maandag, 6 juni 2005
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Fransen en Nederlanders bieden Europese Unie een tweede kans


Ambassadeur b.d. Theo LANSLOOT geeft commentaar bij de Nederlands-Franse verwerping van het Europees grondwettelijk verdrag.

NO_175p_07_02_2005.jpgDe politieke heisa na het afwijzen door het Franse en het Nederlandse volk van het “Verdrag tot vaststelling van een Europese Grondwet “ wil ons doen geloven dat dit een spijtige ontwikkeling is met dramatische gevolgen voor de toekomst van de Europese Unie. Niets is minder waar: Het Franse “non” en het Nederlandse “nee” was niet gericht tegen Europa maar duidelijk voor een ander Europa. De Unie krijgt aldus een vitale tweede kans. Of de gevestigde politici die kans zullen grijpen lijkt voortgaande op hun reacties in binnen en buitenland, ook in Vlaanderen, helaas weinig waarschijnlijk. Tegenstanders van de “grondwet” worden afgedaan als de lager opgeleide “jan met de pet “die van het grootse Europese project niets heeft begrepen en geleid door gevoelens van angst en onzekerheid, naar het verleden teruggrijpt. Dit is gewoon nonsens. In Vlaanderen b.v. zitten ook eminente professoren en andere politiek bewuste burgers in het neekamp of staan in ieder geval zeer kritisch tegenover de thans voorliggende tekst. [1] In het beste geval wijzen de politieke voorstanders van de “grondwet” op een gebrek aan informatie om de afwijzing te verklaren.. Het tegendeel is waar. Indien de burger echt duidelijk was gemaakt wat die zgn. grondwet precies behelst zouden waarschijnlijk nog meer mensen hebben tegengestemd.

De politieke voorstanders van de zgn. “grondwet” zijn kennelijk niet bereid na te gaan of de verwerping ervan niet precies ligt in dit verdrag zelf en de nog altijd weinig democratische manier waarop het is tot stand gekomen al was er al enige vooruitgang in vergelijking met vroegere Europese verdragen. Niet alleen was de conventie die een eerste compromis heeft uitgewerkt niet bijzonder democratisch samengesteld maar daarna heeft een intergouvernementele conferentie dit compromis op tal van punten grondig gewijzigd zonder enige democratische inspraak. Het Verdrag vertoont weliswaar enkele positieve aspecten maar ook tal van negatieve: te lang en te ingewikkeld, tegenstrijdigheden, vaagheid ook qua geografische begrenzing van de Unie, overheveling van nog meer bevoegdheden naar de EU en dus uitbreiding van de rechtsmacht van het Europees Hof in Luxemburg zonder democratisch tegenwicht, onvoldoende waarborg voor subsidiariteit, loodzware procedure voor amendering, machtsverschuiving van de kleinere naar de grotere lidstaten op basis van de bevolking. Bij een eventuele toetreding van Turkije zal daardoor op middellange termijn veel macht van Europa naar Klein-Azië verschuiven. Er is dus wel degelijk een band tussen het goedkeuren van de “grondwet “ en de toetreding van Turkije.

Hét belangrijkste euvel is echter dat het Verdrag de voor een democratische besluitvorming noodzakelijke scheiding van de machten niet volkomen doorvoert. Afgesproken was dat het Verdrag maar van kracht wordt nadat alle EU-lidstaten het hebben geratificeerd. Alhoewel dit nu niet meer kan willen de meeste politici toch gewoon met de ratificatie in de verschillende lidstaten voortgaan. De huidige voorzitter van de Europese Raad, de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker, heeft dit zopas nog bevestigd. Misschien wijzigt hij nog zijn houding indien zijn eigen volk op 10 juli ook de “grondwet” verwerpt. Momenteel worden de Luxemburgse voorstemmers nog op 59% geraamd tegen 76% in oktober 2004 en de dalende trend houdt aan. Hoe dan ook is het niet ernstig de regels in de loop van het spel te wijzigen en het oordeel van de Franse en Nederlandse kiezers eenvoudig te negeren of te overwegen enkele minder controversieel geachte delen van het Verdrag sluiks in te voeren.

Dit oordeel gaat duidelijk in de richting van een hooguit confederale structuur van de EU en zeker geen federale. De Unie zou zich dus nu in de eerste plaats moeten toeleggen op het uitwerken van een blauwdruk van een institutionele bestel dat met dit confederaal gegeven rekening houdt m.a.w. de Unie krijgt beperkte maar belangrijke bevoegdheden die voor het geheel van de lidstaten van belang zijn zoals macro-economie, munt, buitenlandse zaken, veiligheid en defensie. Op die gebieden primeert de Unie op alle lidstaten, ook de grotere. De grondwet dient dus te vermijden dat de as Berlijn/Parijs of een clubje van grotere landen de kleinere lidstaten hun wil kan opleggen. Voor het overige geldt onverkort het subsidiariteitsbeginsel wat ook een beperking van de centrale bureaucratie betekent. Pas als daarover eensgezindheid is bereikt kan worden gedacht aan het opstellen van een beknopte, politiek neutrale grondwet die er zich toe beperkt de institutionele opbouw van de EU en de werking van haar instellingen nauwkeurig te omschrijven. Belangrijk daarbij is dat de grondwet de burger beschermt tegen een te grote overheidsinmenging en dat er een echt Europees parlement komt. Zogenaamde grondrechten zoals die in het thans in het Verdrag opgenomen handvest voorkomen, horen niet thuis in zulke grondwet. Elk lid van de confederatie moet wel de verplichtingen van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de mens en de Fundamentele vrijheden van de Raad van Europa naleven.

De Unie is tot dusver voor de nationale regeringen een gebied geweest waar zij, samen met een door hen benoemde Commissie en een naamloze bureaucratie, haast vrij spel hebben zonder vervelende pottenkijkers met echte parlementaire macht. De “Europese Grondwet “ zou deze droom die zelfs in onze vaak tot particratie verworden democratieën niet helemaal te verwezenlijken is, hebben geconsolideerd. De Franse en de Nederlandse burgers hebben dit, om welke redenen dan ook, verijdeld. Dank zij hun neen krijgt Europa dus een tweede kans om met een schone lei te beginnen aan een nieuw, doordacht Europees project dat veel dichter bij de burger staat. Als die burger dan oordeelt dat een grondwet nodig is moet die worden opgesteld door een daartoe verkozen grondwetgevende vergadering en geen grotendeels benoemde conventie en moet hij de kans krijgen zich in een Europees of een nationaal referendum over die grondwet te kunnen uitspreken. Hopelijk gaat die kans niet verloren.

Dit artikel verscheen eerder op Nova Civitas

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Theo L.R. Lansloot, topic: Europa en de EU
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. luc schreef op : 1

    Bij deze distantieer ik mij van elke uitspraak, gedaan namens een Belgische politicus. Ik denk dat ik het woord spreek van miljoenen Vlamingen wanneer ik de burgers van Nederland en Frankrijk dank voor hun “weloverwogen NEE”.
    De beledigingen van Karel De Gucht aan het adres van een Nederlands staatsman (of die nu lijkt op Harry Potter of niet) zijn ongeoorloofd en vragen voor de zwaarste sanctie nl. ontheffen voor altijd uit het politieke ambt van De Gucht.
    Deze zelfde figuur nam in de vorige week de vrijheid de pers te verplichten artikelen te schrijven met inhoud: “de Belgische burger zegt JA”. Alles wijst erop dat dit een groffe leugen is. Gelieve hier nota van te nemen.