vrijdag, 12 april 2002
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Libertarisme als Sociaal Contract


Sinds ik mijn artikel over de merites van Hans-Hermann Hoppe’s “baanbrekende” verdediging van het libertarisme schreef, hebben zich nog vele anderen gevoegd bij het koor van critici van Hans-Hermann Hoppe’s semantische trukendoos. Zo noemt de Amerikaanse econoom en anarcho-kapitalistische auteur Brian Caplan Hans-Hermann Hoppe’s argument ‘a tissue of error’ en stelt Jan Narveson dat Hoppe’s argument berust op het verwarren van ‘de facto control’ en ‘ownership’. Maar zelfs als Hoppe’s argumenten correct zijn, is dit weinig interessant omdat het contradictionair zijn in de betekenis van Hoppe geen enkel obstakel vormt voor het leven van een rationeel leven (in tegenstelling tot bijvoorbeeld het ontkennen van de wetten van de zwaartekracht). Na lezing van de bijdrage van Frank van Dun zie ik dan ook weinig reden mijn opvattingen omtrent de merites van Hoppe’s argumenten te herzien.

In zijn kritiek op sociaal-contract verdedigingen van het libertarisme stipt van Dun echter wel een aantal punten aan die nadere toelichting verdienen. Zo stelt hij dat het rationele individu zoals dat in het werk van (oa) Charles King en David Gauthier verschijnt, gelijk is aan Al Bundy (de weinig verheffende verschijning uit de Amerikaanse tv serie ‘Married with Children”).

Twee kanttekeningen. In de eerste plaats maakt van Dun eigenlijk niet zo goed duidelijk wat er mis is met iemand die zijn eigen belang nastreeft en bij elke morele propositie zich afvraagt hoe hij daar onder vaart. Het uitgangspunt van het werk van Gauthier (en anderen zoals Jan Narveson en Gregory Kavka) is nu juist dat gezien de nogal povere resultaten van filosofen en moralisten om te bewijzen dat er objectieve morele waarheden bestaan, dit geen onredelijke positie is.

In de tweede plaats zijn dergelijke mensen in elke verschijningsvorm te vinden, varierend van Al Bundy tot hooggeleerde en fijnbesnaarde moreel realitivisten. Een cynische verdediger van Gauthier’s visie zou zelfs kunnen betogen dat het doorgaans vooral de moralisten zelf zijn die op de ‘onderbuikgevoelens’ van mensen inspelen. De moralist probeert mensen een schuldgevoel aan te praten, op basis van morele opvattingen die geen enkele basis in de realiteit hebben, en hem dan vervolgens te manipuleren.

Betekent dit het einde van de moraal ? Geenszins zegt David Gauthier. In zijn baanbrekende studie “Morals by Agreement”, zonder twijfel de beste verhandeling over moraal ooit geschreven, stelt Gauthier dat zelfs het moderne nutsmaximerende individu reden heeft moreel te handelen. “To choose rationally, one must choose morally”, aldus Gauthier. In de visie van Gauthier leidt het orthodoxe economische rationaliteitsbegrip tot suboptimale uitkomsten in strategische interacties die de structuur hebben van een prisoner’s dilemma (PD). Gauthier stelt daarom voor dit rationaliteits-begrip te herzien om plaats te maken voor wat hij noemt, ‘constrained maximizing’.

Een ‘contrained maximizer’ die zich geconfronteerd ziet met een PD situatie heeft de dispositie om samen te werken met individuen die dezelfde dispositie hebben. De ‘constrained maximizer’ is dus geen ‘sucker’ die samenwerkt ongeacht de dispositie van anderen. Het gevolg is dat er voor constrained maximizers voordelen zijn te behalen waarvan de othodoxe homo economicus ontstoken blijft. Het dient overigens met klem te worden benadrukt dat Gauthier’s theorie onderscheiden dient te worden van de theorie dat het rationeel is om samen te werken in een (oneindige) reeks van PD situaties (“tif for tat”). In de theorie van Gauthier kan het zelfs in eenmalige situaties die een PD structuur hebben rationeel zijn om samen te werken.

Het hoeft weinig betoog dat Gauthier’s theorie door orthodoxe speltheotici met gemengd enthousiasme ontvangen is. Desalniettemin heeft Gauthier bijval gekregen van theoretici als Edward McClennen die een op Gauthier’s gelijkende theorie van “resolute choice” heeft geformuleerd. Sinds de publicatie van “Morals by Agreement” heeft Gauthier in latere artikelen zijn theorie over praktische rationaliteit nog van verdere verfijningen en kwalificaties voorzien.

Maar wat heeft dit nu allemaal met libertarisme te maken? In de eerste plaats is Gauthier’s theorie uiteraard goed nieuws voor (vrije markt) anarchisten omdat het stelt dat cooperatie mogelijk is zonder staatsdwang (wat overigens ook al werd bewezen in experimenten met de ‘tit for tat’ strategie). In de tweede plaats omdat Gauthier stelt dat cooperatie tot wederzijds voordeel alleen mogelijk is als individueen het zogenaamde Lockeaanse Proviso in acht nemen. In Gauthier’s herformulering luidt dit ‘verbeter niet je situatie door die van anderen te verslechten’ (de wijze waarop Gauthier uit dit proviso de legitimtieit van prive-eigendom en de vrije markt afleidt is overigens verplichte literatuur voor critici van de vrije markt). En hiermee kom ik bij van Dun’s meest relevante vraag: waarom zouden ‘constrained mazimizers’ voor het libertarische non-agressie principe kiezen?

Hierop heeft Gauthier een aantal ingenieuze antwoorden geformuleerd. In de eerste plaats stelt hij dat als we schendingen van het Proviso toelaten alvorens samen te werken we wederom teruggeworpen worden in de Hobbesiaanse oorlog van allen tegen allen omdat het dan loont om agressief gedrag te vertonen alvorens aan de onderhandelingstafel te gaan zitten. Omdat de ene aanval de andere uitlokt is het zelfs waarschijnlijker dat we nooit aan die onderhandelingstafel komen te zitten! In de tweede plaats stelt Gauthier dat samenwerking tussen individuen die het proviso geschonden hebben instabiel is. Zodra individuen zich bewust worden van moraal als sociaal contract zullen zij vanuit een ex-ante perspectief de interpersoonlijke betrekkingen op basis van dit criterium beoordelen en zal de maatschappij steeds meer in de richting van acceptatie van het Proviso bewegen.

Het zal dan ook niet verbazen dat in het dagelijks leven de meeste mensen inderdaad volgens het libertarische non-aggressie principe handelen. Volgens de (eveneens) Hobbesiaanse filosoof Gregory Kavka is voor een rationeel individu die zich ziet opgenomen in een rijk geschakeerd scala van interpersoonlijke betrekkingen zelden rationeel om voor onrechtmatig gedrag te kiezen. Een van zijn argumenten is dat calculaties van geval tot geval zelden een rationele optie zijn gezien de serieuze gevolgen van een vergissing. Of om het diens Hobbesiaanse termonologie uit te drukken, prefeert hij “rule-egoism” boven “act-egoism”.

Als dit het geval is, waarom is de maatschappij dan zover van de vrije samenleving die libertariers voorstaan verwijderd? Een plausibele verklaring lijkt mij dat het geweld van de staat niet als zodanig wordt gekarakteriseerd en de staat haar handelen legitimeert met een beroep op ‘democratie’, ‘solidariteit’ etc. Met andere woorden, de staat kan vooralsnog wegkomen met gedrag dat tussen individuen onderling als onacceptabel wordt gezien. Maar het is zelfs nog merkwaardiger: als een enkel individu aggressie initieert en zich daarbij beroept op solidariteit of ‘sociale rechten’ wordt dit evenmin geaccepteerd. Een additionele verklaring is wellicht dat veel individuen vatbaar zijn voor de opvatting dat wat op micro-niveau slecht is op macro-niveau goed kan zijn. Het hoeft weinig betoog dat hier zelden serieuze argumenten voor worden gegeven.

Rest mij nog een mogelijke tegenwerping. Gesteld kan worden dat de theorie van Gauthier geen morele theorie is maar een theorie over prudentie. Mogelijk. Maar als de centrale vraag van de ethiek is om te beantwoorden hoe een mens dient te leven dan is dit onderscheid weinig interessant en wellicht gebaseerd op een misverstand. Hoewel Gauthier skeptisch is sluit zijn theorie geenszins andere benaderingen in de ethiek uit. Zo toont Gauthier in ‘Morals by Agreement’ aan dat een Kantiaanse / Rawlsiaanse benadering waarin een rationele agent die geen kennis heeft van zijn identiteit maar wel weet dat hij er een heeft (hij noemt dit het Archimedean Point) dezelfde morele principes kiest.

Literatuur:

David Gauthier – Morals by Agreement (1986) Jan Narveson – The Libertarian Idea (1989) Edward McClennen – Rationality and Dynamic Choice: Foundational Explorations (1990)
Gregory S. Kavka – Hobbesian Moral and Political Philosophy (1986)

Meer informatie over het werk van David Gauthier: http://www.againstpolitics.com

Meer informatie over het werk van Jan Narveson: http://www.againstpolitics.com

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Aschwin de Wolf, topic: Libertarische Theorie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.