dinsdag, 25 maart 2008
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Mythes en waarheden over libertarisme – deel 4


Mythe #4: Libertarisme is atheïstisch en materialistisch, en negeert de spirituele kant van het leven

Er is geen noodzakelijke connectie tussen vóór of tegen het libertarisme zijn en de positie die men inneemt over religie. Het is waar, dat vele, zo niet de meeste libertariërs momenteel atheïsten zijn, maar dit correleert met het feit dat de meeste intellectuelen, van de meeste politieke overtuigingen, ook atheïsten zijn.

Er zijn vele libertariërs die theïsten zijn, Joods of Christelijk. Tussen de klassiek liberale stamvaders van het moderne libertarisme in een meer religieuze tijd waren een groot aantal Christenen: van John Lilburne, Roger Williams, Anne Hutchinson, en John Locke in de zeventiende eeuw, tot Cobden en Bright, Frédéric Bastiat en de Franse laissez-faire liberalen, en de grote Lord Acton.

Libertariërs geloven dat vrijheid een natuurlijk recht is ingebed in een natuurlijke wet die geschikt is voor de mensheid, in overeenstemming met de menselijke natuur. Waar deze set natuurlijke wetten vandaan komt, of het puur natuurlijk is of afstamt van een schepper, is een belangrijke ontologische vraag maar is irrelevant voor sociale of politieke filosofie.

Zoals Father Thomas Davitt verkondigt: “Als het woord ‘natuurlijk’ überhaupt iets inhoudt, dan is het wel de referentie aan de menselijke natuur, en indien gebruikt met ‘wet, moet ‘natuurlijk’ refereren aan een beschikking die voortkomt uit de inborst van de menselijke natuur en niets anders. Dus, op zichzelf, is er niets religieus of theologisch in de ‘Natural Law’ of Aquinas.”[5] Of, zoals D’Entrèves over de zeventiende eeuwse Nederlandse protestantse jurist Hugo Grotius schreef:

Grotius zijn definitie van de natuurwet heeft niets revolutionairs in zich. Als hij volhoudt, dat de natuurwet het geheel aan regels is die de mens in staat is te ontdekken door van zijn rede gebruik te maken, doet hij niets anders dan het herhalen van de academische notie van een rationele fundering van ethiek. Welzeker is het zijn doel om de notie te herstellen die door het extreme Augustinisme van zekere protestantse gedachtestromingen was ondermijnd. Als hij beweert dat deze regels in zichzelf geldig zijn, onafhankelijk van het feit dat God het zo wilde, herhaalt hij een stelling die door sommige academici al was gemaakt…[6]

Libertarisme is beschuldigd van het negeren van de spirituele natuur van de mens. Maar men kan eenvoudig aankomen bij libertarisme vanuit een religieuze of Christelijke positie: de nadruk leggend op de importantie van het individu, of zijn wilsvrijheid, of natuurrechten en persoonlijk bezit. Echter men kan ook aankomen op al deze identieke posities door een seculiere natuurwet benadering, door een geloof dat de mens tot een rationele aanname van de natuurwet kan komen.

Historisch gezien is het verder allerminst duidelijk dat religie een steviger basis is dan seculier natuurrecht voor libertarische doeleinden. Zoals Karl Wittfogel ons herinnerde in zijn Oriental Despotism, is de bond tussen troon en altaar eeuwenlang gebruikt om despotische overheersing over de maatschappij te vestigen.[7]

Historisch gezien is de bond tussen kerk en staat in vele gevallen een mutueel versterkende coalitie voor tirannie geweest. De staat gebruikte de kerk om gehoorzaamheid aan haar verondersteld heilig gezegende overheersing te zegenen en te preken; de kerk gebruikte de staat om inkomen en privileges te krijgen.

De Anabaptisten collectiviseerden en tiranniseerden Münster in naam van de Christelijke religie.[8]

En, dichter bij onze eeuw, hebben Christelijk socialisme en de sociale evangelie een belangrijke rol gespeeld in de gang richting staatisme, en de verontschuldigende rol van de Orthodoxe Kerk in Sovjet Rusland is maar al te duidelijk. Sommige katholieke bisschoppen in Latijns Amerika hebben zelfs geproclameerd dat de enige weg naar het hemelrijk via Marxisme is, en als ik gemeen zou willen zijn, zou ik er op kunnen wijzen dat dominee Jim Jones, naast dat hij een Leninist is, zichzelf ook proclameerde als reïncarnatie van Jezus.

Sterker nog, nu socialisme zowel politiek als economisch overduidelijk gefaald heeft, zijn socialisten terug gevallen op de “moraal” en “spirituaal” als het laatste argument voor hun zaak. Socialist Robert Heilbroner, in het argumenteren dat socialisme onderdrukkend zal moeten zijn en een “collectieve moraal” aan het publiek zal moeten opleggen, beweert dat “bourgeoisie cultuur gefocusseerd is op materiële doelen van het individu. Socialistische cultuur moet zich focusseren op zijn of haar moraal of spirituele verrichtingen”.

Het intrigerende punt is, dat deze positie van Heilbroner door de conservatieve religieuze schrijver van National Review, Dale Vree, verwelkomd werd. Hij schreef: Heilbroner zegt … wat vele bijdragers aan NR ook hebben gezegd gedurende de laatste kwart eeuw: men kan niet zowel vrijheid als deugdzaamheid hebben. Let op, traditionalisten. Ondanks zijn dissonante terminologie, is Heilbroner geïnteresseerd in hetzelfde waarin u ook bent geïnteresseerd: deugdzaamheid.[9]

Vree is ook gefascineerd door Heilbroner’s mening dat een socialistische cultuur “het primaat van het collectivisme moet koesteren” in plaats van “het primaat van het individu”. Hij citeert Heilbroner’s contrasterende “morele of spirituele” verrichtingen onder het socialisme tegenover bourgeois “materiele” verrichtingen, en voegt daar correcterwijs aan toe: “Er zit een traditionele klank aan die uitspraak”.

Vree gaat verder met Helibroner’s aanval op kapitalisme te bejubelen omdat het “geen benul van ‘het goed’ heeft en het ‘toestemmende volwassenen’ toestaat om alles te doen wat ze willen “. In tegenstelling tot dit beeld van vrijheid en toegestane diversiteit, schrijft Vree dat “Heilbroner uitnodigend zegt dat niet alles zal worden toegestaan, omdat een socialistische maatschappij een goed gevoel moet hebben voor ‘het goede’ “. Voor Vree is het onmogelijk “om een economisch collectivisme te hebben samen met cultureel individualisme”, en dus is hij er toe geneigd om de kant van een nieuw “socialistisch-traditionalistisch fusionisme” op te gaan – richting een alomvattend collectivisme.

We kunnen hier opmerken, dat socialisme met name despotisch wordt wanneer het “economische” of “materiële” stimulansen vervangt door verondersteld “morele” of “spirituele” stimulansen, als het gaat om het bevorderen van een ondefinieerbaar begrip als “levenskwaliteit” in plaats van economische welvaart.

Als betaling aangepast wordt aan productiviteit, is er aanmerkelijk meer vrijheid alsook hogere levensstandaarden. Want als afhankelijkheid uitsluitend gebaseerd is op altruïstische toewijding aan het socialistische moederland, moet de toewijding regelmatig met de knoet versterkt worden. Een toenemende nadruk op individuele materiële stimulansen houdt onherroepelijk in, dat er een grotere nadruk op privé bezit en het behoud van inkomsten komt, en brengt dan aanzienlijk meer persoonlijke vrijheid met zich mee, zoals Joegoslavië in de laatste drie decades aan heeft getoond ten opzichte van Sovjet Rusland.

Het meest afschuwelijke despotisme op de aarde in recente tijd was zonder twijfel Pol Pot’s Cambodja, waar “materialisme” zo ver was uitgeband, dat geld door het regime werd afgeschaft. Met het afschaffen van geld en privé bezit, was ieder individu totaal afhankelijk van giften van gerationeerde eerste levensbehoeften door de staat, en het leven was een ware hel. We zouden voorzichtig moeten zijn voordat we de spot drijven met “uitsluitend materiële” doelen of stimulansen.

De aanklacht van “materialisme” tegen de vrije markt negeert het feit dat elke menselijke actie hoe dan ook de transformatie van materiële objecten door het gebruik van menselijke energie inhoudt in overeenstemming met ideeën en doelen van de actoren. Het is niet toegestaan om het “mentale” of “spirituele” van het “materiële” te scheiden.

Alle grote kunstwerken, grote uitwasemingen van de menselijke geest, zijn tot stand gekomen met behulp van materiële objecten: of het gaat om canvas, kwasten en verf, papier en muziekinstrumenten, of bakstenen en ander bouwmateriaal voor kerken. Er is geen echte kloof tussen het “spirituele” en het “materiële” en dus misvormt elk despotisme over- en misvorming van het materiële tevens het spirituele.

[5] Thomas E. Davitt, S.J., “St. Thomas Aquinas and the Natural Law,” in Arthur L. Harding, ed., Origins of the Natural Law Tradition (Dallas, Tex.: Southern Methodist University Press, 1954), p. 39.

[6] A.P. d’Entrèves, Natural Law (London: Hutchinson University Library, 1951). pp. 51-52.

[7] Karl Wittfogel, Oriental Despotism (New Haven: Yale University Press, 1957), met name pp. 87-100.

[8] Over deze- en andere totalitaire Christelijke sectes, zie Norman Cohn, Pursuit of the Millennium (Fairlawn, N.J.: Essential Books, 1957).

[9] Dale Vree, “Against Socialist Fusionism,” National Review (December 8, 1978), p. 1547. Heilbroner’s article stond in Dissent, Summer 1978. Voor meer over het Vree artikel, see Murray N. Rothbard, “Statism, Left, Right, and Center,” Libertarian Review (January 1979), pp. 14-15.

Origineel artikel

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Andre, topic: Libertarische Theorie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.