woensdag, 10 oktober 2007
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Ayaan Hirsi Ali: aan fanatici overgeleverd


Als u dit leest, zit Ayaan Hirsi Ali ergens ondergedoken en staan er bewapende mannen voor haar deur. Ze is een van de meest vastberaden, intelligente en bevlogen pleitbezorgers van de vrijheid van spreken en denken meningsuiting van onze tijd, en om die reden wordt ze in in moslimkringen overal ter wereld verguisd. Haar verhaal is al vaak beschreven, maar het is goed om het hier nog eens te vertellen, omdat het illustreert hoe slecht we in het Westen weten om te gaan met de dreiging van het moslimextremisme.

Hirsi Ali kwam in 1992 als vluchteling uit Somalië naar Nederland, nadat ze had geweigerd zich te laten uithuwelijken aan een man die ze niet eens kende. Na haar aankomst hield ze zich schuil voor haar familie en ging ze aan het werk als schoonmaakster. Maar wel een schoonmaakster die Somalisch, Arabisch, Amhaars, Swahili en Engels sprak, en die al snel ook het Nederlands onder de knie wist te krijgen, zodat het niet lang duurde eer ze als vertaalster werkte voor andere Somalische vluchtelingen, die vaak net als zijzelf het slachtoffer waren geworden van de islam. Het waren vrouwen die waren misbruikt en verminkt, die medische zorg en een behoorlijke schoolopleiding hadden moeten ontberen, en die waren gedwongen tot een leven van seksuele onderwerping en productie van nageslacht.

Na haar studie filosofie en politicologie aan de Universiteit Leiden begon Hirsi Ali in het openbaar over de onderdrukking van vrouwen binnen de islam te spreken, en al gauw werd ze door in Nederland wonende moslims met de dood bedreigd. Haar situatie werd na verloop van tijd zo gevaarlijk dat ze in 2002 naar de Verenigde Staten uitweek. Maar toen werd ze benaderd door Gerrit Zalm, destijds de Nederlandse vice-premier, die haar vroeg of ze zich niet verkiesbaar wilde stellen voor de Tweede Kamer. Toen Hirsi Ali aangaf dat ze zich zorgen maakte om haar veiligheid, beloofde Zalm haar dat ze diplomatieke bescherming zou krijgen, waar en wanneer die maar nodig zou zijn. Met die verzekering op zak keerde ze terug naar Nederland, kwam in de Tweede Kamer en zette zich onvermoeibaar in voor vrouwen, voor de samenleving en voor de rede.

De rest van het verhaal is bekend. In 2004 maakte Hirsi Ali met regisseur Theo van Gogh de film Submission, over het verband tussen de islamitische wetten en het leed van miljoenen moslimvrouwen. De reactie vanuit de moslimgemeenschap was regelrecht gestoord, en bewees eens te meer dat Hirsi Ali’s werk hard nodig was en dat ze zich niet voor niets zorgen had gemaakt.

Theo van Gogh, die het niet nodig had gevonden zich te laten beveiligen, werd in Amsterdam op straat neergeschoten en zo goed als onthoofd; een brief met dreigementen aan het adres van Hirsi Ali werd met een slagersmes aan zijn borst gespietst.

Hirsi Ali moest onmiddellijk onderduiken en trok van het ene schuiladres naar het andere; soms bleef ze een paar maanden op dezelfde plaats, soms maar een dag. Uiteindelijk ging ze om veiligheidsredenen zelfs weg uit Nederland. Ze koos voor de VS, en Nederland nam de kosten van haar beveiliging voor zijn rekening – althans, totdat het vorige week ineens bekendmaakte haar beveiliging in het buitenland niet langer te willen betalen, zodat meteen de hele wereld op de hoogte was van haar kwetsbare positie.

Het is belangrijk om te beseffen dat Hirsi Ali weleens de eerste vluchteling uit West-Europa zou kunnen zijn sinds de holocaust. Dat maakt haar tot een unieke, onvervangbare getuige van de kracht én van de zwakheden van het Westen: van de schoonheid van de open samenleving én van de tomeloze energie van de vijanden daarvan.

Ze weet waarmee we worden geconfronteerd in onze strijd tegen de vrouwenhaat en het godsdienstfanatisme in de moslimwereld, en ze leeft elke dag met de gevolgen van ons falen. Niemand verkeert in een betere positie dan zij om ons eraan te herinneren dat verdraagzaamheid tegenover onverdraagzaamheid lafheid is.

Nadat ze zich binnen een paar jaar tijd het gedachtegoed van de Verlichting eigen had gemaakt, vocht ze zich centimeter voor centimeter een weg uit de morele en intellectuele woestenij van de traditionele islam. Over die tocht heeft ze drie verhelderende boeken geschreven, waarvan het meest recente, Mijn vrijheid, maandenlang een internationale bestseller is geweest. Haar moed kan moeilijk worden overschat. Zoals Christopher Caldwell schreef in The New York Times: ‘Voltaire liep niet het risico om met alles wat hij zei een miljard vijanden te maken die wisten hoe hij eruitzag en die via internet informatie konden uitwisselen met mensen die eropuit waren om hem te vermoorden.’

Het Nederlandse parlement debatteerde gisteren over Hirsi Ali. In de huidige situatie is het besluit van de regering om haar alleen binnen Nederland te beveiligen volstrekt onredelijk. Nederland beklaagt zich over de dure beveiliging in de VS, terwijl de kosten van haar beveiliging in Nederland veel hoger zijn, doordat ze daar immers het meeste gevaar loopt.

En dan is er nog de kwestie van de gebroken beloften: mevrouw Hirsi Ali heeft zich laten overhalen het Kamerlidmaatschap op zich te nemen en ’s werelds meest prominente en bedreigde woordvoerster van de rechten van moslimvrouwen te worden, in de veronderstelling dat ze beveiliging zou krijgen zolang als dat nodig was. Gerrit Zalm heeft haar als vice-premier en minister van Financiën die beveiliging onvoorwaardelijk toegezegd.

Het schandaligst is nog dat de Nederlandse premier, Jan Peter Balkenende, Hirsi Ali het advies heeft gegeven maar weer uit Nederland weg te gaan, en niet eens een week haar beveiliging in het buitenland wilde betalen, zodat zij de tijd kreeg om het geld bij elkaar te halen om zelf haar beveiliging te regelen. Is dat soms een lafhartige handreiking aan radicale moslims? Een waarschuwing aan andere Nederlandse dissidenten om geen problemen te maken door al te vrijmoedig over de islam te spreken? Of gewoon pure onnadenkendheid?

De Nederlandse regering moet zich realiseren dat dit een schandaal dreigt te worden, en inzien dat zij de plicht heeft Hirsi Ali de beveiliging te geven die haar is toegezegd.

Er is niemand die de vrijheid van meningsuiting spreken en van denken die we in het Westen zo vanzelfsprekend vinden meer verdient dan zij, er is niemand die die waarden met meer moed verdedigt dan zij.

Salman Rushdie is schrijver van De duivelsverzen en Middernachtskinderen en werd bekroond met de Booker Prize.
Sam Harris is auteur van Van God los, een Brief aan een christelijke natie.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Sam Harris en Salman Rushdie, topic: Religieuze Onderdrukking
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Marc schreef op : 1

    Ik heb me net speciaal aangemeld om te zeggen dat ik er stil van ben en me diep schaam voor een regering als deze! Dit is echt schandalig!

    Ik zal persoonlijk mijn best doen om dit verhaal de wereld in te helpen! Dit kan echt niet!

    Dit verhaal heeft me echt diep geraakt.