woensdag, 19 november 2003
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Hoeveel vrijheid biedt de informatiemaatschappij?


Enkele jaren geleden hield Bert Fitié een lezingen-cyclus over de informatiemaatschappij. Naar aanleiding daarvan werden enkele studiegroepen opgestart, die uiteindelijk samen tot de conclusie zouden moeten komen of de informatiemaatschappij meer vrijheid te bieden heeft. Helaas heeft dit studieplan nooit een einde gekregen. Daarom geef ik dit onderwerp hier een vervolg, door mijn eigen inzichten weer te geven (deze tekst is mijn lezing van de Kring Leiden in december ’94).

De “informatisering” van de maatschappij is momenteel een van de meest ingrijpende wereldwijde ontwikkelingen. De elektronische snelweg is in aanbouw. De oceaan wordt vol glasvezelkabels gelegd, om overal snel informatie naar te kunnen sturen, dan wel informatie op te vragen. De huidige kinderen spelen in plaats van busje-trap met hun Nintendo spelcomputer. Op de lagere school krijgen zij al tekstverwerking en eenvoudig programmeren. Als zij op de middelbare school zijn aangekomen hoeven ze niet meer naar een House Party om op XTC te trippen, aangezien Virtual Reality tegen die tijd in ruime mate voor de consumentenmarkt gereed zal zijn. Zowel in de kantoren als op de werkvloer hebben computers en robots al lang hun intrede gedaan. Diverse huishoud-robots zijn al in ontwikkeling.

Dit proces is niet meer te stoppen. Zelfs als een dictatoriale regering de informatiemaatschappij zou willen verbieden, zou de informatiemaatschappij op de zwarte markt blijven floreren. De zwarte markten waren immers nergens zo groot als in de strengste communistische dictaturen.

Big brother is watching you!

Interessant is de vraag in hoeverre de overheid de informatiemaatschappij kan gebruiken om de vrijheid te verkleinen. Een van de punten waarop de overheid goed scoort is het in de gaten houden van haar “onderdanen”, hetgeen wel eens doet denken aan Orwells pessimistische toekomstbeeld “1984″. Hoewel dit meestal niet legaal is, worden grote percentages van de telefoongesprekken in Nederland afgeluisterd door politie en BVD. Ook fax- en modemberichten worden afgeluisterd en ontcijferd. Ook wanneer u uw telefoon niet gebruikt, kan de overheid luisteren welke gesprekken u voert, doordat het microfoontje in uw telefoon aangesloten blijft (hiertegen is beveiliging verkrijgbaar).

Een ander gevolg van de informatiemaatschappij is dat de overheid allerhande bestanden wil gaan koppelen. Het ideaal is dat met een enkele druk op de knop uw gehele fiscale boekhouding (uw inkomsten en uitgaven door de jaren heen) tezamen met uw gehele arbeidsverleden direct kan worden uitgeprint.

Mensen slaan allerlei gegevens over anderen op, met name voor reclamedoeleinden. De Wet Bescherming Privacy houdt niet alleen in dat u recht heeft op inzage in de gegevens die anderen over u opslaan. Ze houdt tevens in dat de overheid erop mag toezien dat er geen overbodige gegevens worden opgeslagen. Zodoende heeft de overheid de mogelijkheid om inzage te krijgen in ALLE informatiebestanden.

Big brother tegenwerken

De mensen zouden geen mensen zijn als ze niet van alles zouden proberen om aan de regels en het toezicht te ontsnappen. Een van de verdedigingsmethoden tegen afluisteren door de overheid, is het coderen van berichten, zodat de overheid ze niet kan ontcijferen. De overheid heeft hier op gereageerd door het coderen van berichten te verbieden.

Een andere vorm van verdediging is de aanschaf van een of enkele andere paspoorten, zodat de overheid niet weet wie of waar je bent.

Veruit het belangrijkste wat de overheid tegenhoudt, is echter de veelheid aan informatie. De mensen zenden zoveel informatie naar elkaar, dat de overheden eenvoudigweg niet het vermogen hebben om deze informatie te verwerken. Het ambtenaren-apparaat is er niet groot genoeg voor. Daarom is de overheid ook niet in staat om de belasting- en arbeidsgegevens van mensen te koppelen, en moet ze zich beperken tot steekproeven. Aangezien de informatiestroom met duizelingwekkende snelheid toeneemt, krijgt de overheid juist steeds minder greep op de mensen, in plaats van meer.

Directe democratie

Een andere interessante ontwikkeling is dat er binnen en buiten de overheid veel stemmen opgaan om referenda te houden per computernetwerk. Het idee is dat iedereen een computer heeft en een modem (die de computer op de telefoon aansluit). Mensen kunnen hun mening geven op hun computer, en de informatie naar een bestand van de overheid zenden. De overheid kan vervolgens de stemmen elektronisch tellen. Dit kan voor- en nadelen hebben. Mensen zullen bijvoorbeeld stemmen voor verlaging van de belastingen, hetgeen duidelijk een voordeel is. Maar ze zullen ook stemmen voor verhoging van de uitgaven, hetgeen leidt tot grotere staatsschulden (aan de pensioenfondsen). Daarnaast is het maar de vraag of de overheid het referendum ongevoelig voor fraude kan maken. Computerkrakers zouden gemakkelijk hun wil door middel van verkiezingsfraude kunnen doordrukken. Een ander groot probleem hierbij is weer de veelheid aan informatie. Het is niet alleen een zeer kostbare aangelegenheid om zoveel informatie te willen verwerken, maar het lijkt waarschijnlijk dat de overheid ook niet genoeg ambtenaren in dienst heeft voor het realiseren van dit project.

Cultuur

Het informatietijdperk leidt ongetwijfeld tot een meer eigenwijze cultuur. Dankzij CD-i en CD-rom hebben mensen alle informatie in huis. Via Internet en andere computernetwerken kunnen de mensen alle informatie aanvragen die er maar bestaat. Mensen weten dus steeds meer, en laten zich daardoor minder snel manipuleren.

Het leidt ook tot een meer individualistische cultuur. Mensen voelen zich steeds minder een radertje in de maatschappij, en steeds meer een spin in het web. Iedereen kan door allerhande informatiebronnen in de huiskamer worden geïnformeerd. Dankzij de ontwikkelingen van kunstmatige intelligentie, kunstmatige creativiteit en robotica krijgen we steeds hulpvaardiger hulpjes op het werk en in huis. De computers zijn eigenlijk de vervangers van de vroegere slaven; zij moeten het vervelende werk voor ons gaan doen. Ieder individu wordt zo een soeverein heerser binnen zijn eigen huis.

Een zeer interessante ontwikkeling omtrent deze “moderne slavernij” is de “kunstmatige evolutie”. Dit wil zeggen dat men verschillende computerprogramma’s op een computer zet, die met elkaar concurreren om het bestaan. De programma’s kunnen zich voortplanten, waarbij af en toe automatisch willekeurige veranderingen in de software worden aangebracht. Willekeurige veranderingen zullen bijna altijd verslechteringen zijn, maar heel soms juist verbeteringen. De “nakomelingen” van deze programma’s kunnen dan weer andere programma’s wegconcurreren. Dit leidt dus tot steeds kunstmatig “intelligentere” programma’s. Deze programma’s kunnen natuurlijk ook op het netwerk worden gezet. De computers die wij nu als slaven gebruiken, zijn geprogrammeerd om ons te “willen” gehoorzamen. Maar met kunstmatige evolutie kan dit best wel eens anders worden. Dit roept diverse ethische vragen op: Mogen wij over computers met een “kunstmatig eigen wil” heersen? Is de oorspronkelijke programmeur verantwoordelijk voor de schade die dergelijke programma’s kunnen aanrichten?

Dankzij de steeds intelligentere hulpjes die kunstmatige evolutie ons gaat brengen, lijkt het mij dat de belangrijkste trend zal zijn dat de mens steeds meer alleenheerser zal worden in het informatietijdperk (daarbij wel gehinderd door steeds lastiger wordende virussen). Interventies in die heerschappij door de overheid zullen steeds minder worden getolereerd.

Electronisch bankieren

De meest interessante ontwikkeling is wellicht het elektronisch bankieren. Buiten computers om bestaat er een “ruilsysteem” buiten het geld om, dat bekend staat onder de naam LETS (waar de actiegroep Strohalm in Amsterdam zich mee bezig houdt). In plaats van de normale verkoop “geven” mensen dingen aan elkaar. Iedereen heeft dan een “rekening” aan punten. Bij de “koper” verdwijnen bij de transactie punten, die er bij de “verkoper” bijkomen. Een dergelijk puntenstelsel kan men natuurlijk ook op Internet of een ander netwerk zetten. Mensen kunnen dan over de hele wereld informatie aan elkaar verkopen via een puntensysteem op Internet. Mensen die in elkaars buurt wonen, of in de internationale handel zitten, kunnen op deze wijze goederen aan elkaar verkopen. Er kunnen natuurlijk heel veel van deze puntenstelsels naast elkaar bestaan. De betrouwbaarste, snelste en voordeligste stelsels werken natuurlijk het beste. Het zou bijvoorbeeld een goede service kunnen zijn als bij een levering het geldsysteem tevens als incassobureau werkt. De punten worden in dat geval bij eerlijke levering sowieso overgemaakt.

Aangezien de communicatie altijd telefonisch gaat, kan men geld verdienen door een elektronisch bankiersysteem op te zetten. Men kan hier bijvoorbeeld een 06-nummer (voor Nederland) of een 0900-nummer (voor België) voor openen. Om een dergelijk systeem snel van de grond te krijgen zou men gebruik kunnen maken van netwerkmarketing. Klanten van het geldsysteem worden beloond om nieuwe klanten te werven. Voor de klanten die deze nieuwe klanten werven, wordt men ook nog beloond, en dat bijvoorbeeld 6 generaties nieuwe klanten lang. Men kan zo heel veel punten verdienen door lid te worden van het systeem en nieuwe klanten aan te brengen. De kosten in punten van deze beloningen, kunnen worden verdeeld over de nieuwe klanten. Enkele van de 10 grootste bedrijven van de wereld zijn zo groot geworden door gebruik te maken van netwerkmarketing (maar dan met “echt” geld). Bij veel concurrentie zullen veel systemen over gaan op gelddekking, in de vorm van goud of aandelen, om inflatie te voorkomen.

Allerhande pin-passen en credit cards van allerlei systemen zullen vervolgens hun intrede doen, zodat het geld zoals we dat nu kennen wellicht volledig zal verdwijnen. De veelheid aan informatiestromen en puntenstelsels zal zo groot worden dat de overheid de stroom niet meer kan controleren. Daardoor wordt de zwarte markt zo groot, dat iedereen er gemakkelijk gebruik van kan maken. De overheid mist uiteindelijk vrijwel al haar inkomsten, en gaat failliet.

In plaats van de “zekerheid” die de overheid ons nu biedt, kan de zekerheid worden besteld via Internet. Verzekeringsmaatschappijen bieden ons op dit moment al pensioenen, studieverzekering (vast te betalen voor kleine kinderen), werkloosheidsverzekering, ziekteverzekering en arbeidsongeschiktheidsverzekering. Deze verzekeringen kan men dan gemakkelijk via Internet vanuit de huiskamer sluiten. Ook hoge alimentatieverzekeringen behoren tot de mogelijkheden, zodat het fenomeen bijstandsmoeders geheel kan verdwijnen. Mensen kunnen tevens diefstalverzekeringen sluiten, waarbij de verzekeraars de dief weer aansprakelijk kunnen houden voor de schade. Een verzekeraar kan op Internet een privé-detective bestellen, en een deurwaarder voor als de dief wordt gesnapt. Voor schadeverzekering en milieuschadeverzekering geldt hetzelfde verhaal. Bij levensverzekeringen kan de schade zo op de eventuele moordenaar worden verhaald. Ook postbestelling van allerhande beveiligingsprodukten en wapens via Internet zal de gewoonste zaak van de wereld worden.

De overheid wordt dankzij deze ontwikkelingen op het gebied van zekerheid dus volstrekt overbodig (haar zogenaamde taak om de armen te ondersteunen heeft zij sowieso nooit kunnen waarmaken, aangezien de marktwerking op de arbeidsmarkt er voor zorgt dat de overheveling elke nivellering opheft). De overbodige overheid zal failliet gaan wegens de grootte van de zwarte markt, als gevolg van het elektronisch bankieren. Eindelijk zullen we dan verlost zijn van al haar vrijheidsbeperkende regeltjes en geldverspilling.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Roark, Sjef, topic: Roark, Sjef, Techniek en privacy, Vrijbrief 1995/3
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.