donderdag, 10 juni 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Democratie, wat moet dat worden?


Samen met een aantal anderen ben ik bezig met het oprichten van een Bond voor Directe Democratie. U hebt het kunnen zien in de advertentie van het vorige nummer.

Er zijn nu libertariërs die zeggen: ja, maar waarom zou ik daar aan mee doen. Ik vind het systeem dat we nu hebben, en wat ‘democratisch’ heet, niet goed. En daar achter aan: ik ben eigenlijk tegen democratie. Mensen die zo redeneren, gaan, bewust of onbewust, uit van het huidige systeem, maar de vraag is, of dat eigenlijk wel democratisch is.

Het woord democratie betekent: regering door het volk. Naar mijn mening hoeft dat niet anti-libertarisch te zijn. Het ligt er maar aan, wat je verstaat onder ‘regeren’ en wat onder ‘het volk’. Ik versta onder regeren in de eerste plaats het beschermen van de rechten en vrijheden van de inwonende individuen, en in de tweede plaats het besturen. Dit besturen vat ik op als het organiseren van de administratie cq. de registratie van gegevens betreffende de inwoners, en het organiseren van diensten om de bescherming uit te voeren.

Het registreren van gegevens mag alleen omvatten datgene wat noodzakelijk is binnen het kader van het beschermen van rechten en vrijheden van de inwoners. Registratie van allerlei andere gegevens valt buiten deze taak. De gegevens mogen verder alléén ten dienste staan van die taak; ze behoren niet aan allerlei derden te worden doorgegeven. Onder regeren vallen dan op nationaal niveau: de Ministeries van Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Justitie, Defensie en Algemene Zaken. Ingebouwd in dit laatste Ministerie van Algemene Zaken afdelingen Financiën, milieubeheer, etc. Voor de rest dient de regering zich nergens mee te bemoeien, vooral niet met economie. Nadrukkelijk dus géén Ministerie van Economische Zaken!

Zoals u ziet een zeer beperkt aantal ministeries, nl. die in de meeste westerse landen in de vorige eeuw ook bestonden; toen hadden we de zgn. ‘nachtwakersstaat’. Of, om het anders te zeggen, de Minimale Staat. In een dergelijke staat is de overheidsdwang minimaal, en voornamelijk of vrijwel helemaal alleen gericht op de bescherming van rechten en vrijheden van alle burgers. Naar mijn mening is een dergelijke vorm van democratie zeer wel in overeenstemming met de libertarische principes. Immers, er is een gegarandeerd eigendomsrecht, dat effectief bewaakt wordt door de combinatie politie&rechterlijke macht. Verder kan ieder volwassen individu zijn/haar leven inrichten en leiden volgens eigen vrije wil. Dit systeem kan georganiseerd worden volgens de methode van de parlementaire democratie. Echter, omdat juist de parlementaire democratie vanuit de minimale staat op een wanstaltige wijze is uitgegroeid tot het huidige bureaucratische en dictatoriale apparaat, is dit systeem niet goed genoeg. Zeker in Nederland bevat het systeem een indrukwekkende reeks ingebouwde fouten en tekortkomingen. Maar het belangrijkste is wel dat het een omwegsysteem is: de burgers kunnen niet rechtstreeks over zaken beslissen, maar kunnen alleen stemmen op personen, die dan namens hen over de zaken beslissen.Er is echter geen enkele steekhoudende reden om aan te nemen dat ‘andere personen’ meer recht zouden hebben ofwel meer capabel zouden zijn om over allerlei zaken te beslissen, dan de burgers zelf.

Een groot aantal burgers weet van veel zaken méér af dan de meeste leden van de Tweede Kamer. Voor de hand ligt dan ook om de burgers zelf direct over de zaken te laten stemmen cq. beslissen. Dat is dan het systeem van het referendum, op basis van volksinitiatief. Het beste voorbeeld hiervan is het systeem zoals dat in Zwitserland werkt. Bij ons zijn de politici degenen die beslissen, in Zwitserland zijn het altijd de burgers die beslissen en het laatste woord hebben. In Nederland is er dus geen democratie, maar een oligarchie. Een oligarchie van politici en hoge ambtenaren. Daarbij weer ondersteund door allerlei ‘maatschappelijke organisaties’ oftewel: vakbonden, werkgeversorganisaties en een netwerk van actiegroepen. De regering is altijd bezig met onderhandelen met allerlei standsorganisaties, b.v. met de SER, de Sociaal Economische Raad. Die bestaat uit vertegenwoordigers van o.a. vakbonden en werkgeversorganisaties.

Dat onze regering steeds onderhandelt met zulke standsorganisaties, zelfs via een wettelijk onderbouwd instituut als de SER, is zeer vreemd. In de oorspronkelijke blauwdruk van de parlementaire democratie komen die organisaties niet eens voor. Het is zeer vreemd: de burger mag slechts eenmaal in de 4 jaar stemmen, alleen op personen, maar die standsorganisaties kunnen week in week uit de regering onder druk zetten. De gewone burger is vele mijlen achtergesteld bij zulke organisaties, ondanks dat dit in strijd is met de blauwdruk van de parlementaire democratie.

In het door mij gepropageerde systeem van Directe Democratie hebben die organisaties geen enkele inbreng meer: de regering onderhandelt niet meer met wie dan ook. De regering heeft alleen verantwoording af te leggen aan het hele volk: zij dienen ook alleen te doen wat volgens de uitslag van de referenda nodig is. Of de vakbeweging dat wel of niet leuk vindt, of de anti-kernenergielobby daar wel of niet tegen is, heeft geen enkele betekenis. In Nederland hebben wij een grondwet, die reeds enige malen veranderd is. Daaraan is echter geen enkele gewone burger te pas gekomen. Als wij een echte democratie gehad zouden hebben, dan zou er over elk grondwetsartikel apart een referendum gehouden zijn. Maar niks van dit alles. Over de wettelijke grondslagen van onze maatschappij heeft de bevolking niets te zeggen. Ik begrijp niet dat er één politicus is die nog durft te beweren dat er in Nederland democratie is!

De BDD streeft ernaar de parlementaire democratie om te zetten in een directe democratie, een referendumdemocratie met een minimale centrale regering, van slechts 5 ministeries. De rest dient gefaseerd te worden ‘afgebouwd’, waarbij levensvatbare en nodige delen dienen te worden geprivatiseerd en ontmonopoliseerd.

Alle bevoegdheden van de centrale regering dienen opnieuw te worden vastgesteld en wel per referendum. Zoals:

  • mag de regering staatsleningen uitschrijven cq. staatsschuld scheppen?
  • mogen lagere overheden geld lenen?
  • moet er wel een aparte ambtenarenstatus bestaan?
  • mag de regering geld weggeven aan andere regeringen?
  • moeten er wel buitenlandse ambassades in ons land zijn van dictaturen, – mag de regering zich op enigerlei wijze bemoeien met de situaties en problemen in andere landen?
  • moet de leiding van de centrale bank worden gekozen via referendum, moet het monopolie op de gelduitgifte van de centrale bank worden opgeheven, mag de centrale bank de bevoegdheid houden om de rente te manipuleren, moet het defensieapparaat worden gereorganiseerd en worden opgezet volgens economische principes en een vrijwilligerssysteem?

Over deze en andere vragen wordt binnen de libertarische beweging al gepraat, soms al heel lang. De bedoeling van de BDD is dat dit nu ook gaat gebeuren met mensen van buiten de libertarische beweging. Van de BDD kan iedereen lid worden die het huidige systeem niet goed vindt: ik schat meer dan de helft van de bevolking. De discussies kunnen dan eindelijk over een groter ‘gebied’ worden gehouden en bij tal van mensen zal dit in vruchtbare aarde vallen. Nu draaien de libertariërs teveel in eigen kring rond, bovendien is er een teveel aan negativisme en een te weinig aan positieve voorstellen. Daarbij is belangrijk het begrip organisatie, zonder organisatie bereikt men niets.

Ik weet dat dit een heet hangijzer is onder libertariërs. “Maar kijk naar onze tegenstanders, zij zijn allemaal veel beter georganiseerd dan wij”. Verder is het belangrijk dat we een eigen gebouw krijgen, niet alleen is dit in belastingtechnisch opzicht interessant, maar we kunnen dan ook eens wat aan duurzame reclame en public-relations gaan doen. Nu zijn wij in de maatschappij ‘verborgen’ en moeten anderen te veel moeite doen om ons te vinden.

De BDD is een trein die op de rails staat. Die rails gaat twee kanten uit: naar de kant van de dictatuur en naar de kant van een vrije samenleving. Libertariërs kunnen de trein in gang zetten in de richting van de vrije samenleving. Als ze het niet doen, zullen anderen de trein in gang zetten, wellicht in de verkeerde richting. Maar waarom zou u dat toelaten? Spring op de trein, wordt lid van de BDD. Meldt u aan …

Commentaar Hub Jongen:

Het artikel Martin Schenkels maakt een beetje duidelijker wat de BDD wil. Omdat zij in de richting werkt van minder overheidsdwang, staan we er niet onsympathiek tegenover.

Maar als libertariër zie ik er toch nog zoveel bezwaren tegen, dat ik meen dat de BDD nog lang niet op de goede weg is. Naar mijn mening zitten er verkeerde stellingen en tegenstrijdigheden in het artikel, en dus ook in de opzet van de bond. Het zou jammer zijn als er door een onjuiste, niet-principiële aanpak al die moeite al bij voorbaat tot een mislukking gaat leiden.

Bij voorbeeld ga ik wel akkoord met: “regeren is het beschermen van de inwonende individuen,” maar niet met: “regeren is het besturen van diezelfde individuen, (mijn onderstreping). Dit kan leiden tot een aantal tegenstrijdigheden over ministerie van financiën, milieubeheer, verantwoording aan het hele “volk”, centrale bank, e.d.. We willen u, lezer, echter niet het gras voor de voeten wegmaaien, maar vragen u om desgewenst zelf uw mening te uiten. Wij zullen daar in onze kolommen graag plaats voor maken.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Schenkels, Martin, topic: Schenkels, Martin, Politiek, Vrijbrief 95/96 (januari/februari 1986)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.