woensdag, 9 juni 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Politiek – CDA


U kent ons plan om vóór de Nederlandse verkiezingen elke maand het programma van één der partijen te bespreken. In dit nummer is het CDA aan de beurt. Natuurlijk bekeken vanuit libertarisch oogpunt. Maar oei, wat blijkt dat deze keer moeilijk. Immers we willen graag een objectieve, rationele kritiek schrijven. Te meer omdat we veel goedwillende en enthousiaste vrienden niet nodeloos willen frustreren, maar juist de ogen willen openen. Daarom vragen we bij voorbaat begrip voor het mogelijk van onze kant te negatief overkomen. Dit is echt niet onze bedoeling, en mocht u het toch zo ervaren, geef ons dan a.u.b. commentaar. Wij zullen dit dan in een volgend nummer verder behandelen.

Het programma van het CDA geeft ons in ieder geval wel stof om een heel jaar lang de Vrijbrief te kunnen vullen. Ook zouden we het af kunnen doen met één opmerking n.l.: Het gehele programma gaat ervan uit dat de mens niet het recht heeft op zijn eigen leven! Er moet volgens het CDA van alles en nog wat gebeuren en u wordt gedwongen om daaraan mee te doen. Bij alle dingen die “moeten” gebeuren, en dus geld kosten, moet u bedenken dat de overheid zelf geen “rode” cent heeft en ook niets produceert om geld te verdienen. Al dat benodigde geld komt van u, en u moet het opbrengen.

Het programma gaat onder de naam: “Om een zinvol bestaan”. Fijn, zinvol voor wie? Voor alle mensen nemen we aan. Maar wie maakt uit wat een zinvol bestaan is voor een individu? Kan hij dat zelf niet het allerbeste? Of hebt u, geachte lezer, daar 20 bladzijden tekst van andere mensen voor nodig, die zich dan op allerlei gebieden met uw privé-leven willen bemoeien? Want als “bemoeien” komt het programma toch wel over.

Net als in andere programma’s wordt er in het CDA-programma ook met mooie kreten gewerkt. De mogelijkheid voor een echte enquête ontbreekt me, maar ik heb een aantal mensen die CDA stemmen gevraagd wat verschillende dingen betekenen. Niemand heeft me een duidelijk antwoord kunnen geven omtrent bijvoorbeeld:

- De beginselen solidariteit, rentmeesterschap zijn bij alle onderwerpen bepalend. (Er staat ook bij rechtvaardigheid, waarover wel antwoorden kwamen.)

- De Europese en mondiale dimensie wordt erkend.

- De georiënteerde markteconomie kan in de huidige omstandigheden een goede basis bieden voor de verwezenlijking van de gespreide verantwoordelijkheid op sociaal-economisch terrein, waarin naast de te verkrijgen spreiding van macht in alle delen van de samenleving, de overheid naar haar aard geroepen is daar – waar nodig – stimulerend, corrigerend en sturend op te treden, zonder de grenzen van het overheidsoptreden uit het oog te verliezen.

- In door de overheid bestuurde instellingen ligt vaak een barrière voor democratisering. Voor zover deze instellingen een gelijkvormige zelfstandigheid hebben als particuliere organisaties worden zij daartoe omgevormd, zodat de betrokkenen op volwaardige wijze medeverantwoordelijkheid kunnen dragen voor het instellingsbeleid.

Geheel subjectief is natuurlijk wie het programma heeft gemaakt. En toch kan ik niet nalaten mijn wenkbrauwen te fronsen toen ik las dat Mr. W. Aantjes in de samenstellende commissie zat. Ik weet te weinig van de heer Aantjes om hem te veroordelen, maar het lijkt me onverstandig om een persoon met dat image het programma van het CDA te laten samenstellen. (Het definitieve programma wordt overigens pas op het CDA Congres op 21 februari vastgesteld.)

In de inleiding op de inleiding staat: “Dit programma.zegt dus niet zozeer wat wij van iets denken, maar wat wij eraan willen doen.” Hoe is dit bedoeld? Kan er een verschil van inzicht zijn in hoe we over iets denken, en wat we eraan doen? Ik hoop dat dat niet de bedoeling was, maar dat het slaat op de hoeveelheid tekst in het programma. Jammer dat ik dat bij verder lezen niet bevestigd kon krijgen. Oordeelt u zelf.

Ook in de inleiding op de inleiding staat: “Hoe wij willen bereiken dat men zijn bestaan als zinvol kan ervaren en waarderen” (onderstreping door ons). Wie is wij? Ik neem aan dat u en ik onder de men gerangschikt worden. Mag ik (en ik hoop dat ik ook namens u, lezer, praat) dan verzoeken dat al die personen onder “wij” zich alsjeblieft helemaal niet met ons bemoeien?

Het eerste hoofdstuk na de inleiding gaat over “Internationale Solidariteit”, en al lezende kun je je niet aan de indruk onttrekken dat de toekomstige minister van ontwikkelingssamenwerking dat hoofdstuk geschreven heeft.

Enkele punten:

“…. de coördinerende bevoegdheden van de minister van ontwikkelingssamenwerking moeten versterkt en uitgebreid worden.” Commentaar? M.i. niet nodig.

“De wensen van de betrokken ontwikkelingslanden moeten daarbij voorop staan” (onderstreping door ons). Het gaat om wensen, niet om rechten. Dat is een van de grote zwakke punten. Iedereen kan wel weet ik wat “wensen”. Ik “wens” ook zoveel, maar daarom heb ik er nog geen recht op, laat staan dat ik anderen ga dwingen om mijn wensen te vervullen. Dit is een van de grote zwakheden in onze maatschappij. Bepaalde personen wensen iets, verenigen zich, en gaan dan eisen dat hun wensen worden ingewilligd. Uiteraard altijd ten koste van anderen die die wensen moeten vervullen. Dat staat er ook: “Daarom moet tegemoet gekomen worden aan wensen (van ontwikkelingslanden) op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, enz. enz.” Of u wilt of niet, u zult (door het CDA) gedwongen worden om die wensen te vervullen. Dit dus ongeacht of u die wensen als goed of slecht ervaart.

In het hele programma wordt ook alleen over collectiviteiten gesproken: ontwikkelingslanden, sterken, zwakken, de armen, de Antillen, Arabische Buurlanden, enz. Het programma is een toonbeeld van collectiviteit.

Of de Apartheid in Zuid-Afrika inderdaad “een wezenlijke bedreiging is voor de internationale vrede en veiligheid” kunnen wij niet beoordelen. Als Libertariërs zijn wij natuurlijk tegen “apartheid”, maar of we als Nederlanders dan moeten gaan werken aan: “onafhankelijkheidsverlening aan Namibië” en “steunverlening aan bevrijdingsbewegingen moet worden voortgezet”. Daar kan ik alleen een groot vraagteken bij zetten. Waar bemoeien we ons mee? Wat weten we van de problemen? Het enige wat wel duidelijk is, is dat al die onafhankelijkheidsverleningen nu niet allemaal een doorslaggevend succes zijn. Kijk maar eens naar Rhodesia-Zimbabwe!

In het hoofdstuk Internationale Solidariteit wordt ook gesproken over het “Internationale Geldstelsel”. Dit moet “zodanig worden hervormd, dat zowel naar inhoud als naar beheersvorm tegemoetgekomen wordt aan rechtvaardige verlangens van de ontwikkelingslanden”. M.i. commentaar overbodig, alleen het advies om voor uzelf onze laatste pagina over de Vrije Markt vanaf nu nog aandachtiger te lezen.

“Nederland draagt bij aan het opheffen van het probleem van de schuldenlast van arme landen. De hulp moet in toenemende mate in de vorm van giften worden verleend.” Hier staat dat we wel geld hebben geleend in het verleden, maar dat de personen (landen?) die dat geleend hebben, thans hun rente en aflossing niet wensen terug te betalen. Dus moeten we die schuld maar kwijtschelden. Waarom zou u dat ook niet eens proberen? Of hebt u niet de wens dat uw rente en aflossing op uw hypotheek wordt kwijtgescholden?

Het programma gaat uit van verdelen en denkt dat dat kan door een productiegroei van 21/2 %. Als we de recente publicaties lezen, is deze groei al helemaal niet meer haalbaar, en dat betekent dat heel veel van de verdeling een wens moet blijven. Ook heel veel zal wel “monetair gefinancierd” worden. Dat wil zeggen dat de overheid gewoon geld bijdrukt, en dat dus de inflatie zal blijven stijgen. Die 21/2 % zal worden bijgesteld, maar het blijft natuurlijk opmerkelijk dat er nu al meer energie besteed wordt aan het verdelen van wat “we” nog niet hebben, dan aan het produceren.

Offers worden er ook gevraagd. “Van iedereen”. Dat wil zeggen dat iedereen gedwongen zal worden om nog meer in te leveren. De hoge inkomensgroepen zullen, omdat zij de sterkste schouders hebben, de grootste bijdrage moeten leveren. Voor hen met name geldt de “economie van het genoeg”. En dan vragen we ons als Libertariërs weer af hoe dat dan met die rechtvaardigheid zit. Steeds weer worden degenen die het meest produceren het zwaarst gestraft.

Kortom, het gehele programma is een plan tot verdere vrijheidsbeperking van het individu. Fatalistisch, zoals ‘t was in ‘t begin, en nu en in alle eeuwigheid, zo zal er steeds meer politieke macht naar de overheid moeten.

Het wordt de hoogste tijd dat steeds meer mensen zich dit gaan realiseren, en er iets tegen gaan doen.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading ... Loading ...

Door Onbekend, topic: Onbekend, Politiek, Vrijbrief 36 (februari 1981)
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.