donderdag, 28 april 2005
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

“Als je het niet weet, kun je beter tegen stemmen.” – interview met Albert Spits


Albert Spits is een uitgesproken euroscepticus. In het dagelijkse leven is hij financieel specialist en bestuurslid van de klassiek liberale Frédéric Bastiat Stichting. De vrijedenkers-crew (www.vrijedenkers.nl) sprak met hem over het aanstaande referendum over de Europese grondwet.

d66boeroepenismakkelijk.jpg
“De bewijslast ligt bij degenen die het voorstel gedaan hebben, niet bij degenen die er een beslissing over moeten nemen. Dat laten ze nu volkomen afweten.”

Woensdag 1 juni mogen we gaan stemmen over de voorgestelde grondwet voor Europa. Wat gaat u stemmen?

Albert Spits: Tegen.

In meer landen wordt een referendum gehouden over de grondwet, waarvan de uitkomst moeilijk te voorspellen is. Is dit jaar een beslissend jaar voor de toekomst van de Europese samenwerking?

Albert Spits: Dat denk ik wel. De reden is dat na het verlies van onze monetaire vrijheid door de invoering van de euro ook onze politieke soevereiniteit op het spel staat. Het is een puur politiek project dat ver af staat van wat de bevolking wil en denkt dat Europa is: een vrijhandelszone. Er is geen gemeenschappelijk ideaal in Europa, de verschillen in cultuur en taal zijn daarvoor nog te groot.

De politici proberen dit min of meer op te leggen, maar nu er over politieke eenwording gepraat wordt neemt ook de weerstand van de bevolking toe. De vraag is dus of de politiek er in kan slagen om haar wil door te drukken.

Stel de grondwet wordt aangenomen en treedt in werking, krijgen we dan een soort Europese superstaat?

Albert Spits: Ja, en niet alleen in staatsrechtelijke zin maar ook militair. Verschillende initiatieven zoals de Rapid Reaction Force (RRF) hebben als doel een Europees leger te creëren. Deze zal niet alleen voor het verdedigen van de grenzen van de Unie gebruikt worden maar ook voor operaties buiten het eigen grondgebied. Europa als politiek-militaire supermacht en tegenwicht tegen de Verenigde Staten is een zeer belangrijke motivatie van de politici die ijveren voor het aangenomen krijgen van de grondwet.

Een aantal politici, zoals onze minister van buitenlandse zaken Ben Bot, zeggen juist dat we door de grondwet als land meer zeggenschap krijgen in Europa.

Albert Spits: Dat is demagogie, het verkopen van verzinsels als waarheden, waar politici vaak erg goed in zijn. Met de uitbreiding naar Oost Europa is de bevolking van de lidstaten bij elkaar meer dan 450 miljoen mensen. Een land met 16 miljoen mensen heeft dan erg weinig in te brengen. Bovendien raken we ons vetorecht op een aantal terreinen kwijt waar dan op basis van gekwalificeerde meerderheden besluiten genomen worden. Dan kun je al snel een situatie krijgen waarin onze regering hier wetten uit moet gaan voeren waar noch zij, noch de Nederlandse bevolking voor is.

De bevolking van de Europese landen zijn in grote meerderheid tegen een Europese superstaat. Daarom presenteren politici de grondwet vaak als een niet erg radicale wijziging, eerder het vastleggen van het bestaande. Sinds het verdrag van Rome in 1957 zien we een beweging naar steeds grotere centralisatie van Europa en nu wordt een nieuwe grote stap gezet doordat de Europese grondwet boven de nationale grondwetten komt te staan. De Europese superstaat komt er in feite door de achterdeur.

Veel linkse tegenstanders van Europese eenwording zijn juist bang voor een neoliberaal Europa waarin de Captains of Industry de dienst uitmaken. Is dat niet in tegenspraak met het idee van een Europese superstaat?

Albert Spits: Nee, ze zijn tegen hetzelfde, tegen een Europa waarin de menselijke maat vervangen is door een gesloten en technocratisch systeem. De Captains of Industry hebben juist baat bij de Europese superstaat omdat ze dan met één groep politici zaken kunnen doen in plaats van met 25 aparte groepen. Dit stelt ze in staat hun agenda van schaalvergroting en winstmaximalisatie effectiever uit te voeren.

Voor het Midden- en Kleinbedrijf (MKB) geldt niet dat ze voordeel hebben van Europa. Integendeel, door de invoering van de dure euro is de concurrentiepositie flink achteruit gegaan. De regelgeving uit Brussel zorgt er bovendien voor dat de administratieve lasten flink toegenomen zijn, wat kleinere bedrijven harder treft dan grotere. Bovendien zorgen de regels zelf ervoor dat de mogelijkheden van het bedrijfsleven ingeperkt worden. Kleinere bedrijven kunnen niet zoveel lobbyen in Brussel dus worden opnieuw benadeeld.

De menselijke maat is dus ook hier weg. In een andere vorm van Europese samenwerking, de Europese Vrijhandels Associatie (EVA), mochten landen juist wel zelf de regels bepalen. De EVA is helaas nu vrij marginaal, alleen Liechtenstein, IJsland, Zwitserland en Noorwegen zijn nu nog lid terwijl vroeger Oostenrijk, de andere Scandinavische landen en het Verenigd Koninkrijk ook lid waren.

Wat gebeurt er als de Nederlandse burger de grondwet afwijst, of als de Franse burger dat doet?

Albert Spits: Als de Nederlandse kiezer dat doet, denk ik dat de politiek de vraag naar de burger zal herhalen, maar dan met een grotere pro-campagne. Nederland is een klein land binnen de EU en de rest zal moeilijk kunnen accepteren door ons tegengehouden te worden. Nederlandse politici zullen dan ook inspelen op een angst buiten de boot te vallen in Europa en de vermeende nadelige effecten daarvan zwaar aanzetten.

Frankrijk is een ander verhaal. Het is samen met Duitsland de spil van de EU. Als de Franse burger de grondwet afwijst zal deze voorlopig in de ijskast gezet worden. Er zal dan gebruik gemaakt worden van de bestaande structuur zoals die is vastgelegd in het verdrag van Nice. Het probleem van de Fransen is dat de voordelen die ze vroeger van Europa hadden, zoals de landbouwsubsidies en controle over Duitsland, nu veel minder zijn. In het uitgebreide Europa van 25 lidstaten kunnen ze niet meer de controle uitoefenen die ze vroeger konden met de originele 6. In Oost Europa zijn ze bovendien niet zo geneigd de Franse lijn te volgen, zoals te zien was in de Irak oorlog. Frankrijk is daarom links en rechts aan het twijfelen geraakt over de Europese eenwording.

Zouden de Fransen dan niet hun concept van een ‘Europa van verschillende snelheden’ vorm kunnen geven door een grotere integratie met Duitsland? Op die manier zouden ze Europa kunnen domineren.

Albert Spits: Dat zouden de politici misschien wel willen, maar ze worden in hun ambities beperkt door het volk. De Franse bevolking is steeds meer gekant tegen het afstaan van soevereiniteit. Dat konden we laatst nog zien bij publieke discussie daar over de Bolkestein richtlijn. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat de politiek na een afgang bij het verwerpen van de grondwet nog de kracht heeft om een dergelijk project te lanceren.

Er is behoorlijk wat scepsis onder de bevolking over de Europese Unie en een toekomstige superstaat. Waarom is het eurosceptische geluid dan zo weinig te horen in politiek en media?

Albert Spits: Dat heeft denk ik te maken met de algemene kloof tussen politici en burgers in ons land. Bolkestein heeft gezegd dat politiek bedrijven een vak is. Terwijl in een democratie politici het volk juist moeten vertegenwoordigen zijn het hier een groep mensen die zich vooral in hun eigen kringetje begeven. De meeste politici zijn hier helemaal niet gewend om naar het volk te luisteren.

Door de opkomst van Fortuyn werd de politiek in haar bestaan bedreigd. Alles wat daarna gekomen is zijn pogingen om de status quo te herstellen en de revolte af te doen als een incident. Het is in feite de voortzetting van het oude regentenstelsel.

De media is hier erg verstrengeld met de politiek door directe en indirecte financiering van de staat. Ze is daarom niet erg kritisch over wat de regering doet en vraagt zelden door. Bovendien heerst er een provinciaals sfeertje. Toen ik bij een uitzending van het VPRO programma Tegenlicht was zei Arie Elshout van de Volkskrant dat het onderwerp Europa gewoon niet speelde op de redactie.

Wat voor invloed heeft het gebrek aan debat op de publieke opinie over Europa?

Albert Spits: Het interessante is dat uit peilingen, zoals recent van 2Vandaag, blijkt dat des te beter de burgers op de hoogte zijn van de ontwikkelingen rond de Europese eenwording, des te negatiever ze hierover zijn. Nu weten de meeste mensen er weinig vanaf en dat leidt tot een gebrek aan interesse en onderwaardering van het belang van het onderwerp.

Lousewies van de Laan van D’66 heeft het probleem van de informatievoorziening al meerdere keren aangekaart. Het is onmogelijk voor burgers om een juiste afweging te maken als ze het onderwerp niet begrijpen. Het gebrek aan debat is een cruciaal onderdeel van het democratische tekort in de EU.

Volgens de voormalige leider van de Britse Conservative Party, Ian Duncan-Smith, is internet bij uitstek het middel om de politiek correcte media te omzeilen. Zelf bent u ook actief met een website (FreeEurope) en een weblog (Vrijspreker), heeft dat al enig effect?

Albert Spits: In een beperkte mate zeker wel. Een weblog als Vrijspreker trekt ongeveer 1.000 tot 1.200 bezoekers per dag. Dat is op zich mooi, maar onvergelijkbaar met het bereik van de massamedia.

Wel zie je dat de media in de loop van de tijd iets meer invloed is gaan krijgen voor andere geluiden over Europa. Het was een kleine doorbraak toen het NOS journaal laatst de term ‘eurofielen’ gebruikte om voorstanders van verdergaande Europese samenwerking aan te duiden. Er wordt nu in ieder geval erkend dat er een antigeluid is en dat is al een hele verbetering in vergelijking met vroeger.

Een belangrijke oorzaak van de toenemende euroscepsis onder de Nederlandse bevolking is de invoering van de euro. Is dat terecht?

Albert Spits: Jazeker. De invoering van de euro was in feite de katalysator van de algemene scepsis over Europa. Sinds de invoering van de girale euro in 1999 en als contant betaalmiddel in 2002 is de inflatie fors toegenomen. Dan heb ik het niet zozeer over de inflatie in zaken als supermarktprijzen waar het CBS zich op baseert maar de toename van de hoeveelheid geld die in de samenleving in omloop is. Dat neemt sinds de invoering van de euro met 10 tot 11 procent per jaar toe.

Nu het stabiliteitspact de facto afgeschaft is kunnen regeringen onbeperkt meer geld gaan lenen en uitgeven zodat het probleem alleen nog maar erger zal worden. Burgers zien dat en vertrouwen het, terecht, niet.

Organisaties als de OPEC hebben plannen om van de dollar over te stappen op de euro. Gaat dat ook gebeuren?

Albert Spits: Dat is met het opblazen van het stabiliteitspact zeer twijfelachtig geworden. De euro is een munt zonder geschiedenis en zonder het pact van een twijfelachtige duurzaamheid. De meeste analisten buiten Europa zijn daarom erg onzeker over de euro. Iemand als Bill Fleckenstein die in het begin enthousiast was is dat nu veel minder.

China’s munt, de renminbi, wordt ook wel als toekomstig alternatief voor de dollar gezien. In ieder geval is China druk bezig met het kopen van grote hoeveelheden goud, terwijl Europa juist bezig is het te verkopen.

Europa is als economische macht zwak door de vergrijzing en de verzorgingsstaat. De vergrijzing zorgt niet alleen voor extra kosten in de zorg maar ook de pensioenen zijn slecht geregeld in Europa. Met uitzondering van Nederland worden de pensioenen gefinancierd door de werkende generatie. Omdat de verhouding werkenden en pensioengerechtigden steeds ongunstiger wordt, komen de pensioenen onder druk te staan.

Dit gaan we al merken als de eerste babyboomers met pensioen gaan, zeg tegen 2010. De regeringen zullen dan in de verleiding komen extra geld bij te drukken om het tekort te financieren. Nu het stabiliteitspact weg is mag dat ook gewoon. Het gevolg daarvan is dat de vernietiging van de euro dan een feit is.

Dat is een groot probleem. Wat moet Nederland hieraan doen?

Albert Spits: Allereerst moeten we beseffen dat juist Nederland extra zal moeten gaan bijdragen om de tekorten op de Europese balans te drukken. We worden in feite de dupe van het feit dat we ons eigen pensioenstelsel goed geregeld hebben. Nederland is nu al de grootste netto betaler aan Brussel en dat zal alleen nog maar gaan toenemen.

Het beste dat Nederland kan doen is uit de euro te stappen. Nu het stabiliteitspact weg is zal het bijna onmogelijk zijn de munt te redden. Politici zijn nu nog verblind door de status quo, maar vroeger of later zullen de omstandigheden hen dwingen de realiteit onder ogen te zien. Zelfs als ze dat doen is het eigenlijk al te laat, we zullen onherroepelijk met grote problemen geconfronteerd gaan worden.

De relatie tussen Europa en de Verenigde Staten lijkt steeds slechter te worden. Hoe zou u dat willen duiden?

Albert Spits: Frankrijk is van oudsher ambivalent tegenover Amerika geweest terwijl de andere landen een stuk positiever waren. Sinds de Vietnam oorlog is het enthousiasme ook daar wel wat bekoeld maar de nieuwe lidstaten uit Oost Europa zijn juist enthousiaste bondgenoten van de VS.

Economisch kun je spreken van twee grote machtsblokken die tegenover elkaar staan. Er bestaat nu al een handelsoorlog tussen de twee die vanuit Brussel aangestuurd wordt. De enige manier waarop we daar verandering in zouden kunnen brengen is door de EU te verlaten.

En ons dan aan te sluiten bij de North America Free Trade Association (NAFTA) zoals Geert Wilders wil?

Albert Spits: Ja en nee. Ik denk dat de Europese Vrijhandels Associatie (EVA) interessanter is dan de NAFTA. We moeten het kind niet met het badwater weggooien, een Europese vrijhandelszone is zeker in het Nederlandse belang. Landen als Denemarken en het Verenigd Koninkrijk zijn nooit met hart en ziel lid geworden van de EU. De EVA zou een geschikt alternatief zijn voor de landen die uit de EU stappen, ook al omdat deze een verdrag met de EU heeft over vrijhandel.

Een aantal prominente Europese politici zoals de Franse president Chirac pleiten voor een multipolaire wereldorde waarin Europa zich als supermacht tegenover de VS opstelt. Wat denkt u hiervan?

Albert Spits: Het lijkt inderdaad de hoofdmotor achter de Europese integratie te zijn op dit moment. Onder het mom van humanitaire argumenten en het internationale recht wordt positie gekozen tegenover de Verenigde Staten. Maar als je dan kijkt wat deze politici verder willen met een Europese president en minister van buitenlandse zaken en een Europees leger dan zou je eerder zeggen dat ze precies hetzelfde willen als de VS.

Dat is het doel van de politici en geen vrijhandelszone zoals de bevolking wil. De vijandschap tegenover de VS is vooral een Frans iets. In Oost Europa is men zoals ik al zei veel meer geneigd tot samenwerken met de VS. De andere landen zitten daar ergens tussen in. Bij Oost Europa speelt ook dat het de VS zijn geweest die de Sovjetunie tot de aftocht gedwongen heeft. De Fransen hadden een heel ander beleid. Die stapten in 1966 uit de NAVO en bekommerden zich niet zoveel om het lot van de bezette landen in Oost Europa.

Volgens Bat Ye’or gaan we toe naar een soort Eurabië, een fusie van het van oorsprong christelijke Europa en het islamitische Noord Afrika en Turkije.

Albert Spits: Dat is vooral een idee dat in de zuidelijke lidstaten van de EU en dan met name Frankrijk een populair idee is. In de noordelijke landen leeft het veel minder. Sinds het einde van de jaren zestig is dat land zich meer op de Arabische wereld gaan richten. Na de oliecrisis van 1973 volgde de rest van Europa schoorvoetend.

Dat is ook te zien in de omgang met Israël die van een vriendschappelijke relatie veranderde in een steeds afstandelijkere verhouding die nu langzaam aan in een soort vijandschap overgaat.

Het lijkt me echter onwaarschijnlijk dat Frankrijk en de zuidelijke lidstaten die hier ook voor zijn in staat zullen zijn dit idee door te drijven. Wat dit betreft zie ik een duidelijk schisma tussen noord en zuid. Een politicus als Kohl was ronduit tegen de toetreding van Turkije. Schroder is meer geneigd tot toegeven, maar je kunt moeilijk staande houden dat hij actief bezig is met het promoten van Eurabië.

Tot slot, veel mensen twijfelen wat te stemmen met het referendum op 1 juni. Wat zou u hen willen adviseren?

Albert Spits: Dat je als je nauwelijks iets weet over de grondwet, je juist tegen moet stemmen! De bewijslast ligt bij degenen die het voorstel gedaan hebben, niet bij degenen die er een beslissing over moeten nemen. Dat laten ze nu volkomen afweten.

Aan alleen de kretologie van de politici hebben we niets. Bij een dergelijke beslissing wil je helder en duidelijk de voor- en nadelen op een rijtje hebben om een goede afweging te kunnen maken. Dat overzicht ontbreekt nu. Er is geen onafhankelijke voorlichting vanuit de overheid en de media laten het ook afweten.

Als je het niet weet, kun je beter tegen stemmen.

Dit artikel verscheen eerder op www.vrijedenkers.nl.

EU Tax Cartel.jpg

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Vrijedenkers.nl, topic: Europa en de EU, Interviews
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.