donderdag, 10 juni 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Gesprek met dr. P.J. van der Schaar


Het is een bijzondere ervaring om een gesprek te hebben met dr. P.J. van der Schaar, die misschien wel de bekendste Nederlandse hart- en vaatchirurg is. Op een mooie zomeravond werden mijn vrouw en ik door de heer Van der Schaar en zijn vrouw ontvangen in zijn huis dat vastgebouwd is aan zijn kliniek.

In Nederland zijn er allerlei problemen in verband met de hartchirurgie. Overheid en ziekenfondsen maken het zeer gecompliceerd. Politieke overwegingen beslissen wat er wel of niet gebeurt. In Amerika waar minder overheidsinvloed is, gaat het allemaal veel soepeler en kunnen veel meer patiënten voor veel lagere kosten geholpen worden. Ook de artsen (generaliserend) zelf hebben schuld aan deze gang van zaken. Zij hebben immers steeds zelf de protectie gezocht, en zijn nu geheel in de greep van Big Brother. Door deze protectie wordt de vestiging van nieuwe artsen (en concurrentie!) verhinderd. Erger nog, door een loterij wordt bepaald óf iemand wel of niet arts mag worden!

Als je eenmaal een artsendiploma hebt, dan mag alles. Je moet je wel bij de artsenclub aansluiten en je aan haar ethiek afspraakjes) houden. Afvalligheid, waaronder eigen initiatieven, wordt niet geduld en veroorzaakt tegenwerking. Door dit alles is de patiënt “afhankelijk” gemaakt. De meeste patiënten durven aan een andere dokter niet eens iets te vragen buiten hun huisarts om. En veel artsen zijn bang om een patiënt van een andere arts te behandelen. (In België noemt dokter Le Compte dit het gevolg van de (H)orde der Geneesheren!)

In de Verenigde Staten is de vrijheid van arts en patiënt veel groter, al is men zelfs daar op de verkeerde weg door steeds meer te “regelen”. Een arts moet daar elke vier jaar examen doen om aan te tonen dat hij nog steeds bij is.

Ook dr. Van der Schaar doet, vrijwillig, regelmatig aan dit examen mee. Hij vreest dat als je alle controle los laat, dat er dan door kwakzalvers veel kwaad kan geschieden. Dr. van der Schaar is het met ons eens dat dit persé geen controle door de overheid hoeft te zijn. De vrije markt heeft daar best betere mogelijkheden voor. In Amerika is er een strenge controle door de F.D.A. (Food and Drug Administration).

Het is bijna onmogelijk om nieuwe geneesmiddelen te mogen gebruiken. Dit kost jaren en miljoenen. Uiteraard is dit een protectie van de grote firma’s, want kleine kunnen dit nooit opbrengen. En het is tegen het belang van de patiënt. Ook kan dr. Van der Schaar zich goed voorstellen dat er meer patiënten gestorven zijn doordat nieuwe (beschikbare) geneesmiddelen te laat op de markt kwamen, dan door geneesmiddelen met onverwachte bijverschijnselen. Een van de therapieën waarvoor dr. Van der Schaar thans in Nederland bekend is, is de (omstreden) Chelatie Therapie. Het zou te ver voeren hier uitgebreid op deze techniek in te gaan. Het komt ongeveer neer op het volgende:

De cellen in de slagaderwand zijn gestoord, waardoor slagadervernauwing ontstaat. De verstoorder is calcium. Door in het bloed gedurende 3 uur een stof, genaamd EDTA (een chelator) via een infuus in te brengen, wordt calcium waar het storend werkt verwijderd en het natuurlijk evenwicht in de cel hersteld. De afvalstoffen worden dan weer normaal via de nieren uitgescheiden. Voor een complete behandeling moet men rekenen op een 25-tal behandelingen, in een tempo van twee per week. Elke behandeling kost thans Dfl. 200,-.

Bij deze therapie heeft men soms te maken een groep patiënten met een hoog risico. De goede chelatie artsen weten steeds beter met deze risico’s om te gaan, o.a. doordat ze zelf ook steeds beter weten welke doseringen bij een bepaalde patiënt passen. Omdat het echter (relatief) nieuw is, komen er van allerlei kanten bezwaren, en ook bemoeit onze overheid er zich mee (uiteraard !!). De Gezondheidsraad (ministrieel adviesorgaan) had een negatief rapport opgesteld. Daardoor zou de Inspecteur van de Volksgezondheid de chelatietherapie kunnen verbieden. De “Chelatie-Artsen” hebben echter snel een gedegen tegenrapport gemaakt. Daarin hebben ze duidelijk aangetoond welke positieve resultaten met deze therapie te behandelen zijn. Vooral voor patiënten die het het hardst nodig hebben en niet op andere wijze te helpen zijn. Ze hebben zelfs een “dubbelblind” onderzoek aangeboden. Er is nog geen officiële reactie op dit rapport gekomen. Het belangrijkste is dat de patiënten de voor hen beste behandeling kunnen krijgen. En net als met allerlei andere producten en diensten, kan die het best gevonden worden op de vrije markt. De arts mag gerust in vrije concurentie komen voor de klant. En de klant/patiënt moet weten waar hij het beste terecht kan. Er zijn overigens weinig patiënten die zo weinig weten als “de Nederlandse Patiënt”. Terecht wijst mevrouw Van der Schaar er op dat als de meeste mensen een of ander huishoudelijk apparaat kopen, dat ze dan allerlei voorlichting en keuringseisen vragen. Voor hun eigen lichaam gaan ze echter blindelings af op wat “de dokter heeft gezegd”. De meeste mensen zijn al zo geconditioneerd dat ze het idee van een vrije markt in de gezondheidssector absurd vinden. Een klein stukje vrije markt is dat er patiëntenverenigingen ontstaan. En zo is er ook een patiëntenvereniging van chelatie-patiënten. Deze zijn nauw betrokken bij de behandelingen en willen ook anderen informeren, want het is van belang dat ook nieuwe patiënten weten waar ze goed terecht kunnen.

Net zo als het in het belang van de Chelatie Artsen is dat bekend is dat zij het goed. Hieraan wordt dan ook gewerkt door de Nederlandse Vereniging voor Chelatietherapie. De feiten moeten aantonen wat goed is en wat niet. Dit hoort geen politieke zaak te zijn. Een paar maanden geleden was politiek bepaald dat er in Nederland geen harttransplantaties mochten plaats vinden. Nu zegt men dat er 30 per jaar mogen/moeten.

Hollen of stilstaan? Welke politieke touwtrekkerij vindt er nu weer plaats? Net als bij het aantal open-hartoperaties? Politiek doet men net alsof er een bepaald bedrag is en dat dat dan kan worden uitgegeven of aan de hartoperatie van Mijnheer A of aan psychiatrische verpleging van Mijnheer B. En wie maakt uit wat er gebeurt?

Het boeiende gesprek met dr. Van der Schaar heeft ons er weer eens extra van overtuigd dat het in het belang van de patiënt is om te trachten ook op medisch gebied weer terug te sturen in de richting van de vrije markt. Het is uiteraard ook in het belang van de goede artsen.

Wij zouden dr. Van der Schaar te kort doen als we deden alsof hij alleen maar chelatietherapie doet. Hij is een bijzonder veelzijdig man die in zijn biomedisch centrum, samen met een aantal andere artsen, ook andere therapieën doet. Onder andere werd nog gesproken over geriatrie kankerbestrijding, preventie, keuringen, celtherapie, en nog enkele andere.

Aan het slot van ons onderhoud toonde dr. Van der Schaar ons nog de kliniek. Wij waren daarbij zeer onder de indruk van de efficiënte, moderne, degelijke en vriendelijke wijze waarop deze was ingericht.

Bij ons vertrek werden we nog extra verrast toen dr. Van der Schaar ons vertelde dat hij in zijn “vrije” tijd ook nog vlieginstructeur is en ons toonde dat hij een vliegsimulator aan het bouwen w as, waarin hij vliegles kon geven. Kortom voor ons een fascinerende ervaring met een persoon die beslist veel meer “vrije maatschappij” waard is.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Onbekend, topic: Onbekend, Personen, Vrijbrief 82 (december 1984)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. omer smet schreef op : 1

    ik ben bijna 84 jaar; 22 jaar terug ; op 62 jarige leeftijd terug heb ik 3 bijpassen gekregen.sinsdien ga ik elke maand naar een dokter voor chelatietherapie: vele vrienden en kennissen heb ik reeds gekend die bijpassen niet hebben overleefd na 3 tot 6 jaar.ik voel mij daar goed mee en probeer er mee voort te doen zolang het mij mogelijk is