woensdag, 24 maart 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Julian Simon: Wedden dat alles steeds beter gaat?

Simon2.jpg

In februari van 1998 stierf Julian Simon op de leeftijd van 65 jaar. Zo’n vroege dood lijkt in  tegenspraak met het  vooruitgangsdenken dat hij preekte, maar dat is het niet. Simon beweerde altijd: alles gaat steeds beter, en niet: alles is al goed.

Ik heb Simon voor het eerst ontmoet in oktober 1991 op een bijeenkomst van de Rijksuniversiteit Groningen waar hij een lezing gaf met als titel Everything will get better: I’ll bet on it.

Zoals hem al talloze malen was overkomen bracht hij ook op deze lezing sommige toehoorders tot pure razernij. De discussies verlopen altijd volgens een stereotiep patroon, zonder mezelf op een lijn te stellen met Simon heb ik dat zelf ook meegemaakt.

Het begint ermee dat je je hardop afvraagt of ‘het’ milieuprobleem of een onderdeel daarvan, het broeikaseffect of tekorten aan grondstoffen wel zulke grote bedreigingen opleveren voor de mensheid. Dat wekt irritatie: week in week uit worden mensen overspoeld met berichten over het zieke milieu dat we onze kinderen nalaten. Dat vinden ze verschrikkelijk, maar nauwelijks verbazingwekkend, want het bevestigt hun  sombere visie op de mens. Ze redeneren: ik dacht al dat het slecht ging, en nu lees ik het ook nog eens in de krant, dan moet het toch wel heel erg slecht gaan. En dan kom jij me vertellen dat er niets aan de hand is?

In de daarop volgende discussie wordt geen enkel onderwerp uitgediept. Je opponent weet een beetje van het broeikaseffect en een beetje van de honger in de wereld en een beetje van een ander populair probleem. Op het moment dat in de discussie blijkt dat  zijn informatie over onderwerp X te kort schiet en aan de horizon het spookbeeld opdoemt dat hij toe zal moeten geven dat vandaag de dag veel dingen beter gaan dan vroeger schakelt-ie moeiteloos over op probleem Y of Z. Of de individuele problemen nu wel of niet reeel zijn is voor Uw opponent van weinig belang: de centrale issue is namelijk geen meetbaar fenomeen, maar de overtuiging dat de mens slecht is.

Julian Simon heeft het niettemin geprobeerd: met controleerbare feiten dit geloof te bestrijden. Hij beweerde dat de honger wereldwijd afneemt, het milieu schoner wordt, dat de menselijke creativiteit geen grenzen kent, kortom dat de mens met iets goeds en verstandigs bezig is, en hij ondersteunde dat met een stortvloed aan controleerbare feiten.

Ik denk dat het heel belangrijk is wat Simon gedaan heeft en ik zal op deze site en elders trachten zijn nalatenschap in ere te houden.

Het leven op aarde wordt steeds prettiger! Dat is de vrolijke boodschap die de Amerikaanse hoogleraar economie dr Julian Simon nu al weer zo’n 20 jaar verkondigt. Het milieu wordt steeds schoner, de honger in de wereld neemt af, de levensverwachting neemt toe, we worden steeds rijker… en dat alles niet ondanks dat de wereldbevolking toeneemt, maar volgens Simon zelfs DANKZIJ het feit dat die wereldbevolking toeneemt! Het enige dat Simons zonnige humeur verstoort is dat bijna niemand al dat mooie nieuws gelooft: de wereld zwelgt in pessimisme over milieu, overbevolking en klimaatverandering en dat pessimisme verziekt volgens hem niet alleen ten onrechte de sfeer op aarde, maar het kost ook nog handenvol geld.

Is Simon gek? Een typisch amerikaanse optimist? Op de achterflap van een van zijn boeken wordt het World Wildlife Fund geciteerd, dat hem een ‘terrorist’ noemt. En dat is niet zo verbazingwekkend want Simon heeft zich tot taak gesteld de ‘doomsdaysayers’, de ‘doemdenkers’ te vuur en te zwaard te bestrijden. Zijn meest recente wapenfeit is daarbij het winnen van een weddenschap met een milieuactivist over de prijs van grondstoffen. Simon voorspelde dat deze grondstoffen steeds minder schaars worden en daarom goedkoper – en hij kreeg gelijk.

Simon was succesvol ondernemer, en is zowel afgestudeerd psycholoog als econoom. Hij heeft 200 wetenschappelijke publikaties op zijn naam staan en vele boeken. Gek is hij dus niet, maar wel heeft hij een originele, in Nederland zelden of nooit te beluisteren boodschap over milieu, grondstoffen en bevolkingsproblemen.

In Nederland – en niet alleen hier – wordt U geacht instemmend te knikken als iemand zegt: ‘De bomen groeien niet tot in de hemel’. Want, weten we: de hoeveelheid grondstoffen (waaronder energie en voedsel) op aarde is niet eindeloos, en als de wereldbevolking in dit tempo door blijft groeien, dan zullen hongersnoden, milieuproblemen, oorlogen en klimaatverstoring het gevolg zijn.

Dit verhaal klinkt heel logisch, en daarom is het van alle tijden. Ook vroeger al, met name tegen het eind van een eeuw of een millenium roerden zich mensen die meenden dat de grenzen in zicht waren en dat het roer radicaal om zou moeten. Een van de meest bekende voorbeelden daarvan is de Nederlandse dominee Malthus uit de vorige eeuw. Naar hem worden milieuactivisten soms ook wel Neo-Malthusianisten genoemd.

Maar professor Simon zegt dat Neo-Malthusianisten weliswaar een heel aantrekkelijk en begrijpelijk verhaal vertellen, maar daarmee nog geen gelijk hebben. Sterker nog: ze hebben tot nu toe steeds ongelijk gekregen. Simons lievelingsvoorbeeld is dan de amerikaanse hoogleraar Paul Ehrlich die in de zestiger jaren voorspelde dat binnen tien jaar grote gedeeltes van de wereld als gevolg van hongersnood en sterfte opgegeven zouden moeten worden – reddeloos verloren. Het boek waarin Ehrlich deze rampen aankondigde (The Population Bomb) was weliswaar een wereldwijde bestseller, de rampen zelf zijn tot op de dag van vandaag uitgebleven (vergeleken bij wat Ehrlich voorspelde is namelijk wat we nu in Noord Afrika zien kinderspel).

Professor Simon is evenwel in het geheel niet verbaasd dat Ehrlich tot dusver zijn gelijk niet haalde: Slaagde de mensheid er immers keer op keer niet in om de allerlei soorten voorspelde crises af te wenden? Dankzij pioniers arbeid, creativiteit en wetenschappelijk onderzoek bleek steeds weer dat de mens voedsel kon produceren op plaatsen en manieren die tot dusver voor onmogelijk werden gehouden.

De manier waarop dat ging (met bestrijdingsmiddelen en kunstmest) staat tegenwoordig sterk in de – sombere – aandacht, maar daarbij wordt al te makkelijk vergeten dat de voedingstoestand van de gemiddelde wereldburger de afgelopen decennia fors is verbeterd. Niet alleen in het rijke westen, ook in de arme landen. Het aantal hongerende mensen is in deze eeuw afgenomen en tegelijk nam de wereldbevolking fors toe. De frequentie en intensiteit van de hongersnoden die we nu nog kennen staat bovendien in geen verhouding tot de hongersnoden in vroeger tijden. En die hongersnoden worden meestal veroorzaakt door oorlog of slecht economisch beleid, niet door een uitgemergeld milieu. Eigenlijk ziet hij geen grenzen voor een eindeloze groei van de bevolking, maar mocht ooit, in de verre toekomst, blijken dat de aarde werkelijk fysiek aan zijn grenzen is, dan zal de technologie ons ongetwijfeld de mogelijkheid bieden om de ruimte te koloniseren.

Er is daarom ook geen enkele reden voor overheidsprogramma’s ten faveure van geboortebeperking. De vrije keuze van het aantal kinderen dat iemand wil nemen is een van de belangrijkste mensenrechten en alle overheidspogingen om het kindertal te beinvloeden houden een beperking van die vrijheid in. De dwang zoals die in China wordt uitgeoefend op mensen om maar een kind te nemen is Simon dan ook een gruwel en, zo meent hij, volstrekt overbodig. Door deze visie is Simon de lieveling van de amerikaanse anti-abortus beweging, maar hij zelf lijkt daar niet erg van gecharmeerd; hij is geen tegenstander van anticonceptie of van abortus, hij vindt alleen dat de overheid zich niet met het aantal kinderen dat iemand wenst heeft te bemoeien.

Simon vertelt in zijn recente boek ‘Population Matters’ dat hij decennia terug ook zijn arbeid in dienst wilde stellen van de bestrijding van de overbevolking. Maar bestudering van de werken van de econoom Kuznet en zijn eigen onderzoekingen brachten hem tot de conclusie dat er geen enkel verband bestaat tussen toename van de bevolking in een bepaald land en de welvaart van de inwoners van dat land. Hong Kong heeft 40 maal de bevolkingsdichtheid van China. Toch wordt in China familieplanning voorgeschreven, in Hong Kong niet. Het verondersteld overbevolkte India heeft per vierkante kilometer maar de helft van het aantal inwoners van de Bondsrepubliek of Japan. Toch gaat het beduidend minder met India. Het is dan ook niet het aantal inwoners dat een land telt, maar het economisch beleid, de mogelijkheid om vrij handel te drijven, de cultuur en de opleiding van de bewoners die van beslissende invloed zijn op de welvaart in een land.

Groei van de bevolking ziet Simon zelfs als een stimulans van de welvaart. Om die reden vindt hij ook dat in de VS de Immigratiebeperkingen dienen te worden opgeheven, immigranten maken Amerika rijk en worden zelf ook beter van die immigratie – anders deden ze het niet.

Maar kinderen moeten gevoed worden, gekleed, en als een land al arm is, dan maakt dat de situatie toch alleen maar moeilijker? Simons standaard antwoord is dan: dat is alleen op de korte termijn het geval. Op de lange duur kunnen die nieuwe mensen ook juist een heleboel gaan produceren, en alles wijst er ook op dat ze dat doen. Waarom, zo vraagt Simon zich af worden nieuwe wereldburgers alleen maar afgeschilderd als magen die gevuld dienen te worden en niet als hersens die mee kunnen denken over de toekomst van de wereld? De kans dat je tussen een miljoen mensen een briljante geest tegenkomt is veel groter dan wanneer je maar 1000 mensen hebt. Gretig citeert hij de onlangs overleden grootindustrieel Soichino Honda (van de auto’s):’Where 100 people think, there are 100 powers; if 1000 people think there are 1000 powers’.

Simon heeft een onwankelbaar geloof in de overlevingsdrift van de mens en diens creativiteit om problemen op te lossen. Tekorten aan grondstoffen ziet hij daarbij eerder een motor van de vooruitgang dan een rem daarop.’We hebben behoefte aan meer en aan grotere problemen’ zo kraait hij enthousiast en legt vervolgens uit hoe volgens hem de ontbossing van Engeland in de 17e eeuw er toe leidde dat we ons nu per auto of per vliegtuig kunnen verplaatsen.

In de 17e eeuw ontstond door grootschalige ontbossing een tekort aan brandhout, en dat tekort stimuleerde de kolenmijnbouw. Die mijnbouw werd echter gehinderd door overstromingen en dat vormde de stimulans voor de ontwikkeling van de stoommachine. Maar die kon niet alleen gebruikt worden als waterpomp, je kon er ook wielen onder zetten, en voila: de industriā€°le revolutie was een feit. Auto’s en vliegtuigen vloeiden logisch voort uit de stoommachine die het gevolg was van een door mensen veroorzaakt milieuprobleem.

Simon noemt het niet, maar de auto kwam overigens op een tijdstip dat voor Parijs de voorspelling gold dat een voortgaande groei van het gebruik van paard en wagen in die stad een metershoge produktie van paardenstront in alle straten van die stad tot gevolg zou hebben. De auto bracht zijn eigen problemen mee, maar maakte aan dit probleem in ieder geval een einde.

Schaarste aan grondstoffen scherpt de creativiteit, zo meent Simon. Door schaarste stijgt de prijs van grondstoffen en gaan mensen op zoek naar alternatieven: andere producten, recycling, betere winning van grondstoffen.

Vinden ze die oplossing altijd? Dat weten we niet, zegt Simon, maar tot nu toe is het wel steeds gelukt, en er zijn geen signalen dat de creativiteit afneemt. Integendeel het aantal uitvindingen en octrooien neemt op het ogenblik in een duizelingwekkend tempo toe.

Maar Simon voorziet vooralsnog geen tekorten aan grondstoffen, maar juist het tegendeel: door een voortgaande groei van de wereldbevolking zullen grondstoffen (en energie en voedsel) alleen maar in hoeveelheid toenemen en goedkoper worden. Ook dit is in tegenspraak met alle logica. Meer mensen op aarde betekent immers meer behoefte aan ijzer, koper enzovoort, en als ergens meer vraag naar is, dan zal dat toch de prijs opdrijven?

Dat dacht ook de hoogleraar Ecologie aan de Stanford University Paul Ehrlich toen hij een weddenschap aanging met Simon dat de prijs van grondstoffen in een periode van 10 jaar niet zoals Simon zei zou dalen, maar juist zou stijgen. Hij verloor jammerlijk.

Met zijn weddenschap haalde Simon de wereldpers, maar de hoogleraar Economische Geologie dr Peter Ypma (Universiteit van Delft en University of Adelaide) haalt er zijn schouders voor op: dat wist hij al lang. Dankzij met name technologische ontwikkelingen worden we steeds ‘cleverder’ en daardoor kunnen we nog steeds zeer rijke ertsen vinden op plaatsen waar we vroeger niet konden zoeken, laat staan winnen. Ypma noemt het een misverstand dat de mijnbouw door uitmergeling inmiddels zou zijn aangewezen op zeer armzalige ertsen. En hij bevestigt dat alle grondstoffen in de afgelopen decennia goedkoper zijn geworden.

Ypma:’De grootste ontdekking van deze eeuw ligt in Australie, dat is een enorm ertsvoorkomen, daar hebben ze het eind nog niet eens van afgemeten. Dit voorkomen bevat koper en goud en uraan en dat is dus zeer rijk. Het ligt op een diepte tussen de 6 en de 8 honderd meter en Het is gevonden achter een bureau, door iemand die goed dacht, daar komt het op neer.

Moet de mensheid zich zorgen maken over een tekort aan grondstoffen ?

Ypma:’Nee, absoluut niet’.

Maar op een gegeven moment worden ertsen dusdanig arm dat het rendabeler wordt om te gaan recyclen. Ypma wijst er op dat dat – geheel los van de rijkdom van een erts – nu al het geval is.

‘Laat ik zeggen: recycling van ingezamelde aluminium blikjes kost een dertigste van de energiekosten vergeleken met aluminium uit bauxiet. Het is dus veel goedkoper. De verwachting is dat binnenkort, binnen het einde van deze decade toch 70% van alle aluminium recycled aluminium is. Bij koper zitten we nu al dicht bij de 70% Je ziet ook niet meer die waanzinnige stijging van metalen en grondstoffen, men kan gewoon niet meer gaan vragen want dan wordt al het afval mijnbaar’.

Maar dat metalen hergebruikbaar zijn is dan misschien een feit, olie en gas zijn dat niet.

Ypma:’Tot nu toe moet ik zeggen: de voorraden nemen nog steeds toe. Ons Gronings gasveld neemt ook nog steeds toe. We zijn nog lang niet aan het uiterste. Want uiteindelijk laten we nog steeds in alle olievelden van de wereld meer dan een derde soms zelfs tweederde van de olie achter. Maar ja die olieprijzen zijn ook niet zo snel gestegen, die zijn ook naar verhouding van onze economie betrekkelijk laag’.

‘Een vergissing die de Club van Rome destijds maakte, was uit te gaan van de ‘gepubliceerde reserves’. Dat is natuurlijk een heel tijdelijk iets. De gepubliceerde reserves van aardolie in 1920 waren goed voor (een consumptie van) zes jaar. In 1930 was dat zeven jaar. En in de vijftiger jaren was het twaalf jaar, we zitten nu al tegen de 20 jaar aan. De totale wereldvoorraden zijn eigenlijk toegenomen. Men had in 1920 veel meer reden om alarmistisch over olie te zijn want toen waren de aantoonbare reserves veel kleiner. Uiteindelijk is het voor de meeste exploitatie maatschappijen niet interessant om meer dan 10 jaar voorraad te hebben. Wat doe je daarmee, het kost allen maar geld om het aan te tonen. Meer dan tien jaar is alleen maar zonde van je geld’.

Maar milieumensen hebben een hekel aan deze economische verhalen. Ooit, zo redeneren ze is de aarde echt uitgemergeld, fysiek leeg en dan kun je op het dak gaan zitten met je economische praatjes! Dan wordt de aarde een woestijn van lege mijnschachten.

Ik geloof er niks van zegt Julian Simon, dat absolute uitputting uberhaupt bereikt kan worden. We weten niet exact hoe groot de werkelijke voorraden zijn van de grondstoffen in de aardkorst (omdat het niet nodig was dat exact uit te zoeken), maar er zijn wel schattingen. Neem koper. Volgens de bewezen reserves-methode is er voldoende voor 45 jaar (op het niveau van 1974). Maar als je uitgaat van de uiterste hoeveelheid winbaar koper in de aardkorst dan zou je nog 340 jaar vooruit kunnen. Bereken je de totale hoeveelheid koper in de aardkorst en deel je dat door het jaarverbruik in ’74 dan zouden we nog 242 miljoen jaar vooruit kunnen. Inmiddels heeft koper in de vorm van glasvezel een grote concurrent gekregen.

Maar hoe ziet het milieu er uit in zo’n wereld? Landbouwgrond erodeert door overmatig en onoordeelkundig gebruik. Dieren sterven uit, vervuiling is aan de orde van de dag. Het energiegebruik verpest het klimaat.

Don’t worry, be happy luidt het antwoord. Simon komt met cijfers van het Wereld Hout Instituut waaruit blijkt dat, behoudens lokale problemen, de wereld houtvoorraad in ieder geval niet afneemt. Ook de hoeveelheid landbouw grond neemt – in weerwil van verhalen over verwoestijning – over de hele wereld toe. En volgens statistieken van de FAO heeft hij daarin inderdaad gelijk. Ook de Nasa kwam recent met een rapport waaruit zou blijken dat er geen redenen zijn om te vrezen voor oprukkende woestijnen in de wereld.

Aan uitgestorven diersoorten wijdt Simon in zijn boek een heel hoofdstuk waarin hij zich concentreert op de veelgehoorde bewering dat er jaarlijks 40000 diersoorten uitsterven. Simon traceert die voorspelling tot een wilde, nogal ongefundeerde schatting die een eigen leven is gaan leiden. Hij waagt zich niet aan berekeningen hoeveel diersoorten er uitsterven (of bijkomen), hij maakt alleen aannemelijk dat de huidige alarmistische cijfers geheel onbetrouwbaar zijn. Uit een bedoelde poging om een diersoort uit te roeien – het pokkenvirus door de Wereldgezondheidsorganisatie – blijkt dat zoiets geen sinecure is.

Vervuiling? Simon zegt:’We leven in een steeds schonere wereld. Londen verbruikte aan het begin van de vijftiger jaren veel minder energie dan nu, toch stierven toen tijdens een smog epidemie duizenden mensen. Het energieverbruik is sindsdien fors toegenomen – de vervuiling niet. In tal van statistieken maakt Simon duidelijk dat ook op andere fronten de vervuiling is afgenomen.

Waarom horen we zoveel slecht nieuws over de wereld en de toekomst daarvan als het volgens Simon zoveel beter gaat? Persoonlijk belang van de slecht-nieuws-boodschappers, de journalisten en de wetenschappers, is een van de verklaringen die Simon biedt. Als die zouden zeggen: het gaat goed met de wereld zouden die lang niet zoveel werk hebben. Inzamelingsacties en ledenwerfacties vinden zo vaak plaats dat je je wel moet onderscheiden om nog aandacht te krijgen: er moet opgeboden worden met problemen. Hoe banger het publiek, hoe meer ze zullen schuiven.

Zoals activisten in de zeventiger jaren het militair industriele complex ontrafelden met zijn commissariaten over en weer, zo ontrafelt Simon de milieubeweging in zijn boek en suggereert een grote dans om de subsidie- en fondsenpot.

Professor Ypma tenslotte, hij kent Simon noch diens publikaties, vertelt hoe hij ten tijde van de verschijning van het rapport van de Club van Rome tal van lezingen gaf met een nog al geruststellend karakter. Ypma:’Dat werd je nooit in dank afgenomen, men hoort liever doomsdayprofeten. Een voorganger die een donderpreek geeft die is toch veel beter dan iemand die zegt: jullie zijn toch niet zo slecht. Daar ga je toch niet voor naar de kerk?. Er zit meer geld in een alarmistische studie dan in een geruststellende studie. Daarvoor is men sneller geneigd iets op tafel te leggen.

Ik las een hele mooie zin ergens in een Australische krant en dat zei: “being green, means you have never to say you’re sorry!” Zo is het. Je kunt de afschuwelijkste rampen voorspellen en als die dan niet uit blijkt te komen hoef je ook nooit te zeggen dat het je spijt’.

Links:

Dit artikel verscheen eerder in de Querulant.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Theo Richel, topic: Milieu en Klimaat
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. dewanand schreef op : 1

    men vergeet in het milieudebat heel veel feiten.
    de economie van de rijke landen is gewoon gebaseerd op uitbuiting van de arme landen.
    er is geen enkele behoefte om de vervuiling te verminderen.
    er is geen enkele behoefte om technologie af te staan aan de onderontwikkelde landen, want dan worden zij concurrenten en dat is bedreigend voor de welvaart in de industrielanden. de overdracht van kennis stagneert en er wordt niet geinvesteerd in schone technologieen, hoewel er genoeg geld is hiervoor.

    dus er is gewoon geen economische behoefte aan een schoner milieu en daarom doet niemand hier iets aan. hoeveel zin heeft het dan om hieraan nog veel woorden vuil te maken?

    dewanand
    http://www.dewanand.nl

  2. anti duif schreef op : 2

    DeWanda,

    Ik snap iets niet aan uw bijdrage aan het debat. U schrijft dat men veel feiten in het milieu debat vergeet en begint dan een opsomming. Als ik dat nu eens nalees:

    “de economie van de rijke landen is gewoon gebaseerd op uitbuiting van de arme landen”

    Dat lijkt mij toch niet zo feitelijk, maar eerder een stelling.

    “er is geen enkele behoefte om de vervuiling te verminderen.”

    Dat is feitelijk onjuist, het woord milieu is de afgelopen 10 jaar een van de meest gebezigde woorden in de media en politiek. Daarmee lijkt er dus wel degelijk een behoefte op dit gebied te zijn.

    “er is geen enkele behoefte om technologie af te staan aan de onderontwikkelde landen, want dan worden zij concurrenten en dat is bedreigend voor de welvaart in de industrielanden.”

    Tja, daar kom u tot de kern, de ontwikkelde landen, kapitalisten, zijn niet rijk geworden door van andere altruisme te verwachten en pasief de hand op te houden. Maar juist door zelf te inoveren. Daar de meeste technologie helemaal niet geheim is er helemaal niet sprake van actief handelen van de rijke landen, er is eerder sprake van pasiviteit aan de kant van de onder ontwikkelde landen. Het woord zegt het al. Wederom dus, geen feit maar een (slechte) stelling dus.

    “de overdracht van kennis stagneert en er wordt niet geinvesteerd in schone technologieen, hoewel er genoeg geld is hiervoor.”

    Hey, dit is alweer niet feitelijk. Er is juist heel veel geinversteerd in schone technologieen, de auto is nog nooit zo schoon geweest als nu. En jou constatering dat hiet geld genoeg voor is, lijkt mij een nog al loze opmerking, aangezien alles een kwestie van keuzes is.

    Al met al, moet ik toegeven dat er inderdaad weinig feiten worden gebruikt in het milieu debat en wel aangetoond in uw opsomming.

    Dat u daarnaast ook nog een link plaats naar een hindoestaanse LITERAIRE site doet mij echter het ergste vrezen. Want hoewel uw bijdrage niet feitelijk is, uw bijdrage was zeker niet literair te noemen…

  3. Kafir schreef op : 3

    Dominee Malthus was geen Nederlander maar een Brit. En hij leefde ook niet in de vorige eeuw maar tweehonderd jaar geleden.

  4. hugo van reijen schreef op : 4

    Met alle respect voor de verdiensten van Simon kan ik zijn mening over een ongelimiteerde bevolkingstoename niet serieus nemen.
    Kan iemand die deze mening wel serieus meent, mij uitleggen wat de toekomst is van een land zoals Bangladesh als de bevolking blijft toenemen in het huidige tempo ?
    Bagladesh heeft nu een bevolking van 140 miljoen die elke dertig jaar verdubbelt. Over 150 jaar zijn we dus als het huidige tempo aanhoudt bij 4480 milhoen mensen, een bevolkingsdichtheid van circa 37000 personen per vierkante kilometer.

  5. amanzi schreef op : 5

    Ter verdediging van dewanand: anti duif. En wat jij zegt is geen redenering? Verwacht jij op een forum wetenschappelijk onderbouwde betogen?
    Waar zijn die van jou?
    Trouwens, veel gesproken over milieu, dat heeft dus niets te maken met daden. Daarbij kan de kwaliteit van de daden alleen worden afgelezen tegenover de schade die wij als mens aanrichten en hebben aangericht.
    Ec. rijke over de rug van de arme… hoe kan je uberhaupt beweren dat het niet zo is. Een mini vb=sweatshops.
    Ik geloof echt niet dat de mens van nature slecht is maar de gezonde balans hebben we zeker nog niet gevonden.

  6. Dewanand schreef op : 6

    hallo anti duif,
    als je er nog bent.

    economie en technologie zijn moeilijke zaken. je kan zeggen, ok die lui in Afrika zijn passief en daarom lijden zij honger op een goudmijn.

    ok, in zekere zin klopt dit als een bus. uiterst moeilijke kwestie, waarbij ook nog religie en cultuur en notabene tradities (dom en arm moeten blijven om afrikaan of surinamer te zijn) ook een rol spelen.

    je hebt gelijk. ook amanzi heeft gelijk, want simpele stellingen werken niet en tegenstellingen kan je altijd weer ontkrachten met andere anti-tegenstellingen, enz.

    feit is:
    rijkdom en armoede zijn mensenwerk.

    dus de mens moet hsijn eigen broodjes gaar bakken.

    dit impliceert direct dat een sterk en bewust volk extreem-rechts moet leren denken, omdat alleen de rechtse krachten hun eigen broodjes zelf willen bakken en er zelf voor willen werken.

    wat is jouw visie?

    In een ultranationalistisch land zou het milieu van het eigen land best heilig verklaard kunnen worden, omdat er immers gedacht wordt vanuit het bloed en bodem principe.

    uiterst moeilijke kwestie he.

    groeten,

    Dewanand
    Kritisch Podium Dewanand
    http://www.dewanand.nl