dinsdag, 19 maart 2002
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Niet Praten maar Doen!


(voor kunstenaars en filosofen ter overweging)

Het belangrijkste gevolg van het feit dat onze moderne cultuur een intellectueel karakter heeft is het praten over de dingen. Daarom wordt onze cultuur met recht een ‘praatcultuur’ genoemd. Een dergelijk type cultuur treedt logischerwijs pas dan op als de mensen hun werkelijkheid in principe hebben leren kennen. Dat wil per se niet zeggen dat zij nu àlles weten, wat trouwens een fundamentele onmogelijkheid is, maar alleen dat zij alles kùnnen weten. Zij hebben eindelijk de sleutel gevonden waarmee het geheim van de werkelijkheid ontsloten kan worden. Dat kan overigens alleen maar op een wetenschappelijke manier.

De mensen zijn nu in de gelegenheid de werkelijkheid te kennen, evenwel niet als een harmonieus samenhangend geheel zoals in de kunsten en de filosofie het geval is. Zij kennen haar uitsluitend als een gigantisch complex van met elkaar in verband staande formules. Dat complex levert hen een min of meer bevattelijke voorstelling op van hun wereld en hun leven. Een voorstelling dus waaraan zij zich vast kunnen houden, juist omdat het over een systeem van formules gaat. Elke formule is immers in principe te begrijpen zodat ook het totale systeem begrepen kan worden.

Dat begrijpelijk zijn staat in nauwe betrekking tot de taal die de mensen spreken. In feite manifesteert het begrijpen zich als een taalkwestie, want als men de zaak onder woorden kan brengen heeft men het begrepen en, omgekeerd: als men iets begrepen heeft is het in woorden uit te drukken. In alle gevallen is het resultaat een verhandeling, een betoog, een mededeling, een discussie zelfs. Vandaar dat er thans met recht van een ‘praatcultuur’ gesproken kan worden.

In het onderwijs wordt de mensen een grote hoeveelheid mededelingen over de werkelijkheid aangeboden. Een grote hoeveelheid formules dus. Uiteraard is dat iets buitengewoon nuttigs, al was het alleen maar omdat het op een zeer effectieve manier de sprookjes bestrijdt die de mensen uit onbegrip plegen te verkondigen, bijvoorbeeld de godsdienstige hersenspinsels. Maar belangrijker is natuurlijk dat het de mensen de mogelijkheid biedt aan hun werkelijkheid sturing te geven, hetgeen voor hen als evolutionair ongeprogrammeerd verschijnsel een harde noodzaak is. Zij kunnen zich nu doelen stellen, teneinde aan hun fundamentele hulpeloosheid het hoofd te bieden en wel door de planeet leefbaar te maken. Het is waar dat daar aanvankelijk niet veel van terecht komt, omdat hun eigen particuliere wereldje om te beginnen een absolute prioriteit is. Vanzelfsprekend gaat dat ten koste van veel ellende voor hun medemensen, een situatie die tot nu toe de gebruikelijke is. Maar toch, ondanks alle schijn van het tegendeel, is het uiteindelijke resultaat van al het getob een leefbare wereld.

De mensen van vandaag blijken nog nauwelijks enig benul te hebben van het feit dat een leefbare wereld op zichzelf nog slechts een primaire zaak is. Het is een tobberig, maar onvermijdelijk, begin dat als zodanig volstrekt in orde is. Het is echter tegelijkertijd een feit dat het echte werk pas begint als die primaire zaak tenslotte, aan het eind van de huidige moderne cultuur, in orde is gekomen.

Vreemd genoeg wordt dat zelfs vandaag nog niet door alle denkers toegegeven. Zij beschouwen die primaire wereld als iets banaals, iets laag bij de gronds, iets stoffelijks en stoffigs wat wezenlijk niet deugt en wat derhalve noodzakelijk veranderd moet worden. Maar dat is een foute, van oorsprong godsdienstige, opvatting. Aan die primaire wereld valt namelijk absoluut niets te veranderen. Het is daarentegen de opgave van de mens om hem, ongeacht de er aan meekomende ellende, zo volmaakt mogelijk uit te werken, te ontwikkelen.

Het wordt hoog tijd dat de denkers in gaan zien dat er zonder dat helemaal niets van terecht kan komen. De tenslotte tot stand gebrachte betrekkelijke veiligheid is de noodzakelijke basis voor een sociaal rechtvaardige humane wereld. Nu moet gezegd worden dat die gedachte voor veel gezaghebbende denkers niet zo voor de hand liggend is omdat zij doorgaans, dank zij hun maatschappelijke positie, wel op een niet geringe welstand aanspraak kunnen maken. Onder zulke omstandigheden komen ze uiteraard niet zo vlug op het idee dat een leefbare wereld logischerwijs voor iedereen welstand behoort in te houden.

Hoe dan ook, een in alle opzichten in formules gedefinieerde wereld drijft op het met elkaar praten van de mensen. De kennis omtrent de werkelijkheid wordt al pratende doorgegeven van de een aan de ander. En dat is redelijk, behalve als de wezenlijk onmogelijke, namelijk de ‘zichzelf ontkennende’, aspecten van het menszijn in het geding zijn. Dat is het geval bij de kunsten, waaronder ook, en niet in de laatste plaats, de filosofie begrepen moet worden. Dan valt er namelijk niets in formules vast te leggen, niets te bepraten, niets in verhandelingen te verpakken. In de kunsten en de filosofie gaat het niet om het met elkaar bespreken van wat er gedaan moet worden en hoe dat dient te geschieden, maar om het doen zèlve. Dat wil zeggen dat het resultaat van de kunstzinnige activiteiten niet een mededeling is over die activiteiten, maar een mededeling over de werkelijkheid. Praten over het scheppen van kunst en filosofie is niet waarom het gaat. Het scheppen zelf is essentieel en wel op een zodanige wijze dat het resultaat geheel en al voor zichzelf spreekt.

Bij alle practische menselijke bezigheden spreken de mensen met elkaar over die bezigheden. Dat kan omdat die allemaal op formules berusten. Die deelt men elkaar mee en die wisselt men onderling uit. Maar als het over de kunst en de filosofie gaat is dat in wezen onmogelijk en dus ook onwenselijk. Onder invloed van de hedendaagse ‘praatcultuur’ doet men het echter toch, in de mening voor een belangrijk beoefenaar van de kunst en de filosofie door te gaan. Dat is echter een volstrekt misleidende houding die bovendien kinderachtig is vanwege het gebrek aan artistiek zelfbewustzijn. Daardoor verveelt in feite zo verschrikkelijk het tegenwoordige gezeur van alle soorten kunstenaars over het ‘vak’. Men vertelt uit den treure hoe moeilijk het is om bijvoorbeeld een lied van Schubert te zingen terwijl het maar om èèn ding gaat: het feitelijke zingen van dat lied. Bijna alle moderne filosofen putten zich uit in ontboezemingen over de ingewikkeldheid van de filosofische thema’s, waarvoor zij zeggen zich gesteld te zien. Daarbij is het bepaald veelzeggend dat zij die thema’s ‘problemen’ noemen. Maar aan uitleggen hoe de dingen zitten komen zij al klagende niet toe. Het blijven voor hen ‘problemen’! De filosoof Karl Popper (1902-1994) zei het destijds ongeveer zo dat genoemde filosofen vergeleken kunnen worden met een timmerman die almaar bezig is zijn beitels te slijpen, maar die nimmer aan het ware timmerwerk toekomt.

Waar het tenslotte op neer komt is dat die kunstenaars en filosofen slachtoffer zijn geworden van hun eigen cultuur en ten gevolge daarvan menen dat het noodzakelijk is òver hun vak te praten in plaats van dat vak te beoefenen. Daardoor komen zij bijvoorbeeld ook met verhalen over o zo noodzakelijke ‘vernieuwingen’ in kunst en filosofie en daardoor zorgen zij er ook steeds onmiddellijk voor tot in details op de hoogte te zijn van wat er in het verleden in hun vak gaande was en thans aan de orde is. Zij denken dat deskundigheid kwaliteit betekent. In de absurde veronderstelling dat die deskundigheid leidt tot het scheppen van originele kunstwerken en filosofische diepzinnigheden gaan zij ermee aan de slag. Het resultaat kan niet anders dan een rationeel bedachte bouwval zijn die alle creativiteit mist. Maar volgens die kunstenaars en filosofen is het een onmiskenbaar getuigenis van hun grote en gekwalificeerde talenten. Mag dat prijzenswaardig zijn bij het construeren van bruggen en automobielen, in het geval van kunst en filosofie is zulke kennis van zaken uiterst vervelende blaaskakerij…

Het is inderdaad opmerkelijk dat de moderne kunstenaars en denkers kennis van zaken als een blijk van bekwaamheid beschouwen en niet door hebben dat de kunst en de filosofie wezenlijk niets met kennis van zaken van doen hebben, maar daarentegen alles met inzicht. Het verschil tussen die twee noties is dat kennis van zaken verworven moet worden maar inzicht daarentegen ontwikkeld. Kennis van zaken heeft iemand eerst niet en na studie wel, maar inzicht heeft een getalenteerd iemand onmiddellijk vanaf het begin. Daarom kan iemand geen kunstenaar of filosoof wòrden: men is het of men is het niet..!

Vanzelfsprekend rest dan wel het getrouw ontwikkelen daarvan. Kunst en filosofie behoren beoefend te worden. Zij kunnen niet in de vorm van een verzameling formules op daartoe aangewezen hogere instituten worden gestudeerd, àls het althans de bedoeling is als filosoof of kunstenaar door het leven te gaan.!

THE BEAUTIFUL ART OF PHILOSOPHY
1) Homepage: http://home01.wxs.nl/~filosvis
2) Homepage: http://home.planet.nl/~dageraad.vis

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Jan Vis, topic: Diverse
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. sisyphus schreef op : 1

    Ik heb mij enige tijd beziggehouden met filosofie, door eerst de werken van andere mensen te lezen. Al heel lang heb ik mij afgevraagt, hoe ik met bijvoorbeeld kunst, iets kan utbeelden, dat creatief en innovatief kan zjn, iets ‘van mijzelf uitbeelden’, dat geheel iets anders is, dan de in mijn ogen tamelijk verzadigde eenheidsworst-cultuur. Voor mij is dat geen geringe opgave, want er zijn zeer zeker briljante mensen geweest, die “met iets nieuws kwamen”, vervolgens gebeurde er een lange tijd niks en later werd dat “iets nieuws” bij de mensen geintroduceerd. Techniek is een voorbeeld hiervan. Ik beschouw techniek als een extern hulpmiddel. Helaas slaat de tucht van de eenheidsworst-commercie de trom, die in mijn ogen inmddels achterhaald en oppervlakkig is. Het zogenaamde consumentistische eenheidsworstvermaak lijkt te suggeren, dat er “heel veel bereikt is”, dat is wel zo, maar het ljkt net alsof we daarmee ook behoorljk op kunstmatige wijze gedomistceerd zijn. De maatschappij werkt als een consumenten-producenten straf – beloningsysteem, de sterk onder de controle van de economische tucht staat, zogenaamd seculier, met aan de andere kant allerlei tradities van geloofsovertuigingen en provniciaalse kerken, de goe-gemeentes. In werkelijkheid denk ik, dat het een elte-regenten-mega-cooperatieven gecontrolleerde “falliete” handelssysteem is, met een n regels en procedures vastgelegde geinstitutionaliseerde regulerng en de-reguleringsysteem en een zeer sterk verpolitiekte (eigen)belangencultus, als enige mogeljke representant van de zogezegde “algemene belangen”. De hele opvoeding, de hele educatie en natuurlijk de carierre, status, verschillende identiteiten als “enteiten” zijn zo overgestructureerd en vanzelfssprekend gemaakt, dat vele en vele mensen “binnen de kaders” praten, doen, werken en zo leven, dat zo’n enorme zuigende overtuigingskracht heeft, dat ik kan spreken van een “semi-automatsch-systeem”, dat echt onder strikte controle staat, van allerle instituten: de bureaucratie en de administratie. De regelgevng met de procuders, zijn zo nauw, zo gehecht aan “verzekerde-garanties”, dat vele mensen de offciele suggestie, van “economische crisis”, op gelaten wijze aanvaard hebben, dus ook de “bezuinigingen”. Met andere woorden, het geld lijkt de beslissende factor te zijn en degenen, die over het geld kan beslissen, beslist over het “rijlen en zijlen van bepaalde welvaartstandaards”. Dit gebeurt naar mijn inziens niet openlijk, maar achter allerlei gesloten deuren. Maar wel ten koste, van vele en vele mensen en hun organisaties, die kapot gaan. Op deze wjze, kan men de “vrije markt economie”, uiteraard voor de gepriveleerde rjken, heel gemakkelijk implementeren, hoe vaak men ook protesteerd, want de huidige conservatieve en liberale politiek, met het stiefkindje het socialisme blijft bij hoog en laag beweren, “dat het niet anders kan”. In werkelijkheid: de eltes trekken het geldweg, via hun geldwezennetwerken en de vertegenwoordigers, zo ook de offciele erkende economen-experts, vertellen ons, “dat het niet anders kan, want er is een economische crisis”. Dit gebeurt, terwijl er letterlijk, fguurlijk en symbolisch gezien, triljarden aan valuta, aan aandelenfondsen, aan prive-kaptalen en allerlei anderssoortige kapitalen, via beursen, banken en andere financiele nstellingen “rondgesluist” wordt, allen n handen, van de machtige kapitaal-kartels, ook in handen van bepaalde elitaire kringen. Het kan mij niet schelen, hoe rijk iemand is, fijn! Maar, het onontkoombare feit, dat binnen de kaders van de “economische crisis bezuinigd moet worden”, met parallel daaraan, de verdere onstuitbare opmars der eenheidsworst commercie (alleen winstbejag, wellicht wat uitzonderingen daargelaten), kan ik concluderen, dat net zoals de godsdiensten, het zakelijke seculairisme van “grote vis eet kleine vis” en “zo vissen we achter het net”, niet waar meneer Zalm, het huidge economische systeem ook een kerker is, voor al diegenen, die ONDER de tucht, van de strikte economische (de)regulering vallen.
    Waarom? Paar vliegen, n een klap. Met crisis kun je controle houden, waarbij de politici de opdracht hebben, om controle te houden, in het kader van de crisis. Dit geeft hen “de maandaat”, om maatregelen te treffen, die het publiek “anders noot aanvaard zou hebben”, maar die maatregelen zijn niet voor onze bestwil! Het is exact, volgens de wens, van zeer invloedrjke leden, die dusdanige veranderngen willen hebben, om:
    1. Gegarandeerd arbeidspotentieel tot hun beschikking te hebben.
    2. De “re-organsaties” dusdanig uitvoeren, met de “economische
    crisis achter de hand”, dat het voor de aspirant aandringende
    commercie-exploitanten zo gunstig mogelijk wordt gemaakt!
    Voor de afbraak, van het huidige toch wat verouderde sociale stelsel, met de wat knorrge instituties, komt naar mijn inziens geen “vermoderniseerde sociaal-stelsel”, in tegendeel. Als alles vercommercialiseerd is, is er vrijwel geen “sociaal-stelsel” meer over en ook al waren de “knorrige regeringsinstituten” wat traag, bureacraties en sterk geadminstreerd, de commercie zal geen verzekerde garantiekunnen zijn, als het om winst-priorteit gaat. Immers, men moet dan “voor alles betalen, voor alles verzekeren”, met een zogenaamde minimum aan overheidsbemoeinis, terwijl allang kunne zien, dat deze trent veel meer mensen gaan duperen en een paar geprivleerden rijker zullen maken. Zo willen de eltes van tegenwoordig het klaarbljkelijk hebben, niet in een keer, maar stap-voor-stap, waarbij men wel werkt met zeer complexe regeling-en-procedures-constructies, die gaande weg wegvallen, als die instituties er ook niet meer zijn. Natuurlijk is het waar, dat er fraudulent gebruik werd gemaakt, van de “sociale vangnetjes”, maar commerciele cooperaties kennen in het algemeen geen scruples, hebben veel kapitaal en veel informatie, ook over rechtskennis en advokaten, dus als je onverhoopt “noodzakelijk” daar gebruik maakt (je betaald premie, of je hebt een soort van abonnement, noem maar wat!) en ze hanteren ook ingewikkelde regels, procedures, contracten, met allerlei ngewkkelde uitzonderingen, en je bent goed in het nadeel, kleine kans, dat jij wint. Tenzj je voldoende kaptaal heb, om een goede advokaat te hebben en raad eens wat, de werkt OOK voor de commerciele winstbejag-instituten-kartels. Deze trent, lijkt mj zeer onwenselijk. Het werkt eerlijkheid niet in de hand, omdat mensen de ingewikkeldheid moeilijk kunnen doorzien. Het is in mijn ogen wel goed, dat er verschillende vormen van dienstverlening bestaat, maar in mijn ogen onwenselijk, om daaraan afhankelijk te zijn. Het moet een KEUZE zijn en geen VERPLICHTING. Wj mensen hebben basale middelen nodig, zoals eten, drinken, kleding, beschutting nodig, tegenwoordig ook goed vervoer, energie en informatie – waarbij we toch eens meer-en-meer toch veel vrijer en opener kunnen zijn en meer zinvolheid vinden, voor onze levens. Ik denk, dat dit voor elk mens toch verschillend zijn. Ik ben voor openheid van zaken, maar vooral voor meer ecologisch-vriendelijke wjze van leven en dat zou kunnen, met neuwe “schonere” technologieen. De waan, dat “alles zo duur is”, is echt “van hogerhand bepaald”, zo ook de “lage lonen en verder ingekrompen mogeljkheden”. Het is makkeljk winnen zo, om op die manier met mensen, nota-bene je klanten en je werknemers (consumenten – producenten) om te gaan. Maar, als je het zo bekijkt, kan het niet anders, dat het uiterlijke gedrag, doen en laten van vele mensen “daarop afgestemd lijkt te zijn”. Hoe is het dan, met de innerlijke beleving, het samenhangbesef en vooral, de keuzes en mogeljkheden. De trent van rivaliteit en competitie middels ambitie (succes of falen), zat er al jarenlang in, de farce is natuurljk, alsof het “gepresenteerd wordt, als de meest realistische trent”. Nog erger is dit: “net meedoen, verrek maar” en daar zit de knijp, is het niet? Als men tot andere initiatieven wil komen, mag het geld – een ordinar ruilmddel – niet de beslissende factor zjn, maar als ik dat zeg, dan zullen de overheden en de commerciele cooperaties niet leuk vinden, so what! k bezie het als volgt, de “tucht van de economie” is overduidelijk bewjsbaar opgelegd, zonder enige andere mogelijkheden dan dat. Van de conservateven heb ik begrepen, dat zij menen, dat “imperkingen vrijheden bevorderen”, dat is echt wartaal of puur doublespeech, dus “vrijheden der burgers inperken, ter bevordering van de vrijheden van godsdienst en seculairisme”, allebij zogenaamd tegengesteld. Deze geloofsartikelen, deze geloftes, beloftes en hoop, staat naar mijn idee zeer haaks, op de menselijke authenticiteit, creativiteit, nnovatie en inspiratie. k heb ook taloze “conflikten” gehad, maak je geen zorgen, geen enkel toeval. Voegen we de “terorristen-bedreiging, veiligheid en verdeelde populaties” er aan toe, dan zouden we kunnen inzien, dat er een verschil is, tussen de algehele tekst en uitleg hierover (op de oppervlakte) en “wat er hier-en-daar werkelijk loos is”. Ga maar na! Mensen, kun je letterlijk, figuurlijk en symbolisch gezen “met van alles en nog wat overtuigen”, met aannames als feiten, met absolute geloofsovertuigingen als “enige waarheid-fundament”, met stellingen, opinies en meningen, die fantastisch conflkterend zijn, maar niet op de bodem doorgrond zijn, op “basis waarvan”. Zou k op onderzoek uitgaan, dan kom k er achter, hoe simpel, hoe doeltreffend en hoe zogenaamd steekhoudend dt “gedoe” moet voorstellen. In essentie s het waar, dat mensen gemakkeljk bedrogen, bedreigd, overgehaald kunnen worden en vaker dan eens – vanaf hun kindertijd – getraumatiseerd (geterorriseerd) kunnen worden, door ouders, door medescholieren, door collega’s, noem maar op, als “ongelijke behandeld”. En dat, dat fenomeen, valt onder “minachting, verachting, cynisme, arrogantie, bot gedrag”, noem maar op, dat in essenties poses zijn, om “zichzelf te gelden ten aanzien van zichzelf en de kudde-groep waar men toe behoort”. Dit fenomeen, is echt niet gebasseerd op tolerantie, maar op “er bij horen, anders hoor je er niet bij, je past niet in het plaatje”. Waarom hoor ik het bgrip “vooroordeel” resoneren? Op school trachtte ik daar wat aan te doen, door te zeggen, accepteer mensen “in hun zo-zijn”, werd door geen sterveling begrepen. Kijk, iedereen kan meninsgverschillen hebben, je kunt de bal spelen of de man. Dat zijn keuzes. Mensen kunnen ook verschillen van inzichten hebben, maar je kunt ook eens kijken van, hee – is er ergens een lichtpuntje te ontwaren? Is er wellicht, hier een “ontknoping” aan de hand. De “slachtoffer – dader – rechter” mentaliteit, komt niet utsluitend van de godsdiensten vandaan, maar we zien het vrolijk nog eens terug bij de “economische tucht”. Je kunt, inderdaad, tegen je zin in in omstandgheden terecht komen, wat je ergens n je hart en ziel, net wil. Daarom zet ik in de eerste plaats, de menselijke ervaring centraal – ook al weet ik niet alles: het s niet meer mjn bedoeling, om “de heilige huisjes” omver te schieten, maar meer, om ze transparanter te maken, althans, dat is mijn poging daartoe. En ik ben niet de enige. Er is in mijn ogen een verschil, tussen zoutloze kritiek en scepsisme en vruchtbare kritiek met nuance, verfijning van het denken, de differentiatie. Ik bekjk dingen niet “zwart – wit”, maar ik question wel de validiteit van dit alles. Het is immers waar, dat mensen “gemaakt en gebroken” kunnen worden en dat heeft wel enome consequenties, voor ieders zelfrespect en daadwerkeljke respect voor de mens, zijn/haar werken, de natuur en de planeet, als een “mysterieus geheel”. Ik stel welzijn zeer hoog in het vaandel, zo ook de vitaliteit, om ook met geboeide aandacht, het levensproces te beleven, in het “zo-zjn”, waarbij vrij creativteit, vrije samenhangende innovatie, natuurlijkheid rum baan maakt. ter bijdrage van ieders unieke levensdoel. Ik ben in essentie noch positief, noch negatief, maar pas beide polen toe, n een vruchtbaardere rtme, zoals dag- en nacht, zoals waken en dromen, zoals rust en activiteit, zoals eenzaamheid en toch trachten een bruggerbouwer te zijn, waarbij “begrip”, hoe broos en genuanceerd deze lijkt te zijn, een plaats in deze postmoderne tijdruimte te geven.

    Groet,
    Sisyphus.