dinsdag, 3 mei 2005
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Uw vrouwen zijn een akker voor u


Terwijl het islamitisch terrorisme overal op de wereld om zich heen greep en veel slachtoffers maakte, hoopten we in Nederland dat dit onze tolerante ‘multiculturele samenleving’ bespaard zou blijven. Totdat de moord op Theo van Gogh de naïviteit van die hoop bewees.

Een botsing tussen de orthodoxe islam en de westerse, democratische wereld lijkt onvermijdelijk. Met orthodoxe islam bedoel ik die vorm van het islamitische geloof waarbij zowel de koranteksten als de overleveringen van de Profeet (hadith) letterlijk geïnterpreteerd en nageleefd worden. Het is de officiële islam in de meeste islamitische landen. Het merendeel van de moslims in Nederland voelt zich ermee verbonden. Een botsing lijkt niet te vermijden tussen deze moslims en het westerse land waarin zij wonen. Niet eens door polarisatie of verharding van het debat na 11 september 2001, zoals menigeen beweert, maar eenvoudigweg door ontwikkelingen in de islam zelf. De bewering dat de felle kritiek op de islam in Nederland heeft geleid tot een toename van het extremisme onder moslimjongeren, gaat volgens mij niet op aangezien eenzelfde extremisme ook in islamitische landen aanwezig is. Zo vindt er een actieve export plaats naar heel Azië – vooral naar Indonesië en Tsjetsjenië – van een geradicaliseerde vorm van de islam, zonder dat daar scherpe kritiek op de islam wordt uitgeoefend. Dit radicalisme wordt ook geëxporteerd naar Nederland en andere Europese landen.

Voor een juist begrip van dit fenomeen is het nodig de ontwikkeling van de politieke islam in de vorige eeuw te volgen. Die komt voort uit het onvermogen van orthodoxe moslims om zich aan de moderne tijd aan te passen. Uit dit onvermogen sloegen de radicalen munt door het geloof als een politieke factor te introduceren. Dit gebeurde in islamitische landen als Iran, Egypte, Algerije en Libanon, waar serieuze pogingen werden ondernomen de samenleving te moderniseren. Dit heeft geleid tot heftige reacties en tot een sterke terugkeer van het fundamentalisme. De enige uitzonderingen hierop zijn Irak en Syrië, die het fundamentalisme in eigen land slechts met grof geweld in toom konden houden. Heel wat hervormers in islamitische landen hebben hun vernieuwende ideeën met de dood moeten bekopen. De bekendste is natuurlijk Anwar Sadat, de president van Egypte die vanwege zijn vredespolitiek ten aanzien van Israël in 1981 door dezelfde groepering werd vermoord die nu achter de moord op Theo van Gogh zit.

Ik durf de stelling aan dat er een onverenigbaarheid bestaat tussen de orthodoxe islam en de moderne, seculiere samenlevingsvorm in West-Europa. Een van de aspecten waarin die onverenigbaarheid zich het duidelijkst manifesteert, is de verhouding tussen man en vrouw. ‘Moslima’s horen niet met hun lichaam te koop lopen. Vrouwen die schaars gekleed op straat lopen, vragen erom verkracht of aangerand te worden. Het is hun eigen schuld als ze daarvan het slachtoffer worden.’ Met deze stelling zullen heel veel Nederlandse moslims het eens zijn, maar om begrijpelijke redenen zullen ze dat nooit in het openbaar zeggen.

Volgens de islam is het doel van het huwelijk de mens onontvankelijk (‘immuun’) te maken voor losbandigheid, die als het grootste kwaad in de wereld wordt gezien. Seksualiteit wordt helemaal bezien vanuit het standpunt van de man. De vrouw dient beschikbaar te zijn voor de seksuele bevrediging van de man. Hij is de actieve, handelende partij. Dit wordt zonder enig voorbehoud als een natuurlijk (of goddelijk) recht beschouwd: ‘Uw vrouwen zijn een akker voor u, zo komt dan tot uw akker zoals gij maar wilt’ (soera 2:223). De bevrediging van de man is zowel de plicht als het doel van de vrouw.

De bekende korantekst die aangeeft dat de vrouw geslagen mag worden indien ze opstandig is, handelt niet over algemene ongehoorzaamheid van de vrouw, maar gaat specifiek over het weigeren van seks aan haar man: ‘Maar zij van wie jullie opstandigheid vrezen, vermaant haar, laat haar alleen in bed en slaat haar’ (soera 4:34). Als tegenprestatie krijgt de vrouw bij het huwelijk een bruidsschat en is de man verantwoordelijk voor het levensonderhoud van het gezin. Ook krijgt ze na een scheiding gedurende drie maanden alimentatie, of zolang ze na de ontbinding van het huwelijk een kind van haar man nog borstvoeding geeft. Het is uiteraard uitgesloten dat ze in het huwelijk weigert de seksuele behoeften van haar man te bevredigen. Als ze zich verder aan de regels houdt, mag ze haar bezittingen houden en beheren, mag ze haar meisjesnaam voeren en wordt de man aangespoord haar fatsoenlijk te behandelen en haar te onderhouden. Desondanks mag de man, naar eigen believen en op elke moment, zijn vrouw verstoten of nog een vrouw huwen.

Volgens de islam mag de liefde uitsluitend binnen het huwelijk bedreven worden. De plicht om onwettige seks te voorkomen, ligt primair bij de vrouw. Zij moet ervoor zorgen dat de man niet in de verleiding komt seksuele handelingen buiten het echtelijke bed te verrichten. Dit doet ze door zich zedig te gedragen en zich aan de kledingvoorschriften te houden. Het is de vrouw die de reputatie en goede naam van de familie hoog te houden heeft.

Ook de vrouw die is verkracht, wordt in de islamitische landen door haar omgeving veroordeeld. Zij heeft de man verleid of hem zijn gang laten gaan. In de islamitische bronnen wordt op verkrachting geen straf gesteld. Het is niet verwonderlijk dat verkrachte vrouwen nauwelijks aangifte durven doen. Sterker nog, vrouwen voelen zich vaak schuldig en houden het geheim – al helemaal wanneer het een verkrachting binnen de familie betreft – tenzij ze door de verkrachting zwanger raken. Het is een schrijnende onrechtvaardigheid dat in islamitische landen waar de sharia geldt, verkrachte vrouwen worden gestraft vanwege hun zogenaamde overspeligheid (gestenigd als ze getrouwd zijn) of hun ontucht (honderd zweepslagen als ze nog niet getrouwd zijn), terwijl de verkrachter vrijwel altijd vrijuit gaat wegens gebrek aan het vereiste bewijs, dat moet worden geleverd door vier getuigen die de seksuele daad met eigen ogen gezien hebben.

In plaats van hun zonen bij te brengen dat vrouwen en meisjes geen seksobjecten zijn, en hun dochters te leren nee te zeggen wanneer iemand de grenzen overschrijdt, concentreert de opvoeding van veel islamitische meisjes zich op het beperken van de omgang met mannen of jongens. Daarmee moet hun maagdelijkheid veiliggesteld worden. Ouders houden niet van assertieve meisjes, omdat mannen (potentiële echtgenoten) daar niet van houden en omdat de dochters misschien hun plicht seksueel beschikbaar te zijn, zullen verzaken.

De meeste moslimmeisjes worden na schooltijd thuisgehouden. Ze mogen alleen islamitische clubjes bezoeken. Gemengde activiteiten zijn taboe, behalve als het niet anders kan, zoals op school. Dus: gescheiden zwemmen, geen deelname aan sport of muziekles buiten school, gescheiden klassen voor jongens en meisjes – in Nederland alleen nog op islamitische scholen – en geen deelname aan schoolreisjes wanneer er overnacht moet worden. Natuurlijk moet er een hoofddoekje gedragen worden. Wat hun zonen buitenshuis uitspoken, daar zitten de meeste moslimouders niet mee. Zodra de jongens de straat op zijn, beschouwen de meeste ouders zich niet meer verantwoordelijk voor hun daden. Wie last van hun zonen heeft, moet zelf maar tegen hen optreden, is de opvatting. Niet zelden wordt er geroepen dat integratie van twee kanten moet komen en dat de Nederlandse samenleving ook rekening moet houden met de aanwezigheid van moslims.

‘Als een vrouw nee zegt, dan bedoelt ze ook nee’, is een zin die ik als tolk, in het kader van seksuele voorlichting, vaak moest vertalen voor Arabisch sprekende jongens die pas in Nederland waren. Of hij ook begrepen werd, is de vraag. Voor de meeste moslims is het in ieder geval een volstrekt onbegrijpelijke frase. Volgens hen horen vrouwen pas seks binnen het huwelijk te hebben. Nee zeggen hoort er dan niet bij. Een vrouw die buitenechtelijke seks heeft, is in hun ogen een hoer of zelfs nog minder. Zo heb je in feite maar twee soorten vrouwen: seksueel oppassende vrouwen en hoeren. Vrouwen die seks hebben met een moslimvriend kunnen in de regel zijn respect en waardering wel vergeten.

Dit verklaart ook de felheid waarmee sommige mannen met een islamitische achtergrond kunnen reageren wanneer een vriendin de verhouding beëindigt, wanneer ze seks weigert of wanneer de mannen jaloers worden. (Denk aan Awa, de Iraaks-Koerdische 17-jarige jongen in Leeuwarden die zijn vriendin uit jaloezie twee keer met terpentine overgoot en in brand stak.) Zo’n heftige en gewelddadige reactie is niet alleen een uitdrukking van pijn of gekwetstheid, maar ook van minachting. Het dragen van een hoofddoek, sluier of burka komt door dit alles in een ander licht te staan. Meisjes en vrouwen kunnen daarmee aan mannen het krachtige signaal afgeven dat ze vasthouden aan de islamitische normen en leefwijze. Daarmee verdienen ze het om met rust gelaten te worden en gevrijwaard te blijven van agressie. Daarom legitimeert het dragen van een hoofddoek in wezen ook het onbeschofte gedrag, het geringe respect en zelfs de agressie van jongens en mannen jegens vrouwen die géén hoofddoek dragen. In de grote steden ondervinden Nederlandse vrouwen én moslimvrouwen zonder hoofddoek hier veel hinder van, op scholen, in zwembaden, in de discotheek en op straat. Alleen al daarom zou de hoofddoek op school en op de werkplaats verboden moeten worden.

We mogen echter niet generaliseren. Er zijn uiteraard ook niet-orthodoxe moslimmannen die zich proberen te bevrijden van de primitieve houding tegenover vrouwen waarmee ze zijn opgevoed. Maar het is blijkbaar ontzettend moeilijk voor mannen om hun denkbeelden over seksualiteit en de seksuele beschikbaarheid van de vrouw te veranderen. Ze gaan wel relaties voor het huwelijk aan, maar trouwen zelden met een van hun vriendinnen. In feite buiten ze de vrije seksuele moraal in hun eigen voordeel uit. De enige echtgenote die hun respect kan verdienen, is de vrouw die zich zedig gedraagt, maagd blijft dus.

Een seksueel onafhankelijke vrouw die seks kan willen, maar ook kan weigeren, bestaat volgens de orthodoxe islamitische zeden niet. Als dat wel zo was, zouden ook getrouwde vrouwen een onafhankelijke wil en een eigen oordeel kunnen hebben, en zouden ook zij soms geen zin in seks met hun man kunnen hebben. Dat zou natuurlijk afbreuk doen aan dit koranvers: ‘Uw vrouwen zijn een akker voor u, zo komt dan tot uw akker zoals gij maar wilt.’
Het idee dat liefde tussen man en vrouw een hoog menselijk ideaal is, een waardig doel om na te streven, dat seks de lichamelijke uitdrukking is van liefde, dat man en vrouw gelijkwaardige partners kunnen zijn die door liefde en waardering met elkaar verbonden zijn, is voor de meeste orthodoxe moslims niet vanzelfsprekend.

Bij hen vormen de dominantie van de man en de seksuele beschikbaarheid van de vrouw de basis van het huwelijk. Toch staan er in de koran ook enkele mooie verzen die mannen opdragen vriendelijk en fatsoenlijk met hun vrouwen om te gaan, en verzen die getuigen van een noodzakelijke genegenheid en barmhartigheid tussen getrouwde mensen. Helaas kunnen die weinige mooie verzen niet voorkomen dat veel moslima’s op het gebied van de liefde op een onmenselijke wijze worden uitgebuit. Ook zorgen de talloze voorschriften op het gebied van de seksuele moraal voor een systeem dat niet anders dan als immoreel kan worden gezien.
Het mag een wonder heten dat, ondanks het hierboven geschetste, zoveel moslima’s tegen de dominantie van hun man durven te rebelleren.

Het grootste deel van de moslimjeugd in Nederland krijgt van hun ongeletterde, onwetende ouders een traditionele opvoeding die het slechtste van de islam (discriminatie tegen vrouwen, homoseksuelen, atheïsten en joden) combineert met de tradities uit de onderdrukte en onderontwikkelde gebieden van herkomst (gedwongen huwelijken, vrouwen- en kindermishandeling, besnijdenis, eerwraak, etc.). De tweede en derde generatie moslims beschouwen dit mengsel van geloof en tradities uit de herkomstlanden van hun ouders – waar ze zich natuurlijk nooit zouden willen vestigen – als hun identiteit, te verkiezen boven de westerse normen en waarden. Daardoor botsen ze voortdurend met de Nederlandse samenleving. Maar tegelijkertijd stellen ze vast dat Nederland hun enige vaderland is, dat ze nergens anders dan hier willen en kunnen wonen.

De Nederlandse samenleving moedigt deze ‘eigen identiteit’ aan door de oprichting van moskeeën, islamitische stichtingen, organisaties en scholen mogelijk te maken en te subsidiëren – in feite een anti-integratiebeleid. De Nederlandse overheid heeft niet ingezien dat orthodoxe moslimgeestelijken, die links-Nederland voor hun karretje hebben weten te spannen, onmogelijk bondgenoten kunnen zijn in de bevordering van integratie. Al pretenderen ze dit om maar gesubsidieerd te blijven. Het is goed te beseffen dat de vertegenwoordigers van de orthodoxe islam de vrije seksuele moraal van het Westen – o zo aantrekkelijk voor jonge mensen – als het grootste kwaad op aarde zien. De enige manier om de jeugd ertegen te beschermen is het prediken van haat jegens het Westen. Van een islamzuil kan dus geen integratie maar slechts vrijwillige segregatie verwacht worden.

Het moge duidelijk zijn dat voor een orthodoxe islam geen plaats is in de Nederlandse multiculturele samenleving: een democratie met gelijke rechten voor iedereen, ongeacht sekse, (on)geloof of seksuele geaardheid. De wijze waarop zich in Nederland de integratie heeft voltrokken, moet als mislukt worden beschouwd. Daarom moet er van ons, moslims, en van alle andere minderheden in Nederland niets minder dan assimilatie worden geëist. Thuis en in ons hart staat het natuurlijk iedereen vrij om te geloven in wat en in wie we maar willen.

Nahed Selim werd geboren in Egypte en leeft thans in Nederland. Ze is auteur van het boek ‘De vrouwen van de profeet’, uitgegeven bij Van Gennep.

Dit artikel verscheen eerder op: liberales.gif

Liberales verstuurt wekelijks een gratis nieuwsbrief met interviews, essays en boekbesprekingen. Inschrijven kan op www.liberales.be.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Nahed Selim, topic: Religieuze Onderdrukking
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. mrXL schreef op : 1

    Tsja, niets op aan te merken, scherp gezien. Lijkt me voor 100% waar.

  2. sjonnie schreef op : 2

    Prima artikel, maar het volgende stukje gaat me toch even te ver:

    In de grote steden ondervinden Nederlandse vrouwen én moslimvrouwen zonder hoofddoek hier veel hinder van, op scholen, in zwembaden, in de discotheek en op straat. Alleen al daarom zou de hoofddoek op school en op de werkplaats verboden moeten worden.

    Dit is niet het probleem bij de wortel pakken. Het probleem ligt niet bij het feit dat meisjes hoofddoekjes willen dragen. Het probleem ligt bij het gedrag van die jongens. Dat moet verboden worden. Je kan het zelfs zo stellen, als je een verbod op hoofddoekjes invoert, accepteer je impliciet het excuus van de moslim dat vrouwen die geen hoofddoekjes dragen lastig gevallen mogen worden, als het niet verboden zijn zijn hooddoekjes te dragen.

    Gewoon keihard optreden tegen lastige lui, dat is de oplossing. En geen onschuldige groep (vrouwen die hoofd doekjes willen dragen) slachtoffer maken.
    En voor vrouwen die geen hoofddoekjes wille ndragen maar wel moeten van hun omgeving, geld natuurlijk het zelfde verhaal, dat die omgeving (waarschijnlijk diezelfde moslim mannen) keihard aangepakt moeten worden.

  3. ollie schreef op : 3

    jouw redenatie deugd voor geen meter, maar de strekking is juist.