veroorzaakt. Dit artikel verscheen eerder op Lewrockwell.com en werd vertaald door Koen Swinkels voor Stichting MeerVrijheid. [noot van de vertaler: Menckens citaat in mijn Nederlandse vertaling deed geen recht aan zijn schrijfkunst. Derhalve staat in het artikel het origineel]

Dit artikel verscheen eerder op: mvlogo-small.jpg
 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Hans-Hermann Hoppe, topic: Democratie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. hank schreef op : 1

    Ik ben het zeer eens met de onderliggende gedachte van dit artikel maar niet helemaal met de conclusies.

    Inderdaad is de politiek overgeleverd aan slechte mensen maar dat geldt zowel voor de democratische regeringsvorm als voor alle andere regeringsvormen. Monarchen worden niet alleen door opstandelingen vermoord maar ook door concurenten. In ieder dwinged systeem zit een onderdeel dat de dwang uitoefent. Daar voelen slechte mensen zich op hun best. Van generaal tot soldaat, van politicus tot beul. Altijd zal de elite aan de touwtjes trekken en alles doen om hun macht te behouden. Nu doen ze dat achter de schermen.

    Het grootste probleem van democratie is dat het de werkelijke machthebbers achter de zichtbare macht beter kan verbergen. De politici worden niet vermoord omdat ze pionnen zijn. Daarom is het voor mensen moeilijker om de ware aard van democratische overheden te doorzien.

    Ook slaven zijn mensen en ze morons noemen verandert daar niets aan. Neem ze serieus. Niet iedereen heeft de luxe om zelfstandig zijn mening te bepalen.