vrijdag, 5 maart 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Het decadente cultuurrelativisme


Het is taboe geworden om de eigen cultuur als norm te nemen, stelt Paul Cliteur vast. Nochtans kunnen we gerust een voorbeeld nemen aan de Grieken destijds, die terecht trots waren op hun beschaving. Die tegendraadse analyse schreef Cliteur in zijn nieuw boek Tegen de decadentie. De democratische rechtstaat in verval. Een fragment.

Velen wijzen erop dat de Europese beschaving tegenwoordig in verval is. Volgens de Amerikaanse historici Jacques Barzun en John Lukacs staan we aan the End of an Age. Hier krijgt endism een onheilspellend karakter. Het eind is een tijd van ommekeer, een crisis die het onvermijdelijke verval inluidt. Misschien is dat juist. Maar dan alleen omdat velen tegenwoordig denken dat dit het geval is; omdat velen tegenwoordig twijfelen aan de grootheid van de Europese beschaving; omdat sprake is van een failure of nerve. Wat om zich heen grijpt is een mentaliteit van cultuurrelativisme dat bijna alle intellectuelen in de greep houdt. “Wie ben jij om mijn gedrag te beoordelen?”, “Wat geeft jou het recht om jouw maatstaven aan mij op te leggen?” en “Dat zeg jij!”

Hoe vaak hoor je dat niet? Nog couranter is het collectieve relativisme. Als je zegt dat je een bepaalde misstand in een ander land verwerpt, zegt men: “Ja, maar wie zijn wij om onze normen aan hen op te leggen? Is dat niet een beetje arrogant?”

Deze overtuiging is zo wijdverbreid dat men het relativisme wel de publieke religie van deze tijd zou kunnen noemen. Je moet tenslotte allemaal een “beetje kunnen relativeren”, is het niet? Als je niet meer kunt relativeren, dan gaat het serieus mis. Wát er dan misgaat wordt doorgaans niet verteld en behoeft ook niet verteld te worden, want bijval aan de relativeringsnorm geschiedt en passant, zoals met een opmerking over het weer. Als de buurman zegt: “Lekker weer vandaag, niet?”, word je ook niet geacht te antwoorden: “Hoe bedoel je? Ik vind het nogal koud.” Je zegt: “Heerlijk”, en als je het er niet mee eens bent zwijg je. Zo zwijgen we ook als de relativeringsnorm wordt geventileerd. Elke dag gebeurt het. Aan de koffie, in de trein, in de krant, in de schoolboekjes en op radio en tv.

Vooral in groepsverband wordt de relativismenorm bevestigd. Wie een kritische opmerking maakt over een andere cultuur, krijgt te horen: “Dat zeggen wij, maar wie zijn wij? Wij mogen onze eigen, westerse, waarden toch niet opdringen aan andere culturen?” De vraag is natuurlijk wat de relativist met zijn opmerkingen afwijst. Onder andere dit: absolute en universele morele standaards waarmee gedrag zou kunnen worden beoordeeld. Er zijn geen waarden en normen die absoluut gelden, dat wil zeggen: geen uitzonderingen kennen. Ook zijn er geen waarden en normen die universeel gelden, dat wil zeggen: geldig zijn voor alle mensen, alle culturen, alle maatschappijen.

Wie denkt dat sommige waarden en normen wél universele gelding hebben, heeft eenvoudigweg te weinig gereisd. Hij denkt dat de gewoonten van zijn dorpje in de hele wereld als dwingende moraal ervaren worden. Wie gelooft in absolute waarden en normen is een gevaarlijke ayatollah of een wereldvreemde gelovige. De ware wereldburger weet te relativeren. Hij is ruimdenkend en tolerant. De consequentie van het relativisme is ook dat niet één cultuur beter of superieur kan zijn aan een andere. Er is immers geen bovenculturele maatstaf op basis waarvan men een dergelijke superioriteit zou kunnen vaststellen. De liberaal-verlichte intelligentsia van de moderne tijd beschouwt het relativisme min of meer als vanzelfsprekend. Neem de volgende uitspraak van de journalist-intellectueel Marcel van Dam: “Wie bereid is over de grenzen van de eigen cultuur en de eigen generatie heen te kijken, moet tot de conclusie komen dat culturen nooit beter of slechter zijn dan andere culturen. In iedere cultuur heb je ploerten, heiligen en alles wat daartussen zit. En zelfs die uitspraak moet gerelativeerd worden omdat er geen absolute criteria zijn om af te meten of iemand een ploert is of een heilige.”

Wie het relativisme niet onderschrijft, omdat hij gelooft in universele waarden en normen, wordt meteen provincialisme en benauwdheid toegeschreven. Hij kan kennelijk de grenzen van de eigen cultuur en generatie niet overstijgen. Dat moet wel een erg geborneerd mens zijn. Als voornaamste argument voor het relativisme lijkt hier te worden opgevoerd dat, omdat er geen absolute criteria zijn om vast te stellen of iemand ploert of heilige is ook niet kan worden uitgemaakt wie dat is.
Maar het cultuurrelativisme kan niet anders dan in nihilisme eindigen, precies zoals gebeurde in de Griekse sofistiek. Als je zegt dat niet de mens als soort, maar elke individuele mens de maat van alle dingen is, waarom zou je dan nog met elkaar debatteren over morele zaken? Dat is allemaal zinloos. Moraal is dan tenslotte een zaak van opinie, en over smaak valt niet te twisten. In die positie heeft het ook geen enkele zin meer te zeggen: “Wat in nazi-Duitsland gebeurde was afschuwelijk”, immers: ‘s lands wijs, ‘s lands eer. We kunnen ook geen vrouwenbesnijdenis in Sudan afwijzen, want wie zijn wij om ‘onze cultuur’ aan hen als voorbeeld voor te houden? We kunnen ook de mores van jeugdbendes in het eigen land niet meer veroordelen, want die mores maken deel uit van die specifieke cultuur. En alle culturen zijn toch gelijk?

Mogen we Europees superioriteitsgevoel cultiveren?

Het superioriteitsgevoel dat de Grieken kenmerkte, hun onbekommerde geloof in universele waarden, was eens ook kenmerkend voor Europa. De Europese beschaving stond model voor de wereld en ook het materiaal dat door cultureel antropologen werd aangedragen over andere beschavingen, kon ons niet in ons cultureel superioriteitsgevoel schokken. In 1928 schreef de kunstcriticus Clive Bell dat antropologen nauwgezette studies hadden gemaakt van de leefwijze van barbaarse volkeren. Daaruit zou je kunnen leren wat beschaving niet is (“These admirable anthropologists have made minute studies of the manners and beliefs of the most barbarous of these barbarous peoples; and it is from their studies that I hope to learn at least what civilization is not.”)

Maar dat is dan misschien wel de ‘laatste’ manifestatie van Europees superioriteitsgevoel. Daarna is het snel bergafwaarts gegaan met het Europees zelfbewustzijn. Ongetwijfeld hebben twee wereldoorlogen daaraan een belangrijke bijdrage geleverd. Opvallend is dat tegenwoordig zelfs het begrip ‘beschaving’ veel van zijn glans heeft verloren. Bij beschavingen denken we tegenwoordig aan iets opgeklopts, iets geaffecteerds, aan een pretentie die niet waargemaakt kan worden. Beschaving, poeh-poeh, dat klinkt gewichtig.

Zo impopulair als de notie ‘beschaving’ tegenwoordig is, zo populair is de notie ‘cultuur’. Bij ‘cultuur’ gaan de harten sneller kloppen. Vooral wanneer het gaat om ieders eigen cultuur. Hier en daar wordt zelfs gesproken van een recht op die ‘eigen cultuur’. Ik deel die opvatting niet. Er zijn verwerpelijke culturen. Nazi-Duitsland was geen beschaving, maar het was wel een cultuur. De mores van een straatbende in de sloppen van Los Angeles vormen een cultuur, ook al is men zo onbeschaafd door conflicten met stiletto’s uit te vechten en vrouwen te verkrachten. Maar wie tegenwoordig nog gelooft in universele waarden en denkt dat deze wel degelijk binnen één specifieke cultuur, bijvoorbeeld de Europese, de beste verankering hebben gekregen, is duidelijk niet erg bij de tijd. Men moet dan wel een naïeveling of ongecultiveerd zijn, zoals de Italiaanse president Silvio Berlusconi. Hij zei: “We moeten ons bewust zijn van de superioriteit van onze beschaving, een systeem dat berust op welzijn, respect voor mensenrechten en respect voor religieuze rechten — iets wat je niet hebt in islamitische landen.” De Italiaanse premier zei ook dat het Westen zijn tradities van vrijheid, democratie en tolerantie moet blijven koesteren. “Dit zijn waarden waar we trots op moeten zijn, hoeveel kritiek op de huidige ontwikkelingen er ook is van de kant van de antiglobaliseringsgroepen.” Maar het waren niet voornamelijk de antiglobaliseringsgroepen waar Berlusconi zich tegen afzette, het was de islam. Een deel van de islamitische wereld zou zijn blijven steken in het jaar 1400, zei hij. Er stak een storm van protest op. Prodi, voorzitter van de Europese commissie en landgenoot van Berlusconi, nam afstand van de Italiaanse premier. Hij pleitte voor een “humaan Europa, open voor alle tradities en alle godsdiensten.”

“Voor alle tradities, mijnheer Prodi?” is men geneigd te vragen. “Ook die van de Ku Klux Klan? De vrouwonvriendelijke traditie van het islamisme? Of het racisme van de nazi’s? Is niet juist kenmerkend voor Europa dat het humaan wilde zijn? En vooronderstelt dat niet een norm? De norm dat men stelling neemt tegenover alle levensbeschouwingen en ideologieën die inhumaan zijn?”

Het is misschien goed deze relativistische uitspraken van onze politieke leiders over onze cultuur eens te vergelijken met de wijze waarop de Griekse staatsman Pericles zijn tijd typeerde. Hij zegt (volgens Thucydides, die ons zijn rede heeft overgeleverd) dat Athene zich onderscheidt door de kwaliteit van haar politieke instituties. Het is een democratie. Bovendien heerst in Athene niet de willekeur van een machthebber, maar is het een staat onder de heerschappij van het recht. “Wij gehoorzamen aan hen die boven ons zijn gesteld, alsook aan de wetten”, zegt Pericles.

Hier is een staatsman aan het woord die nog gelooft in beschaving. Hij zegt niet: “Het maakt niet uit of je de Griekse beginselen onderschrijft of die van de barbaren, het is toch allemaal gelijk.” Pericles voelt zich kennelijk uitstekend thuis bij een soort van superioriteitsdenken. Hij vindt het helemaal niet gevaarlijk maatstaven te hanteren waarmee een hoogstaande beschaving van een verwerpelijke kan worden onderscheiden. Een Griekenland dat open zou staan voor alle tradities en godsdiensten, zou hij decadent hebben gevonden. Dat is immers een cultuur die niet meer gelooft in zichzelf. Zo’n cultuur is voorbeschikt om ten onder te gaan. Hun leiders staan met de mond vol tanden wanneer de vraag wordt gesteld: “waarvoor worden wij, Europeanen, geacht te strijden?”

De grote vraag voor de toekomst is of Europa zich nog steeds kan laten bezielen door bepaalde idealen, en wat deze idealen zouden moeten zijn. De Britse classicus Gilbert Murray schreef in 1953 — dus na ook de Tweede Wereldoorlog te hebben meegemaakt — dat hij wel degelijk in zulke idealen geloofde. Hij zei het als volgt: “Ik heb het gevoel dat de westerse samenleving, met al haar fouten en vulgariteiten, en met alles dat deze kan leren van bepaalde oosterse naties, geroepen is om de wereld te leiden, en wel dankzij de Hellenistische en christelijke erfenis.” Hij constateert dat er verschrikkelijke dingen zijn gebeurd, zeker, maar: “Ik zie geen reden om eraan te twijfelen dat onze christelijke en Hellenistische beschaving zich op het juiste pad bevindt.”

Murray schrijft dat elke beschaving haar wortels in het verleden heeft. Zo heeft de westerse beschaving zijn wortels in Rome, Jeruzalem en Athene. Soms hebben we het over ‘christelijk’, een andere keer over ‘Helleens’. Dat betekent natuurlijk niet dat er geen andere beschavingen invloed hebben gehad op de westerse. Maar die invloed is dan toch iets waarvan we ons nauwelijks meer bewust zijn. Als we daarvan hebben geleend, dan is het plagiaat geweest; we hebben iets overgenomen zonder bronvermelding. Ten aanzien van de Griekse en de joods-christelijke bronnen zijn we ons echter bewust dat we door die beschavingen zijn beïnvloed.

Daarbij moet overigens ook de Romeinse beschaving genoemd worden. De invloed daarvan is overal aanwezig. In ons rechtssysteem, in onze manier van het besturen van het land. Maar graven we dieper, zo zegt Murray, dan blijken die Romeinse opvattingen diepgaand schatplichtig te zijn aan de Griekse. Het Latijnse alfabet is eigenlijk Grieks. Ook het Romeins recht, dat zozeer zijn stempel op de Europese cultuur gedrukt heeft, is in oorsprong Grieks. Ook onze politieke opvattingen gaan in feite terug op de Griekse. Een Romeinse dichter heeft wel eens opgemerkt dat het door de Romeinen ‘overwonnen Griekenland’ in feite zijn overwinnaar gevangen heeft genomen. Ondanks het militaire overwicht van Rome was Athene cultureel superieur. Murray zegt: “Toen andere volkeren alleen nog maar wat konden mompelen, spraken de Grieken al gearticuleerd. Zij konden helder denken; zij konden ook dingen uitleggen en onderwijzen.”

Ook de al genoemde Clive Bell valt Murray bij in zijn waardering van de Grieken. Rome wordt over het algemeen gezien als een vaak ongeïnspireerde echo van de Griekse beschaving. Hij schuwt daarbij de volgende controversiële vergelijking niet. “Homerus en Sophocles schreven omdat zij iets te zeggen hadden. Voor Virgilius en Seneca was het al goed als zij iets konden zeggen.” Dat lijkt mij overdreven, maar het is waar: de Grieken hadden een superieure cultuur.

Dit artikel verscheen eerder op: liberales.gif

Liberales verstuurt wekelijks een gratis nieuwsbrief met interviews, essays en boekbesprekingen. Inschrijven kan op www.liberales.be.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars
Loading...Loading...

Door Paul Cliteur, topic: Diverse
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Peter Steenkamp schreef op : 2

    De kern van beschaving ligt in persoonlijke verantwoordelijkheid.
    Verantwoordelijkheid in de ruimste betekenis van het woord; Persoonlijke verantwoordelijkheid is dus niet alleen maar dat je degene die de schuld krijgt als het misgaat, maar ook dat je degene bent die oorzaak is in gebeurtenissen.
    Persoonlijke verantwoordelijkheid is zo vanzelfsprekend in onze cultuur dat het ons niet opvalt. In de Islam wordt de persoonlijke verantwoordelijkheid ontkend; Als je de eerste paar hoofdstukken van de Koran leest, dan wordt je keer op keer op het hart gedrukt dat je jezelf moet hersenspoelen dat alles wat gebeurt de wil van Allah is. Dit heet predestinatie. Het reduceert de mens tot pion, op zijn best een soort toeschouwer. Niet een persoon die oorzakelijk is. De hele Islam staat bol van de verdraaiingen van verantwoordelijkheid. Als de man bijvoorbeeld zijn lusten niet in kan houden, dan is dat niet de eigen verantwoordelijkheid van de man maar zogenaamd de schuld van de vrouw. Die moet dus een grote zak met kijkgaasje over haar lichaam dragen en onderdrukt worden.
    In plaats van verantwoordelijkheid kun je heel gemakkelijk status verkrijgen; Wie elke dag bidt dat er maar een God is en dat de massamoordenaar Mohammed Zijn Profeet is, mag nooit een zondaar genoemd worden, hoeveel zonden deze persoon ook pleegt. Dat is een prettige regeling voor het geweten van de zondaar. Echter, deze status is “leeg”. Het is niet zo dat je daarna iets kunt of zo. En het leidt al helemaal niet tot meer verantwoordelijkheid. Het is eerder een soort gemakkelijke uitvlucht. Alle criminaliteit kan slechts bestaan bij gebrek aan onverantwoordelijkheidsgevoel voor het welzijn van de ander. De Islam ontkent persoonlijke verantwoordelijkheid, en leidt dus indirect tot criminaliteit.
    In de tijd van het Romeinse Rijk was het gebied rond de Middellandse zee een van de hoogst onwikkelde gebieden ter wereld. De ene helft van het Romeinse Rijk werd vernietigd door barbaren uit Germanie en het noord-oosten van Europa, maar bleef Katholiek Christelijk. De andere helft werd vernietigd door de Mohammedaanse legers en gedwongen om tot de Islam te bekeren. Nu, 1500 jaar later is de Christelijke helft rijk, welvarend en beschaafd, terwijl de Islamitische helft arm, achterlijk en vol criminele, moordzuchtige idioten is. Dit moet een teken aan de wand zijn:

    Islam, niet doen.

  2. Peter Steenkamp schreef op : 3

    Overigens is het ook mogelijk dat persoonlijke verantwoordelijkheid een oorzaak is van dit lage zelfbewustzijn. Wie verantwoordelijkheidsgevoel heeft kan een schuldgevoel aangepraat worden door communisten en andere sLinkse manipuleerders.
    De mens, die van nature goed is, en verantwoordelijkheidsgevoel heeft, zal zichzelf tegenhouden en verzwakken zodra hij tot de conclusie komt dat hij iets slechts gedaan heeft.
    Een weg hieruit is het Katholieke biechten, dat het geweten schoont en de mens weer in staat stelt om zichzelf weer toe te staan om oorzakelijk te zijn en dus sterker te worden.
    De jaren 60 en 70 stonden in het teken van het verval van het Katholicisme. Deze werd gevolgd door de opkomst van communistische intellectuelen, die nadrukkelijk de blanke, westerse man tot oorzaak van alle kwaad in de wereld bestempelden, maar geen uitlaatklep, zoals het biechten gaven. Het gevolg was dus een persoonlijkheidsverzwakking van de Nederlanders. In hoeverre hier een verborgen kwade intentie achter zat (de Soviet Unie had belang bij het verzwakken van West Europa, en zal ongetwijfeld provocateurs gezonden hebben om West Europa te destabiliseren) is nu niet meer gemakkelijk na te gaan.

  3. Arnold schreef op : 5

    Dat was een goed commentaar Peter,

    In de laatste zin gebruikte je het woord “destabiliseren”.
    De multi-culturele samenleving is een prima samenlevings-
    vorm om dit doel te bereiken. Vraag is, welke krachten
    gaan erachter schuil. En welk doel is ermee gediend.
    Je hoef geen profeet Nostradamus of samuel Huntington
    te zijn om een botsing der beschavingen aan te zien komen
    in Europa.

    De term cultuurrelativisme is ontsproten aan het multi-
    culturalisme. Maar hoe kunnen we over twintig, dertig
    jaar een samenleving vormen als het bindmiddel, de
    leidende cultuur is afgebrokkeld?

  4. Arnold schreef op : 6

    Zojuist heb ik op Twee Vandaag Frits Bolkestein
    aan het woord gezien. Hij sprak zijn zorg uit over
    het toetreden van Turkije tot de Europese Unie.

    Dit zal betekenen dat nog eens zo’n 70 miljoen
    moslims naar Europa trekken.

    Dan nog maar te zwijgen over de politieke invloed
    in Europa.

  5. Peter Steenkamp schreef op : 7

    Arnold schreef:
    > Vraag is, welke krachten gaan erachter schuil

    Ik vermoed dat je ze in communistische kringen moet zoeken.

  6. Hans Bicker schreef op : 9

    Dhr. Cliteur maakt zich er te gemakkelijk vanaf. Ik wil zijn verhaal toch wat relativeren.
    Dat de Europese (Westerse) cultuur superieur is, is duidelijk. Maar dat daarmee het Westen het recht meent te hebben andere culturen te veroordelen, te beinvloeden en om zeep te helpen is volgens mij een heel andere zaak. Dat sommige andere culturen t.o.v. de Westerse duizend jaar op achter lopen, helemaal waar. Maar dat dat een vrijbrief is voor het Westen om daarvan te profiteren, de mensen daar te manipuleren en de steden plat te bombarderen, gaat mij wel wat ver.
    Als wij, Europeanen of westerlingen, echt beschaafd zouden zijn, zouden wij nu niet, zoals Djengis Kahn indertijd, andere beschavingen onder de voet lopen. Zelfs de natuur wordt door ons beter behandeld. En naar voorbeeld daarvan moeten wij al die andere culturen zoveel mogelijk met rust laten. Niet bijvoederen, niet fotograferen, niet bezoeken, gewoon met rust laten.Geef ze de kans in eigen tempo en richting verder te evolueren. Over honderd jaar komen we wel eens kijken.
    Maar waarom dhr.Cliteur waarschijnlijk wat gepikeerd is, is het feit dat o.m. Nederland die andere culturen zomaar heeft binnengelaten en ook nog eens hun eigenaardigheden subsidieert. Ja, dat is ook een grote fout geweest. Iedere natie heeft het recht en de plicht zijn eigen cultuur te doen groeien en te bevoordelen. Dan slaat de leer van de Koran en de letterlijke uitvoering daarvan op Nederlands grondgebied inderdaad als een tang op het spreekwoordelijke varken.

  7. eddyo schreef op : 10

    De vaststelling dat de Westerse cultuur superieur is/zou zijn is niet relevant, in een volwassen debat.

    Nooit zal de meerderheid van een volk zeggen dat hun cultuur minderwaardig is, en dat men het liefst zo snel mogelijk hun eigen cultuur om zeep zou willen helpen of radicaal veranderen. Dat spreekt voor zich, het tegendeel beweren zou neerkomen op zoiets als collectieve zelfmoord?
    Natuurlijk zijn er wel altijd individuen met (forse) cultuurkritiek, meestal intellectuelen.

    Ik zie graag het verfoeide cultuurrelativisme hersteld, en ik beweer dat dit kan zonder enige practische consequenties; de angst dat het zou betekenen dat we in het westen zaken als vrouwenbesnijdenis zouden moeten gaan toestaan is volgens mij ongegrond en berust op een misverstand:

    Dit misvertand bestaat hieruit dat men aanneemt dat als alle culturen gelijkwaardig zouden zijn, dan ook iedere cultuur per se even veel ruimte zou moeten krijgen in onze samenleving.

    Daar ben ik ook op tegen: iedereen moet de wet respecteren, waarin de grondrechten van ieder worden gerespecteerd.
    Als een culturele traditie botst met de wet, dan heeft de wet altijd het laatste woord, dat is toch nogal wiedes?

    Hiermee is een bezwaar dat tegen het relativisme is aangebracht, als zou het leiden tot barbaarse toestanden, weggenomen.

    Cultuurelativisme betekent ook dat je niet andere landen mag aanvallen, onderwerpen en bekeren omdat jouw cultuur superieur zou zijn.
    Daar sta ik volledig achter.
    En kijk maar eens wat er in Irak nu gebeurt onder het mom van “Irak even moderniseren”.

    Dat betekent niet dat ik vind dat het westen nergens zou mogen ingrijpen in de wereld; eigenbelang is een goede reden.
    En dat is precies wat er nu al gebeurt:
    U dacht toch niet echt dat in het westen in Irak zit om democratie te verspreiden: het gaat om olie.
    Als er geen (vermeend) eigenbelang in het spel is, grijpt het westen meestal niet in (voorbeeld Darfur).

    Daarom zeg ik dat of men zich nu cultuurrelativist noemt of niet, eigenlijk geen verschil hoeft te maken voor de ‘echte’ politiek.
    We hoeven ons niet superieur te wanen om andere landen binnen te vallen, eigenbelang is genoeg.
    En om onze cultuur te verdedigen tegen ‘barbaarse’ invloeden, hoeven we alleen maar de wet te handhaven.