vrijdag, 17 februari 2006
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Het recht om te beledigen

Ayaan-erggroot.jpgIk sta hier om het recht op beledigen te verdedigen. Het is mijn overtuiging dat de kwetsbare onderneming genaamd democratie niet kan bestaan zonder vrije meningsuiting, in het bijzonder in de media. Journalisten mogen de plicht om vrijuit te spreken, die mensen in andere continenten wordt ontzegd, niet overboord gooien. Ik ben van mening dat het correct was om de cartoons over Mohammed in Jyllands-Posten te publiceren en dat het juist was om ze te herpubliceren in andere kranten verspreid over geheel Europa.

Laat me de geschiedenis van deze affaire nog eens samenvatten. De auteur van een kinderboek over de profeet Mohammed kon geen illustratoren vinden voor zijn werkstuk. Hij stelde dat illustratoren zichzelf censureerden uit angst voor represailles van moslims die stellen dat niemand ooit ergens de profeet mag afbeelden. Jyllands-Posten besliste om dit te onderzoeken. Zij waren terecht van oordeel dat zo’n zelfcensuur grote gevolgen kan hebben voor het democratisch bestel. Het was hun plicht als journalisten om de tekeningen van de profeet Mohammed te bestellen en te publiceren.
De kranten en tv-zenders die de moed niet hadden om hun publiek de karikaturen te tonen in deze cartoonaffaire, moeten zich schamen. De intellectuelen die deze beslissing namen leven van de vrije meningsuiting maar accepteren tegelijk censuur. Ze verbergen hun geestelijke mediocriteit achter nobel klinkende principes zoals ‘verantwoordelijkheid’ en ‘gevoeligheid’.

De politici die stelden dat het publiceren en herpubliceren van de tekeningen ‘onnodig’, ‘ongevoelig’, ‘onrespectvol’ en ‘slecht’ is, moeten zich ook schamen. Ik ben van mening dat de Deense premier Anders Fogh Rasmussen correct gehandeld heeft toen hij weigerde om vertegenwoordigers van dictatoriale regimes te ontvangen die eisten dat hij de macht van de pers aan banden zou leggen. We moeten hem vandaag moreel en materieel bijstaan. Hij is een voorbeeld voor alle andere Europese leiders. Ik wou dat mijn eerste minister het lef van Rasmussen had.

De Europese bedrijven die in het Midden-Oosten adverteerden met ‘Wij zijn niet Deens’ of ‘Wij verkopen geen Deense producten’ moeten zich eveneens schamen. Dat is lafheid. De bonbons van Nestlé zullen nooit meer hetzelfde smaken. De Europese lidstaten zouden de Deense bedrijven moeten compenseren voor de schade die ze geleden hebben onder de boycots. Vrijheid moet soms duur betaald worden. De verdediging van onze vrije meningsuiting is wel een paar miljoen euro waard. Als onze regeringen nalaten om onze Scandinavische vrienden te helpen, dan hoop ik dat burgers een donatiecampagne voor de Deense bedrijven zullen organiseren.

We zijn overspoeld met opinies waarin aangeklaagd wordt hoe smakeloos en tactloos de cartoons waren – visies waarin beklemtoond wordt dat de cartoons alleen maar geleid hebben tot geweld en onrust. Wat hebben die cartoons voor goeds opgeleverd, zo vragen velen zich hardop af. Wel, de publicatie van de cartoons bevestigde dat er in heel Europa een wijd verspreide angst leeft onder auteurs, filmmakers, cartoonisten en journalisten die de intolerante aspecten van de islam willen beschrijven, analyseren of bekritiseren.

De publicatie heeft ook de aanwezigheid aan het licht gebracht van een aanzienlijke minderheid in Europa die de werking van een liberale democratie niet kunnen of willen begrijpen. Deze mensen, van wie er vele een Europese nationaliteit hebben, hebben campagne gevoerd voor censuur, boycots, geweld en nieuwe wetten om ‘islamofobie’ te verbieden. De cartoons hebben voor het grote publiek ook aangetoond dat er landen zijn die bereid zijn om de diplomatieke regels te schenden uit politiek opportunisme. Kwalijke regimes zoals dat van Saoedi-Arabië zetten bewegingen ‘vanuit het volk’ op om Deense melk en yoghurt te boycotten, terwijl ze genadeloos echte volksbewegingen voor stemrecht de kop indrukken.

Vandaag sta ik hier voor u om het recht om te beledigen binnen de beperkingen van de wet te verdedigen. U vraagt zich misschien af: waarom Berlijn? En waarom ik? Berlijn heeft een rijke geschiedenis op het vlak van uitdagingen voor de open samenleving. Dit is de stad waar een muur mensen vasthield binnen de grenzen van een communistisch land. Dit is de stad die het brandpunt werd van de strijd voor het hart en de geest van burgers. Verdedigers van een open samenleving leerden de mensen de tekortkomingen van het communisme kennen. Het werk van Marx werd hier bediscussieerd op de universiteit, op opiniepagina’s in de kranten en op school. Dissidenten die ontsnapten uit het oosten konden films maken of cartoons en konden hun creativiteit aanboren om het westen ervan te overtuigen dat het communisme allesbehalve het aards paradijs is. Ondanks de zelfcensuur van velen in het westen, die het communisme idealiseerden en verdedigden, en ondanks de harde censuur in het oosten werd dat gevecht gewonnen.

Vandaag wordt de open samenleving uitgedaagd door het islamisme, toegeschreven aan een man genaamd Mohammed Abdullah, die in de zevende eeuw leefde en die beschouwd wordt als een profeet. Vele moslims zijn vredelievende mensen, het zijn heus niet allemaal fanatici. Voor zover het mij aangaat hebben zij alle recht om gelovig en trouw aan hun overtuiging te zijn. Maar binnen de islam bestaat er een radicale islamistische beweging die de democratische vrijheden verwerpt en hen wil vernietigen. Deze islamisten proberen andere moslims ervan te overtuigen dat hun manier van leven de beste is. Maar als hun tegenstanders de misvattingen in de leer van Mohammed trachten aan te duiden worden ze ervan beschuldigd agressief te zijn, godslasterlijk, maatschappelijk onverantwoord of zelf islamofoob of racistisch.

Dit gaat niet over ras, kleur of erfgoed. Dit is een conflict van ideeën dat grenzen en rassen overstijgt.

En waarom ik? Ik ben een dissident, zoals zij die van de oostkant van deze stad overliepen naar het westen. Ik liep ook over naar het westen. Ik ben geboren in Somalië en groeide op in Saoedi-Arabië en Kenia. Vroeger was ik trouw aan de richtlijnen die door de profeet Mohammed zijn opgelegd. Zoals de duizenden die demonstreerden tegen de Deense tekeningen geloofde ik dat Mohammed perfect was, de enige bron van en, jawel, het enige criterium in zaken van goed en kwaad. Toen ayatollah Khomeini in 1989 opriep om Salman Rushdie te vermoorden omdat hij Mohammed beledigd had, vond ik dat hij gelijk had. Nu vind ik van niet.

Ik meen dat de profeet een fout maakte door zichzelf en zijn ideeën boven de kritische reflectie te plaatsen.

Ik meen dat de profeet een fout maakte door de vrouw te willen onderwerpen aan de man.

Ik meen dat de profeet een fout maakte door te verordenen dat homo’s moeten vermoord worden.

Ik meen dat de profeet Mohammed een fout maakte toen hij zei dat afvalligen moeten worden gedood.

Hij zat fout toen hij zei dat overspeligen moeten worden afgeranseld en gestenigd en dat de handen van dieven moeten worden afgehakt.

Hij zat fout toen hij zei dat zij die sterven voor de zaak van Allah beloond zullen worden in het paradijs.

Hij zat fout toen hij stelde dat een voldragen samenleving kon worden gebouwd op zijn ideeën alleen.

De profeet zei en deed ook goede dingen. Hij moedigde liefdadigheid aan. Maar ik wens de stelling te verdedigen dat hij onrespectvol en ongevoelig omging met degenen die het niet met hem eens waren. Ik denk dat het juist is om kritische tekeningen en films te maken over Mohammed. Het is noodzakelijk om boeken te schrijven over hem zodat gewone burgers kunnen worden onderwezen over Mohammed.
Ik wil geen religieuze gevoelens beledigen, maar ik ga me ook niet onderwerpen aan tirannie. Eisen dat mensen die de leer van Mohammed niet accepteren hem ook niet mogen afbeelden is geen vraag om respect maar een eis tot onderwerping. Ik ben niet de enige dissident in de islam. Er zijn nog mensen zoals ik hier in het Westen. Als ze al geen bodyguards hebben, werken ze onder schuilnamen om zichzelf te beschermen tegen geweld. Maar er zijn nog anderen die zich niet willen conformeren: in Teheran, in Doha en Riyad, in Amman en Caïro, in Khartoem en in Mogadishu, in Lahore en in Kaboel.
De dissidenten van het islamisme hebben net als de dissidenten van het communisme geen kernbommen of andere wapens. Wij hebben geel oliedollars zoals de Saoedi’s. We zullen geen ambassades of vlaggen in brand steken. We laten ons niet opjutten in een vlaag van collectief geweld. In aantal zijn we te klein en te verspreid om überhaupt een collectief te vormen. In electorale termen zijn we hier in het Westen praktisch verwaarloosbaar.

Alles wat we hebben zijn onze gedachten. En alles wat we vragen is een eerlijke kans om die gedachten te uiten. Onze opponenten zullen geweld gebruiken om ons het zwijgen op te leggen. Ze zullen manipulatie gebruiken; ze zullen opwerpen dat ze dodelijk beledigd zijn. Ze zullen zeggen dat wij mentaal labiel zijn en niet ernstig moeten worden genomen. Die methodes gebruikten de verdedigers van het communisme namelijk ook.

Berlijn is een stad van optimisme. Het communisme is mislukt. De Muur is afgebroken. De dingen lijken vandaag misschien moeilijk en verwarrend. Maar ik ben optimistisch dat de virtuele muur, tussen vrijheidslievenden en degenen die toegeven aan de verleiding en de geborgenheid van totalitaire ideeën, ooit ook neergehaald zal worden.

Ayaan Hirsi Ali is lid van de Nederlandse Tweede Kamer voor de liberale VVD.
Toespraak gehouden in Berlijn op 9 februari 2006

Dit artikel verscheen eerder op: liberales.gif

Liberales verstuurt wekelijks een gratis nieuwsbrief met interviews, essays en boekbesprekingen. Inschrijven kan op www.liberales.be.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Ayaan Hirsi Ali, topic: Vrijheid van Meningsuiting
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. abee schreef op : 1

    Waarom heeft een surinamer geen recht om de konigin Beatrix te beledigen????

  2. abee schreef op : 2

    ik heb niks tegen koningin Beatrix, maar bij wijze van spreken!