woensdag, 9 juli 2003
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

De `3-2-1′ regel


In de jaren negentig is de economie van de Verenigde Staten aanzienlijk sneller gegroeid dan die van Europa en Japan. Net als sterrenstelsels raken de drie economische machtblokken steeds verder van elkaar verwijderd. Jean-Philippe Cotis, chief economist van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in Parijs, spreekt van de `3-2-1′ regel. In de VS stijgt de productie per hoofd van de bevolking trendmatig met 3 procent per jaar, terwijl de welvaartsgroei in Europa op gemiddeld 2 procent blijft steken. In Japan neemt de productie per hoofd met een schamele 1 procent per jaar toe. In doorsnee produceert een Amerikaan inmiddels 40 procent meer dan een Duitser, Fransman of Italiaan, en bijna 30 procent meer dan een Japanner.

Het markante en toenemende verschil in economische prestaties van de drie blokken komt deels doordat een groter deel van de Amerikaanse bevolking bij het productieproces is ingeschakeld. In Europa staan veel meer mensen aan de kant. Zij zijn werkloos, arbeidsongeschikt verklaard of vervroegd gepensioneerd en dragen dus niet bij aan de nationale productie. Het verschil in economische performance ligt echter niet alleen aan deze uiteenlopende participatiegraad. Amerikanen maken ook meer uren. De werkweek in de VS is langer en de vakantie duurt korter dan in Europa. Hierdoor draaien zij meer productie. Bovendien gingen de Amerikanen in de jaren negentig per uur steeds meer produceren, onder andere omdat het land vooropliep bij de toepassing van informatie- en communicatietechnologie. Aan die verbetering van de productiviteit konden werkenden in Europa niet tippen.

In de recente studie The Sources of Economic Growth in OECD Countries benadrukken OESO-economen dat de structurele groei-achterstand van Europa voor een belangrijk deel het gevolg is van het door nationale overheden gevoerde beleid. Ze schrijven het omzichtig op, want de bekritiseerde landen op het oude continent betalen via hun contributie aan de OESO een flink deel van het salaris van de onderzoekers. Maar wie tussen de regels door leest, kan de boodschap niet misverstaan. In veel Europese landen staat een groot deel van de potentiële beroepsbevolking door het stelsel van sociale zekerheid nodeloos buitenspel. Voor werkgevers loont het niet om minder gekwalificeerde mensen in dienst te nemen tegen het in verhouding hoge wettelijk minimumloon. Minder gekwalificeerde individuen komen daarom alleen aan de slag met behulp van forse loonkostensubsidies, vooral in de collectieve sector. Verder verminderen de in verhouding royale uitkeringen de noodzaak dat werklozen elke baan pakken die hun wordt aangeboden. Onder andere hierdoor blijft de werkloosheid hoog, terwijl vacatures voor ongeschoold werk openstaan of worden vervuld door illegale werkkrachten.

De goede sociale voorzieningen in Europa hebben nog een ander effect. In theorie valt bij hoge en langdurige werkloosheid te verwachten dat de lonen worden gematigd. Net als bij andere goederen leidt een ruim aanbod van arbeid tot neerwaartse druk op de prijs (het loon). Bij een overvloedig arbeidsaanbod en starre lonen lopen werknemers een steeds groter risico hun baan te verliezen. De goede sociale voorzieningen beperken echter de inkomensachteruitgang na baanverlies. Hierdoor wegen werknemers het ontslagrisico minder zwaar mee bij hun looneisen, en kiezen vakbonden bij loononderhandelingen eerder voor hoge lonen dan voor lage werkloosheid.

Een uitgebreid stelsel van sociale zekerheid gaat gepaard met een hoge belasting- en premiedruk. Hoge collectieve lasten stuwen de lonen in Europa extra op, met negatieve gevolgen voor werkgelegenheid en economische groei. Dit wordt empirisch aangetoond in een zojuist verschenen rapport waarin Albert van der Horst, werkzaam bij het Centraal Planbureau, nagaat in hoeverre het overheidsbeleid op het gebied van belastingen en sociale voorzieningen in de afgelopen dertig jaar heeft bijgedragen aan de situatie op de arbeidsmarkt. Behalve de VS zijn vijf Europese landen, waaronder Nederland, in de analyse betrokken.

Dit type economisch onderzoek maakt duidelijk hoe Nederland zich kan herpositioneren op de `1-2-3′ meetlat. In navolging van de Verenigde Staten kan de overheid het wettelijk minimumloon verlagen, uitkeringen versoberen en fiscale faciliteiten voor vervroegd uittreden beëindigen. Dit prikkelt mensen beschikbaar werk aan te pakken, langer door te werken en het zet een rem op de looneisen van de vakbonden. De collectieve lasten kunnen dan omlaag en de economische groei komt blijvend op een hoger plan te liggen. Hierdoor valt na verloop van tijd meer welvaart te verdelen, waarvan iedereen profiteert.

Nederland bewandelt hierbij tot nu toe de weg van de geleidelijkheid. In de afgelopen kwarteeuw is het minimumloon stapsgewijs achtergebleven. Het bedraagt inmiddels de helft van het gemiddeld verdiende loon, in plaats van twee derden. Ook de uitkeringen zijn versoberd. Het kabinet-Balkenende II wil deze lijn voortzetten. Dat zal in september tot veel protesten leiden.

De kwestie is duidelijk: zowel kiezers als gekozen politici moeten beslissen waaraan zij de voorkeur geven: meer werkgelegenheid en 3 procent economische groei, of behoud van de bestaande sociale zekerheid, veel vrije tijd en straks amper meer dan 1 procent groei per jaar.

Dit artikel verscheen eerder in het NRC, op 03-07-2003.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Flip de Kam, topic: Economie, Europa en de EU
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. WH van der Veen schreef op : 1

    “Dit type economisch onderzoek maakt duidelijk hoe Nederland zich kan herpositioneren op de `1-2-3′ meetlat. In navolging van de Verenigde Staten kan de overheid het wettelijk minimumloon verlagen, uitkeringen versoberen en fiscale faciliteiten voor vervroegd uittreden beëindigen. Dit prikkelt mensen beschikbaar werk aan te pakken, langer door te werken en het zet een rem op de looneisen van de vakbonden. De collectieve lasten kunnen dan omlaag en de economische groei komt blijvend op een hoger plan te liggen. Hierdoor valt na verloop van tijd meer welvaart te verdelen, waarvan iedereen profiteert.”

    DIt klopt op meerderde punten niet: door zowel de uitkeringen als het minimumloon te verlagen verandert er niks aan het inkomensverschil tussen werklozen en mensen die voor het minimumloon werken. Maar belangrijker: er wordt maar immer van uitgegaan dat werklozen niet willen werken, terwijl het in tijden van hoge werkloosheid juist de werkgevers zijn die aarzelen mensen in dienst te nemen. De mensen die gewoon werkten in de voorspoedige economische tijden worden toch niet ineen tegelijk lui als het wat slechter gaat?
    En daarbij: waarom zouden we Amerika überhaupt achterna willen? Er zijn meer, en belangrijker zaken dan het aantal miljonairs in een samenleving. Bovendien: al zal het gemiddelde inkomen dan misschien stijgen, de overgrote meerderheid van de mensen zal dan juist veel minder verdienen dan nu het geval is. Wat hebben we te klagen met onze huidige positie? Sterker nog: het is, als je erbij nadenkt dat in de huidige samenleving schijnbaar iedereen steeds geld heeft voor het nieuwste mobieltje, elke paar jaar een nieuwe auto, merkkleding e.d., schandalig dat niemand iets meer geld over heeft om ouderen en mensen die de pech hebben ziek te worden een beetje fatsoenlijk te behandelen.
    Als geld alles is wat een samenleving groot maakt, blijf ik liever klein.

  2. WH van der Veen schreef op : 2

    PS: en om eventuele vooroordelen onder de lezers te ontkrachten: ik ben niet werkloos en heb een inkomen waar ik tevreden mee ben. En ik zou als werkende best meer belasting willen betalen, voor een goede WAO en AOW. Zie het gewoon als een verzekering: meer premie maar betere voorwaarden.

  3. Joep schreef op : 3

    Poeh.. Je noemt nogal wat.

    Minimumloon gaat ervan uit dat er een teveel aan winst is dat kan worden afgeroomd door de werknemer. Dat is het geval niet. De laagste inkomens worden juist betaald door kleine, slecht-renderende bedrijven. In de VS blijft bijna niemand op het minimumloon “hangen”, de meesten zitten na een jaar al op een hoger inkomen. Dat reflecteert ook precies het verschil in ervaring e.d. Afschaffen van het minimumloon zou er toe leiden dat onervaren krachten de mogelijkheid hebben om ook te gaan werken; waar ze nu simpelweg te weinig opleveren voor een werkgever. In plaats van dat ze “toch wel werken” en dus dankzij het minimumloon meer gaan verdienen heeft de overheid effectief verboden om ze in dienst te nemen.

    Vanzelfsprekend is het zo dat als je het minimumloon verlaagt tot onder bijvoorbeeld het bijstandsniveau niemand ueberhaupt nog gaat werken. Dat probleem zit hem echter niet in een te laag minimumloon maar een te aanlokkelijke bijstand. Door de bijstand “sociaal” hoog te houden, in combinatie met het minimumloon heeft de overheid het voor elkaar dat bijvoorbeeld de huidige jonge moeders zonder diploma nooit meer zullen werken.

    Waarom jij denkt dat als wij Amerika “achterna gaan”, “de overgrote meerderheid juist veel minder zal verdienen” begrijp ik niet. Wist je bijvoorbeeld dat wat in de VS (volgens hun eigen definitie) de armoedegrens is meer is dan een bijstandsuitkering in Nederland?

    Dan het laatste punt. “Wat hebben wij te klagen”. Weinig, als je het vergelijkt met 1970. In 1970 had ook niemand te klagen, toen werd het net normaal dat mensen op vakantie gingen. 150 jaar daarvoor (en de ouderen van nu hadden een oma die toen leefde) was het normaal om dagelijks honger te hebben, had niemand een auto, niemand een mobieltje en gingen mensen dood aan ziektes die niet meer bestaan.

    Als de ouderen van nu niet het grootste gedeelte van hun inkomen aan de staat hadden afgestaan, dan had niemand “geld voor ze over” hoeven hebben. Dan hadden ze gewoon hun huis verkocht om verder relaxed te leven. Aan de staat ligt het in ieder geval niet, want die geeft elk jaar meer uit aan ouderen. Zo zijn in de 8 jaar “paars” de uitgaven voor gezondheidszorg (en dat komt hoofdzakelijk ten goede aan bejaarden) meer dan verdubbeld.

    De PS begrijp ik niet helemaal. Die “beter voorwaarden”, bedoel je dat “solidair”, d.w.z. dat we allemaal de pech kunnen hebben in de AOW terecht te komen en jij daar dus best flink aan mee wil betalen?
    Of bedoel je puur in je eigen belang? Dan denk ik niet dat je je het beste bij de overheid kunt verzekeren. Kijk eens op je salarisstrook (brief, bedoel ik. Vroeger was het een strook). Zoek de bedragen op die je nu voor WW, AOW, WAO, weet ik veel betaalt. En vraag je werkgever wat hij moet bijdragen. Tel dat allemaal bij elkaar op en reken dan eens -rente op rente- uit wat voor gigantisch bedrag je op je 65ste hebt. En hoeveel premie je zou kunnen betalen om je tegen arbeidsongeschiktheid te verzekeren. Mocht je het voor elkaar krijgen om onder al die collectieve (lees: verplichte) regelingen uit te komen en dat geld naar mij over te maken dan garandeer ik je een dubbele uitkering bij arbeidsongeschiktheid of ouderdom.

  4. Speedy schreef op : 4

    Joep,

    Ik denk dat je gelijk hebt wat betreft de particuliere verzekeringen voor sociale zekerheid en zorg. Als je al niet goedkoper uit bent dan heb je in ieder geval een pakket dat beter op je persoonlijke situatie is afgestemd dan bij het huidige overheidsstelsel. Dat lijkt me sowieso winst. Ik geloof niet dat er dan grote groepen mensen met een laag inkomen onverzekerd rond gaan lopen. Voor die speciale markt zullen verzekeraars immers budget-producten aanbieden. Er komen mogelijk zelfs bedrijven die zich speciaal op de groep minder-draagkrachtigen zullen richten (vergelijk bedrijven uit andere branches, zoals Zeeman, Wibra, Lidl, Aldi, Ikea, enz). Het is een grote en daarom aantrekkelijke markt.

    Althans, zo lijkt het op het eerste gezicht. Ik zal hieronder, aan de hand van de situatie in de VS, proberen aan te geven dat het waarschijnlijk toch helemaal anders gaat lopen. De koopkrachtontwikkeling van mensen is daarbij cruciaal.

    Je hebt zeker gelijk, dat de armoedegrens in de VS boven het Nederlandse bijstandsniveau ligt. Maar zoiets kan je alleen vergelijken als je de koopkracht vergelijkt. Het modale inkomen in de VS ligt een stuk hoger dan in Nederland en daardoor het gemiddelde prijsniveau ook. Het is voor veel Amerikanen dan ook heel moeilijk om rond te komen (ondanks hun in onze ogen zeer redelijke inkomen). De Amerikaanse katholieken hebben er een fraai flash-filmpje over gemaakt:
    http://www.usccb.org/cchd/povertyusa/tour2.htm .

    Het Nederlandse bijstandsniveau komt overigens overeen met het inkomen van een academische arts in Ghana (Afrika). Die kan daar riant van leven. ;-)

    Daar komt tegelijk de kern van het probleem om de hoek kijken. Veel mensen die in de VS fulltime werken (soms met meerdere banen) hebben een inkomen dat onder de armoedegrens ligt. Verzekeringen tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid zijn er relatief duur en voor velen uit deze groep onbetaalbaar. Blijkbaar werkt het marktmechanisme waarbij bedrijven zich ook op de laagste inkomensklasse richten onvoldoende. Dat komt omdat de kosten om dergelijke verzekeringen aan te bieden door het hoge gemiddelde prijsniveau te hoog liggen. Dit is een fundamenteel manco van het kapitalisme.

    Het staat vast, dat het kapitalisme de totale hoeveelheid kapitaal in de wereld steeds doet groeien. Zowel de rijken als de armen worden dus steeds rijker. Er is echter een economische tendens waarbij schaalvergroting beter rendement voor investeerders en lagere prijzen voor consumenten oplevert. Het drijft de algemene drang om te groeien en meer marktaandeel te verwerven, die zich uit in een niet-aflatende stroom van fusies en globalisering. Het leidt ook tot kapitaalconcentratie bij relatief kleine groepen. M.a.w. de kleine groep rijken wordt sneller rijk dan de grote groep armen.

    Socialisten zien dit alsof de rijken van de armen stelen, maar niets is minder waar. Het geld wordt geheel vrijwillig door de armen aan de rijken gegeven, in ruil voor allerlei praktische en ook minder praktische zaken die de rijken in hun fabrieken laten maken. ;-)

    Naarmate de inkomensverschillen tussen rijk en arm toenemen en het kapitaal zich bij een relatief kleine groep rijken concentreert, zal het inkomen van de rijken sneller stijgen dan het gemiddelde prijsniveau, terwijl de inkomensstijging van de armen daarbij achterblijft. Steeds meer arme mensen zullen dan allerlei voorzieningen (zoals de genoemde verzekeringen) niet meer kunnen betalen, ondanks hun veel hogere inkomen in vergelijking met vroeger.

    Dit verschijnsel zie je duidelijker in de VS dan in Nederland, omdat hier de overheid het inkomen van de rijken flink afroomt en aan de armen geeft. Maar ook in Nederland kan de overheid niet om de alsmaar toenemende kostenstijging heen. Men moet structureel bezuinigen, basisvoorzieningen uitkleden en (noodgedwongen en met grote tegenzin) taken compleet afstoten naar de vrije markt. Net als in de VS zullen ook hier steeds meer mensen buiten de boot gaan vallen. Overheid of niet, zoiets is onvermijdelijk.

    “Als die krankzinnige prijsstijging van defensiematerieel zo doorgaat zullen we ons in de toekomst nog slechts 1 schip, 4 vliegtuigen en 8 tanks kunnen veroorloven”
    — Britse admiraal tegen Thatcher toen de eerste (zeer dure) Trident kernonderzeeër werd afgeleverd