dinsdag, 27 april 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Monetaire Unie


“Het is niet de machtscorruptie dat mij zorgen baart, maar de macht om te corrumperen.”
– P.J. O’Rourke

In 1971 ontkoppelde Richard Nixon de dollar geheel van het Bretton Woods economische systeem. De naam Bretton Woods is ontleend aan het plaatsje Bretton Woods in New Hampshire, waar politici van 43 landen bijeen kwamen om op 1 juli 1944 een nieuw economisch systeem uit de grond te stampen. Dit op aandringen van zowel Franklin. D. Roosevelt als van John M. Keynes.

01-gold-bar.jpgDe bedoeling was om de dollar te koppelen aan goud en alle andere valuta aan de dollar. Een ounce goud (31,5 gram) werd gekoppeld aan 35 dollar. Alle dollars zouden kunnen worden ingewisseld voor goud. Dit ging goed tot aan 1966 toen de toenmalige Amerikaanse president Lyndon B. Johnson de oorlog in Vietnam escaleerde en zijn blauwdruk voor een massale verzorgingstaat genaamd ‘The Great Society’ tot uitvoering bracht. Het geld dat voor deze oorlog en verzorgingstaatsuitbreiding werd gebruikt kwam niet alleen uit de belastingopbrengsten, maar ook uit een enorme uitbreiding van de geldhoeveelheid. Om de tekorten met het buitenland te dekken werd het goud uit Fort Knox op de internationale goudmarkt gebracht. Het meeste van dit goud was door Roosevelt bijeengebracht via inbeslagname in 1933 van al het privé-goud van Amerikaanse burgers.

In 1966 had de toenmalige president Charles de Gaulle al door dat er iets niet klopte. Dus in plaats van dollars te vragen voor de internationale betalingsbalans vroeg hij om de verscheping van baar goud. Dit ging door tot 1 augustus 1971, waarop Richard Nixon voorgoed het ‘goudraam’ sloot, zodat het onmogelijk was geworden voor andere landen om hun Amerikaanse dollars in goud te laten omzetten. In feite betekende dit na 26 jaar het einde van het Bretton Woods monetaire systeem.

In 1972 kwamen een aantal Europese landen bijeen om een eigen monetair systeem op gang te brengen. Het product werd ,,de Monetaire Slang”, waar de onderlinge valuta van koers mochten veranderen in een bepaalde bandbreedte alvorens de financiële authoriteiten in zouden grijpen om de koersen aan te passen. Met de oliecrisis en de hyperinflatie van de jaren 70 bleek dit een desastreuze affaire te zijn. In 1976 was dit monetaire systeem reeds ter ziele, dus al na vier jaar. Vanwege deze hyperinflatie ging het goud van 1971 tot 1979 van 35 dollar naar 875 dollar. Dit toonde aan, dat goud wel degelijk meetelde als een monetair instrument, maar volkomen werd genegeerd door alle westerse overheden.

Op 13 maart 1979 probeerden de Europeanen het opnieuw; dit keer werd het het Europees Monetair Stelsel genoemd. Men zou nu wat minder rigide de bandbreedtes willen hanteren en deze werden gesteld op 12%. Dit betekende dat de onderlinge valuta’s 12% tegen elkaar mochten fluctueren. Tegelijkertijd erd een kunstmatige Europese munt gecreëerd, de European Currency Unit (ECU). Dit was een munt bestaande uit een mandje met de diverse deelnemende valuta, een soort voorloper van de Euro. Dit systeem hield redelijk stand, omdat er een flexibiliteit was ingebouwd omdat de koerswisselingen in die tijd toch behoorlijk waren. Maar in ieder geval zorgde de 12% elasticiteit voor een betrekkelijke rust op de valutamarkten, alvorens er werd ingegrepen door de Exchange Rate and Intervention Mechanism (ERM).

Dit alles veranderde op 1 juli 1987. Er werd gespeculeerd door de diverse EG regeringen dat Europa één markt moest worden met daarbij het gebruik van één munt, de toekomstige euro. Men maakte op dit moment een kardinale fout door te denken dat Europa een eenheidsmarkt vertegenwoordigde onderhavig aan dezelfde wetten, regels, belastingen en cultuur. Weliswaar had men bijna overal een uitgebreide verzorgingstaat, maar deze verschilden onderling behoorlijk. Arbeidsmobiliteit was er nauwelijks, het opleidingsniveau bleek in vele landen te veel te variëren, de verzorgingstaat van sommige landen – waaronder Nederland – was zo uitgebreid, dat deze landen economisch tot stilstand waren gekomen. Kortom; een monetaire unie vormen in zo’n situatie zou ongetwijfeld op een ramp uitlopen. Bovendien vernauwde men de EMS-bandbreedte, waarin de valuta zou moeten fluctueren, van 12% tot 6%.

En jawel, het onvermijdelijke gebeurde. In september 1992 stortte het Europese Monetaire Stelsel (EMS) ineen. Er bleven uiteindelijk maar twee landen over in dit stelsel en dat waren Duitsland en Nederland. De andere landen werden gedwongen om uit het EMS te stappen, vanwege de aanvallen van speculanten op hun munteenheden.

Helaas mocht dit de politici niet overtuigen dat het zoeken naar een eenheidsmunt gerelateerd aan niets anders dan gebakken lucht een dwaze bezigheid was. Op 1 januari 1999 werd de Europese Monetaire Unie gelanceerd en daarmee werd de euro een feit. Twee jaar later werd de euro ook beschikbaar gesteld als dagelijks betaalmiddel.

Natuurlijk wordt het lot van de euro hetzelfde als van elke Europese eenheidsmunt uit het recente verleden en zal het ook een fata morgana blijken, omdat de essentie van een betaalmiddel de politici volledig is ontschoten. Een betaalmiddel werkt alleen als er een onderliggende waarde aan ten grondslag ligt. Op dit moment is de waarde van de Euro gebaseerd op niets anders dan het woord van Europese politici, maar als eenmaal de waarheid is doorgedrongen tot de diverse Europese volkeren dan zal het ook snel gedaan zijn met deze fiatmunt (Met fiatmunt wordt een munteenheid zonder enigerlei fundamentele waarde bedoeld). Het bewijs dat de centrale banken dit als een spookbeeld zien is dat zij periodiek goud verkopen, om twee redenen; ten eerste om de prijs van goud te drukken en ten tweede om de overheidstekorten te financieren. Maar de belangrijkste reden is toch de eerste, omdat goud als het betaalmiddel bij uitstek wordt gezien en wanneer dit massaal tot uiting komt er een massale vlucht zal ontstaan uit fiduciaire middelen (dit is papiergeld) naar dit edelmetaal en zal de Unie dan ook in een crisis zijn gestort, niet alleen financieel, maar ook psychologisch.

We zien nu een geleidelijke ommekeer, want goud is nu langzaam aan het stijgen en aan de hand van grafieken kan men duidelijk zien dat er periodieke interventies plaatsvinden. Bovendien is er een de facto beëindiging gekomen aan het euro-stabiliteitspact door toedoen van Frankrijk, Duitsland en Italië, dus de conclusie is dan ook onontkoombaar; de euro zal geen lang leven beschoren zijn en het wordt voor de Europeanen noodzakelijk om zichzelf in te gaan dekken met het enige betaalmiddel dat al 5000 jaar in gebruik is…

Albert Spits is financieel analist en bestuurslid van de Frédéric Bastiat Stichting.

Essays:

  • The single currency, everyhing you ever wanted to know; Gillian Tett; Financial Times, 11 november 1997

  • The collapse of the European Monetary Union; Charles W. Calomiris; Cato Institute 22 oktober 1998
  • Tensions rise over European Monetary Union; Julie Highland; WSWS 17 februari 1998
  • European Monetary Union; Millhouse Hong Kong, Gold-Eagle.com; 6 October 1997
  • European Monetary Union, will it really contribute to stability?; C. Richard Neu; National Association of Business Economists; 28 september 1999
  • Maastricht, a bridge too far; Howard M. Wachtel, American University Washington; 1996
  • European Monetary Reform, pitfalls of central planning; Kevin Dowd, University of Sheffield, 1993
  • Deja V – Euro, the History of Previous Monetary Unions; Dr. Sam Vaknin; 2002
  • The Belgian Curtain, Europe after communism; Dr. Sam Vaknin; UPI 2003
  • Euro to collapse within 10 years; Milton Friedman; EU Observer, 10 juli 2002
  • Euro a great mistake; Milton Friedman; Corriera I della sera; 27 augustus 2001
  • It’s no recession, it’s a collapse of the system; Muriel Mirak Weissbach; Executive Intelligence Review; 16 november 2001
  • New currency to challenge euro in Berlin; Claire Chapman; The Scotsman; 18 april 2004
  • EU: A chronic underachiever?; The Economist; 26 november 2002
  • Teutonic Plague; The Economist; 15 mei 2003
  • Euro support slips; CBC; 30 december 2002
  • Euro on the slippery slope; Martin Pot; Ludwig von Mises Institute, USA; 27 december 2001
  • The inflationist’s dream; Llewellyn H. Rockwell; Ludwig von Mises Institute, 9 september 2003

Literatuur:

  • The road to monetary union; Tomasso Padoa-Schioppa; Oxford Scholarship, 2000

  • Man, economy and state; Murray N. Rothbard; Mises Institute, USA; Ed. 2004
  • Economics for real people; Gene Calahan; Mises Institute, USA; Ed. 2004
  • Interventionism, an economic analysis; Ludwig von Mises; Mises Institute, USA; 1998
  • The Triumph of Liberty; Jim Powell; New York Free Press; 2002
Dit artikel verscheen eerder op: feanimated-small.gif
 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Albert Spits, topic: Europa en de EU, Goudstandaard
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Boudha schreef op : 1

    Economische nucleaire tijdbom
    We zien dus, dat de diverse VS-regeringen al tientallen jaren lang niet alleen het buitenland, maar ook zijn eigen bevolking bedriegen, d.m.v. hun monetaire politiek.
    Maar sinds een aantal jaren vinden wereldwijd enkele onomkeerbare fundamentele economische megaprocessen plaats. Ik doel op:
    1. de massale uitstroom van produktiemiddelen en banen van het Westen richting de Aziatische economieen China en India
    2. de wanhopige oorlogsinspanningen van de VS in IRAQ om controle te behouden over de olie in het M-Oosten tegenover de gigantische belangen van de eerder genoemde landen.
    3. De ongekende corruptie waarmee de Westerse economieen en politici doortrokken zijn die het wantrouwen van investeerders versterken en de economische ontwikkeling blokkeren. In plaats daarvan trachten regeringen wanhopig het tij te keren door het pompen van belastinggeld in de eigen economie en creeren daarmee enorme tekorten, die het vertrouwen in de Westerse economieen nog verder ondermijnen.
    4. China en India zullen op termijn niet bereid blijken hun produkten voor waardeloos Amerikaans papier te blijven exporteren, maar hiervoor in edelmetaal of grondstoffen (olie ?) betaald willen worden.

    Kortom het is slechts een kwestie van tijd voor deze kernbom ontploft.

  2. Agnosticus schreef op : 2

    Inderdaad. Een nog duidelijker teken dat het economische zwaartepunt, en daarmee het toekomstige machtcentrum, naar Azië aan het verhuizen is zie je in de investeringsstromen van India en China. Nog niet zolang geleden investeerden zakenlieden uit deze landen `hun winsten meestal weer in het Westen. Nu is dat niet meer zo en blijft hun winst in eigen land als investeringskapitaal. Zij hebben allang gezien dat in eigen land de toekomst is.. Met de toenemende geldstroom uit eigen land en de overige wereld zullen deze landen hun economie steeds sneller op gelijk plan met het westen brengen, en daar voorbij…. Voor het westen dreigt een catastrofe waarbij vergeleken de Depressie uit de jaren 30 niks is.

  3. Anoniem schreef op : 3

    Ach, natuurlijk bijven er ook hier kansen.
    Ik geloof wel dat het vermogen relatief zal schuiven naar een klein deel van de bevolking. Een groep die van minder leeft dan het ontvangt, niet leent en geen geld(langer termijn) steekt in opgeklopte markten.

    Hij die zonder schulden is kopen de eerste baar(goud)